U bent hier: Startbladzijde > Dieren vragen:
laat ons leven!
 > Citaten van grote geesten

Citaten van grote geesten



Dat zeggen grote geesten:
... over de dieren

»Nooit vond ik mensenliefde, waar geen dierenliefde was.
Wie het leven waarachtig respecteert, respecteert ook het dier,
want het leven werd ons beiden door God geschonken.«
Prof. Konrad Lorenz, Nobelprijs voor geneeskunde 1973 (1903-1989)

»Er bestaat geen objectieve reden voor de aanneming, dat menselijke interessen belangrijker zijn dan dierlijke.«
Bertrand Russell, mathematicus en filosoof, Nobelprijs voor literatuur (1872-1970)

»Wie tegen arme, hulpeloze medeschepselen, die onder hem staan, onbarmhartig is geweest, heeft geen recht, als hij in een hulpeloze situatie komt, aan een hogerstaand wezen te vragen: Heer, erbarm Je over mij!«
Bertha von Suttner, Oostenr. pacifiste; Vredesnobelprijs 1905 (1843-1914)

»De onschuldige planten en dieren zijn door God in ‘s mensen hand gegeven, opdat hij hen liefheeft en met hen als met zwakkere broeders en zusters leeft.«
Hermann Hesse, 1964 Literatuurnobelprijs(1877-1962)

»De religieuze eerbied voor hetgeen onder ons is, omvat natuurlijk ook de dierenwereld en legt de mens de plicht op, de onder hem staande schepselen te eren en te ontzien.«
Johann Wolfgang von Goethe, Duits dichter (1749-1832)

»Nooit mogen de mensen zich zover vergeten en het levende creatuur behandelen als oude schoenen en versleten dode apparaten, die zij willen weggooien, als ze niet meer bruikbaar zijn. Wij mogen dat nooit doen en nooit bij oude levende wezens naar het nut vragen, dat zij slechts weinig of helemaal niet meer hebben.«
Plutarchus, Grieks filosoof en auteur (45-125)

»Het is de meest onmiskenbare maatstaf voor de rechtschapenheid des geestes van een maatschappij, in hoeverre zij de rechten van de dieren aanvaardt. Want terwijl de mensen zich desnoods, als zij als enkeling te zwak zijn om hun rechten waar te nemen, door coalitie, door middel van de taal, zich tot geleidelijk afdwingen van hun rechten kunnen verenigen, is de mogelijkheid van zo’n zelfhulp de dieren ontzegd en het blijft daarom alleen aan de gerechtigheid van de mensen over, in hoeverre dezen vanuit zichzelf de rechten van de dieren willen achten.«
Leonard Nelson, Duits filosoof (*1927)

»De wreedheid ten opzichte van de dieren is in tegenspraak met de plicht van de mens tegenover zichzelf.«
Immanuel Kant, Duits filosoof(1724 - 1804)

»Waag het, wijs te zijn! Hou op met dieren te doden! Wie het moment van juist te leven uitstelt, lijkt slechts op de boer, die erop wacht dat de rivier opdroogt, voordat hij hem oversteekt.«
Horatius, klassieke Romeinse dichter (65 - 8 v. Chr.)

»Tegenwoordig, nu dierenbescherming duidelijk „in“ is, springen de kerkelijke propagandisten als vanouds op de rijdende trein. Met de thans opgehemelde St. Franciscus wil de kerk de dierenliefde zogezegd hebben uitgevonden – en heeft toch de arme dieren tweeduizend jaar lang verraden, hun uitbuiting gerechtvaardigd, hun leed voor nul en gener waarde verklaard.«

»Op de dag van vandaag nog hebben dieren geen rechten, de mensen geen plichten ten opzichte van hen volgens de officiële leer van de katholieke kerk. Moraal en zonde, dat alles speelt zich exclusief af tussen God en mens, mens en mens; wat er met de dieren gebeurt, is onbelangrijk.«
Nelly Moia, Luxemburgse lerares-professor Engels, dierenbeschermster en auteur

»Wie wreed is tegen de dieren, kan geen goed mens zijn.«

»De christelijke moraal heeft haar voorschriften helemaal tot de mensen beperkt, de hele dierenwereld rechteloos gelaten. Kijk alleen maar eens, hoe ons christelijke gepeupel zich ten opzichte van de dieren gedraagt, hen volledig doelloos en lachend doodt, of verminkt, of martelt, zijn paarden in de ouderdom tot het uiterste uitput, om het laatste merg uit hun arme botten te persen, tot zij het onder hun slagen begeven. Men zou werkelijk willen zeggen: de mensen zijn de duivels van de aarde en de dieren hun geplaagde zielen.«

»De wereld is geen knoeiwerk en de dieren zijn geen fabrikaat voor ons gebruik. Geen erbarmen, maar gerechtigheid is men de dieren schuldig.« 
Arthur Schopenhauer, Duits filosoof (1788-1869)

»Van dierenmoord naar mensenmoord is slechts een stap en zodoende ook van dierenmishandeling naar mensenmishandeling.«

»Als je geen mens kunt doden – goed; kun je geen beest en geen vogel doden – nog beter; geen vissen en insecten – nog beter. Probeer zover mogelijk te komen. Pieker er niet over wat mogelijk is en wat niet – doe, wat je met je krachten tot stand brengt – daarop komt het aan.«
Leo Tolstoi, Russ. humanist en dichter (1828-1910)

»De wreedheid tegenover de dieren en ook al de onverschilligheid ten opzichte van hun lijden is naar mijn mening een van de zwaarste zonden van het mensengeslacht. Zij is de basis van de menselijke verdorvenheid. Als de mens zoveel leed schept, welk recht heeft hij dan zich te beklagen, als ook hijzelf lijdt?«
Romain Rolland, Frans dichter, Nobelprijsdrager (1866-1944)

»De dieren voelen evenals de mens blijdschap en verdriet, geluk en ongeluk.«
Charles Darwin, Britse natuuronderzoeker en stichter van het Darwinisme (1809-1882)

De grootheid en de morele vooruitgang van een natie kan men daaraan meten, hoe zij de dieren behandelt.«
Mahatma Gandhi, leider van de Indiasche onafhankelijkheidsbeweging, Nobelprijs 1913 (1869-1948)

»Wij hebben voor de dieren geen nieuwe moraal nodig. Wij moeten gewoon ophouden, dieren willekeurig uit de aanwezige moraal uit te sluiten.«
Helmut Kaplan, Duits filosoof (*1952)

»Ik heb het nooit over mij kunnen verkrijgen om een levenslicht te blussen, omdat ik de macht niet heb om het opnieuw aan te steken.«
Sven Hedin, Zweeds Azië-onderzoeker (1865-1952)

»Hoe eerder onze jeugd van zich uit elke grofheid tegen de dieren als verwerpelijk leert te zien, des te meer zij erop let, dat uit spel en omgang met dieren geen mishandeling ontstaat, des te duidelijker zal ook later hun onderscheidingsvermogen worden, wat in de wereld van de groten recht en onrecht is.«
Theodor Heuss, 1e Bondspresident van de Bondsrepubliek Duitsland (1884-1963)

»Weest goed voor de mensen, voor de planten en de dieren! Vervolgt geen mensen noch dieren en doet hen geen leed aan.«
Laotse, (ca. 3e – 4e eeuw v. Chr.) Chinees filosoof

»Een wereld moet omgevormd worden, maar elke traan, die gevloeid heeft, ofschoon hij weggewist kon worden, is een aanklacht, en een naar een belangrijk werk haastende mens, die uit brute onachtzaamheid een worm doodtrapt, begaat een misdaad.«
Rosa Luxemburg, politicus, revolutionaire en medestichtster van de Spartacusbond (1870 - 1919)

»Het dier heeft een voelend hart zoals jij
Het dier heeft blijdschap en verdriet zoals jij.
Het dier heeft een hang naar streven zoals jij.
Het dier heeft recht om te leven zoals jij.«
Peter Rosegger, Oostenr. auteur (1843-1918)

»Het zal lang duren voor de mensheid heeft begrepen, dat niet alleen de volkeren der aarde een volk zijn, maar dat mensen, planten en dieren samen het „rijk Gods“ zijn en dat het lot van het ene gebied ook het lot is van het andere.«
Luise Rinser, Duits schrijfster (*1911)

»Eerbied voor het leven betekent afschuw voor het doden.«

»Waar ook een dier in de dienst van de mens wordt gedwongen, gaat het leed, dat het duldt, ons allen aan.«
Albert Schweitzer, arts, musicus en theoloog; Vredesnobelprijs 1952 (1875-1965)

»Ik verkies het gezelschap van de dieren boven het menselijke. Zeker, een wild dier is wreed. Maar gemeenheid is het voorrecht van de geciviliseerde mens.«
Sigmund Freud, Oostenr. zenuwarts, stichter van de psycho-analyse (1856-1939)

»Heb de dieren lief, hou van alle gewassen en alle dingen! Als je alles liefhebt, zal je het geheim van God in alle dingen geopenbaard worden en je zult uiteindelijk de hele wereld met liefde omarmen!«
Feodor Dostojewski, Russ. dichter (1821-1881)

»De meest onmiskenbare graadmeter voor de hartevorming van een volk en van een mens is, hoe zij de dieren beschouwen en behandelen. De aard en de graad, hoe de mens de plicht tegenover de dieren inziet en beoefent, vormt een maatstaf van zijn zedelijke inzicht, ja men mag zeggen: van zijn religieuze gevoel.«
Berthold Auerbach, auteur(1812-82)

»De dag mag komen, waarop de rest van de levende schepping die rechten zal verwerven, die haar alleen door de hand van de tirannie konden worden onthouden. De Fransen hebben al ontdekt, dat de zwartheid van de huid geen reden is om een menselijk wezen hulpeloos uit te leveren aan de nukken van een pijniger. Misschien zal op een dag worden ingezien, dat het aantal benen, de beharing van de huid of het einde van het heiligbeen evenmin redenen zijn om een voelend wezen aan zijn lot over te laten. Wat zou anders de onoverschrijdbare lijn uit moeten maken? Is´t het vermogen van het verstand of misschien de bekwaamheid van de rede? Een volkomen volgroeid paard of ook een hond is onvergelijkbaar verstandiger en mededeelzamer dan een dag of een week oude zuigeling of zelfs een zuigeling van een maand. Maar zelfs als het anders zou zijn, wat zou dat uitmaken? De vraag is niet: kunnen ze verstandig denken? Of: kunnen ze praten? Maar: kunnen ze lijden?«
Jeremy Bentham, Engels jurist en filosoof (1748 - 1832)

»Welke rechten hebben wij mensen eigenlijk, die schepselen te mishandelen, die zoveel oudere rechten op de aarde hebben dan wijzelf? ... Het is de hoogste tijd – of is het zelfs te laat? -, dat wij de dieren hun rechten teruggeven. En dat wij allen, die zo graag over mensenrechten praten, net zo geëngageerd voor de rechten van de dieren opkomen.«
Dagmar Berghoff, nieuwslezer (1943-)

»Dierenmishandeling! Een vergrijp is het tegen de Geest van de liefde, die het dier geschapen heeft.«
Dante Alighieri, Ital. dichter (1265-1321)

»De priester zal de wezensgelijkheid van mens en dier nooit toegeven, omdat hij geen afstand kan doen van de onsterfelijke ziel, die hij nodig heeft, om de aanspraak op moraliteit te baseren.«
Sigmund Freud, psycho-analyticus (1856-1939)

»Ethiek ten opzichte van de mens en ruwheid tegenover de dieren zijn twee gedragswijzen, die niet bij elkaar passen, de wreedheid tegen dieren gaat naadloos over in wreedheid tegen mensen.«
Robert Jungk, auteur, toekomstvorser (1913-1994)

»Wij leven in vrede en zijn toch overgeleverd aan het geweld, een geprivilegieerde, door de overheid gezegend geweld, dat onze wereld steeds onbewoonbaarder maakt. Tegen onze wil neemt men ons meren en zeeën af, laat onze rivieren sterven, mergelt de bossen uit. Wie zich daartegen weert, zegt een gerecht, handelt moreel geloofwaardig, is echter juridisch in ongelijk. Zover hebben wij het gebracht. Wie nog een bepaalde loyaliteit tot de schepping heeft bewaard, kan juridisch ongelijk hebben. Hier moet men toch naar de hoedanigheid van de wetten vragen, die het geweld veroorloven, tegen allen te handelen, die de verwoesting van het milieu niet verdienen.«
Siegfried Lenz, auteur, Vredesprijs v. d. Duitse boekhandel 1988 (1926-)

»Ik ben voor dierenrechten net zoals voor mensenrechten. Dat is, »Het leed van het creatuur en het leed van de mensheid horen bij elkaar en de blik van het angstige dier vermaant ons, mens te worden in de mensheid; het maant de mensheid, een te zijn in een eerbiedig beheer van de schepping.«

»Zoals Kaïn naar Abel gevraagd werd, zo zullen ook wij naar onze broeders, de dieren, worden gevraagd. Wanneer we dat begrijpen, zou een christendom kunnen ontstaan, het door weinigen geleefde, nog altijd onontdekte.
Reinhold Schneider, auteur (1903-58)

Dat zeggen grote geesten:
... over het eten van kadaverstukken

»Alles, wat de mens de dieren aandoet, komt weer op de mensen terug. Wie met een mes de keel van een rund doorsnijdt en bij het brullen van angst doof blijft, wie koudbloedig het schreeuwende bokje kan slachten en de vogel opeet, die hij zelf gevoerd heeft – hoever is zo iemand nog verwijderd van een misdaad?«

»Rijkdom schenkt de aarde gul, vreedzaam voedsel. En zij geeft jullie gerechten, die vrij zijn van moord en van bloed. Rijkdom schenkt de aarde gul, vreedzaam voedsel. En zij geeft jullie gerechten, die vrij zijn van moord en van bloed.«
Pythagoras, Grieks filosoof, mathematicus (6e eeuw v. Chr.)

»Rechtvaardige God! Uit hoeveel martel-uren van de dieren smeedt de mens een enkele feestminuut voor zijn tong!«
Jean Paul, dichter (1763-1825)

»Zolang de mensen de wandelende graven zijn van door de hen vermoorde dieren, zal er oorlog zijn op deze aarde.«

»Dieren zijn mijn vrienden en mijn vrienden eet ik niet!«

»Zolang de mensen dieren mishandelen, folteren en doodslaan, zullen we oorlog hebben. Hoe kunnen we een min of meer ideale toestand op aarde verwachten, als wij de levende graven van gedode dieren zijn? Als ik eens sterf en mij alle dieren, die ik niet gegeten heb, begeleiden opmijn laatste reis, wordt het een grote en mooie begrafenisstoet.«
»Onze broeders uit de dierenwereld:
Een wandelend graf zijn wij voor ieder dier.Wij slachten het alleen om de wellust bot te vieren. Dat wezens rechten hebben, zoals wij –
denk jij daaraan, of kun je dat slechts honen?
Wij smeken om licht op elke dag van de Heer:
Toon ons de weg, dat onze voet niet wankele!
Wij haten oorlog en strijd is verre van ons, elke haatgedachte kwelt immers de ziel – En moorden als het roofdier met de klauw! Als raven leven wij van aas en bot; en niemand kan het leed, de pijnen tellen, die geldgier schept. En niemand hoort het schreeuwen van weerloze dieren, die wij bij de sport kwellen. Hoe willen wij in deze wereld bereiken de vrede, die wij zoeken in de nood? Wij smeken erom – op hecatombe lijken – tot God, verachtend zedelijk gebod! Doch uit de wreedheid ontstaat oorlog en dood.«
Georg Bernhard Shaw, Iers dramaticus; Nobelprijs ; 1950 (1856-1950)

»Ware menselijke cultuur ontstaat pas, als niet alleen menseneterij, maar elk soort van vleesgenot als kannibalisme geldt.«

»Tot nader order flitst het mes, de varkens schreeuwen, men moet ze nu eenmaal benutten. Want iedereen denkt: „Waartoe het varken,
als wij het niet naar binnen werken?“ En iedereen gnuift, iedereen knaagt zoals de kannibalen, tot men eens „bah!“ zegt tegen ham uit Westfalen.«
Wilhelm Busch, Duits dichter en tekenaar (1832-1908)

»Het is zeker, dat dit afschuwelijke bloedbad, dat onophoudelijk in onze slachthuizen en keukens plaatsvindt, ons niet meer als iets kwaads voorkomt, integendeel beschouwen wij deze afschuwelijkheden, die vaak verpestend werken, als een zegen van de Heer en danken Hem in onze gebeden voor onze moordpartijen. Kan er dan iets afschuwelijkers bestaan, dan zich voortdurend met lijkenvlees te voeden?
François Voltaire, Frans voorlichtingsfilosoof en auteur (1694-1778)

»Kunnen jullie werkelijk de vraag stellen, om welke reden Pythagoras zich van vleeseten onthield? Ik voor mij vraag me af, onder welke omstandigheden en in welke geestestoestand een mens het voor de eerste keer klaarkreeg, met zijn mond bloed aan te raken, zijn lippen naar het vlees van een kadaver te brengen en zijn tafel met dode, in ontbinding verkerende lichamen te sieren, en het zich dan heeft veroorloofd, de delen, die even daarvoor nog gebruld en geschreeuwd hebben, zich hebben bewogen en geleefd, voedsel te noemen. Het gaat zeker niet over leeuwen en wolven, die wij uit zelfbescherming eten – integendeel, deze dieren schenken wij helemaal geen aandacht; veelmeer slachten wij onschuldige, tamme schepselen zonder stekels en tanden, die ons sowieso niets aan zouden kunnen doen. Omwille van het vlees roven we hen de zon, het licht en de levensduur, die hen vanaf hun geboorte toekomen. Als jullie nu willen beweren, dat de natuur zulk voedsel voor jullie heeft voorzien, doodt dan zelf, wat jullie van plan zijn te eten – maar met jullie door de natuur gegeven middelen, niet met behulp van een slachtmes, een knuppel of een bijl.«

»Voor een klein stukje vlees nemen wij de dieren de ziel alsook zonnelicht en levenstijd af, waartoe zij toch zijn ontstaan en van nature uit bestaan.«
Plutarchus, Grieks filosoof en auteur (45-125)

»Niets zal de kans op overleven op de aarde zo vergroten als de stap naar vegetarische voeding.«

»Puur door de psychische uitwerking op het menselijke temperament zou de vegetarische levenswijze het lot van de mensheid uiterst positief kunnen beïnvloeden.«
Albert Einstein, fysicus en Nobelprijsdrager (1905) Vader van de relativiteitstheorie (1879-1955)

»Ik ben zowel vegetariër alsook een gepassioneerde anti-alcoholicus, omdat ik zo een beter gebruik van mijn hersenen kan maken.«
Thomas Alva Edison, uitvinder van de Gloeilamp

»Zijn er geen voedingsmiddelen, zonder dat men bloed gebruikt? Betekent het niet de mensen tot wreedheid aan te zetten, als men hen veroorlooft, dieren het mes in het hart te stoten?«
Denis Diderot, Frans encyclopedist (1713-1784)

»Waarlijk is de mens de koning van alle dieren, want zijn wreedheid overtreft die van hen. Wij leven van de dood van anderen. Wij zijn wandelende graven!«

»Jij hebt den mens als koning der dieren betiteld – ik zou echter zeggen: koning der roofdieren, waaronder jij de grootste bent; want heb jij ze niet gedood, opdat zij jou tot streling van de tong dienen, waardoor je je tot het graf van alle dieren maakt? Brengt de natuur dan niet genoeg planten voort, waarmee je je honger kunt stillen?«
»Er zal een dag komen, waarop de mensen over het doden van een dier net zo zullen oordelen, als zij het tegenwoordig doen over het doden van een mens. De tijd zal komen, waarin wij het eten van dieren net zo veroordelen, als wij tegenwoordig het eten van onze gelijken, het kannibalisme, veroordelen.«

»Ik heb al in mijn jonge jaren het eten van vlees afgezworen en de tijd zal komen, waarin mensen net als ik de dierenmoordenaars met dezelfde ogen zullen beschouwen als nu de mensenmoordenaars.«
Leonardo da Vinci, Italiaans schilder en universeel genie (1452-1519)

»Vleeseten is een overblijfsel van de grootste ruwheid; de overgang naar het vegetarisme is het eerste en natuurlijkste gevolg van de voorlichting.«

»Zolang er slachthuizen zijn, zullen er ook slachtvelden zijn.«

»De mens kan leven en gezond zijn, zonder dat hij voor zijn voeding dieren doodt. Als hij dus vlees eet, is hij medeschuldig aan de moord op dieren, alleen om zijn gehemelte te strelen. Zo te handelen is immoreel. Dat is zo eenvoudig en zonder twijfel, dat het onmogelijk is, dit niet te beamen. Maar omdat het merendeel nog aan vleesgenot hangt, houden de mensen het voor gerechtvaardigd en zeggen lachend: ‚Een biefstuk is toch een iets fijns en ik zal hem vanmiddag met genoegen eten‘.«

»Als de mens ernstig en oprecht de morele weg zoekt, is het eerste, waar hij afstand van moet doen, de vleesvoeding: want afgezien van de opwekking van hartstochten, die door deze voeding wordt veroorzaakt, is het totaal onzedelijk, omdat zij een in tegenspraak met het zedelijke gevoel zijnde daad, het moorden, bevordert.«

»Vegetarisme geldt als criterium, waaraan we kunnen herkennen, of het streven van de mens naar morele volmaaktheid serieus gemeend is.«
Leo Tolstoi, Russ. humanist en dichter (1828-1910)

»Het menu – het bloedigste blad, dat wij schrijven.«

»Tegenover het dier is de mens een gewoontemisdadiger.«

»Moreel bedenken tegen kalfsvlees?

Van de kant van de opvoeder niet.
Van de kant van de jurisprudentie niet.
Van de kant van de moraaltheologie niet.
Van duizend andere morele kanten niet.
Van die van het kalf misschien?«

»Een maatschappij, die slachthuizen en slachtvelden aankan, is zelf slachtrijp.«

»Wie dieren eet, staat onder het dier.« 

»Vlees maakt het eten niet slechter, maar degene, die het eet.«

»Dierenvrienden: eerst lammetjes strelen, dan lamsgebraad; eerst de hengelaar lastig vallen, dan forelle bleu. Jagers mogen ze niet: - wel wildbraad!«

»Verdient een mensheid, die triljarden dieren doodt, niet juist zelf hetgeen ze de dieren aandoet?«

»De mens: een aan lager wal geraakt dier.«
Karlheinz Deschner, Dr. filosoof, historicus, literatuurwetenschapper, filosoof en meermaals bekroond auteur (* 1924)

»Er zal een grote vooruitgang in de ontwikkeling van ons ras (het mensengeslacht) zijn, als wij fruiteters worden en de vleeseters van de aarde verdwijnen. Alles wordt mogelijk op onze planeet vanaf het moment, waarop we de bloedige vleesmaaltijden en de oorlog overwinnen.«
George Sand, Frans schrijfster (1804-1876)

»U heeft zojuist uw middagmaal genuttigd; en hoe zorgvuldig het slachthuis ook in een tactvolle afstand van enkele kilometers verborgen mag zijn: u bent medeschuldig.«
Ralph W. Emerson, US-auteur en politicus (1803-1882)

»Ik voel diep in mij, dat geestelijke groei ons in een bepaald stadium gebiedt ermee op te houden, onze medeschepselen ter bevrediging van onze lichamelijke behoeften te slachten.«

»Ik geloof, dat geestelijke vooruitgang op een bepaald punt van ons verlangt, dat wij ermee ophouden onze medeschepselen ter bevrediging van onze lichamelijke verlangens te doden.«

»Voor mij is het leven van een lam niet minder waardevol dan het leven van een mens. En ik zou nooit omwille van het menselijke lichaam een lam het leven willen nemen. Hoe hulpelozer een wezen is, des te groter is zijn aanspraak op menselijke bescherming tegen menselijke wreedheid.«

»De aarde heeft genoeg voor de behoeften van ieder mens, maar niet voor zijn begerigheid.«

»Doordat wij vlees genieten, zijn wij allen medeplichtigen van aan de dieren toegevoegde wreedheden bij het transport, op markten en in de slachthuizen, en wie weet, of dit gemartelde vlees, dat wij consumeren, ons niet van zijn kant aanzet tot nieuwe brutaliteiten en wreedheden.«
Mahatma Gandhi, leider van de Indiasche onafhankelijkheidsbeweging, Nobelprijs 1913 (1869-1948)

»Blijkbaar treedt in de mate, waarin de cultuur zich verheft, in de plaats van vleeskost plantenkost.«
August Bebel, Duits sociaaldemocratisch politicus (1840-1913)

»Ik vraag je niet mij te verschonen, als je in nood bent, maar alleen, als je misdadige begeerten hebt. Dood mij om te eten, maar vermoord mij niet, om beter te eten!«
Cicero, Romeins staatsman en redenaar (106-43 v. Christus)

»Wreedheid tegenover dieren kan niet bij ware beschaving, noch bij ware geleerdheid bestaan. Zij is een van de meest kenmerkende ondeugden van een laag en onedel volk. Ten opzichte van het dier zijn tegenwoordig alle volkeren min of meer barbaren. Het is onwaar en grotesk, wanneer zij hun vermeende hoge cultuur bij iedere gelegenheid betonen en daarbij dagelijks de afschuwelijkste wreedheden aan miljoenen van weerloze schepselen begaan of onverschillig toelaten. Kunnen wij ons verwonderen, dat deze zogenaamde cultuurvolkeren steeds meer een verschrikkelijke weg van afgang tegemoetgaan? Hetzelfde stuk land, dat als weiland, d.w.z. als veevoer, tien mensen door het vlees van de daarop gemeste dieren uit tweede hand voedt, kan, met gierst, erwten, linzen en gerst bebouwd, honderd mensen onderhouden en voeden.«
Alexander Humboldt, stichter van de wetenschappelijke aardrijkskunde (1769-1859)

»Men mag niet eten wat een gezicht heeft.«

»Ik geloof in een vreedzaam protest en geen dieren eten is een geweldvrij protest.«

»Wij zijn bijna vegetariër geworden, toen wij eens op een Schotse boerderij ons zondagse braadstuk aten en daarbij vrolijk spelende lammeren observeerden. Opeens werd ons bewust, dat wij net een van deze lammetjes consumeerden. Daarna aten wij alleen nog af en toe worst. Later, in een vakantie op Barbados, reden we achter een vrachtwagen met prachtige kippen. Plotseling verdween hij in een kippenverwerkingsfabriek. Sindsdien eten wij niets meer, wat men van tevoren moet doden.«
Paul McCartney, zanger, vroegere Beatles-guitarist (*1942)

»Het vegetarisme is voor mij sinds jaren een innerlijke aangelegenheid en ik houd het voor de natuurlijke levenswijze van de mens [...] Het is voor mij onbegrijpelijk, dat niet elke dierenvriend tevens vegetariër is.«
Prof. Elly Ney, Pianistin (1882-1968)

»Als de moderne mens de dieren, die hem als voeding dienen, zelf zou moeten doden, zou het aantal planteneters in het onmetelijke stijgen.«
Christian Morgenstern, Duits auteur (1871-1914)

»Alle antieke filosofie was op simpliciteit van het leven gericht en onderwees een bepaalde behoefteloosheid. In dit opzicht hebben de weinige filosofische vegetariërs meer voor de mensen gepresteerd dan alle nieuwe filosofen, en zolang de filosofen niet de moed kunnen opbrengen, een totaal veranderde levenswijze te zoeken en door hun voorbeeld aan te tonen, is het niets waard met hen.«

»Het verstand begint al in de keuken.«
Friedrich Nietzsche, Duits filosoof (1844-1900)

De mens denkt, tevreden blij: 

ik ben geen slachter, bloedig rauw;
maar omdat de mens geen worstverachter,
is, draagt hij medeschuld aan de slachter.«
Eugen Roth, Duits auteur (1895-1976)

»Het tijdperk, dat wij de gouden tijd hebben genoemd, was gezegend met de vruchten van bomen en met de kruiden, die de aarde voortbrengt, en de mond van de mensen werd niet met bloed bevlekt. Destijds bewogen de vogels hun vleugels veilig in de lucht, en de haas liep door het vrije veld zonder angst. Destijds werd de vis niet het argeloze slachtoffer van de mens. Ieder oord was zonder verraad; er heerste geen ongerechtigheid – alles was vervuld van vrede.

In latere tijdperken verguisde en verachtte een onheilsstichter dit zuivere eenvoudige voedsel en stopte eten in zijn vraatzuchtige pens, dat van lijken afkomstig is. Daarmee opende hij tevens de weg naar verdorvenheid.«
Ovid, Romeins filosoof en dichter (43 - 18 v. Chr.)

»Een reden voor het vegetarisme zou meer dan gewoonlijk gebeurt, aangegeven moeten worden. Ik bedoel, een oproep aan het zedelijke bewustzijn, dat wij niet door plaatsvervangers mogen laten doen, wat wij niet zelf zouden doen. Ik heb er geen zedelijk bedenken tegen, om mijn laarzen te reinigen, mijn tafel af te stoffen of mijn kantoor te vegen. Mijn gevoel zou niet gekwetst worden door dit te doen en honderd andere handwerken. Maar ik zou geen os kunnen doden, geen schaap, vooral geen lam kunnen slachten, geen gevleugelte de hals kunnen omdraaien. Als ik dat niet kan doen zonder mijn beste gevoelens te kwetsen, dan wijs ik het af, een andere persoon het voor mij te laten doen met het kwetsen van zijn gevoelens. Als ik geen andere reden ten gunste van onze vereniging zou spreken, dan zou deze ene voldoende zijn, om mij tot aanname van het vleesloze dieet te bestemmen.«
Sir Isaac Pitman, uitvinder van de Engelse stenografie (1813-1897)

»U zou zich beter aan de gezonde kool en aan granenbrei kunnen houden dan aan fazanten en parelhoenders.«
Plinius, Romeins dichter (79 - 23 v. Chr.)

»Het vlees, dat wij eten, is een minstens twee tot vijf dagen oud lijk.«
Volker Elis Pilgrim, Duits auteur (*1949)

»Niet een milde vorm van slachten, maar een afschaffing moet men nastreven. Hoe meer men het slachten ‚humaan‘ gestalte probeert te geven, des te meer ondersteunt men de zaak van de slachterij zelf. Een werkelijk consequent standpunt van dierenbescherming zal pas dan tot stand gekomen zijn, als de mensheid zal hebben besloten, het doden en eten van dieren op te geven.«
Prinz Max von Sachsen, kath. theologieprofessor (1870-1951)

»Ik twijfel er niet aan, dat het een lot van het mensengeslacht is, in de loop van zijn geleidelijke ontwikkeling het eten van dieren na te laten, net zoals de wilde natuurvolkeren opgehouden zijn, zich wederkerig op te eten, nadat zij in contact waren gekomen met het meer geciviliseerde.«
Henry David Thoreau, US-auteur (1817-1862)

»Het is de anonimiteit van onze dierenoffers, die ons doof maakt voor hun geschreeuw.«

»Tegenwoordig zien wij niets meer van het verschrikkelijke leven en sterven van slachtvee. Dat gebeurt automatisch. Net nog een dier, het volgende moment al in stukken gesneden vlees: onze voeding. Onze aard van kannibalisme.«
Luise Rinser, Duits schrijfster (*1911)

»De ethiek van de voeding beoogt de reinheid van handen van de bloeddaad, de reinheid onder de huid en de reinheid van het hart. Maar van de reinheid van het hart kan geen sprake zijn bij een onreine alles-eter, die niet nadenkt en geen gewetensnood heeft over de gruwelijke misdaden aan de dierenwereld, die dagelijks in de christelijke wereld gebeuren, alleen voor het doel van menselijke voeding.«
Dr. filosoof C. Anders Skriver, Duits filosoof en auteur (1903-1983)

»Mijn mening is, dat wij, die voor het ontzien van de dieren opkomen, het vleesgenot helemaal achterwege moeten laten, en ook daartegen spreken. Zo doe ik het zelf. En zodoende komt menigeen ertoe op het probleem, dat zo laat werd voorgesteld, opmerkzaam te worden.«

»Ik geef er mijzelf rekenschap van, dat de gewoonte om vlees te eten niet overeenstemt met hoogstaande gevoelens.«
Albert Schweitzer, arts, musicus en theoloog; Vredesnobelprijs 1952 (1875-1965)

»Toen wij op een dag over vrijheid en gerechtigheid spraken, zaten we net aan de steaks. Ik eet ellende, dacht ik bij mezelf, toen ik de eerste hap nam. En spuwde hem uit.«
Alice Walker, Amerikaans schrijfster (*1944)

»De aanblik van een aan de goden geofferde stier was ons een gruwel geworden, dus wordt nu in schone, met water doorspoelde slachthuizen de aanschouwing van een dagelijks bloedbad aan allen onttrokken, die zich bij het middagmaal de tot onherkenbaarheid toe klaargemaakte lijkdelen van vermoorde huisdieren goed moeten laten smaken. Het zou er ons voortaan aan gelegen moeten zijn, de religie van het medelijden, de bekenners van de nuttigheidsdogma‘s ten spijt, een krachtige bodem tot een nieuwe verzorging bij ons te laten ontstaan. Wat verwachten wij anders van een religie, als wij het medelijden met de dieren uitsluiten?«
Richard Wagner, Duits componist (1813-1883)

»Wie boven het normale leven uit wil, schuwt bloedig voedsel en kiest niet de dood als zijn voedingsmeester
Joseph von Görres, Duits auteur der romantiek (1776-1848)

»Vlees is een stuk levenskracht, zolang het leeft.«
Marie-Luise Holzer-Sprenger, Duits schrijfster (*1952)

»Waar het om dieren gaat, wordt iedereen een Nazi ... Voor de dieren is het elke dag Treblinka.«

»Vissen, die nog enkele uren geleden door het water zwommen, lagen met glazige ogen, gewonde monden en bloedbevlekte schubben op het dek. De vissers, rijke sporthengelaars, wogen de vissen en praalden met hun vangst. Telkens, als Herman getuige was, hoe dieren werden omgebracht, had hij dezelfde gedachte: in hun gedrag ten opzichte van het creatuur zijn alle mensen nazi’s.«

»Er wordt vaak gezegd, dat de mensen altijd al vlees hebben gegeten, alsof dat een rechtvaardiging zou zijn, dit verder zo te doen. Volgens deze logica zouden wij niet mogen proberen mensen eraan te hinderen andere mensen om te brengen, omdat dit ook al van oudsher werd gedaan.«

»Hij had er sinds enige tijd aan gedacht, vegetariër te worden. Bij elke gelegenheid wees hij erop, dat hetgeen de nazi‘s met de joden hadden gedaan, hetzelfde is, wat de mensen met de dieren deden.«

»Wij allen zijn Gods schepselen – dat wij om genade en gerechtigheid bidden, terwijl wij doorgaan met het vlees van dieren te eten, die terwille van ons geslacht werden, is onverenigbaar.«

»Ik zou doorgaan vegetarisch te leven, zelfs wanneer de hele wereld zou beginnen met vlees te eten. Dit is mijn protest tegen de toestand van de wereld. Atoomkracht, hongersnood, wreedheid – wij moeten daar stappen tegen ondernemen. Vegetarisme is mijn stap. En ik denk, een zeer belangrijke.«
Isaac Bashevis Singer,  joods-Amerikaans auteur; Nobelprijs 1978 (1904-1991)

»Waarom ik geen broeders eet – gewoon uit familiezin, dat is alles. Ergens moet schaamte beginnen.«

»Wij zijn in een impertinente toestand van het vreten en gevreten worden. En dat alles stoort ons geen zier, als wij ons dan cultiveren en onze naaste verwanten, die de zoogdieren toch zijn, opeten. Ja erger nog, wij lokken ze in de wildbaan, en snijden hen met hoge christelijke feestdagen de keel door en zingen daarbij: „O, du Selige“. 
O.W. Fischer, Duits acteur (*1915)

»Ik ben sinds twaalf jaar vegetariër. En ik was nog nooit ernstig ziek. Vegetarische voeding sterkt het immuunsysteem. Ik denk, dat vlees ziek maakt.«
Bryan Adams, Canadees rockstar (*1959)

»Het christelijke geweten kan zich niet tevreden stellen met het niet toepassen van het vijfde gebod op de slachtdieren. Wie ooit een slachthuis heeft bezichtigd, is door wat hij gezien heeft min of meer geschokt en vol walging. Bijna iedereen komt tot de conclusie, dat het brutale doodslaan van dieren, die men eerst heeft aangeschaft en gemest, om ze uiteindelijk op te eten, de huidige mensheid en speciaal het christendom onwaardig is.«
Günther Weitzel, Duits chemicus (1915-1984)

»Nu kan ik jullie in vrede bekijken; ik eet jullie niet meer.« (Bij het bekijken van vissen in een aquarium)
Franz Kafka, Oostenrijks auteur (1883-1924)

»Veel rassen, die bijna uitsluitend van groente leven, tonen een uitstekende lichaamsgesteldheid en kracht.«
Nikola Tesla, Croatisch fysicus, elektro-technicus (1856-1943)

»Het is de grootste bezoedeling, leven weg te rukken en edele ledematen naar binnen te schrokken.«
Empedokles, Grieks arts (490-430 v.Chr.)

»Naar mijn overtuiging zal ook eens de tijd komen, waarin niemand zich nog met lijken wil voeden, waarin niemand meer bereid zal zijn slachtwerk te verrichten. Hoevelen zijn er nu al onder ons, die nooit vlees zouden eten, als ze zelf het mes in de keel van het betreffende dier zouden moeten stoten!«

»Van de honderd ontwikkelde en fijngevoelige mensen zouden er tegenwoordig waarschijnlijk negentig nooit meer vlees eten, als ze zelf het dier, dat ze eten, moesten doodslaan of doodsteken.«

»Wie de slachtoffers niet hoort schreeuwen, niet kan zien stuiptrekken, maar die het, zogauw hij het vanwege de afstand niet meer kan zien of horen, onverschillig laat, dat het dier schreeuwt en stuiptrekt – die heeft wel goede zenuwen, maar – een hart heeft hij niet.«
Bertha von Suttner, Oostenr. pacifiste; Vredesnobelprijs 1905 (1843-1914)

»Een bewijs, dat de smaak van vleeskost voor de mens niet natuurlijk is, ligt ook daarin, dat kinderen een tegenzin hebben tegen zulke voeding en aan plantaardige voedingsmiddelen de voorkeur geven, zoals melkspijzen, gebak, fruit en dergelijke. Het is van het grootste belang, deze oorspronkelijke en natuurlijke smaak niet te bederven en van de kinderen geen vleeseters te maken. Want hoe men de feiten ook wil verklaren, het is toch zo, dat sterke vleeseters in het algemeen wreeder en wilder zijn dan andere mensen.«
Jean Jaques Rousseau, Frans-Zwitsers filosoof, pedagoog, auteur en muziekwetenschapper (1712-1778)

»Het bloedbad aan de dieren, dit concentratiekamp, dat door de eeuwen heen plaatsvindt, is in aanzienlijke mate veroorzaakt door „onze moeder de kerk“.«
Prof. Dr. Hubertus Mynarek, Duits humanist en kerkcriticus, boekauteur (*1929)

»Wij zijn de heersers over alle creaturen, wij slaan zonder medelijden dagelijks miljoenen dieren dood, om hun vlees te eten, niet vermoedend, dat de wraak van de doodgeslagenen net zo zonder medelijden over ons zal komen.«
Maximilian Oskar Bircher-Benner, Zwitsers arts (1867-1939)

»Bestaan er geen voedingsmiddelen, zonder dat men bloed vergiet? Betekent het niet, de mensen tot wreedheid aan te moedigen, als men hen toelaat, de dieren het mes in het hart te stoten?«
Denis Diderot, Frans auteur en filosoof (1713-1784)

»Op de vraag: welk culinair genot waardeert u bijzonder? - Alles, waarvoor een dier niet hoefde te sterven.«
Elke Heidenreich, auteur, presentatrice (1943 -)

»Alle oorlogen komen in de wereld, doordat de mensen de dieren vermoorden en hun lijden consumeren.«
Hesiod, Grieks dichter (700 v.Chr.)

»Vleesloos eten houdt mij fit – ik voel mij sindsdien veel beter. Ik ben een overtuigd dierenbeschermster.«
Ruth-Maria Kubitschek, actrice (*1931)

De massamoord op dieren voor het vleesgenot is tegenwoordig niets dan een één graad veranderd kannibalisme. De hele wereld steunt onder onlusten, ziekten en wanbeleid, - maar kan een mens verlangen, dat het hem goed gaat, als hijzelf de natuur ontheiligt en dagelijks de afschuwelijkste wreedheden aan miljoenen weerloze schepselen uitoefent?«
Manfred Kyber, auteur (1880-1933)

 »Ik ben sinds een maand volkomen vegetariër. De morele uitwerking van deze levenswijze is ... een immense. Je kunt je indenken hoe ik ervan doordrongen ben, als ik daarvan een regeneratie van het mensengeslacht verwacht. Bekeer je tot een natuurvriendelijke levenswijze, ... en je zult de vruchten spoedig zelf herkennen.«
Gustav Mahler, Oostenr. componist en dirigent (1860 – 1911)

»Vegetarisch is veel gezonder – vlees komt bij mij niet meer op tafel.«
Birgit Schrowange, tv-presentatrice, actrice (*1958)

»Ik schuw er ook niet voor je te bekennen, hoezeer ik Pythagoras heb liefgehad. Sotion legde mij uit, om welke reden Pythagoras zich onthouden heeft van vlees en om welke reden dit later Sextius deed. De redenen van beiden waren verschillend, in beide gevallen echter waren zij uitdrukking van een hoogstaande gezindheid. Sextius was van mening, dat de mens genoeg onbloedige voeding ter beschikking staat, en de wreedheid zou een gewoonte kunnen worden, als men levende wezens uit genoegen laat verscheuren ... Door zulke woorden werd ik aangegrepen en begon mij te onthouden van vleesvoeding. Na een jaar al viel mij deze gewoonte niet alleen mee, het was mij zelfs aangenaam. Ik had het gevoel van grotere geestelijke beweeglijkheid.«
Seneca, Romeins dichter (4 v. Chr. - 65 na Chr. 

»Bij alles wat heilig is in onze hoop voor het mensengeslacht, bezweer ik degenen, die het welzijn van de mens wensen en de waarheid liefhebben, de vegetarische leer onbevangen te beproeven. Vegetarisme is de levenswijze in het bewustzijn van onze menselijke waardigheid.«
Percy Bysshe Shelley, Engelse dichter (1792-1822)

Dat zeggen grote geesten:
... over de jacht

»Jacht is slechts een laffe omschrijving voor de bijzonder laffe moord op het kansloze medeschepsel. De jacht is een bijvorm van menselijke geestesziekte.«
Theodor Heuss (1884 -1963), , Eerste bondspresident der Bondsrepubliek Duitsland

»Jacht is toch altijd een vorm van oorlog.«
Johann Wolfgang von Goethe, Duits dichter (1749 - 1832)

»Van dierenmoord naar mensenmoord is slechts een stap.«
Leo Tolstoi, Russisch dichter 1828-1910)

»Waar een jager leeft, kunnen tien herten leven, honderd boeren en duizend tuinmannen. Wreedheid tegen dieren kan niet bij echte beschaving, noch bij ware geleerdheid bestaan. Zij is een van de kenmerkendste ondeugden van een laag en onedel volk.«
Alexander v. Humbolt, Duits natuurvorser (1769-1859)

»De jacht is een van de zekerste middelen, het gevoel van de mensen voor hun medeschepselen te vernietigen.«
François Voltaire, Frans auteur en filosoof (1694 - 1778)

»Wat een mens de dieren aandoet, wordt hem met gelijke munt terugbetaald.«
Pythagoras, Grieks filosoof (6e eeuw voor Christus)

»Onder alle levenswijzen is het jachtleven zonder twijfel het meest in strijd met de beschaafde gemoedsstemming; het bloedverbod van Noë schijnt allereerst niets anders geweest te zijn dan het verbod van het jachtleven.«
Immanuel Kant, Duits filosoof (1724 - 1804)

»Als de mens de tijger wil ombrengen, noemt men dat sport. Als de tijger de mens wil doden, noemt men dat een bestialiteit.«
Georg Bernhard Shaw, Iers dramaticus (1856-1950)

»Er wordt nooit zoveel gelogen als na de jacht en voor de verkiezingen.«
Otto von Bismarck, Duits staatsman (1815 - 1898)

»Op dieren zou ik nooit kunnen schieten, die zouden zelfmoord moeten plegen.«
Hans-Dietrich Genscher,Duits politicus (FDP) vroegere Bondsminister van buitenl. zaken (*1927)

»Ik vind het juist, dat men bij het begin van de jacht de hazen en fazanten door hoornsignalen waarschuwt.«
Gustav Heinemann, Duits politicus (SPD) vroegere Bondspresident (1899-1976)

»Elk ding heeft zijn tijd. De tijd voor de jacht is afgelopen.«
Hubert Weinzirl, vroegere Bond-voorzitter (*1935)

»Het is me nooit duidelijk geworden, wat voor plezier sommige mensen er aan hebben, dieren dood te schieten.«
Bernhard Grzimek, Duits zoöloog en dierfilmer (1909-1989)

»Er zijn namelijk veel jachtliefhebbers, die werkelijk tot moorden en geweld verhard zijn – afschuwelijke monsters, snakkend naar bloed, gewend aan gekerm, die het alleen bevalt onder lawaaierige, bedwelmende vermakelijkheden. Anderen hebben door het ruwe in hun opvoeding en levensaard smaak in de jacht gekregen en wel niet alleen professionele jagers, maar menige landjonker en anderen van hun soort, die – zonder een verstandige, menselijke bezigheid te hebben geleerd, zonder na te denken – hun tijd niet anders weten te doden dan door de jacht.«
Wilhelm Dietler, Duits filosofie-professor, auteur

»Gevaarlijk is het de leeuw te wekken,
verderfelijk is des tijgers tand,
maar het verschrikkelijkste der verschrikkingen
is de mens in zijn waan.«
Friedrich Schiller, Duits dichter (1759 -1805)

»Waar de mens ook zijn recht neemt, een dier voor een doel te offeren, begaat hij niet alleen onrecht, maar een misdaad.«
Karlheinz Deschner, Dr. in de filosofie, Duits historicus, literatuurwetenschapper (*1924)

»De jachtwoestelingen, die niets boven de dierenjacht gaat en die menen een ongelooflijk genoegen te smaken, zo vaak zij de afschuwelijke klank van de jachthoorns en het geblaf van de meute horen. Bijna zou ik willen aannemen, dat zij de hondestront als kaneelgeur ervaren! ... Als zij dan een stukje van het wild proeven, komen ze zich bijna als edelen voor. Terwijl deze mensen bij voortdurende jacht en vreterij in principe slechts hun eigen ontaarding bereiken, menen zij toch een koninklijk leven te leiden.«
Erasmus v. Rotterdam, Nederl. humanist, auteur (1465-1536)

»De vruchten van de jacht – dat wil zeggen de neergeschoten dieren – werden door de kerk gezegend. De aartsbisschoppen en kardinalen hebben zelf als jagers deelgenomen aan de jacht. De bisschoppen waren vaak tevens vorsten en hebben grote jachtfeesten georganiseerd. Bijna alle vorstbisschoppen hebben grote jachtgebieden bezeten. De slachterij aan de dieren, dit concentratiekamp, dat door de eeuwen plaatsvindt, is in wezen veroorzaakt door „onze moeder de kerk“.«
Prof. Dr. Hubertus Mynarek, Duits humanist, kerkcriticus en auteur (*1929)

»De jacht is geen waardige bezigheid voor een denkend wezen. Het is te vrezen, dat de mensen, die haar uitoefenen, net zo onmenselijk tegen mensen worden als ze het tegen dieren zijn, of dat het wrede gebruik, om met onverschilligheid pijn te veroorzaken, hun medegevoel voor het ongeluk van hun evenmensen afstompt.«
Frederik de Grote, koning van Pruisen (1740-86)

»Ik heb geen relatie met de jacht en er ook geen plezier in.«
Gerhard Schröder, vroegere Bondskanselier van Duitsland (1944-)

Dat zeggen grote geesten:
... over dierproeven

Wie dieren kwelt, is onbezield – en het ontbreekt hem aan Gods goede Geest.

Al zou hij er nog zo voornaam uitzien – men zou hem nooit moeten vertrouwen.«
Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832

»Vivisectie is volgens mijn mening de zwartste van alle zware misdaden, waaraan de mens zich tegenwoordig tegenover God en Zijn schepping schuldig maakt. Liever afstand doen van het leven dan het met het kwellen van voelende schepselen te behouden.«
Mahatma Gandhi, leider van de Indiase onafhankelijkheidsbeweging, Nobelprijs 1913 (1869-1948)

»Vivisectie is de grootste en gemeenste cultuurschande van de tegenwoordige tijd, zij is moreel en intellectueel volledig gelijk te stellen met de waanzin van de heksenprocessen, en geen enkel volk, dat dit duldt heeft het recht, zich een cultuurvolk te noemen.«
Manfred Kyber, auteur (1880-1933)

»Nooit is de dierenwereld als geheel rechtelozer geweest dan in onze tijd. In waarheid staat zij voor de totale vernietiging, de uitroeiing. En onze religie, de christelijke, heeft bijna niets gedaan, om het dier als schepsel te achten ... Een wetenschap, die het zich veroorlooft, dat tot de vaststelling van allang bekende of niet bruikbare feiten, steeds opnieuw, dagelijks, jaar in, jaar uit, dieren met duizenden, met miljoenen levend opengesneden worden, ongeacht de kwellingen van zulke slachtoffers, een wetenschap, die voor geen enkel experiment met levende wezens terugschrikt, heeft als geheel de pretentie verspeeld, als zuiver, als schuldloos te gelden ... Zou de evolutie alles moeten verwerpen en de mens niet? – Dat kan men een ander wijsmaken. Met de vernietiging van de dierenwereld wordt het oordeel over de mensen geveld – onherroepelijk.«
Hans Henny Jahnn, auteur (1894-1959)

»Verantwoording, zegt Hans Jonas, betekent, dat ons iets is toevertrouwd. De natuur hoort daarbij. Wat wij haar aandoen, doen wij onszelf aan. In dierproeven ligt een verachting van de schepping; houdt daarmee op.«
Siegfried Lenz, auteur, Vredesprijs van de Duitse boekhandel 1988 (*1926)

»De zedelijke overtuiging van onze tijd verafschuwt de vivisectie als een praktijk, die met het openlijke morele gevoel van een geciviliseerde maatschappij in schreinende tegenspraak staat. Zij ziet in deze geraffineerd wrede experimenten met talloze, met een zielsvermogen, bewustzijn en pijngevoel begaafde wezens, een openbare misdaad tegen de boven alle gebruik staande geboden van christelijke en menselijke barmhartigheid en een schande voor de wetenschap zelf.«
Franz Liszt, componist (1811-1886)

»Tegenwoordig houdt elke kwakzalver zich voor bevoegd, in zijn martelkamer de gruwelijkste dierenmishandeling te bedrijven, om over problemen te beslissen, wier oplossing allang in boeken staat.
Konden toch alle levende wezens vrij zijn van pijn!
Medelijden is de basis voor moraal.«
Arthur Schopenhauer, filosoof (1788-1860)

»Wie er niet voor terugschrikt dierproeven te doen, zal ook niet aarzelen daar leugens over te verspreiden.«
George Bernhard Shaw, Engels auteur, Nobelprijs voor literatuur 1925 (1856-1950)

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum