U bent hier: Startbladzijde > Profetie > Het actuele woord van God
door Zijn profetes
van deze tijd

Het woord van God door
de profeten van het Oude Testament -
Het actuele woord van God
door Zijn profetes van deze tijd



Het woord van de Eeuwige, dat Gabriële op 19 April 2005 over de wereldsituatie van toen mocht ontvangen, geeft zij hierbij door:

Ik Ben de Eeuwige.
Ik Ben de God van Abraham, Isaak en Jakob.
Ik Ben de God van alle rechtvaardige profeten.
Mijn woord is het levende woord, de waarheid, de eeuwige wet van de liefde.

Te allen tijde nam Ik Mij mensen en maakte hen tot Mijn spreekbuis, tot Godsprofeten. Door hen sprak Ik tot de mensen, die hun hart voor Mij, de Eeuwige, openden en hun verstand inzetten om te wegen en te meten, om de waarheid in hun hart, hun zielenbasis, te vinden. Zij streefden en streven er ook nu nog naar de innerlijke ethiek en moraal te leven, die uit Mijn geboden voortkwamen en voortkomen en ook uit de aanwijzingen, de wetsleer, die Mijn zoon – Jezus, de Christus genaamd -, verkondigde, die Ik tot de mensen zond, opdat zij de weg naar hun eeuwige tehuis vinden..

Alleen Christus is de weg, de waarheid en het leven in Mij, de Geest van de liefde en de vrijheid.

Jezus, die als mens de zoon van een timmerman was, kleedde zich hetzelfde als het volk. Ook de profeten, die Ik naar de mensen zond, waren als het volk gekleed. Geen hemels wezen, dat mens werd, om als mens Mijn boodschap te verkondigen, kleedde zich in purper, goud en zijde. En geen profeet liet zich in met een machtsapparaat vol pracht en praal, waardoor hij met theologische spitsvondigheden en leringen, die in strijd zijn met de eeuwige wet, het volk in zijn ban bracht, opdat mensen hen aanbidden en geloven, alleen door bemiddeling van kerkelijke »hoogwaar-digheidsbekleders«, dichter bij God te kunnen komen. De veruiterlijkte manier van doen en de schijnwaarheden van de kerkelijke ignorantie lieten en laten van oudsher mensen en zielen geestelijk verarmen en vereenzamen.

Te allen tijde boezemden de kerkelijke functionarissen, gesierd met titels, luxe en macht, de mensen angst in, en maakten hen handig afhankelijk van hun verdoemingsleer. De mens Jezus was een man van het volk. Hij kwam uit het volk en bleef onder het volk. Jezus leerde het beroep van Zijn biologische vader en oefende het ook uit. De profeten, die Ik te allen tijde de wereld in zond, waren mensen uit het volk en werkten binnen het volk als hun gelijken. Zij gaven eenvoudig Mijn woord verder. Zij lieten er zich niet op voorstaan, beter te zijn dan alle anderen. Ik gaf hen geen pronk en praal, luxe en aanspraak op macht mee op hun profetenreis. Zij waren en zijn geen intellectuelen. Zij kroonden en kronen hun hoofden niet, kleedden en kleden zich niet naar een door mensen uitverkozen habitus, om het volk eerbied in te boezemen, zodat de volksziel hen respect en eer bewijst en hen als de door God uitverkorenen huldigt.

Ik Ben de alomtegenwoordige God, Die in ieder mens woont en in alle levensvormen van de aarde, in de hele oneindigheid. Ik Ben geen God van starre tradities, geen God van dogmas en rituelen, geen God, die mensen afhankelijk maakt en met dreigementen aan een heidense kunstmatige religie bindt.

De kerkelijk gekroonde hoofden nemen Mijn naam en de naam van Mijn zoon in de mond. Handig, met intellectuele theologische retoriek maken zij het volk ontvankelijk voor hun verdoemingsleer en laten de mensen geloven, dat Ik het met de leer van de kerkelijke verleiders eens ben, met hun tradities en rituelen. Hun hart is echter koud en gekenmerkt door aanspraak op macht. Wie een zogenaamd dogma-spel ensceneert, heeft geen idee van de Al-Ene, Die Ik Ben, en van Mijn zoon.

Het spel van de kerkelijke acteurs is alleen niet te doorzien door diegenen, die zelf willen meespelen, om op het toneel van het wereldtheater een rol te ensceneren, die hen in kerk en staat waardigheid en aanzien verleent. Het volk, dat niet heeft geleerd na te denken, applaudiseert en betaalt gehoorzaam.
Ik heb geen kerken uit steen gesticht, ook Jezus, Mijn zoon, die Christus genoemd wordt, niet. Ik heb geen kardinalen, noch bisschoppen, noch priesters en pastoors beroepen, laat staan die ene plaatsvervanger van God. Ik Zelf Ben aanwezig in ieder mens, in de hele oneindigheid.

Ik heb de steenrijke kerken hun miljardengrote rijkdom niet uit de hemel laten regenen en heb hun vertegenwoordigers ook niet in purper en edelstenen gekleed. De miljarden komen van het gekwelde en gemaltraiteerde volk en van de staat, die zijn geldbuidel meer voor de rijken opent dan voor de armsten der armen.

Wat de steenrijke kerk biedt, is slechts mensenwerk. Wie dit werk huldigt, zal Mij, de Eeuwige, via eenvoudige mensen, die Ik voor Mij, voor Mijn woord geroepen en voorbereid heb, niet alleen niet begrijpen, maar zal deze vervolgen en kwaad over hen spreken, net zoals de priesterkaste het te allen tijde met de profeten deed en vooral met Mijn zoon, Jezus, de Christus.

Wie een kerkelijk machtsapparaat huldigt en mensen bejubelt, die door satanische machtsstructuren verwoestingen in de ziel van de mens aanrichten, heeft zijn denken en zijn verstand overgegeven aan hen, die de leer van Jezus, de Christus, misbruiken en zodoende tegen de mederegent van de hemelen is, tegen Mijn zoon, Jezus, de Christus.

Jezus, de Christus, droeg onder andere de mensen op, in een rustig vertrek te gaan en de deur achter zich te sluiten, om in stilte tot Hem te bidden, Die in de tempel van vlees en bloed woont, in de ziel van ieder mens. Wie een stenen huis bezoekt, dat als kerk gezien wordt en met pracht en praal werd ingericht, bidt niet van ganser harte en met zijn hele wezen tot Mij – ook niet, als hij daarbij Mijn naam noemt.

Veel van deze biddenden – de kerk, de „huurlingen”, horigen -, pelgrimeren naar hun „herders” als slaven naar hun heren, naar kerkelijke excellenties en eminenties. Hoe opgeblazener zich de habitus voordoet, des te meer pelgrims van hoge rang komen naar deze heren, vooral, als een zogenaamde „heilige vader” hen roept. Deze mogen zij dan de nodige eer bewijzen – zeker niet voor niets, want het Vaticaan heeft hen het een en ander te bieden en door te geven, boodschappen op hun manier, dingen, die niet zo mooi zijn en zelfs gruwelijkheden bevatten.

Wie is de zogenaamde „heilige vader”, die Mijn „plaatsvervanger” op aarde moet verbeelden?

Een dogmaverkondiger, die de eenvoudige woorden van Jezus in hun tegendeel verkeert en zodoende verraad pleegt aan de leer van Jezus, de Christus.


Jezus leerde, dat alleen God, Die Ik Ben, heilig is en dat de mens op aarde niemand „vader” moet noemen, behalve die Ene, Die in de hemel is en Die Ik door het woord van de profeet Ben. Wat in deze wereld aan laster gebeurt, ook door de vertegenwoordigers van de kerkelijke instituties en hun aanhangers, zal de aarde geleidelijk aan toedekken.

Mijn woord is de waarheid. Wat Ik openbaar aan mensen, die met hart en verstand Mijn woord vernemen, zal gebeuren. Het kerkelijke machtsapparaat, waartoe zich vooral de heersers van deze wereld voelen, en de schapen, die niet durven na te denken, die alles aannemen, wat kerkelijke machtshongerigen door hun dogma's ensceneren, zullen op zijn laatst in het hiernamaals als zielen inzien, dat zij niet Mij, de God van eeuwigheid tot eeuwigheid, aanbeden hebben, maar de afgoden, die zich in schaapsvacht presenteerden en Mijn naam in hun wol droegen. Het is de antichrist, die behaaglijk in rijkdom zwelgt, terwijl mensen ten onder gaan en van honger sterven.
Moeder aarde zal deze wereld overwinnen. Ik Ben, Die Ik Ben, alomtegenwoordig, ook in elke planeet en zodoende ook in moeder aarde.

Dit was Mijn woord, gesproken door Mijn profetes, die, zoals alle profeten, tot het volk hoort en niet tot het kerkelijke machtsapparaat of tot kerkelijke machtsstructuren.

Ik Ben de Vader van al Mijn kinderen, Die in de zielenbasis met allen in liefde verenigd is, en zodoende Ben Ik Die Ik Ben – in alle eeuwigheid

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum