UNIVERSELLES LEBEN e.V. – 7. December 2013, 15:36
URL: http://www.universelles-leben.org/cms/?id=79&L=8


De moord op de dieren
is de dood van de mensen

Deze brochure is ook
als luisterboek verkrijgbaar! (Niet in het Nederlands)
Het luisterboek bestellen
of een proef beluisteren
kunt u bij Verlag DAS WORT.

UITTREKSELS:

Nu is het zoals het is; de mens lijdt schipbreuk door zijn eigen gedrag tegen de wet van het leven. Duizenden jaren lang waren de uitwassen van de menselijke verdorvenheid ten hemelschreiend. Nu komen ze tot uitwerking. De oogst laat de kenmerken van het zaad duidelijk zien.
Zo menigeen denkt: »Er bestaat geen God. Als er een almachtige en wijze hemelse Vader zou zijn, dan zou Hij hetgeen er momenteel allemaal aan negatiefs in de wereld gebeurt, niet toelaten.« Misschien heeft de kerkelijke overheid in het geheim dezelfde mening. De kerk scheept de waarheidszoekers hardnekkig af met het probate kerkelijke smoesje: »God laat niet in Zijn geheimen schouwen«.

Wat er echter met de dieren en de natuurrijken gebeurt, is geen geheim meer. Het is duidelijk, dat de mens de veroorzaker is van deze gruwelijkheden. En de mens zegt: »Waarom grijpt God niet in? Waarom helpt Hij niet?«
Wie zou God moeten helpen? Moet Hij de dieren en de natuur meer levenskracht geven, opdat ze de martelingen beter doorstaan en nog radicaler kunnen worden uitgebuit, uit winstbejag kunnen worden geslacht en vermoord? Daarmee zou Hij de »vorst van de wreedheid« helpen, die van de aarde een tranendal maakte. - Of moet God de mensheid ombrengen, net zoals de mens het met de dieren doet? In elk geval zouden de dieren dan met rust worden gelaten door de mensen! - Of moet God het menselijke organisme versterken, opdat dit nog meer onwetmatig voedsel en genotmiddelen, ziekteverwekkers, gif, genetisch gemanipuleerde substanties en de straling van de menselijke verdorvenheid zonder schade aankan? Moet Hij dus de aanhangers van de vorst van de onderwereld in hun van God verwijderde en goddeloze manier van doen ondersteunen? - Daarbij stelt zich de vraag: wie is niet zijn aanhanger?

Wie in de kerk aan de preek over de geheimen van God gelooft, heeft gekozen. Hij heeft echter niet God gekozen, want God spreekt tot de mensen vanaf het begin van de mensheid.
God, de Geest van de oneindigheid, sprak steeds opnieuw door spreekbuizen tot de mensen. Hij sprak tot alle generaties. Hij openbaarde Zich door verlichte mannen en vrouwen en door profeten. Door Mozes gaf God, de Eeuwige, de mensen de Tien Geboden. Tweeduizend jaar geleden zond Hij Zijn zoon, Jezus, de Christus, naar de aarde, die ons de Bergrede leerde. God, de Almachtige, liet ons mensen niet zonder Zijn woord. Te allen tijde in de geschiedenis van de mensheid hoorde men steeds weer: »En God sprak ...«
In de terugliggende tweeduizend jaar openbaarde en openbaart Zich ook Jezus, de Christus, de Verlosser van alle zielen en mensen. Maar te allen tijde luisterde de massa niet naar het directe woord van God. Veel mensen, ook degenen, die zich christenen noemen, gedragen zich momenteel nog zo als in het heidendom. Zij geloofden en geloven, wat de priesterkaste verkondigde en verkondigt en de wetenschap voor waarheid laat doorgaan. Zoals in het heidendom bonden en binden mensen zich aan rituelen en erediensten, in de mening, dat de kerkelijke traditie het leven zou zijn.
   Jezus leerde de mensen geen traditie, omdat dat starheid en achteruitgang betekent. God is evolutie, die de mens bereikt door de vervulling van de wetten van God. In de gelijkenis van de talenten hebben we het bewijs, dat God evolutie is en niet traditie.
   Het is als met een man, die op reis ging: hij riep zijn dienaars en vertrouwde hen zijn vermogen toe. De een gaf hij vijf talenten zilvergeld, een ander twee, weer een ander een, ieder volgens zijn capaciteiten. Toen ging hij op reis.
   Direct begon de dienaar, die vijf talenten had gekregen er zaken mee te doen en hij won er nog vijf bij. Ook degene, die er twee gekregen had, won er twee bij. Degene echter, die het ene talent had gekregen, groef een gat in de grond en verstopte het geld van zijn heer.
    Na lange tijd kwam de heer terug om van de dienaars rekenschap te verlangen. Toen kwam degene, die vijf talenten had gekregen, bracht er nog vijf mee en zei: heer, vijf talenten heb je mij gegeven; zie hier, ik heb er nog vijf bijgewonnen. Zijn heer zei tot hem: zeer goed, je bent een bekwame en trouwe dienaar. In het kleine ben je een trouwe beheerder geweest, ik wil je een grote opdracht geven. Kom, neem deel aan de vreugde van je heer!
   Toen kwam de dienaar, die twee talenten had gekregen, en zei: heer, je hebt mij twee talenten gegeven; zie hier, ik heb er nog twee bijgewonnen. Zijn heer zei tot hem: zeer goed, je bent een bekwame en trouwe dienaar. In het kleine ben je een goede beheerder geweest, ik wil je een grote opdracht geven. Kom, neem deel aan de vreugde van je heer!
    Tenslotte kwam ook de dienaar, die het ene talent had gekregen, en zei: heer, ik wist, dat je een strenge man bent; jij oogst, waar je niet gezaaid hebt en verzamelt, waar je niet uitgestrooid hebt; omdat ik bang was, heb ik het geld in de grond gestopt. Hier heb je het terug. Zijn heer antwoordde hem: jij bent een slechte en luie dienaar! Je hebt toch geweten, dat ik oogst, waar ik niet gezaaid heb en verzamel, waar ik niet uitgestrooid heb. Had mijn geld tenminste naar de bank gebracht, dan zou ik het bij mijn terugkeer met rente terug hebben gekregen.
   Neemt hem daarom het talent af en geeft het degene, die de tien talenten heeft! Want aan degene, die bezit wordt gegeven en hij zal in overvloed bezitten; wie echter niets heeft, hem wordt ook nog afgenomen, wat hij bezit. Werpt de waardeloze dienaar in de uiterste duisternis! Daar zal hij huilen en met de tanden knarsen.

De instituties kerk en hun gelovigen hebben niet alleen een talent begraven, doch alle talenten, die God, de Eeuwige, en Zijn zoon, Jezus, de Christus, de mensheid hebben geschonken. En allen, die tot de institutie kerk behoren, die in de stroom van de traditie meegezwommen zijn, dachten en handelden net zo als de kerkelijke eerwaarden, want deze volgden zij na.
    Met het oog op de huidige situatie kan worden gezegd: zowel het machtssysteem kerk, dat vastgelopen is in zijn traditie, alsook de kerkelijke gelovigen, de staat, die de kerkelijke overheid de hielen likt, en de wetenschap, die het leven manipuleert – zij allen hebben gefaald. Tweeduizend jaar na Christus is het duidelijk, dat het niets gebracht heeft, wat de drie machtige wereld- en traditiegebonden „verkondigingsengelen“ kerk, wetenschap en staat als waarheid hebben geopenbaard.
    Hoe ziet de balans er uit? – Onder de mensen is onvrede, leugen, bedrog, geweld, strijd, angst en vertwijfeling. Allerlei onheil en ellende grijpt om zich heen. In, op en boven de aarde is niets meer zoals God het eens de mensen heeft gegeven. Egoïsme, willekeur, begeerte en meedogenloosheid hebben de natuur geschonden, vervuild, verwoest, vergiftigd, gekweld en vermoord.
    Het navigatiesysteem van de vogels, de vissen en alle dieren van de zeeën, rivieren en meren is door de invloed van de mensen gestoord. Zeeën en andere wateren, gevuld met allerlei vuilnis, afval, onraad en chemicaliën, met olie verpest en overbevist, zijn beerputten geworden, waarin het leven sterft. De dieren in en op de aarde lijden, lijden en gaan erbarmelijk ten gronde door de beestachtige machtswellusteling mens, die heel geleidelijk zelf door zijn egowaan stikt.
    Hij neemt hen de waardigheid af, die hij bij zichzelf voor onaantastbaar houdt, door hen met gruwelijke dierproeven te vernederen; hij neemt hen het recht af van vrije ontwikkeling, die hij voor zichzelf in aanspraak neemt, door hen in de nauwe kooien en omheiningen van de bio-industrie voor de geïndustrialiseerde vleesproductie te kwellen; hij neemt hen het recht op een familie af door de koeien de kalfjes weg te nemen; en vooral neemt hij hen het recht op leven af, door hen zonder bedenken te slachten, ofschoon inmiddels bewezen is, dat vlees voor een gezonde voeding in geen geval bevorderlijk is, maar eerder schadelijk.
    Ofschoon de mens en zijn werken de ondergang tegemoetgaan, is hij nog altijd van mening, dat hij zijn aanspraak op macht ten opzichte van alles, waarvan hij denkt, dat het beneden hem staat, moet laten gelden.   

In de laatste 25 jaar vermaant de Godsgeest de mensheid opnieuw door Zijn spreekbuis, die Hij, de Al-Ene, Zijn profetes en verkondigster noemt. Hij roept de mensen op tot inzicht en ommekeer. Jezus, de Christus, leerde de mensen via het profetische woord de weg tot Hem, die het leven in God, de Eeuwige, is. Hij sprak over de reiniging van de zintuigen en hartstochten, waarbij hij ook het eten van vlees aan de kaak stelde en de mensen opriep om de vleesconsumptie langzaamaan af te bouwen. „Langzaamaan“ betekent, heel geleidelijk de zintuigen te reinigen door de toepassing van de Tien Geboden en Zijn Bergrede.
    Christus sprak echter ook in duidelijke woorden over de apocalyps, die over de mensheid zal losbreken, als ze het leven, dat Hij is, veracht, doordat de mens verder dieren, die de kleine broeders en zusters van de mens zijn, kwelt, mishandelt, slacht en consumeert, om de verruwde zintuigen te bevredigen.    

In de tegenwoordige tijd is Gods woord voor ieder mens op de hele aarde vrij toegankelijk, want de Geest Gods is op de hele aarde te beluisteren. Sinds vele jaren stroomt Zijn openbaringswoord via veel radiozenders en tv-kanalen de wereld in. Veel boeken en cassettes, die in vele talen werden vertaald, zijn in alle landen van deze aarde verkrijgbaar. Ook in internet kan Zijn boodschap worden gelezen. Zoals te allen tijde, waarin God door profeten sprak, erkennen veel mensen de waarheid, doch het uithoudingsvermogen om Hem, Jezus, de Christus, na te volgen, laat te wensen over.
   Veel mensen kennen de uitspraak: „Wie niet horen wil, moet voelen.“

Ongeveer een jaar, voordat het desastreuze gedrag, het doden van honderdduizenden dieren, begon, omdat ze BSE hadden en mond- en klauwzeer, sprak de Eeuwige, dat Hij de aarde met alle dieren en planten, die Hij de mensen eens toevertrouwd had, tot Zich heeft genomen en tot Zich heeft verheven. Dit gebeurde, omdat de mensheid duizenden jaren de natuur, planten, dieren en mineralen, het water, de lucht, dus de hele aarde, gemaltraiteerd, verontreinigd en op vele manieren heeft belast; omdat ze de dieren – daartoe horen ook de micro-organismen – op beestachtige wijze kwelt en doodt en zo de natuurwetten veracht en geen afstand neemt van het eten van dierkadavers. Zijn woorden luidden o.a.: Het is genoeg met de uitwassen van menselijke gemeenheid, met de misdaden aan de voedster der mensheid, aan moeder aarde!
   En God sprak (in 1999): De armzalige schepselen, die denken, dat ze de Schepper zouden kunnen overtroeven, zullen spoedig moeten inzien, dat moeder aarde hen niet meer gehoorzaamt. De aarde is nu van Mij en zal doen, wat Mijn wil is. Dat betekent, dat de oorzaken, de misdaden van de mensen aan moeder aarde, als gevolgen steeds sneller op hen zullen toekomen.*

*  Brochure Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren. Dein Reich kommt – Dein Wille geschieht. Bete und arbeite, blz. 11. (Niet in het Nederlands) Gratis verkrijgbaar bij: Gabriele-Stiftung, Max-Braunstr. 2, 97828 Marktheidenfeld.

 

 

 

[...]

Reeds in de 80er jaren hoorden wij van de Godsgeest, dat de aardas al een knik heeft.
Niet alleen onze planeet zal een ompoling beleven. De eeuw van de Geest komt met macht naderbij. Het rijk Gods op deze aarde zal alleen nog mensen van de Geest herbergen. Zij hebben hun ompolingen - de programma’s van egoïsme, het willen-zijn en willen-hebben - afgelegd. Zij geven in alles God de eer, leven en werken volgens Zijn wil. Zij vervullen de wet, God, in hun voelen, denken, spreken en handelen.

De catastrofen op de aarde zijn het spiegelbeeld van de catastrofe mens. Ook de elementaire krachten - vuur, water, aarde en lucht - gehoorzamen de mens niet meer. Zij schudden af, hetgeen de mens hen aan agressie, verwoesting, verontreiniging, aan materiële gebruiks- en uitbuitingsdenken heeft opgeladen. De mens wordt getroffen door de gevolgen van zijn eigen oorzaken.
Ook hebben we de laatste jaren veel vulkaanuitbarstingen en aardbevingen beleefd. Wat is de oorzaak? Weer ligt die bij de mens.
De aarde streeft naar verfijning; zij probeert uit alles, wat vergaat, iets nieuws te creëren. Zo ontstaan er uit fossielen van oerwouden olie en steenkool. Inplaats van de aarde te helpen, bijv. door bossen te reinigen en het hout produktief te maken, buiten we de aarde uit. We nemen de aardolie voor onze doeleinden, tot profijt van degenen, die het duur verkopen. Eveneens ontnemen we moeder aarde steenkool, mineralen, stenen en nog het een en ander meer.
Hoe zal een menselijk lichaam zich gedragen, waaruit men naar willekeur organen haalt, ofwel operatief verwijdert? - Dus hoeven we ons niet te verwonderen, dat de aarde beeft en rilt van de koorts.

Wereldwijd zijn epidemieën op komst. Ook ziekten, die men voor overwonnen hield, treden weer op. Ten dele met verwekkervarianten, die ten opzichte van de ter beschikking staande medicamenten resistent zijn.

- Honderdduizenden mensen alleen al in zuidoost-Azië, lopen jaarlijks malaria op. Een procent van hen sterft. Nu wordt de overbrenger van malaria, een mug, reeds in Europa en Noord-Amerika gesignaleerd.

- Veel epidemieën komen uit het dierenrijk, waarin de mens ingrijpt: BSE; griepvirussen van kippen en varkens uit Azië; aids door apen uit Afrika. De pest komt weer terug. In Rusland heerst een tuberculose-epidemie.

- Het uitsterven van rassen zet zich voort. Dagelijks sterven tot 130 dier- en plantensoorten uit.

    In deze tijd komt - door de instraling van het goddelijke licht, door de bond van God met de aarde en de dieren - alles in beweging, alles wordt openbaar. Wat de Geest Gods op aarde dient, wordt zichtbaar; eveneens ontmaskert zich het satanische. Het licht der waarheid brengt alles aan het licht, zowel in het grote als in het kleine, in het leven van ieder persoonlijk. Het tegenstrijdige, het antichristelijke, wordt herkend als dat, wat het is.
    De waanzin van de mens vond zijn uitdrukking in de runderwaanzin. Dierbeschermers wijzen erop, dat de dieren met subsidie worden gefokt. De belastingbetaler wordt dus in deze waanzin betrokken, of hij wil of niet. Dat is moreel en ethisch niet verantwoord!
    Nu wordt erover gelamenteerd, dat veel runderen wegens BSE worden gedood. Dat is schijnheilig. Waarom worden er zoveel runderen gehouden? Opdat men ze allengs opeet, om niet te zeggen: opvreet. Als men dieren houdt om ze te consumeren, is dat niet in overeenstemming met de waardigheid van de mens als kind Gods. Hier kan men alleen nog van »vreten« spreken.


    Overigens: ook als men dieren bij het eten observeert, komt automatisch de vraag op: »vreten« de dieren of vreten de mensen? Ik heb gezien, dat dieren eten.


    De onmens - een kadavervreter. En dat in meer opzichten, want wat in het diermeel, het voer voor dieren zat, tart elke beschrijving: afval uit slachthuizen, dierenartspraktijken en dierproevenlaboratoria; ook menselijke placenta’s werden er ooit bijgemengd; zelfs laboratoriumratten van de farma-industrie, die met kankerverwekkende chemicaliën werden ingespoten, eindigden in de voedertrog van de dieren, evenals gestrande potvissen, die volzaten met schadelijke stoffen zoals DDT en PCB. Eigenlijk hadden ze als gevaarlijk giftig afval opgeslagen moeten worden. Maar het gevaarlijke gif werd vermalen, verkocht en geperst en runderen en varkens voorgezet. Zo landde alles in de zondagse vleesschotel van de mensen. In het begin en aan het einde van de voedingsketen staan giftige kadavers. De mens - de kannibaal.

    Sommige mensen distantiëren zich nu van vlees. Het door ons gecreëerde afval verorberen we meestal toch nog via de voedingsketen. Onze excrementen, onze slakken en afvalproducten komen als zuiveringsslib op de velden. In ons eigen vuil zullen we stikken. Dan moet meneer de dokter helpen, die met dezelfde of soortgelijke versterkende middelen is besmet.
    Ook de velden lijden min of meer aan BSE, want ook zij zijn volgestopt met de dragersubstanties, die tot BSE hebben geleid.
    Het consumeren van onze medeschepselen wordt steeds gevaarlijker. Vleeseters, die afstand namen van rundsvlees, moesten vaststellen, dat ook varkensvlees niet meer zeker is, omdat hele kudden met antibiotica werden ingespoten. En wie over wilde gaan op vis, ervaarde uit Brussel, dat vissen uit de Noord- en Oostzee besmet zijn met dioxine. Ook op binnenlandse karpers en forellen kan men zich niet meer verlaten, want deze worden met hun dode soortgenoten uit de Noord- en Oostzee gevoerd. Tenslotte was ook de toevlucht tot het gevleugelte versperd: de geneeskundige dienst sloot zelfs bij ganzen en eenden een BSE-besmetting niet meer uit. Zelfs bij struisvogels, waartoe men overging te consumeren, ontdekte men onlangs dezelfde gaten in de hersenen als bij met BSE-besmette dieren. Steeds meer dieren weigeren zich over te geven aan de hebzucht van de mens.
    Maar de vleesverslaving is blijkbaar door niets te imponeren: omdat de vleeseters nu meer gevleugelte als rund- en varkensvlees eten, ontstaan overal grote kippe-mesterijen. De natuur- en dierenbeschermers slaan alarm. Wat zich in deze pluimveehouderijen, waarin tot 40.000 dieren in de meeste nauwe ruimten moeten leven, afspeelt, tart elke beschrijving: de dieren brengen elkaar uit agressie en angst wonden toe, om welke reden men hun snavels of teenkootjes afsnijdt. Vele worden ziek, waarom men tonnen antibiotica inzet. De dierenbescherming wordt met voeten getreden - maar wat kan het de verbruiker schelen, die met genot zijn gebraden haantje naar binnen werkt!

    Op een heel macabere wijze met het lot van de dieren verbonden zijn van oudsher de jagers:
    De jagers rechtvaardigen hun bloedige werk ermee, dat ze voor het evenwicht in de natuur moeten zorgen. Er zouden zogenaamd teveel dieren zijn of een diersoort zou anders de overhand kunnen nemen. Uit observaties in gebieden van de aarde, waar bijna geen mensen wonen, wordt dit echter niet bevestigd.
    Uit recente studies van ecologen ter plekke bleek, dat dieren beschikken over een innerlijk mechanisme ter regulering van de populatie. Zo heeft men bijv. bij olifanten vastgesteld, dat niet honger of dood beslissend zijn voor het groeipercentage, maar de flexibiliteit van de vrouwelijke dieren bij het begin van de geslachtsrijpheid. Dreigt er overbevolkering, dan gaat het geboortepercentage omlaag. Iets dergelijks heeft men bij herten, elanden, steenbokken en andere grote zoogdieren vastgesteld. Ook veel vogelsoorten houden zich, al naargelang de dichtheid van hun populatie, bij het broeden terug. Als er veel soortgenoten afgeschoten worden, komt de reserve van niet-broedende soortgenoten in actie, en er komen meer dieren bij dan er vóór de vogelmoord waren.
    Geen enkele soort vermeerdert zich in het wilde weg. De populatie wordt niet door strijd en dood van buitenaf beperkt, maar door een innerlijke maat.
    De jacht voor dit doel is dus niet alleen ondeugdelijk, maar ook volkomen onnodig. In de brochure »Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren« **lezen we, wat God, de alwijze en almachtige Schepper van het universum, daartoe te zeggen heeft: 
    De dieren in bos en veld hebben geen vaderland, want boosaardige rovers loeren op deze schepselen, om ze neer te schieten.
    Veel mensen hebben de onjuiste opvatting, dat ze het evenwicht in de natuur in stand zouden moeten houden. God sprak: Ik Ben het evenwicht in de hele oneindigheid en ook in de natuurrijken van de aarde. Ik heb geen gewichtige mensen nodig, die menen, het evenwicht in stand te moeten houden.

** Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren. (blz. 53)

    De mens hoeft zichzelf daarom niet tot een kunstmatige rover te maken, om »natuurlijke vijanden« te vervangen. Hij verstoort slechts de harmonie van de natuur, verscheurt de sociale verbinding der dieren, verstoort hun rustplaatsen en voedingsgebieden en veroorzaakt omvangrijke veranderingen in het natuurlijke ritme.
    Bij wilde zwijnen wordt bijv. als eerste op de zeug, die in de kudde een leidinggevende functie heeft, door jagers aangelegd en geschoten. Dat daardoor het sociale systeem van de dieren niet alleen gestoord, maar zelfs vernietigd wordt, kan de groenrok niets schelen. Daartoe een uitspraak van een professionele jager: De zeug leidt en organiseert. Wie haar doodt, vernietigt de sociale structuur van een hele roedel. Het afschieten van haar laat een ongeordende groep achter, die zonder oriëntatie een zwervend bestaan gaat leiden, zich ongecontroleerd vermeerdert en uiteindelijk schade op landbouwvelden aanricht. [SZ, 16.12.2000].
    Een bijzonder goed voorbeeld, waaraan we kunnen aflezen, hoe de jager »het evenwicht in de natuur in stand houdt«!

    Meer dan 300.000 jagers stichten in Duitsland jaarlijks onvrede, angst, stress, wanorde, leed en dood in bos en veld. 13.000 Tot 15.000 dieren worden dagelijks vanuit gemakkelijke kansels afgeknald of met vallen op gruwelijke wijze ter dood gebracht, deels onder onmetelijke pijnen, als ze ergens aangeschoten en gewond liggen of in klemmen spartelen, tot ze sterven. De dieren hebben geen schijn van kans om voor hun leven te lopen.
    Het woord »jacht«, zo vreselijk het is, wordt ook nog als vergoeilijking uitgelegd.

In werkelijkheid gaat het om de wellust van het doden. »Jagen is altijd een vorm van oorlog«, zei Goethe. »Jagen is een nevenvorm van menselijke geestesziekte«, stelde Theodor Heuß vast, de eerste president van de bondsrepubliek Duitsland, die als niet-jager met diplomaten op jacht moest gaan. »Van dierenmoord naar mensenmoord is slechts een kleine stap«, zei de Russische auteur Leo Tolstoj.


    Steeds meer mensen krijgen dit door. Enquêtes documenteren een groeiende afwijzing van de jacht. Meer dan de helft van de bevolking - tweederde van alle vrouwen - wijst de massamoord in de bossen af. 

Deze brochure is ook
als luisterboek verkrijgbaar! (Niet in het Nederlands)
Het luisterboek bestellen
of een proef beluisteren
kunt u bij Verlag DAS WORT.

[...]

    Het blad »Das Weisse Pferd« vat een paar van dergelijke voorvallen als volgt samen:
    Een serie ongevallen. Ook jagers leven gevaarlijk.
    De heropening van de hertenjacht van dit jaar in de Verenigde Staten werd een fiasco. Want dit keer behoorden - naast duizenden herten - ook negen jagers tot de doden.
    In de staat New York werden twee jagers voor dieren gehouden en neergeschoten. Een jager kreeg van de schrik een hartinfarct, een vierde viel van de kansel en brak zijn nek. In Wisconsin werd eveneens een jager doodgeschoten, vier jagers kregen dodelijke hartinfarcten.
    In de staat New York had de overheid op grond van het toenemend aantal herten de jagers opgeroepen, zoveel mogelijk dieren af te schieten.
    Ook in Nieuw Zeeland had een jager een jachtongeval - door zijn hond. Toen hij net een aangeschoten wild zwijn wilde doodsteken, sprong zijn hond op het op de grond liggende geweer. Het was geladen en niet gezekerd, de kogel trof de jager in het been. Hij sleepte zich naar een straat en moest daar zes uur wachten, voor hij gevonden werd. Wat er met het aangeschoten wilde zwijn gebeurde, werd in de pers niet vermeld.
    Commentaar van de redactie: Wat een mens de dieren aandoet, komt op hem terug. Dat is reeds lang bekend. Nieuw is hoogstens, dat de uitwerking zo snel kan intreden.
    Zou het kunnen zijn, dat wij hier te doen hebben met de wetmatigheid zenden en ontvangen, met de causaliteitswet? De wet van zaad en oogst heeft een geweer, dat beter treft dan elke jager!

    Sedert enkele jaren komt het »gemakkelijke jagen« weer meer en meer in de mode. Men creëert omheiningen, zogenaamde jachtterreinen, waarin men bijv. wilde zwijnen houdt, verzorgt en zich laat vermeerderen. Men mest ze zelfs met goed voer.
    280 Hectare meet Cloppenburgs jachtterrein, een oppervlakte, die hoogstens 15 wilde zwijnen zou kunnen voeden, waarop hij echter minstens 300 dieren hield. Wie daar ging wandelen, had een grote kans tamme „wilde” zwijnen aan te treffen. Enkele zwijnen waren in het nabij gelegen Niersbach zelfs met naam bekend, zoals de zeug Rita, van wie in de volksmond bekend was, dat ze graag »van gezinnen met kinderen brood en appels« bedelde. Een mannelijk everzwijn, zo vertelt men in het dorp, zou zelfs getracht hebben, zijn jagers te lijf te gaan om voer te krijgen ... ...
    Tot 31 october van verleden jaar hadden zij een gezellig bestaan gehad in een zogenaamd jachtterrein van de Düsseldorfer Ulf Cloppenburg - niet vermoedend, voor welk doel ze gehouden en gemest werden ... [DIE ZEIT, 22.4.1999]
    Duitslands bekendste jager, Constantin Freiherr von Heeremann, houdt het voor moreel onberispelijk, om voor plezier op tamme wilde zwijnen te schieten. »Hier is normaal gejaagd. Hier is jachtgerecht gejaagd.«, verzekert hij. - Jachtgerecht, zo verklaarde hij bij de bondsjagerdag, is een jacht, »waarbij eerbied en achting voor het leven belangrijk zijn«.

   

Dat is werkelijk het toppunt! Hier klopt toch iets niet, zegt de onervaren, met gezond mensenverstand begaafde tijdgenoot ...


    Over »eerbied en achting voor het leven« kan ook het volgende citaat uit het reeds genoemde artikel in DIE ZEIT opheldering geven:

    Oorspronkelijk zijn jachtterreinen een voorname verworvenheid, die vooral in de 16e eeuw zeer in de mode was. Enerzijds zouden zij het aantal treffers van de adelijke jagers verhogen, anderzijds de velden van de boeren voor wild en wilde jachten beschermen. Momenteel wordt het voor jagers, die in het bezit zijn van zo’n jachtterrein, makkelijker, om zonder moeite of lang op de uitkijk te zitten, tussen twee zakentermijnen door te kunnen gaan jagen. De jachtbladen wemelen van advertenties. »100 Procent jachtsucces! Authentiek wildterrein in het Beierse woud verleent afschot van sika-, dam-, rood-, en moeflonwild. Afzondering geldt in het terreinjagersmilieu absoluut als verkoopargument: zo kan men »verborgen en heimelijk, afgeschermd van de blikken van het publiek« de »meest opwindende jachturen van het jaar op edelherten in alle sterkteklassen alsmede authentieke [mannelijke] everzwijnen« beleven, zo maakt iemand uit Allgau reclame voor zijn jachtterrein.

    Overigens: beslist niet al deze jachtterreinen zijn zo chic en groot als dat van Ulf Cloppenburg, waarvan reeds sprake was. De kleinsten zijn maar net 75 hectare groot, schrijft DIE ZEIT.
    Terecht kan daartoe worden gezegd: het voorname bezit, de jachtterreinen, zijn er, om dieren achterbaks te vermoorden. Een raad aan alle vegetariërs en aan degenen, die op weg zijn, vegetariër te worden en die zich niet tot de voorname heren rekenen, die hun »gelukkige jacht« nodig hebben en de jagersdank o.a. in het dierkannibalisme zien en beleven. Laat hen hun jagersdank in het dierkannibalisme! Volgens de wet »op elke actie volgt een reactie« of »op elke oorzaak volgt de overeenkomstige uitwerking« doorlijden mensen, die dieren achterbaks doden, hun »moreel-ethische« dood. De moord op de dieren is de dood van de mensen.
    Op deze wijze kan de feodale heerschappij van de mens ook uitsterven, zodat op aarde langzamerhand vrijheid en broederlijkheid ontstaan, ook ten opzichte van de dieren, die de kleine broeders en zusters zijn van de mens.
    Het gedrag van veel jagers, die dieren aan voedertroggen voor hun kansels verzamelen, herinnert aan een scene uit de met een prijs gekroonde film »Schindlers Liste«. In deze film maakt de commandant van een concentratiekamp er een sport van, reeds in de vroege morgen op het balkon van zijn huis te gaan staan, dat boven het uitgestrekte concentratiekamp als een kansel uitstak. Door de richtkijker van zijn jachtgeweer koos hij dan in alle rust een of meerdere gevangenen uit, die hij telkens met een enkel schot neerschoot.
    Men kan de slachtoffers in de concentratiekampen niet met dierslachtoffers in de bossen vergelijken en de concentratiekampopzichters niet met jagers - maar de manier van moorden en de lust daaraan zijn van macabere gelijkenis. In de genoemde film zijn de slachtoffers onvoorwaardelijk overgeleverd aan de moordenaar, de moordenaar doet zich voor als heer over leven en dood. Zijn recht om te moorden liet zich de stramme precisieschutter door niemand betwisten; de staatsmacht stond achter hem, tot hij tenslotte later toch zelf aan de galg eindigde.
    Niemand moet denken, dat dit voorbij is. Dit scenario ten opzichte van de dieren duurt voort en heeft zijn gevolgen. Wanneer zullen deze de momenteel levende mensen treffen? Want wat wij hebben gezaaid, zullen we ook oogsten. Met de dier-epidemieën is het al begonnen.
    Het agressiepotentieel, dat - zoals de [Duitse] geschiedenis van de laatste 100 jaren aantoont - altijd latent aanwezig was, kan men, zoals verondersteld wordt, zonder eigen risico en ongestraft, alleen nog aan argeloze en weerloze dieren uitleven.
    Het is beslist geen toeval, dat er in gedeelten van Duitsland, bijv. in Unterfranken, grote schiettorens worden opgesteld voor het uitleven van het agressiepotentieel, die er uitzien als getrouwe kopieën van de wachttorens uit de concentratiekampen. Zulke schiettorens worden met voorkeur aan de grens van het naburige jachtgebied opgesteld, opdat vooral geen enkel dier levend over de grens kan lopen. Zo gauw een arm schepsel ook maar de kop over deze grens steekt, wordt het, met gebruik van de richtkijker, zonder erbarmen afgeknald.
    Veel mensen kijken bij het doen en laten van dit brutale slag mensen onverschillig toe, zoals het ook in de film Schindlers Liste de meeste mensen deden, toen hun medemensen werden vervolgd en vermoord. Tegenwoordig ondersteunen partijen, die prat gaan op het woord »christelijk« in hun naam, het gemene dodingspotentieel, doordat zij het streven, de dierenbescherming in het constitutioneel recht te verankeren en de legale lustmoord te beperken, succesvol tenietdoen.
    Maar zoals de fabrikant Schindler in de genoemde film tegen de macht van de heersers in veel mensen, wier namen hij op een lijst noteerde, door persoonlijke inzet onder groot risico redde, bestaat er momenteel voor natuur en dieren hoop. »De Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren«, een gestadig groeiend hulpwerk, heeft zich ten doel gesteld, de dieren levensruimte te geven en hen te redden voor de vervolging door verruwde en gewetenloze mensen. Dit hulpwerk staat reeds enkele honderd hectare land ter beschikking, waarop niet de brutaliteit van de mensen, maar de achting voor alle schepselen van God de maatstaf van handelen is.

    De moord op de dieren is voor menigeen niet genoeg. Juist de feodale heren nemen o.a. de dieren hun levensruimte af. Zij dwingen hen, zoals gezegd, in nauwe terreinen en verkondigen luidkeels, dat er teveel dieren zouden zijn, de schade aan bos en veld zou enorm zijn. Daarom - menen ze - moeten dieren worden afgeknald, van schieten kan men hier niet meer spreken.
    Geeft de dieren de levensruimte, die hen toekomt, dan kan de moord op de dieren geleidelijk aan ophouden en er zou nauwelijks meer schade aan bos en natuur zijn.
    In de nauwe levensruimte is er niet genoeg voedsel. De feodale heren weten natuurlijk niet, dat honger vertwijfeld maakt en niet veroorlooft kieskeurig te zijn. Zo is het ook bij de dieren; ze hebben honger en eten daarom alles, wat ze kunnen krijgen.
    In wildparken zijn de dieren in een nog nauwere levensruimte geperst, maar slechts zo lang, tot de feodale heren hen van kant maken.
    Wie het aan de feodale heerschappij wil overlaten, zich te gronde te richten, wordt of blijft vegetariër. Beste medemensen: eet geen vlees meer, laat dat over aan de feodale heren, als ze dat willen! Als dan geleidelijk de Kreuzfeld-Jakob-ziekte uitbreekt, kunnen ze zich, indien mogelijk, wederkerig verplegen en eventueel de priesters oproepen tot gebed, in zoverre deze niet zelf al aan de gevolgen van de gebraden kalkoen lijden.
    De jagers zouden jachtopzieners moeten zijn, beschermers van de natuur en de dieren, maar zij zijn opjagers geworden, die de dieren drijven, opjagen, druk op hen uitoefenen en afknallen, waar ze ze ook maar tegenkomen.

    Een woord van Christus uit Zijn openbaringswerk »Dit is Mijn woord«***:
   

Wee de jagers en wee degenen, die naar vleesvoeding verlangen! Zowel de jagers als degenen, die als kannibalen het vlees van dieren verslinden, zullen met de pijn, het leed en de smart van de dieren gepijnigd en gejaagd worden. Hetzelfde geldt voor degenen, die het planten- en mineraalrijk schenden. Ook zij zullen door hun wandaden lijden. Wat de mens zaait, zal hij oogsten. [Deel 1 - blz. 108]

***»Dit is Mijn woord. A en Ω. Het evangelie van Jezus. De Christusopenbaring, die inmiddels de ware christenen over de hele wereld kennen«. In drie delen. Verlag DAS WORT, Max Braun-Straße 2, 97828 Marktheidenfeld. Tel. 0049/9391/504-135, fax 504-133.

    Als jagers al een genre zijn met een zeer eigenaardige, ofwel gestoorde mentaliteit, dan zal men wel benieuwd zijn, wat er voor den dag komt, als priesters, pastoors - of andere hoogwaardigheidsbekleders van de zich christelijk noemende kerk - zich met het thema jacht bezighouden.
    In internet stond te lezen:
    Pastor wenst via internet »Horrido en jagersheil«. Een evangelisch-lutherse dominee uit Lüchow, theoloog en langjarig jager, biedt tips aan voor Hubertusmissen.
    Slechts enkele van zijn uitspraken:

[...]

    Deze korte inzage is voldoende.

Wij begrijpen nu wel, waarom God sprak: Het is genoeg! De maat is vol.

    Men ziet, hoe flexibel mannen van de kerk zich op de diverse eisen van het publieke leven instellen. Daarin hebben ze zich dan ook ongeveer 1700 jaar lang - of nog veel langer, als men de praktijken van het Oude Testament beschouwt - kunnen oefenen. Elke bijbelkundige weet: een groot deel van het Oude en Nieuwe Testament is vervalst - niet Gods woord. In het Oude Testament waren het vooral de priesters en de ambtenaren aan het hof, die hun voorstellingen in de loop der eeuwen neerschreven. In het Nieuwe Testament waren het niet de tijdgenoten van Jezus van Nazareth, die de »evangeliën« schreven; achter de naam »evangelisten« verbergen zich onbekende auteurs, die slechts van horen-zeggen iets wisten over de Nazarener en er wederom hun eigen »theologische« voorstellingen in integreerden.

    Jagen is nog altijd voornamelijk een mannenaangelegenheid. Ook in de katholieke kerk zijn hogere wijdingen alleen aan mannelijke theologen voorbehouden. Een gedachte daartoe om een bepaalde reden:
    Zouden de priesters en dergelijke »waardige dienaren van God« er niet van oudsher op belust zijn geweest, de kerk, het kerkelijke beheer, tot een mannenaangelegenheid te maken, zouden ze geen patriarchaat hebben bedreven, de macht in mannenhanden, zouden ze de vrouwen niet per se hebben willen uitsluiten, dan zou hun driftleven in elk geval enigermate in toom gebleven zijn en niet zo extreem zijn ontaard, als het nu weer eens aan het licht gekomen is.
    In het Oude Testament leefde men zijn dierlijke neigingen uit op onschuldige creaturen en ook tegenwoordig heeft men op het kwellen en moorden van dieren niets aan te merken. In de Middeleeuwen vermaakte zich zo menige klerikale wellusteling met het folteren en verbranden van ketters en vermeende heksen, tegenwoordig houdt men zich bezig als knapenschender - vergrijpt zich dus aan jongens, kloosterleerlingen en dergelijke - en verkracht nonnen.

    De mens, die dieren mishandelt en doodt, voelt vaak geen berouw meer. Zijn geweten, de ethisch-morele controle-instantie, is afgestompt. Eventueel zal hem pas door de wet van oorzaak en gevolg weer bewust worden, wat het betekent, ellende en pijn te moeten lijden.
    Het is gruwelijk te zien, hoe beestachtig mensen zich gedragen. Is er nog een sprankje hoop? Misschien zijn er hier of daar nog ’n paar verstandige mensen, die inzien, wat er op ons toekomt, die hun verstand gebruiken en meehelpen nog veel mensen van goede wil, te redden. Redden waarvoor? Voor het monster, dat zich als mens uitgeeft en zonder het verstand te gebruiken, een ongehoorde wereldwijde chaos teweegbrengt.

    Veel mensen kennen de wetmatigheid: »op elke actie volgt een reactie« of »aan elk gevolg ligt een oorzaak ten grondslag«. De Geest Gods sprak en spreekt van zaad en oogst. De oogst groeit altijd uit een overeenkomstig zaad. Omgekeerd betekent dat: uit het zaad kan men de betreffende oogst verwachten. - Op grond van deze eenvoudige en logische samenhangen kan men momenteel reeds de volgende ramp verwachten. Wie niet wil geloven, wat er overeenkomstig zaad en oogst op de mensheid afkomt, zal het ondervinden, want de tijd is rijp. De oogst is aan de gang.

    In het begin van de menswording gaf de Geest Gods de aarde aan de mensen. Inhoudelijk sprak Hij »Maakt de aarde aan jullie onderdanig«, wat echter niet wil zeggen, de aarde uit te buiten en alles, wat in haar, op en boven haar leeft, te kwellen, moedwillig te doden, de dieren kunstmatig te bevruchten, dieren te eten enzovoort.
    In de brochure »De profeet nr. 15, Dieren klagen - de profeet klaagt aan!«* lezen we, dat God Mozes en de toenmalige priesters het doden, offeren en eten van dieren zou hebben veroorloofd. Deze rituelen, die met dieren werden voltrokken, stammen echter niet van Gods woord door Zijn ware profeten. De toenmalige priesters hebben dat uitgevonden en het volk voorgespiegeld, dat het geboden of zelfs bevelen geweest zouden zijn van de ene en ware eeuwige God. Deze leugen werd overgeleverd en opgeschreven, zodat we bijv. in het 3e boek Mozes, Leviticus, nu nog lezen:
    Vervolgens liet hij [Mozes] de ene ram als brandoffer naar voren brengen. En Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier. Mozes slachtte het en sprenkelde het bloed rondom het altaar. Hij sneed de ram in stukken, waste de ingewanden en de poten met water, en verbrandde de kop, de stukken vlees en het vet, kortom de hele ram op het altaar; het was een brandoffer, een offergave met een kalmerende geur, een vuuroffer voor de Heer, zoals de Heer het Mozes had bevolen ...
    In de brochure »De profeet nr. 15, Dieren klagen - de profeet klaagt aan!« kun je o.a. verdere voorbeelden van vroegere klerikale verzinsels lezen, als je dat wilt.
 

    De verwerpelijke manier, waarop te allen tijde met dieren werd en wordt omgegaan, stamt uit de afgodendienst, waar mensen dieren hebben geofferd om de goden welgezind te stemmen en welgezind te houden. Door profeten van het Oude Testament sprak God zich tegen alle dierenoffers uit. Hij sprak bijv. door Jeremias:

Jullie brandoffers behagen Mij niet, jullie dierenoffers zijn Mij niet aangenaam [6,20], door Jesaja: Van de rammen, die jullie als offer verbranden, en het vet van jullie runderen heb Ik genoeg; van het bloed van de stieren, de lammeren en de bokken walg Ik [Jes 1,11], en door Hosea: Liefde wil Ik, geen dierenoffers, Godserkenning inplaats van brandoffers [6,6]. Verdere uitspraken met een dergelijke inhoud zijn o.a.: Jes 1,13; 1 Sam 15,22; Hos 8, 11-13; 3 Moz 5,21-27; Jer 7, 22-28; Mich 6, 6-8; Ps 50, 9-21. Deze berichten werden door de priesters bij hun bijbelvervalsingen blijkbaar over het hoofd gezien.


    Ook het slachten van dieren om deze te consumeren, is als het ware een dierenoffer.

    Jezus stelde elk geweld ten opzichte van dieren aan de kaak, ook het eten van dieren. Sommigen zullen nu tegenwerpen, dat Jezus ook vlees heeft gegeten en vis, dat ook vlees is. Vissen zou Hij zelfs vermeerderd hebben. Daartoe zegt de Christus Gods in Zijn grote openbaringswerk »Dit is Mijn woord. Alpha en Omega« het volgende:
    Noch door de apostelen, noch door de discipelen werd bevolen, om een lam te slachten. Maar zowel aan Mij, alsook aan de apostelen en discipelen, werden delen van een toebereid lam als gave van liefde gereikt. Onze naasten wilden ons daarmee een geschenk aanbieden, omdat zij niet beter wisten. Ik zegende de gave en begon het vlees tot Mij te nemen. Mijn apostelen en discipelen deden hetzelfde. Daarop stelden zij Mij de vraag: wij behoren toch afstand te nemen van het eten van vlees. Zo heb Je het ons bevolen. Nu heb Je zelf vlees gegeten.
    Ik onderwees de Mijnen: de mens behoort geen dier moedwillig te doden en ook niet het vlees van dieren te eten, die werden gedood voor het eten van hun vlees. Maar wanneer mensen, die nog onwetend zijn, vlees als voedsel hebben toebereid en het de gast als geschenk aanbieden en het hem bij het gastmaal aanreiken, dan behoort de gast de gave niet af te wijzen. Want het is een verschil, of de mens vlees eet uit begeerte of als dank aan de gastheer voor zijn moeite.
    De wetende zou echter, als het hem mogelijk is en de uiterlijke omstandigheden en de tijd het mogelijk maken, de gastheer algemene aanwijzingen moeten geven, hem echter niet trachten te beleren. Als de tijd rijp is, zal ook de gastheer deze algemene aanwijzingen begrijpen. [Deel 3 - blz. 113]
    Mijn discipelen brachten Mij broden en druiven ter vermenigvuldiging. Op die dag werden Mij ook dode vissen ter vermenigvuldiging aangereikt. Toen Ik deze dode substantie in Mijn handen nam, lichtte Ik de mensen in, zeggende, dat daaruit het krachtpotentiëel van de Vader, de hoge levenskracht grotendeels was geweken en Ik geen levende vissen zou scheppen, om hen daarna weer te laten doden.
    Ik verklaarde de mensen, dat het leven in alle levensvormen is en de mens deze niet moedwillig mag doden. De mensen, met name de kinderen, keken Mij droevig aan. Zij konden Mij niet begrijpen, want zij leefden grotendeels van vis en brood en weinig meer. Toen sprak Ik inhoudelijk tot hen: de energie van de aarde houdt de dode vissen nog bijeen. Zo zal Ik jullie uit de Geest van de Vader geen levende vissen schenken, maar uit de energie van de aarde voor jullie vissen scheppen, die dood zijn, dus arm aan vibratie. Zij zullen nooit leven dragen en kunnen niet gedood worden. Ik wil jullie laten zien, hoe het levende voedsel - brood en vruchten - smaakt, en in vergelijking daarmee dood voedsel.
    En Ik schiep voor hen vissen uit de energie van de aarde, die weinig geestsubstantie droegen. Ik gaf hen de dode vissen en gebood hen, tegelijkertijd ook brood en vruchten te eten, zodat zij het verschil zouden leren kennen tussen levend en dood voedsel, tussen hoogvibrerende en laagvibrerende kost.

    Trouwens: wie zich beroept op de uitspraak, dat Jezus ook vlees zou hebben gegeten en het daarom ook ons zou zijn toegestaan, zou ook - net zo consequent - volgens de geboden van God en de Bergrede van Jezus moeten leven, die Jezus onderwees en de mensen voorleefde.
    Wie zich dus legitiem beroept op vleeseten, omdat Jezus zogenaamd ook vlees at, zou ook verder zijn leven op de geboden Gods en de Bergrede van Jezus moeten afstemmen. Uitzonderingen maakt alleen hij, die schizofreen is.

    Is het voor ons normaal geworden, dat dieren voor ons mensen wegvluchten?
    Hebben we onszelf al eens de vraag gesteld, waarom vogels, muizen, reeën, hazen, eigenlijk alle dieren, voor ons weglopen?

Deze brochure is ook
als luisterboek verkrijgbaar! (Niet in het Nederlands)
Het luisterboek bestellen
of een proef beluisteren
kunt u bij Verlag DAS WORT.

Niet anders kan het zijn, als de bodem en de micro-organismen met herbiciden en pesticiden onthaald worden of met mest en gier. Ook de uitoefening van de jacht heeft naast de meetbare schade Ongeveer hetzelfde vergaat het ook onze gevederde dierenbroeders en -zusters: ganzen, eenden, kippen, kalkoenen, duiven, struisvogels tot zwaluwen toe. Ze worden allen onthoofd, van de ingewanden ontdaan, getrancheerd, gebraden, gegrild, gesmoord of gekookt en door het monster mens gegeten - of, als je wilt, gevreten.
    Een klein kuikentje, net uit het ei gekomen, met zijn tere dons en fijne stemmetje ontroert zo menigeen. Maar hoe gaat het met zo’n dierenkind, bijv. met een haantje?
    Als een moderne eierfabriek verzorgd wordt met toekomstige leghennen is hun lot meteen bezegeld. Ervaren vaklui selecteren handig alle mannelijke kuikens, die dan zo goedkoop mogelijk om het leven worden gebracht en de kadaververwerking worden toegevoerd. Ook is het mogelijk, dat ons haantje als levend voer voor dieren in dierentuinen eindigt. Of het wordt met vele anderen levend in een soort papiervernietiger in stukken gesneden, tot moes gemalen, om in fijngemalen vorm de broedbedrijven profijt te brengen.
    Misschien is het haantje echter ook bestemd om als gebraden haantje te worden verkocht en gegeten. Een mesthaantje leidt een troosteloos, lichtarm bestaan, dat niet als »leven« kan worden betiteld. Het uitgekiend houden van dieren, het fokken, waarmee gedragsverandering van de dieren bewust wordt bewerkstelligd, die ertoe dient een zo hoog mogelijk rendement te behalen, hoge medicamenteninzet en gebruikmaking van het resultaat van het gedragsonderzoek, maken het mogelijk, dat ons haantje en zijn lotgenoten reeds na 6 weken hun slachtgewicht hebben bereikt. Onthoofd en van de ingewanden ontdaan komt het panklaar in de handel. Een welkome streling van het gehemelte voor de een of andere medemens.
    Wat voelt, wat ervaart dit jonge wezen, voordat het - in elk geval gruwelijk en onnatuurlijk - sterft? Zijn angst, zijn pijn, zijn verdriet delen alle dieren rond om de aarde elkaar mee. En de informatie van dit leed en deze pijn komen in zijn lichaamssubstantie. De mens eet ze mee. Geleefd heeft dit haantje in zijn korte bestaan niet, alleen geleden.

    Ook planten mogen zich niet ontwikkelen, zoals de Schepper het voor hen heeft voorzien. Elke plant, klein of groot, is een vorm van leven. Zij voelt. Wat voelt zij, als ze uitgetrokken, weggeworpen en bewust gemaltraiteerd wordt? Bomen worden in het volle sap omgehakt; vruchten worden uit de aardbodem gerukt, plantaardige levensvormen met gif bespoten. Ook hier gaan de signalen duizenden en tienduizenden kilometers ver de wereld rond.
    De aarde is een oord van verschrikking geworden.

    Zou je dit alles met verstand en hart lezen en toch vlees blijven eten, dan hoef je je niet te verwonderen, als je op een dag lijdt onder hetgeen je mede veroorzaakt hebt. Omdat de wet van oorzaak en gevolg elke veroorzaker exact zijn aandeel toemeet, zal het jou ongeveer zo vergaan, als jij ertoe bijdroeg, dat dieren door het beest mens lijden. Want: wat je zaait, zul je oogsten. En: geen energie gaat ooit verloren.

    De Gabriele-Stiftung heeft zich voorgenomen, de dieren een tehuis te bieden, waar ze zonder angst kunnen leven en heel geleidelijk weer vertrouwen krijgen in de mensen, die hun medeschepselen liefhebben.

    In de afgelopen 25 jaar sprak de Godsgeest door Zijn spreekbuis ongeveer hetzelfde als Jezus tot Zijn discipelen. Enerzijds lichtte Hij de mensheid in over de verruwde menselijke zintuigen: de streling van het gehemelte werkt op de zintuigen in, verhogen de zinnelijke lusten en zetten aan tot vleesconsumptie. Anderzijds verklaarde Hij inhoudelijk: sommige zielen hebben in hun vele incarnaties, waarin ze als mens dieren jaagden en hun vlees aten, eventueel duizenden jaren lang het programma van vlees-eten opgeslagen. Daarom kunnen zij het niet van vandaag op morgen laten.

    Toen de Geest Gods de mensen de aarde met mineralen, planten en dieren toevertrouwde, deze dus onder de hoede van de mensen gaf, werd hen door God de wetten des levens bijgebracht, waarin ook de natuurwetten zijn besloten. God maande, de dieren, planten en mineralen volgens Zijn wetmatigheden van liefde en eenheid te behandelen en geen dier moedwillig te doden of te eten. De Christus-Gods leerde in Zijn Bergrede en ook in de laatste 25 jaar de weg tot verfijning van de zintuigen, opdat de mens geleidelijk het vlees-eten achterwege laat en tot zijn voeding maakt hetgeen de aarde hem bereidwillig schenkt. De vruchten der velden, graan, groente, fruit en kruiden, schenken dat, wat de mens nodig heeft, om zijn lichaam, dat een natuurlichaam is, op een natuurlijke wijze gezond te houden.
    God, de Eeuwige, keek vele jaren toe, hoe de mens Zijn vertrouwen misbruikte. Met oneindig geduld en goedheid vermaande Hij steeds opnieuw door verlichte mannen en vrouwen, door profeten en door Zijn zoon, Jezus, de Christus. In de laatste 25 jaar deed Hij het opnieuw en wees de weg, die terugleidt naar de eenheid.
    Zoals reeds gezegd, gaan Zijn boodschap en Zijn vermaningen via radio en televisie over de hele wereld. Ook wordt bijna 20 jaar het woord Gods en Zijn wil elke zondagmorgen in veel »plaatsen van oerchristelijke ontmoeting« telefonisch overgedragen en via de radio voor alle mensen toegankelijk gemaakt, die Gods wil willen erkennen. De door de goddelijke wereld geopenbaarde Innerlijke Weg, die de reiniging van de ziel en de reiniging van de zintuigen als centraal gedachtengoed bevat, wordt sinds 20 jaar onderwezen.   

[...]

    Een groot deel van de mensheid kan het niet schelen, dat de aarde uitgebuit wordt, dat dieren gekweld, op gruwelijke wijze dieronwaardig in stallen worden gehouden; dat ze de dierenkwellers en dierenmoordenaars voor velerlei doeleinden, ook voor dierproeven, moeten dienen; dat ze hun afgeslachte soortgenoten als diermeel moeten verteren; dat de dieren in de slachthuizen uit panische angst voor het vermoord-worden jammerlijk schreeuwen; dat het bodemleven, de micro-organismen, met mest en gier en dergelijke vernietigd, dat betekent, gedood worden, enzovoort. Velen weten, dat dit alles niet door God gewild is. En nog zwijgen zij en blijven passief.
    Ondanks alles moeten de porties vlees steeds groter en vooral goedkoper worden, de toebereiding steeds smaakvoller. De begeerte naar vlees en het vleselijke genot moet geactiveerd worden - de genotzucht, die onder andere haar neerslag vindt in tegennatuurlijke en perverse seksualiteit, kent geen grenzen meer.
    Omdat dat zo is, werden dieren massaproducten. In de natuurlijke afloop van verwekking en geboorte van de dieren, werd op verordening van de vorst van de onderwereld, ingegrepen. Het dient zijn doel, God en Zijn wetten, ook Zijn natuurwetten voor deze aarde, uit te schakelen. De mens heeft zich daardoor boven God, de Schepper van het leven, geplaatst.

    In de brochure »Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren«* zijn o.a. de volgende woorden van de Algeest, God, weergegeven. Hij sprak [1999]:
    De mensheid bereikt langzamerhand het hoogtepunt van haar negatieve handelwijze. De tegenstander is van mening, door ontaarde mensen, die in het leven ingrijpen en zich als schepper uitgeven, over Mij te kunnen triomferen. Hij heeft zich altijd al vergist. Ook deze keer zal hij zich vergissen, want nu is moeder aarde van Mij. [Blz. 12]

    Het tijdschrift »Das Friedensreich. Dein Reich kommt - Dein Wille geschieht. Bete und arbeite«*, dat een bijzondere bode is voor het leven, geeft inzicht in het werk van de Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren. Hierin lezen we het volgende:

 

Eerst sterft het dier ...

Dier-epidemieën in aantocht! - WAAROM?

   

Deze brochure is ook
als luisterboek verkrijgbaar! (Niet in het Nederlands)
Het luisterboek bestellen
of een proef beluisteren
kunt u bij Verlag DAS WORT.

[...]

Geen zielen voor »vleesproducten«

    Of is het helemaal geen werkelijk leven meer, dat hier gemanipuleerd en technisch als aan de lopende band wordt geproduceerd? Kan men bezielde levende wezens als celhopen behandelen en door omzeiling van de wetten van het natuurlijke driftleven in het leven dwingen, zonder de eenheid van lichaam en ziel der dieren te vernietigen? Wie zich bewust maakt, dat al het leven uit de kosmische eenheid in God komt, uit de Algeest, die alles in vrijheid doorstroomt en met Zijn schepperskracht bezielt, kan zich gemakkelijk voorstellen wat het betekent, als de mens door zulke fokmethoden de Schepper probeert uit te schakelen en zelf over natuur en dier probeert te heersen.
    Zoals wij dankzij de boodschap van Gabriële weten, breekt de mens daarmee uit de goddelijke levensstroom en zijn »schepselen« behoren niet meer tot het goddelijke energiecontingent voor de aarde, waarmee de materie bezield wordt. Dieren zijn op zich bezielde wezens. Al naargelang hun ontwikkelingsgraad worden zij, als lagere dieren, door een collectiefziel beademd, of zij hebben, zoals zoogdieren, afzonderlijke zielen, die met de betreffende diersoort in nauwe verbinding staan. De miljoenen runderen, die wij als »vleesproducten« in een kunstmatig »leven« dwingen, om hen mogelijk snel vet te mesten en te doden, beschikken niet meer over zulke zielen, maar zitten vast aan de energievelden van hun producenten, de dierenartsen en dierenfokkers en anderen, niet op de laatste plaats ook aan de »consumenten« van dierlijk leven. Een karmische verstrikking tussen mens en dier.

 

De kringloop van de dood stort in elkaar

[...]

Eerste stappen in de nieuwe tijd

    Daarom werd de mens, zoals reeds in het voornoemde tijdschrift vermeld, de heerschappij over de dieren afgenomen. Wat reeds lang werd aangekondigd, is nu geschied: God sloot een bond met de dieren, waaruit in samenwerking met geest- en natuurwezens een nieuwe aarde ontstaat - het vredesrijk, waarin de mensen onder elkaar en met de dieren in vrede leven. De eerste stap in deze nieuwe tijd kan iedereen doen, die volgens de ethiek leeft: wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet - de naasten noch de overnaasten, de dieren. Laten we hen in de ogen kijken en ons afvragen, hoe het hen vergaat in de massale stallen en in de slachthuizen, tot ze als steak op ons bord belanden.
    Leonardi da Vinci zei eens: »De tijd zal komen, waarin de mensen de moord op dieren net zo als een misdaad zullen beschouwen als de moord op mensen.« En de Christus-Gods-Geest openbaart nu: »De nieuwe tijd daagt, waarin de bloedige offers en de dierproeven zullen ophouden en ook het slachten en eten van dieren, want deze zijn de overnaasten van de mensen«. [»Dit is Mijn woord«, deel 2, blz. 31]


    Je hebt het goed gelezen: de dieren, die door menselijk ingrijpen in de natuurlijke en wetmatige afloop van de natuur werden geschapen - en dat zijn niet alleen runderen, maar ook varkens en andere diersoorten -, hebben geen deelzielen. Zij leven van de energie van al degenen, die zoiets uitvinden, die het uitvoeren, die ervan profiteren, alsook van degenen, die het beamen, inclusief de consumenten, dus de mensen, die deze wrede menselijke uitvinding mede ondersteunen, dieren als massawaar te creëren, om ze dan voor het vleesgenot te doden.
    Waarom is dat zo? Laten we ons bewust maken, dat enerzijds God, die het leven is, voor deze eigenmachtige, tegennatuurlijke handelwijze van de mens geen levenskracht schenkt. Anderzijds kan de mens geen levenskracht creëren. Hij ontvreemdt, hij steelt als het ware de substantie van het leven en maakt daaruit zijn scenario.
    Laten we ons dus bewust maken: mensen kunnen geen levenskracht uit zichzelf, de mens, voortbrengen, maar alleen - door de verwekking - lichamen voor het leven beschikbaar stellen. In het op natuurlijke wijze verwekte kind is een ziel, die in zich de levenskern God draagt. God is dan de drager van het leven in de ziel en ook de levensdrager van het fysieke lichaam.
    Hetzelfde geldt voor de natuurlijk bevruchting van de dieren of voor de natuurlijke bestuiving van planten. God is en blijft Schepper en zodoende het leven.
    Omdat geen mens levenskracht kan scheppen, werd de mens een dief. Hij wil zich van de door God geschonken levensenergie bedienen, om daaruit naar eigen goeddunken en voor zijn eigen doeleinden aardse lichamen te produceren.
    Het gevolg van deze aanmatigende onderneming was, dat God de aarde nu met alle levensvormen en alle levenskrachten tot Zich heeft genomen.
    Ik herhaal: de mens kreeg van God de vrije wil, omdat hij diep in zijn ziel de goddelijk-geestelijke wet van de vrijheid draagt. Omdat dit zo is, vertrouwde God de mensen de aarde toe. Hij gaf hen echter niet het recht, zich boven Hem te verheffen, de stromende levenskracht, die God zelf is, te ontvreemden, om daarmee te doen, wat de mens belieft.
    Nu beleven wij, wat het betekent, de substantie van het leven, die God is, naar zich toe te trekken en tot zijn dienst te willen maken. De kunstmatig verwekte dieren, die voor de massaproductie van vlees geslacht moeten worden, weigeren de dienst aan de mensen. Ze sterven liever en laten zich verbranden, dan voor de dief slachtoffer resp. buit te zijn.

    Laten we ons nog een keer bewust maken: alle mensen, die tot dit ongehoorde misdrijf bijdragen, zijn - of ze het willen of niet - leveranciers van hun persoonlijke levenskracht. Van hen stroomt levensenergie naar de dieren, die tegen de natuurwet werden geschapen. Hetzelfde geldt voor mensen, die bezig zijn te manipuleren met het erfgoed van de dieren, om ze te klonen. Wie ernaar streeft, mensen te klonen of dit op de een of andere wijze voorstaat, moet weten, dat ook gekloonde mensen geen ziel hebben en aan de levensenergie, de levensdraad van hun menselijke schepper en de gendonateur vastzitten.

    Onder de runderen, die bijv. met honderduizenden »worden opgeruimd«, als veterinair-medische maatregel of ter »ondersteuning van de vleesprijs«, worden verbrand, zijn er veel, die op natuurlijke wijze werden verwekt. Zij hebben deelzielen, die bij dit gebeuren oneindig lijden en ook worden beschadigd. Daarnaast staat het lichamelijke leed van miljoenen kunstmatig geproduceerde dieren.

    Dit alles is het werk der mensen en niet de wil van God!

    Toen God de mensen de aarde met alles, wat in en op en boven haar is, toevertrouwde, was er tussen God en de mensen geen afspraak, dat elke scrupuleuze ingreep in het leven geoorloofd zou zijn.
    De mens heeft voor niets achting meer, niet voor zijn naaste, de medemens, noch voor zijn overnaaste, de natuur en de dieren, noch voor zichzelf. Zijn driftleven is - bij de een meer, bij de ander minder - uit op vernietiging.
    Ook ten opzichte van de dieren in bos en veld houdt de hebzucht en de verdorvenheid van de mens niet op. Hij berooft ze van hun levensruimte. Veroorzaakt door het monster mens lijden de dieren in bos en veld onder bijna dezelfde ellende als de staldieren. Op de hele aarde zijn de dieren voor de mens niets anders dan koopwaar. Op alle continenten worden ze op de gruwelijkste en brutaalste manier behandeld, tot onvrijheid, afhankelijkheid en gevangenschap gedwongen, opgejaagd en afgeslacht - tot welbevinden van de mens.
    Wat gebeurt er op de velden? Het bodemleven wordt door kunstmest en door koemest en gier omgebracht. De bodem wordt uitgeput, om de winst te verhogen.
    De geïndustrialiseerde landbouw kan met haar »kunsten« de ruïneuze uittering van de losse teelaarde niet compenseren. De bodem doet daar niet meer aan mee.
    Door mest en gier wordt het gezonde evenwicht van het bodemleven vernietigd. Er komen ook ziekteverwekkende substanties als BSE-prionen in de grond, zoals afvalproducten van de dierlijke stofwisseling, ook de uitgescheiden resten van de psychofarmaca, antibiotica, anabolica, hormonen en andere medicamenten, die de dieren werden toegediend. Het aardrijk geeft de informatie van deze afwijkende stoffen aan de planten door. Als deze door dieren worden gegeten, bevindt de informatie zich weer in hun vlees. Via planten of via vlees komt deze afwijkende informatie tenslotte bij de mens en kunnen in zijn organisme het een en ander teweegbrengen.
    Een varkensfokkerij moet aantonen, dat zij een behoorlijke oppervlakte aan velden en weiden ter beschikking heeft, om de geproduceerde gier te lozen. Bij bijv. 700 varkens is ongeveer 50 hectare land noodzakelijk, dat op deze wijze systematisch vergiftigd wordt.
    In het tijdschrift »Das Friedensreich« lazen wij:
    À propos mest en gier: de shock van een plotselinge nitraatvergiftiging is voor planten en dieren [micro-organismen, hazen, reeën, vogels ...] nog altijd groot. Of zouden wij het leuk vinden, als iemand ons mest en gier op ons hoofd zou gieten?

    Ook de bossen, die het tehuis van veel dieren zijn, vallen ten offer aan het egoïsme en de onkunde van de mens. Meedogenloos worden de in het levenssap staande bomen omgehakt. Er wordt bewust wordt vuur gestookt, om door reusachtige bosbranden alles in as te leggen. Hoeveel dieren daarbij omkomen, wordt niet gevraagd - het winstbejag plaatst zich boven het leven.
    De mens vernietigt zijn levensbasis, de natuur. Zo vernietigt hij zichzelf.
    Reusachtige tropische wouden worden niets ontziend gerooid of afgebrand, om ze dan in plantages te veranderen. De dunne, mineraalstofarme humuslaag raakt meestal al in enkele jaren uitgeput. Een onvruchtbare woestijn blijft over.
    Door overbeweiding, verkeerde bewatering, door insectengif en chemische mest, door monoculturen en te zware machines maakt de mens steeds meer grond onvruchtbaar. De woestijnen groeien.
    172 Verdragsstaten beraden intussen onder leiding van de UN-woestijnsecretaris over mogelijkheden van hulp voor de betroffen landen. Een overeenkomst betreffende de wijze van handelen is reeds in 1996 in werking getreden. Toch is het nut daarvan twijfelachtig.
    Het omzetten ervan gaat ... slepend. De gedupeerde arme landen klagen over gebrek aan ondersteuning door de industrielanden. De laatste conferentie in Refice [Brazilië] in november 1999 eindigde met schamele resultaten en kibbelarij over de financiën. [Volksblad, 20.12.2000]
    »Gebrekkige ondersteuning« - men denkt alleen aan zichzelf. Men zou kunnen helpen, men doet het echter niet. Men is er toch niet zelf bij betrokken. Nog niet!

    BSE heeft de arrogantie, zelfzucht, onverschilligheid en de onkunde van de rijkere en klimatologisch bevoordeelde Europese industrielanden een kleine schok gegeven. In armere en minder bevoorrechte regio’s gaat het om leven of dood. »Das Friedensreich« schrijft over de »gevolgen van de BSE-waanzin«:
    Door de buitensporige vleesconsumptie in de industrielanden sterven al jarenlang in »minder ontwikkelde« landen de bossen, verhongeren de kleine boeren.
    De helft van de graanoogst op aarde wordt aan dieren gevoerd, die vervolgens de mens als vleesvoeding dienen. Zou de mens dit graan direct consumeren, dan zou de honger in de wereld op slag voorbij zijn.
    »Das Friedensreich« trekt daaruit de conclusie: De enige echte oplossing voor het BSE-probleem is, vegetariër te worden. [Uitgave 2/2001]

Vegetariër worden is derhalve geen privé en zuiver persoonlijke aangelegenheid meer ...

    God is het leven in Zijn levensvormen. Hij geeft ons Zijn kracht in onze voeding, in granen, vruchten, in groente, in fruit, in allerlei kruiden. Gaat de mens daar onachtzaam mee om, laat hij het moedwillig bederven, dan heeft hij dat te verantwoorden. De wet van zaad en oogst zal hem op een dag nadrukkelijk en voelbaar leren, hoe waardevol het is, wat de Schepper ons door moeder aarde schenkt.
    Hoeveel zwaarwegender zijn bijv. beslissingen, om een deel van het ter beschikking staande voedsel te vernietigen, om de prijs in stand te houden. Andere mensen laten wij verhongeren - en vragen om bijdragen, bijv. voor de derde wereld!

    Omdat God, de Schepper, die het leven is, de aarde tot zich genomen heeft, hebben dieren, planten en mineralen geen aanleiding meer, zich voor het dictaat van de mens en zijn willekeur te buigen, zijn wreedheid en zijn koude hart te verdragen. De aarde bevrijdt zich uit het knechtschap van vele duizenden jaren.
    Nu begint, wat de Heer, God, de Eeuwige, in »Dit is Mijn woord«, heeft neergelegd: De aarde staat op het punt zich te reinigen, doordat zij eerst alles afschudt, wat haar belet, hoger te vibreren. Daardoor biedt zij de mensen de mogelijkheid op haar te leven, zoals het met Mijn wil, mijn wet, overeenkomt. Deze machtige tijdsomwenteling is nu aangebroken. Ik, de Geest der waarheid, maak alles nieuw. [Deel 3, blz. 329]
    Nu zal dus Gods wil geschieden. De aarde, de dieren, planten en stenen zullen de mensen niet meer dienen.
    Dat betekent, dat ziekten zullen toenemen volgens de wet: wat de mens zaait, zal hij oogsten. Zoals het immuunsysteem der dieren beschadigd is, zal ook het imuunsysteem van de mensen zwakker worden. De wetmatigheid »op actie volgt reactie« brengt met zich mee, dat de actionist aan ziekten zal lijden, die de artsen niet kennen. En veel ziekten zullen door het verzwakte immuunsysteem niet meer kunnen worden genezen. Dat betekent wegkwijnen of een vroege dood. Wat wil zeggen: vroeger sterven door de zelfgeschapen oorzaken van de mens.
    In de Middeleeuwen laaiden de brandstapels op, waarop de dode lichamen verbrand werden van mensen, die de pest had weggerukt, of mensen werden op brandstapels gedood, die van de priesters de zegen ter verbranding ontvingen, omdat ze zogenaamd een verbond met de duivel hadden gesloten. In de huidige tijd stelt zich de vraag: hoe heet de duivel, waar de mensheid momenteel van bezeten is? Op het moment luidt de satan de verbranding van de dieren in - morgen zal hij zichzelf aansteken, want de huidige brandstapels voor dieren zullen morgen de brandstapels voor mensen zijn.
    De geschapen oorzaken, de misdaden aan de aarde, komen steeds meer tot uitwerking. BSE, mond- en klauwzeer, catastrofen en nog veel meer zijn het eerste begin. De epidemie mens heeft een vuur ontvlamd, dat niet meer te blussen is, tot de satan geen dienaren meer heeft en zich dan zelf zal oplossen.

    Er zijn ook in de wereld steeds personen geweest, die waarschuwden. Zo heeft de bekende milieukundige Dennis Meadows reeds 30 jaar geleden over het thema »Grenzen van de groei« een belangrijk verslag gepubliceerd. Eind 1999, toen er nog geen sprake was van het huidige BSE-schandaal, kwam hij tot de conclusie, dat zeer veel van hetgeen de mens de aarde heeft aangedaan, intussen niet meer terug te draaien is. De mens, zo Meadows, stuurt veeleer de aarde onvermijdelijk op een catastrofe toe.
    Interessant is, welke conclusies deze onderzoeker daaruit trekt: al is vanuit zijn zienswijze de wereldwijde catastrofe onvermijdelijk - een grondig omdenken is, hoe dan ook, noodzakelijk en voor de toekomst van de aarde en de mensen onvermijdelijk. Hij vereist een »nieuwe ethiek« en stelt voor, »men zou een nieuw model van alternatieve duurzame plannen moeten realiseren, die onze soort op deze planeet kunnen verenigen en leiden.«

    Veel mensen zijn nog horig aan de kerk en de wetenschap. In de laatste eeuwen hebben, zoals reeds gezegd, zowel kerk als wetenschap bewezen, dat zij niets weten. Wat gisteren geldigheid had, is vandaag ongeldig. Wat vandaag juist schijnt, is morgen achterhaald. Zo is het ook met BSE en mond- en klauwzeer en met hetgeen aan dieren werd getest en in het overeenkomstige resultaat tot uitdrukking komt. Ook de verontreinigde atmosfeer en de vernietiging van de beschermlaag van de aarde zijn oorzaken der mensen, die weer op hen zullen toekomen.
    Al met al: de wetenschap onderzoekt in troebel water. Wat zij vindt, is een reeds lang vermolmde strohalm, waaraan ze zich vastklampt en daaruit haar conclusies trekt, die zij dan als haar eigen wijsheid verkondigt. Haar uitvindingen zijn echter niet overtuigend.


    Wetenschap en kerk gaan in de voetsporen van degene, die zich wilde en wil opwerpen, God zelf te zijn. Daartoe bedienen ze zich van de energie van God, onder andere via de aan hen horige mensen.
    De kerk, die zich siert met de naam van de Christus Gods, zou de opdracht hebben gehad, te doen, wat Gods wil is en ertoe bij te dragen, dat Zijn wil geschiedt. Inplaats daarvan verboog en verminkte zij de leer van Jezus, veranderde deze veelal in het tegendeel, zette de gelovigen met een onjuiste leer onder druk, maakte hen tot hun gewillige werktuigen en veroorzaakte - direct en indirect - het verval van ethisch-morele waarden.
    De kerk leidde de innerlijke religie van de eenheid, die Jezus bracht, in de veruiterlijking en liet haar in dogma’s, rituelen en ceremoniën verstarren. Haar was inplaats van het vredesrijk steeds veel aan de opbouw en de waarborg van haar machtmonopolie gelegen. Zij ging meedogenloos, met wreedheid en brutaliteit - tot moord toe - tegen andersdenkenden te werk. Zij handelde in haar doen en laten - ook wat de aarde betreft - zonder erbarmen tegen het leven. Omdat dus de kerk - zowel de katholieke als de evangelische - Christus verried, de leer van de Goede Herder inpalmde, vervalste en Zijn schaapjes op een dwaalspoor bracht, draagt zij de hoofdschuld aan de ondergang van deze wereld, wier laatste fase wij op het moment beleven.
    Doch ook de mensen zijn medeschuldig. God heeft de mens een verstand meegegeven, opdat hij dit gebruikt.
    De ziener van Patmos heeft reeds ingezien: Gaat weg van hen, Mijn volk, opdat jullie niet deelhebben aan hun zonden en niets ontvangen van hun plagen. Destijds bestond er nog geen kerkbelasting; daarom geldt nu: Treed uit, Mijn volk, opdat je geen deelhebt aan hun zonden en niets ontvangt van hun plagen.
    Het gaat verder met de ondergang van de mensheid. Deze is niet meer tegen te houden, omdat de massa der mensheid Gods vermanende woorden niet alleen met voeten getreden heeft, maar ze in de grond wil stampen.
    God uit te schakelen zal de kerk noch de wetenschap lukken, ook de staat niet. God is, en de aarde is nu van Hem.

    Beste medemensen, vergissen jullie je niet! De BSE-epidemie heeft niet alleen betrekking op de Kreutzfeld-Jacob-ziekte. De ziekte BSE, die door mensen veroorzaakt werd, zit in alle lichaamscellen van de mensen, die met genot en overgave het vlees van hun dierbroeders en -zusters consumeerden en consumeren, vaak tegen beter weten in. God maande, het vleeseten geleidelijk achterwege te laten en tegelijkertijd de zintuigen te verfijnen. Door de verfijnde zintuigen verdwijnt het verlangen naar dierlijk voedsel totaal.
    BSE heeft veel ziektebeelden. Wie echter verder horig is aan de wetenschap, meent, dat de Kreutzfeld-Jacob-ziekte pas na vele jaren kan uitbreken, als het überhaupt gebeurt. Maar dat is slechts een van de vele geruststellingen, waar zo menigeen intrapt en genoeglijk verder het vlees van zijn dierbroeders en -zusters consumeert. Als we ons bewust maken, dat het immuunsysteem van de mensen steeds zwakker wordt, dan weten we, wat het gevolg is: vele, vaak ongeneeslijke ziekten.


    Op het moment [2001] worden dieren met honderdduizenden verbrand - spoedig zullen duizenden mensen sterven, want op hun gevolgen bouwen ze verder, wat tot overeenkomstige gevolgen leidt, die zij eveneens te dragen hebben.
    Eerst worden dierenlichamen tegen de wet van het leven geproduceerd. Bij deze groepschuld zijn velen betrokken, onder andere de vleesconsumenten. Ook de wetgever, die verordeningen uitvaardigt en subsidies vaststelt, ook bijv. degenen, die het gebod »Je zult niet doden« herformuleerden tot »Je zult niet moorden« - ieder, die ook maar in de verste verte met deze actie te maken heeft, krijgt door de causaliteitswet zijn aandeel toegemeten.
    De dood van de runderen en de gruwelijke manier van hun sterven komt daar nog bij. Weer is het het karma van de boer, die dieren als vleesleverancier houdt, van hen, die het vetmesten van dieren bedrijven, van de vleesvretende tijdgenoten enz. enz.
    Het karma van de verantwoordelijken in staat, wetenschap en kerk is nauwelijks te meten. Ze stellen het volk gerust met overeenkomstige onware uitspraken. Daarbij kan geen minister de dierkadaver-eters de garantie geven, dat het aangeboden vlees BSE-vrij is!
    Zo menigeen, die officieel de staatsburger verzekert, dat vleesgenot onbedenkelijk is, heeft wellicht voor zich privé allang andere conclusies getrokken en voor vegetarisch voedsel gekozen. De onderdaan zal zijn woorden toch geloven, omdat het makkelijk is en hij niet gewend is, zich voor zijn leven verantwoordelijk te voelen.
    De wet van zaad en oogst zegt: ieder persoonlijk draagt zelf de verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.
    Het zou niet verwonderlijk zijn, als ook de ziekenfondsen zich dit standpund zouden eigen maken. Als zij tegen de leugenachtige en domhoudende tactiek van ambtspersonen, die de gevaren van vleesgenot bagatelliseren, zouden protesteren en de bijdrage voor kadaver-eters zouden verhogen. Hun vaklui weten toch allang uit ervaring: zonder vlees leeft men gezonder.

   Het gaat steeds verder: de wereldwijde apocalyps is in volle gang. Ook de vervuiling der zeeën door zware metalen en het abnormale sterven van vissen wordt de mens door de wet van zaad en oogst aangerekend. De vissen worden gedachteloos gevangen, afgemaakt en door de mensen zonder bedenken gegeten. Waarschijnlijk is zo menig wetenschapper van mening, dat een beetje zwaar metaal voor het lichaam niet zo schadelijk kan zijn, omdat dit toch op de hele aarde te vinden is ...

Deze brochure is ook
als luisterboek verkrijgbaar! (Niet in het Nederlands)
Het luisterboek bestellen
of een proef beluisteren
kunt u bij Verlag DAS WORT.

[...]

    De veroorzaker van mond- en klauwzeer bij verschillende diersoorten is eveneens de grootspreker mens, die meende, God de aarde te kunnen afnemen. De grootspreker en de horige aan de wetenschap zijn van mening, dat het zou helpen als alle dieren, die slechts de indruk wekken, dat ze mond- en klauwzeer hebben, opgeruimd werden en alles gedesinfecteerd zou worden, om de ziekte de baas te worden. De mens echter, die de ziekte zelf is, desinfecteert zichzelf niet - hij gaat zo verder als voorheen.


    Wanneer zal het ooit zover zijn, dat de door mensen veroorzaakte epidemie mensen aantast en ook duizenden mensenkadavers worden verbrand, om de mensenepidemie uit te roeien?
    De wetenschap stelt het opstandige en angstige gemoed van de massa gerust, door te verkondigen: mond- en klauwzeer is niet besmettelijk. De vele voorzorgsmaatregelen zouden er alleen maar zijn, om in korte tijd de vleesproductie weer op gang te brengen, opdat het kadaver-eten weer door kan gaan. - Maar de veroorzaker komt er niet zonder meer vanaf. De dierziekten mond- en klauwzeer en BSE zijn allang in het bloed van de grootsprekers en de aanhangers van de wetenschap. Ze worden via vele wegen overgedragen, ook via de dierslachtoffers, die op de brandstapels aan de »God« van de onderwereld en zijn handlangers worden geofferd.
    De moord op de dieren is de dood van de mensen.

De wetenschap vist verder in troebel water, inplaats van in het bloed van degenen, die een gedeelte van hun energievolume, hun levenssap ofwel levenskracht, binnen het kader van het winstbejag vrijwillig aan de dieren overdragen, die zij door kunstmatige bevruchting voor hun doeleinden scheppen.
    De mensheid heeft verloren. De rekening gaat niet op. De satan raakt steeds meer verward in zijn eigen strik, want wat de mens zaait, zal hij oogsten.

    Zo menigeen zou nu kunnen vragen, waar de Gods- en naastenliefde gebleven is. De Gods- en naastenliefde lag enerzijds in het vertrouwen van God ten opzichte van de mensen. Anderzijds blijft zij de levenskern in alle krachten van de natuur, in alle zielen der mensen en in de deelzielen der dieren.
    Ofschoon de Al-Wijze wist van de uitwassen van menselijk egoïsme en de menselijke »misgeboorten«, heeft Hij de aarde aan de mensen toevertrouwd. Maar als het leven niet alleen wordt misbruikt, maar het leven, dat God is, aangegrepen wordt, zal God zich niet met de aanvallers bezig houden. Hij begeeft zich niet in de banaliteit van moedwillige ignorantie, om met diegenen te redetwisten, die zelf de Eeuwige en de eeuwigheid willen zijn.

    Met welk een aanmatiging ging de wetenschap te ver in zoveel, dat als vooruitgang, verworvenheid en grote daden werd en wordt geprezen! Vanaf de atoomkernsplitsing en de verovering van het heelal via orgaantransplantatie, genetische manipulatie aan planten en dieren tot aan het gekloonde dier, gekloonde mensen en de mogelijkheden, die zich door toepassing van de modernste gentechniek aan mensen voordoen - het gaat erom, in te grijpen in de schepping van God en deze zo mogelijk steeds meer uit Gods hand te nemen.
    Welke krachten aan het werk zijn, om in de wereld, in staat, kerk en wetenschap de ontwikkeling in een bepaalde, extreme richting te drijven, was ook op te maken uit het onverholen triomfgeschreeuw, toen in de zomer van 2000 de melding door de media ging. »het menselijke genoom is ontsleuteld«. Men pochte er openlijk op, God Zijn geheim te hebben ontfutseld, het bouwplan van menselijk leven te hebben ontcijferd, en vierde het gebeuren als de beslissende stap in de nieuwe tijd, waarin thans de mens heer van de schepping zou zijn. - Dat zegt alles.

    Laten we ons herinneren aan wat God sprak, toen Hij in 1999 de mensheid de aarde als het ware uit handen nam, de bond met de aarde, de natuur en de dieren sloot en deze onder bescherming plaatste van geestwezens en goddelijke wezens van de natuur:
    De mensheid bereikt langzamerhand het hoogtepunt van haar lage handelen. De tegenstander is van mening, dat hij via ontaarde mensen, die in het leven ingrijpen en zich als schepper opwerpen over Mij kan triomferen. Hij heeft zich altijd al vergist. Ook deze keer zal hij zich vergissen, want nu is moeder aarde van Mij. [Blz. 12 van de brochure »Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren«]
    Nu is het hoogtepunt, misschien zelfs al het moment van kantelen, bereikt. Het toont aan:

    het is, zoals het is. Er verandert niets meer aan de zaak, of men erin gelooft of niet.

    Op 27 februari 2001 gaf God, de Eeuwige, de mensheid de volgende ernstige en zwaarwegende boodschap, die direct via vele radiostations over de hele wereld en in vele talen werd en wordt uitgezonden:

De Schepper sprak:

IK BEN de God van Abraham, de God van Isaac en de God van Jacob. Ik Ben de God van alle ware profeten.

Ik, GOD, de Almachtige, verhef Mijn stem door Mijn profetes en verkondigster en Ik richt Mij tot de mensheid.

Houdt op met jullie medeschepselen, die jullie dierbroeders en -zusters zijn, te consumeren!

Houdt op met hen te kwellen door dierproeven en door vrijheidsberoving, door hen in stallen te houden, die dieronwaardig zijn! Dieren houden van de vrijheid, net zoals jullie, mensen.

Houdt op met micro-organismen, het leven in de aarde, te doden door kunstmest, ook door excrementen en dergelijke!

Houdt op met bossen te rooien, plat te branden en de dieren in bos en veld de levensruimte af te nemen. Geeft hen hun levensruimte, bossen, velden en weiden, terug; anders zal het noodlot, dat jullie jezelf hebben opgelegd, jullie huis en hof en voedingsbronnen wegnemen door wereldwijde catastrofen, die jullie zelf hebben geschapen door jullie gedrag tegen het leven, tegen de natuurrijken, met inbegrip van de dieren.

Zouden de mensen Mijn woorden nogmaals in de wind slaan, dan zal voor hen de storm, het wereldwijde noodlot, inzetten en de mensen met honderdduizenden wegrukken - enerzijds door wereldwijde catastrofen, anderzijds door ziekten, die als epidemieën over hen losbreken en die zij door hun afkering van elke geestelijke ethiek en moraal de dieren hebben opgelegd, die zij momenteel met duizenden verbranden. Wie niet omkeert, zal het soortgelijk vergaan.

Mijn woord is gesproken. De wereldwijde apocalyps is aan de gang. Wie niet horen wil, zal in steeds kortere tussenpozen zijn zelfgeschapen oorzaken als gevolgen voelen. Ik heb de aarde met haar planten, dieren en mineralen tot Mij verheven. Wie verder de hand legt aan moeder aarde met al haar levensvormen, zal de gevolgen ondervinden. Houdt op met te kwellen, te doden en te moorden!

Houdt op, mensen, met jullie beestachtige gedrag, dat uitsluitend jullie treft en geen ander wezen; want wat jullie de geringste van jullie medeschepselen aandoen, doen jullie Mij en jullie zelf aan.

Het is genoeg! Keert om, anders zet de oogst zich voort, die jullie zaad is.

IK BEN die IK BEN, altijd dezelfde, gisteren, vandaag en morgen, in alle eeuwigheid.

    Ik herhaal: God vermaande door alle rechtvaardige mannen en vrouwen. God, de Eeuwige, zond zelfs Zijn zoon, de mederegent der hemelen. In deze tijd zond Hij weer een profeet naar de mensen, het is een vrouw, door wie Hij Zijn boodschap en vermaningen wereldwijd aan de mensheid verkondigde en verkondigt. Maar de massa, vooral de priesters, die te allen tijde tegen de Godsprofeten waren, luisterde niet naar Gods woord. De liefde van de mensen tot God is verkild, perversiteiten en uitwassen, ook wat de seksualiteit betreft, traden en treden op de eerste plaats. Wat de mens ook denkt en hoe hij zich ook gedraagt - de Godsliefde blijft, want zij is het leven, onverwoestbaar.
    Wie de weg naar de liefde tot God wil vinden, mag niet naar de grootsprekers in kerk en wetenschap luisteren, maar zou zich de leer van Jezus, de Christus, bewust moeten maken, die ons de geboden van God door Mozes, voorleefde en ons mensen Zijn Bergrede verkondigde. De Innerlijke Weg, die wegleidt uit de causaliteitsverstrikkingen, werd en wordt onderwezen. Wie zichzelf wil veranderen, kan dit aanbod aannemen.

    God reinigt de planeet aarde. Geleidelijk neemt Hij het leven der dieren, planten en mineralen terug, om het weer aan de gereinigde aarde te geven. Na al de wreedheden, die de mens de aarde met haar dieren, planten en mineralen heeft aangedaan, komt nu de mens aan de beurt.
    Deze verruwde en verdorven maatschappij zal uitsterven, want het menselijke lichaam is een product van de aarde en zal weer tot aarde worden, om door God, het leven, in lichtere aardsubstantie te worden veranderd.

    De apocalyptische tijd is begonnen. Zoals God het heeft geopenbaard, zal het geschieden. Er ontstaat een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Op de nieuwe aarde zullen vreedzame mensen leven, die één zijn met alle dieren, planten en mineralen en er zal niets vreselijks meer gebeuren in Zijn land. De dood is dan weggenomen, omdat het doden van mens, dier en natuur opgehouden heeft.
    Als de vreedzame mensen in Zijn heilige land sterven, gaan hun geestelijke lichamen naar het eeuwige Zijn, omdat zij als mens hebben geleefd, zoals God het wil. Ook in de natuurrijken is er geen doden meer, maar het sterven, ofwel heengaan, om in te gaan in het fijnstoffelijke leven, dat eeuwig bestaat.
    Dat is de geestelijke evolutie, de overgang van het grofstoffelijke naar het fijnstoffelijke, naar het ware Zijn.

 

terug naar overzicht / terug naar het begin