U bent hier: Startbladzijde > Profetie > Publikaties > Brochures
»De profeet«
 > »De profeet« Nr. 4

De opbouw van het goddelijke werk



U I T T R E K S E L S:

Vraag van een Christusvriend:
Gabriële, waarom begon de Christus Gods Zijn werk onder de naam Heimholungswerk Jesu Christi? (thuisbrengingsopdracht van Jezus Christus). In het verdere verloop groeide uit het Heimholungswerk Jesu Christi Universeel Leven. Hoe moeten we deze evolutiestappen zien?

Antwoord van de profeet:
Het Heimholungswerk Jesu Christi was het leer- en informatiewerk. Ongeveer 20 jaar geleden was er wel al de esoterie en veel weten omtrent de goddelijke werelden, ook weten omtrent de wetmatigheden van God. In de bijbel staan de Tien Geboden, die God de mensen gaf door Mozes. In de bijbel lezen we ook de essentiële leer van Jezus van Nazareth, vooral ook de Bergrede, die, wanneer men deze leert begrijpen, gegeven werd voor alle gebieden van het leven, voor het leven van het individu, het gezin, de familie, in de vriendenkring en niet op de laatste plaats voor de gezonde ontwikkeling van bedrijven. Ofschoon er in de wereld veel geestelijk weten bestond, waren de aanwijzingen, hoe de geboden van God en de leer van de Bergrede toe te passen zijn in het dagelijkse leven, schaars.

In het Heimholungswerk Jesu Christi leerde de Christus-Geest-Gods veel details uit de eeuwige wet en verklaarde, hoe ze door de mensen in onze tijd in praktijk kunnen worden gebracht, met inbegrip van de Tien Geboden en de Bergrede. In de eerste jaren van het Heimholungswerk Jesu Christi openbaarde de Christus-Gods, hoe men zijn leven gestalte kan geven, om geestelijk-ethische en morele waarden te ontwikkelen en hoe men in zijn innerlijk komt, in de zielenbasis, waarin de Christus-Gods woont. Want in iedere ziel en in ieder mens is de alomtegenwoordige Geest, de Christus-Gods. Christus leerde in Zijn openbaringen, dat ieder mens de tempel is van de Heilige Geest en dat in iedereen het goddelijk erfdeel is, de alomvattende kracht van de hemelen, het Zijn, ook het Ik Ben genoemd; het is de essentie van de alomvattende wet Gods, de liefde.

Nadat de zich openbarende Christus-Gods veel geestelijk weten in woord en geschrift had gebracht onder Zijn mensenkinderen, begon Hij de Innerlijke Geest=Christuskerken op te bouwen en bood de Innerlijke Weg aan, die elk bereidwillig mens kan gaan, door stap voor stap de geboden Gods en de Bergrede te vervullen, die de Christus-Gods in de jaren daarvoor vanuit verschillende perspectieven had onderwezen, zodat iedere bereidwillige wandelaar op de weg naar binnen tot de Christus-Gods, de toepassing van Zijn leer kan begrijpen.

Tien jaar bestond het Heimholungswerk, het leer- en informatiewerk met zijn Innerlijke Geest=Christuskerken en de Innerlijke Weg.

Nadat dus de Christus-Gods jarenlang op deze wijze geestelijk de basis had gelegd, dus het bewustzijn van velen had voorbereid, zodat ze in het begrijpen van de Tien Geboden en de Bergrede en de toepassing ervan in het dagelijkse leven vertrouwd konden raken, spande Hij de boog tot de uitspraak, die ons in het Nieuwe Testament, in de laatste woorden van Zijn Bergrede is overgeleverd. Daar staat: "Wie Mijn leer hoort en in praktijk brengt, lijkt op een verstandig man, die zijn huis op een rots bouwde. Toen het begon te stortregenen en het water kwam en de winden waaiden en beukten tegen het huis, stortte het toch niet in, want het was gegrondvest op de rots. En wie Mijn leer hoort en niet in praktijk brengt, lijkt op een dwaze man, die zijn huis op zand bouwde. Toen het begon te stortregenen en het water kwam en de winden waaiden en beukten tegen het huis, stortte het in en zijn val was groot."

Van de ontelbaar vele mensen, die jarenlang de openbaringen van de Heer hoorden, dus Zijn goddelijke leer en hulp aan- en opnamen, gingen velen de Innerlijke Weg, om zich geleidelijk aan door de hulp van de Christus-Gods te bevrijden van hun zonden - door Zijn centrale opdracht: herken je zonden, berouw ze, vraag je naaste om vergeving en vergeef ook degene, die zich aan jou heeft bezondigd. Kun je nog het e.e.a. goedmaken, wat je in je leven hebt veroorzaakt, doe dit dan. Ben je deze weg van het in-het-reine-brengen gegaan, doe dan deze zonde niet meer. Vervul steeds meer de geboden van het leven. Jezus sprak in de Bergrede over het juiste handelen. Wie Zijn leer hoort en haar in praktijk brengt, is een verstandig man. De leer en het inzicht heeft dus de daad, het in praktijk brengen van de leer in het dagelijkse leven, de verwezenlijking, tot gevolg.

Toen de Geest der waarheid, de Christus-Gods, in woord en geschrift veel wetmatigheden van de hemelen in het bewustzijn van veel mensen had gelegd, riep Hij rond het jaar 1983 in verscheidene openbaringen ambachtslieden, kooplieden, landbouwers, artsen, mensen van vrijwel alle beroepen op, er eens over na te denken, of ze de goddelijke wetten zouden willen toepassen in de gemeenschap - het ging nu om het in praktijk brengen van de Bergrede. Zo liet Hij uit de wortel van het Heimholungswerk Jesu Christi, het leer- en informatiewerk, nu de verwezenlijkingsboom groeien - het goddelijke handelen en werken in de gemeenschap: Universeel Leven. In Universeel Leven openbaarde de Christus-Gods verdere fasen van de Innerlijke Weg; Hij openbaarde zich verder in de Innerlijke Geest=Christus-kerk, onderwees en onderwijst echter ook allen, die zich in Christusbedrijven hebben verenigd, om samen volgens de wetten van de Bergrede te werken, een geheel nieuw bedrijfs-economisch systeem, dat voor ons aardse mensen, uit de hemelen naar beneden werd getransformeerd.

Vraag van de Christusvriend:
Gabriële, mag ik je onderbreken? Over dat wat je gezegd hebt, heb ik enkele vragen. In de bijbel lezen we over de Tien Geboden en de Bergrede. In het Westen bestempelen de instituties katholiek en evangelisch zich als competent voor de leer van Jezus. Waarom openbaart de Christus-Gods zich dan opnieuw, om weer o.a. de Tien Geboden en de Bergrede te onderwijzen?

Antwoord van de profeet:
Zou de Godsgeest, die een competent profetisch instrument ter beschikking staat, niet de waarheid leren en niet datgene rechtzetten en aanvullen, wat door de z.g. christelijke kerken van de leer van Christus onjuist, verdraaid of onvolledig werd en wordt doorgegeven, dan zou Hij het bestaande goedkeuren. Want te allen tijde verduidelijkte de Godsgeest, corrigeerde misvattingen, vermaande en legde de vinger op de wond.

Beide instituties, katholiek en evangelisch, leren wel aspecten uit de leer van Jezus van Nazareth; deze zijn echter vermengd met de leer van de kerken, met dogma's, ceremoniën en rituelen, zodat de eenvoudige leer van Jezus van Nazareth nauwelijks meer te vinden is. Treffend formuleerde Dostojewski in zijn boek:"De Groot-inquisiteur" deze toedracht in de woorden van de groot-inquisiteur tot de weer verschenen Jezus: "Wij hebben Jouw daad verbeterd en haar op het wonder, op het geheim en op de autoriteit opnieuw opgebouwd.

Bovendien leren enkele evangelische kerken, dat het geloof alleen voldoende is en de katholieke kerk benadrukt het gebruikmaken van de sacramenten sterker dan het vervullen van de leer van Jezus. Daarmee dringen beide instituties de centrale uitspraak van Jezus van Nazareth van het vervullen van Zijn leer terug.

Laten we ons bewust maken: God leerde reeds door Mozes het in praktijk brengen van de Tien Geboden, want Hij sprak: "Je zult...", dat wil zeggen: je zult de Tien Geboden van God verwezenlijken, dus vervullen. God sprak niet door Mozes: "Geloof in de geboden, dat alleen is voldoende." Doordat beide instituties deze centrale uitspraak van de machtige Scheppergeest door Mozes: "je zult" en de centrale uitspraak van Zijn zoon Jezus, de Christus, in de Bergrede "wie Mijn leer hoort en in praktijk brengt ..." hebben teruggedrongen, omdat voor hen de Bergrede van Jezus een utopie is en zij hun maatstaf - dat het geloof, resp. de sacramenten voldoende zijn - boven Zijn leer stellen, leidden zij de christenheid in de lauwheid en in de afhankelijkheid van hun instituties. Iedereen, die deze dwaalleer volgde, werd nauwelijks merkbaar wijsgemaakt, dat hij bij gevolg niet meer de verantwoordelijkheid hoeft te dragen voor zichzelf en zijn leven. Het onvoorwaardelijke trouw blijven aan de kerk maakte de gelovigen blind. Uit de trouw tot God werd de trouw aan de kerk gemaakt; verstrikkingen in zonde en afhankelijkheid waren de gevolgen.

God is met Zijn kinderen in het zielenlichaam en in het aardse lichaam. Daarom openbaarde en openbaart nu de Christus-Gods, de Verlosser van alle zielen en mensen, opnieuw Zijn eenvoudige leer, die Hij als Jezus van Nazareth de mensheid bracht en leert in onze tijd tevens de praktische toepassing ervan.

Voor de overheden van beide instituties is het alleen maar een aanmatiging van de Christus-Gods, dat Hij zich veroorlooft, na 2000 jaar als de Christus-Gods, de zoon van de Allerhoogste, door profetenmond te spreken, om de mensheid momenteel weer datgene te brengen, wat de kerkelijke overheid van beide instituties volgens Dostojewski hebben "verbeterd". Wat zei de groot-inquisiteur: "Waarom ben Je gekomen, om ons te storen? Waarom kijk Je me zo stil en doordringend aan met Je zachte ogen? Ben Je boos op mij, omdat ik Jouw liefde niet wil, omdat ik Je zelf niet liefheb?... Zal ik Je ons geheim onthullen? Misschien wil Je het uit mijn mond horen, zo verneem dan: wij zijn niet met Jou, maar met hem (de tegenstander), dat is ons geheim. Reeds lang zijn we niet met Jou, maar met hem, al acht eeuwen. Acht eeuwen is het geleden, dat we dat van hem aannamen, wat Jij met toorn hebt teruggewezen, dat laatste geschenk, dat hij Jou aanbood, doordat hij voor Jouw ogen het aardse rijk uitbreidde. Wij hebben uit zijn hand Rome en het zwaard van Ceasar ontvangen en ons als de heersers van de aarde verklaard, de enigen, al is ons werk tot nog toe niet beëindigd. Wie is daar echter de schuld van? O, ons werk is nog in het beginstadium, maar het is begonnen; nog lang moeten wij op haar voleinding wachten en nog veel leed zal op de aarde zijn, maar we zullen het afmaken en de heersers der aarde zijn en dan eerst zal de tijd zijn gekomen, dat we aan het algemene, eeuwige geluk van de mensen denken. En toch had Jij toen al het zwaard van Ceasar kunnen grijpen! Waarom heb Je ook dit laatste geschenk teruggewezen?" "Wie moet dan anders over de mensen heersen dan degenen, die hun geweten onderwerpen en in wier hand het brood is? Wij nu hebben ons omgord met het zwaard van Ceasar en Jou daarmee voor alle tijden overwonnen en zijn hem nagevolgd."

Jezus, de Christus, die zich niet laat terechtwijzen - ook niet door de kerkelijke overheid - maakte en maakt nu waar, wat Hij de Zijnen beloofde: "Nog veel heb Ik jullie te zeggen, maar jullie kunnen het nu nog niet dragen. Wanneer echter de Geest der waarheid komt, zal Hij jullie in de gehele waarheid leiden." De Christus-Gods geeft ons mensen nu alles, wat wij in de tegenwoordige tijd met onze menselijke woorden kunnen begrijpen.

Beide instituties hebben de christenheid door hun leernetwerk, dat het geloof en de sacramenten meer benadrukt dan het christelijke vervullen, een slechte dienst bewezen. Daarmee bonden ze de gelovigen aan de wil en het streven van de theologen, aan hun voorstellingswereld en aan ceremoniën. Omdat de mensen in beide kerkelijke instituties nauwelijks voorbeelden hadden en hebben, in de verwezenlijking van de leer van Jezus - omdat daar louter en alleen maar geloof, resp. de sacramenten belangrijker zijn dan de daad -, deed iedereen wat hij wilde, in de hoop, dat zijn kerk hem wel op het juiste moment vrij zou spreken van zijn zonden, zodat hij in de hemel komt. Zo heeft God het niet geboden. Ook Jezus van Nazareth onderwees dit niet. Omdat dit dus niet Gods wil is - wat voor een hemel zou dat wel zijn, waarin diegene komt, die zijn institutie kerk en haar overheid navolgt? Is het de hemel van God, het reine Zijn, ons eeuwige tehuis - of de "hemel" van de institutie kerk? En hoe zou die er wel uitzien?

De aanmatiging van de macht van de kerken, over het wel en wee van de mens, alsook over zijn onsterfelijke ziel te kunnen beslissen, had o.a. de uitvinding van de "eeuwige verdoemenis" tot gevolg - hopeloosheid en vertwijfeling voor degene, die in de greep is geraakt van de kerkelijke leermening. Hoe ziet het er uit voor de gelovige, als deze niet op de juiste tijd de "vrijspreking" ontvangt van zijn zware zonden en met een schuldenlast naar gene zijde gaat? Staat hem dan met zekerheid de eeuwige verdoemenis te wachten, die beide instituties leren?

In deze wereld zijn veel religies. Mijns inziens is geen religie zo genadeloos als de instituties katholiek en evangelisch, die hun gelovigen dreigen met de eeuwige verdoemenis. Men moet het woord "eeuwig" analyseren, om erachter te komen, wat het betekent: eeuwig in het vuur te smoren, zonder de geringste hoop, dat God deze ziel ooit eens genadig zou zijn. Zou dan niet elke wereldse vader, zelfs een, die men als streng zou betitelen, genadiger zijn dan de hemelse Vader? Terecht laat Dostojewski de groot-inquisiteur tot Jezus zeggen: "Ben Je boos op mij, omdat ik Jouw liefde niet wil, omdat ik Jou zelf niet liefheb?" Deze kerkelijke leer van de eeuwige verdoemenis is een uitwas van de grootste liefdeloosheid.

Omdat op grond van een leer, die het geloof aan dogma's en sacramenten belangrijker vindt dan een christelijk leven, veel gelovigen gewetenloos en afhankelijk tegelijk werden, omdat de mens zich steeds minder verantwoordelijk voelde voor zijn denken en handelen, ontstond wereldwijd een chaos, zowel in het gemoed en de gezindheid van het individu en de gezinnen, alsook in de maatschapppij en de bedrijfswereld. Niemand van de gebondenen aan de katholieke en evangelische kerk werd geleerd, wat het betekent, positieve krachten te verzamelen en negatieve krachten, die ontstaan uit de gezindheid van de mens, uit zijn gedachten, gevoelens en uit zijn al-te-menselijke willen, met de hulp van de Christus-Gods, op de weg van het zelfinzicht, te berouwen, in het reine te brengen en niet meer te doen. De groot-inquisiteur van Dostojewski sprak: "Wij zullen hen ervan overtuigen, dat ze alleen dán vrij kunnen zijn, als ze hun vrijheid opgeven - te onzen gunste - en zich aan ons overgeven."

Dat is het systematisch beperken van anderen in afhankelijkheid en gebondenheid als machtsprincipe!

Hoe de geboden Gods voor iedereen te begrijpen en toe te passen zijn, werd en wordt het kerkvolk slechts oppervlakkig onderwezen, omdat het in eerste instantie moet aankomen op het geloof, resp. de sacramenten. Beide instituties, katholiek en evangelisch, leren, dat de Bergrede van Jezus in deze wereld niet leefbaar is. Ze wordt in het algemeen in een andere tijd en wereld geprojecteerd en daarmee verwezen naar de dimensie van de utopie. Wij weten, dat Gods molens langzaam malen, omdat Hij ieder mens van goede wil lange tijd de kans geeft, óm te keren en zijn fouten in het reine te brengen. Maar bij overeenkomstige instraling der planeten gaan de oorzaken onvermijdelijk over in de gevolgen. Daarom komt ooit eens het tijdstip in het leven van de mens, evenals in het lot van de aarde en de mensheid, waarin datgene zich in het uiterlijke laat zien, waaraan duizenden jaren werd gebouwd: de chaos. Dit chaotische gedrag zien we nu in de hele wereld in de hoofden van de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en hun aanhangers, in wetenschap, bedrijfsleven en politiek. Niet alleen de mensheid is ontwricht, maar ook alle door haar geschapen al-te-menselijke structuren.

Werpen we een blik op de ontwikkeling, die tot de algemene ondergang heeft geleid, dan vinden we dus in het centrum van het net van door schuld veroorzaakte verstrikkingen een hoofdschuldige: de instituties kerk en hun overheid, gevolgd door al degenen, die ondanks de kennis van het woord van Jezus in de bijbel: "Wie Mijn leer hoort en in praktijk brengt, lijkt op een verstandig man ...", het goedkope aanbod van Zijn leer hebben aangenomen - uit goedgelovigheid of uit gemakzucht, dat laten we in het midden. In plaats dat de mensheid het hoogste gebod van Jezus vervulde - je zult de Heer, je God, liefhebben met je hele hart en ziel, met al je kracht en al je gedachten en: je naaste zul je liefhebben als jezelf -, ontsproten uit de bodem van menselijk egoïsme en hardvochtigheid: afgunst, haat, vijandschap, moord, oorlogen en vernietiging van de natuur en de atmosfeer. Dus "puur ego". Moet God over dit alles zwijgen? De Eeuwige richt zich niet naar de wensen van de groot-inquisiteur. Hij spreekt, wanneer Hij wil en zal steeds weer dat zeggen, wat de waarheid is, wat Hij ons als Jezus van Nazareth al heeft geleerd en meer dan dat. Hij laat de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, die de leer van de Scheppergod en Zijn zoon, de Christus-Gods, niet alleen misvormd, maar ook verdraaid hebben, op den duur niet verder werken. De onomstotelijke wet van liefde, vrede en wijsheid, God, laat de mensen niet nog meer in afhankelijkheid brengen, hen verleiden en hen van Hem wegleiden in uiterlijkheden, leerstellingen en ceremoniële handelingen, die overeenkomen met de tijdgeest van het heidendom. Lang was God lankmoedig en geduldig. Denk aan de kruistochten, waarin in naam van Jezus, de Christus, miljoenen andersdenkenden werden gedood; herinner je de middeleeuwen, waarin in naam van het kruis van de verlossing mensen werden gefolterd, tot valse bekentenissen werden gedwongen en miljoenen mensen op de brandstapel werden verbrand of op andere wijze gruwelijk ter dood gebracht.

Zoals gezegd, Gods molens malen langzaam, maar eens komt het moment, waarop het genoeg is. Met de draden van het noodlot binden zich nu steeds meer diegenen, die deze draden eeuwenlang en tenslotte duizenden jaren lang hebben gesponnen en gevlochten. Een nieuwe kosmische cyclus is begonnen. Christus, die op Golgotha overwon en tot Verlosser werd van alle mensen en zielen, leidt alles, wat verloren scheen, weer terug naar het eeuwige Zijn. De Christus-Gods sprak en spreekt weer. Hij leidt de mensen van goede wil in een nieuwe tijd, in de tijd van de wetmatigheden van de Bergrede, die ook een compleet nieuw geestelijk-ethisch en moreel bedrijfssysteem inhoudt voor deze wereld, een systeem, dat voortvloeit uit de vervulling van het hoofdgebod van de Gods- en naastenliefde.

[...]

Vraag van de Christusvriend:
Heeft Universeel Leven dit nieuwe bedrijfssysteem, waarover je zojuist sprak? Wat betekent Universeel Leven eigenlijk?

Antwoord van de profeet:
Ja, dit nieuwe bedrijfssysteem heeft zijn oorsprong in Universeel Leven. Het werd voor ons mensen uit de hemel naar beneden getransformeerd. Het komt overeen met de inhoud van de Bergrede. Universeel Leven betekent universele Geest. God, die alles in alles is, onderwijst niet alleen Zijn eeuwige wet van liefde en eenheid, maar Hij laat Zijn kinderen ook zien, hoe de eeuwige wet op elk gebied van het leven op aarde, met inbegrip van het bedrijfsleven, te handhaven is. In het onzevader bidt de christenheid al bijna 2000 jaar: "Jouw rijk kome en Jouw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel". In Universeel Leven leert Christus ons door het profetische woord, wat deze uitspraak voor ons mensen betekent en hoe ze op aarde in het dagelijkse leven op alle levensgebieden kan worden verwezenlijkt, opdat er vrede komt en de mensheid Gods wil vervult.

De Christus Gods leerde en leert de Christusvrienden, die zich hebben voorgenomen in het dagelijks leven - ook in de Christusbedrijven, die ze hebben opgericht - de principes van gelijkheid, vrijheid, eenheid, broederlijkheid en gerechtigheid toe te passen. Christus gaf en geeft een schat uit de hemelen voor deze aarde - wij mensen echter vinden het, ondanks geloof en goede wil, moeilijk, deze principes in praktijk te brengen. Wij zijn allen nog verstrikt in de oude patronen van het morbide systeem van het bedrijfsleven: de ellebogenhouding, het ondermijnen van de bedrijven, de machtsstrijd, de werknemer- en werkgeverhouding. Het ondermijnen van een bedrijf ontstaat niet doordat er te weinig wordt gewerkt, maar het komt erop aan, hóe er gewerkt wordt en waar de mens zich tijdens het werk met zijn gedachten bevindt.

Vaak heeft de werknemer weinig over voor het bedrijf, omdat het niet zijn bedrijf is, maar dat van de werkgever. Hij werkt hoofdzakelijk in dit bedrijf om in zijn onderhoud te voorzien, bijna al het andere interesseert hem weinig. Zo liggen hem vaak de kostensituatie en de marktpositie van de onderneming niet aan het hart; hij bekommert zich zelden om de ondernemingsplanning en nauwelijks om de verbetering van de rentabiliteit en de verhoging van omzet en winst. Wat de werknemer aan werk en bezigheden wordt opgedragen, vervult hij zo goed en zo kwaad als het kan, overeenkomstig zijn capaciteiten, zijn denk- en leefgewoontes.

Veel werknemers, maar ook veel werkgevers hebben een typische neemhouding. Vaak gaat het hen er alleen om, dat hun arbeidsplaats en hun positie gewaarborgd is. Voor de opbouw van de positieve bedrijfsenergie presteren ze zeer weinig; dat wordt duidelijk als men vermag te kijken in de gedachte- en wenswereld van ieder persoonlijk. Hoe ziet het er uit met de gedachten en wensen van werkgever en werknemer? Zijn hun gedachten bij het werk? Dragen ze werkelijk bij aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het bedrijf?

Men werkt wel en draagt eventueel vakkundige verantwoording voor zijn werkterrein - maar waar zijn zijn gedachten? Vaak zijn ze bij zijn problemen, bij de buren, waarmee hij ruzie heeft, bij de collega's, die beter staan aangeschreven bij de werkgever dan hij, die eventueel vóór hem enkele treden konden beklimmen op de ladder van het succes ... Of hij is met zijn gedachten bij de woordenwisseling met zijn huwelijkspartner of de kinderen ... Of zijn gedachten zijn in de toekomst, bouwen wensbeelden op of plannen de vakantie: de voorbereidingen, het vertrek, welke kleding hij zal meenemen en hoe hij zijn vakantie doorbrengt ... Of hij overlegt, wanneer hij een nieuwe auto gaat kopen, of het hem mogelijk zal zijn, contant te betalen of in termijnen ... Of met welke methoden hij aan de stoel van de procureur zou kunnen zagen, om deze ten val te brengen, om dan diens plaats in te nemen ... Of hij overlegt, met welke woorden hij bij de werkgever zijn collega zwart zou kunnen maken, zodat deze eventueel zijn werk verliest, zodat hij dan zelf deze plaats kan innemen, omdat het salaris 'n paar honderd euro hoger ligt ... Of hij denkt aan zijn vriendin of aan een andere vrouw; welke weg hij moet nemen om haar te ontmoeten, zodat haar man er niets van merkt ... enz.enz.

En passant wordt er gewerkt, met de overgebleven rest van het bewustzijn. Op deze manier ontstaan veel vergissingen, die steeds weer moeten worden verbeterd, waardoor b.v. werktijd verloren gaat. Dat alles en veel meer gaat op kosten van het bedrijf: aan de onderneming wordt bedrijfsenergie onttrokken.

Kijken we naar de massamedia, dan lezen en horen we van corruptie, hoofdzakelijk bij werkgevers en leiders, van werkeloosheid, ruzie, haat, afgunst, moord, strijd in het klein en in het groot, onvrede tot aan oorlog toe. De hele wereld is één grote vuuroven, waarin vooral de werknemers en de kleine en middelgrote bedrijven smoren.

Zogenaamde verantwoordelijke maatschappelijke groeperingen wakkeren het vuur nog aan, zodat de wereldbrand van de corruptie, de werkeloosheid, de strijd onder elkaar, de criminaliteit, de drugsverslaving, vooral bij de jongeren, de moorden en oorlogen en veel andere dingen, zich steeds meer uitbreiden.

Vraag van de Christusvriend:


Kun je me nog een keer uitleggen, waarom gedachten zo doorslaggevend zijn?

 

De profeet:
De wetenschap heeft ons geleerd, dat er geen energie verloren gaat, maar wat er allemaal energie kan zijn, is slechts weinigen bekend. De Christus-Gods openbaarde ons: iedere gedachte, ieder woord, elke handeling is energie, zelfs onze gevoelens en gewaarwordingen zijn potentiële energie. Met ons "gereedschap", ons voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen, staan we voortdurend in communicatie met dezelfde of gelijksoortige energieën, die zich opbouwen op de plaatsen en voorwerpen, waarheen we onze gedachten zenden.

Aan de Christusvrienden in de Christusbedrijven openbaarde de Christus-Gods verder: ieder bedrijf kan worden gezien als een organisme. Iedere medewerker is als het ware een orgaan of een deel, een cel van een orgaan. Het organisme van het bedrijf kan alleen gezond worden en zijn en een goede omzet en winst behalen, wanneer het ene orgaan communiceert met het andere, dus als de personeelsleden in vrede met elkaar samenwerken. Omdat alles energie is, kan een bedrijf op den duur alleen bestaan, als de personeelsleden tijdens het werk verantwoordingsbewuste, opbouwende en doelstrevende gedachten hebben voor het bedrijf. Het bedrijf is als organisme weer een lid, een orgaan in het grote organisme van het gemeenschappelijk welzijn, van het levende grote geheel, waarin de één werkt voor allen en allen voor Eén, Christus. Het doel van een Christusbedrijf is, met de positieve krachten van alle betrokkenen een goede prestatie te leveren voor de naaste en voor het algemeen welzijn.

De werknemer, die hart heeft voor zijn bedrijf, beperkt zich niet door alleen in dit bedrijf te werken, maar is ook een gezond en actief orgaan van de onderneming. Wie tijdens het werk wegdenkt van het werk en van de onderneming naar hetgeen zijn wenswereld vult aan willen-bezitten, willen-zijn en willen-hebben, naar lang bestaande problemen, naar vakantie, flirt en dergelijke, geeft zijn werk weinig positieve energie mee - integendeel; hij ontneemt het bedrijf de positieve kracht, laat deze in zijn gedachte- en wensbeelden enz. stromen, die hij daarmee voedt. Het gevolg is: zo'n mens schaadt het energievolume van de onderneming, omdat hij aan het bedrijf energie onttrekt; hij draagt geen verantwoordelijkheid voor het bedrijf, noch voor zijn werk en tenslotte ook niet voor zichzelf, omdat zijn gedachten overal zijn, behalve bij het werk.

In een organisme is ieder orgaan op het andere afgestemd. Iedere bouwsteen van een orgaan is van betekenis, opdat het organisme, de bedrijfsstructuur een gezond, actief organisme blijft, dat groeit en gedijt. Zo bestaat gelijkheid in de waardering van alle werkzaamheden en arbeidsplaatsen. Daaruit volgt: in een gezonde, christelijke onderneming zouden geen overmatige loonverschillen moeten zijn. Wanneer ieder bedrijfslid - dus werknemer en werkgever - een deel is van het organisme "onderneming", geldt ook de vraag, of het voor het hele organisme wel nuttig is, als een of meerdere organen aanspraak maken op meer energie, dan ze voor een gezond en voorspoedig leven nodig hebben. Zouden b.v. de hersencellen zeggen: "Wij zijn de belangrijkste cellen van het hele lichaam en hebben daarom 80% van de totale bedrijfsenergie nodig" - wat zou er dan gebeuren? De hersencellen zouden steeds overvloediger worden en de overige lichaamscellen steeds zwakker. Het evenwicht zou verloren gaan, het organisme zou ziek worden en zou eventueel sterven. Maken dus ondernemers of medewerkers aanspraak op een te hoog loonaandeel, zonder inachtneming van het evenwicht of de bedrijfseconomische situatie van de onderneming, dan zal ook in het organisme "onderneming" hetzelfde gebeuren.

Ook de werkgever- en werknemerhouding werken uit elkaar drijvend, want hierin ligt het verschil tussen hooggeplaatsen en ondergeschikten, dus bevelgevers en bevelontvangers. In de onderneming, waar boven en beneden, hoger en lager, dus ongelijkheid bestaat, wordt het verantwoordingsbewustzijn van de medewerkers niet gestimuleerd.

De Geest Gods openbaarde ons, dat ieder mens verschillend is in zijn bewustzijnscapaciteit. De één heeft een groter verantwoordelijkheidsbesef, de ander nog een kleiner; de één heeft kwalitatieve capaciteiten, de ander is slechts beperkt vakkundig. De een heeft leiderskwaliteiten, de ander is nog in de positie zich te laten leiden. Doch ieder, die wil groeien in het dragen van verantwoordelijkheid, kan zijn bewustzijn verruimen, als hij de mogelijkheden tot verruiming van zijn ervaringshorizon waarneemt, die een goed geleid bedrijf hem biedt. Zo zal hij zich als verantwoordelijke inwerken in het bedrijf, omdat hij mettertijd niet alleen zijn tot nu toe aanwezige kwaliteiten inbrengt, maar meer capaciteiten ontsluit, die zich geleidelijk aan verder ontwikkelen.

De Christus-Geest-Gods heeft de Christusvrienden in Christusbedrijven aangeraden, steeds overzichtelijke bedrijven op te richten, zodat iedere medewerker het bedrijfssysteem doorziet en als verantwoordelijkheidsdragende het bedrijf doorleeft, zodat ieder bedrijfslid zich helemaal in het bedrijf inwerkt en deze tot zijn aangelegenheid maakt. Dan is er geen werknemer- en werkgeverhouding, maar allen dragen verantwoordelijkheid voor het bedrijf en zijn daarmee deelnemers van de hele onderneming.

In het kader van dit principe werden de Christusbedrijven door de Christusvrienden opgebouwd. Allen, die verantwoordelijkheid dragen voor de bedrijven, zijn overeenkomstig het uiterlijke recht en de innerlijke gerechtigheid in de vereniging van medewerkers in Christusbedrijven verenigd, zij zijn deelgenoten van de bedrijven.

Het moet heel duidelijk gezegd worden, dat dit met de goddelijke wetten overeenstemmende bedrijfssysteem alleen kan functioneren, als ieder bedrijfslid verantwoordelijkheidsdrager en mede-eigenaar is en het bedrijf tot zijn eigen aangelegenheid maakt. Voorwaarde voor dit samenwerken van allen in de Christusbedrijven is de stapsgewijze vervulling van de Tien Geboden en de Bergrede in het leven van ieder persoonlijk. Om dit mogelijk te maken, werd reeds tijdens het bestaan van het Heimholungswerk Jesu Christi de Innerlijke Weg geopenbaard door de Christus-Geest-Gods, die nu in Universeel Leven nog gedetailleerder wordt aangeboden.

De Christusvrienden in de Christusbedrijven hebben goede ervaringen opgedaan met dit oerchristelijke bedrijfssysteem. Niet allen hebben dit goddelijke gelijkheidsprincipe al vervuld. Daarom kan men zeggen, zij zijn pas op weg, het geheel en al te begrijpen en te doordringen. Het bedrijfssysteem bevindt zich dus nog steeds in het beginstadium, ofschoon in veel bedrijven al grote successen en goede resultaten werden en worden bereikt.

Het Christusbedrijf, dat een organisme is, behoort allen, want geen enkel orgaan behoort van hogere orde te zijn dan het andere; alle organen zijn even belangrijk voor de functie van de onderneming, want ieder orgaan werkt samen met het andere, volgens het gelijkheidsprincipe geven en ontvangen. Ook hier geeft de natuur ons een goed voorbeeld: zou een menselijk organisme goed functioneren en gedijen, wanneer niet iedere cel in verbinding stond met de andere?

Wat zou er gebeuren, wanneer de levercel tegen de zenuwcel zou zeggen: "Van jou neem ik geen bericht of aanwijzing aan; ik produceer zoveel galvocht, als ik voor juist houd ..." Zou daar niet te voorzien zijn, dat al gauw alle spijsverteringsorganen onder gebrek of overschot aan galvocht zouden lijden en daarmee grote storingen zouden optreden? Of wat er zou er gebeuren, als de lever staakt en zegt: "Alle voedingsstoffen, die mij toestromen uit het poortadersysteem, hou ik voor mezelf - de andere cellen zien maar, waar ze de voedingsstoffen vandaan halen!"

Christus openbaarde, persoonlijke problemen en moeilijkheden, die voor ieder van ons in de loop van de dag optreden, niet gedurende langere tijd te laten aanstaan, maar ze in het reine te brengen, zodat de medewerker zijn gedachten bij het werk heeft. Alleen zo kan hij verantwoordelijk zijn voor het bedrijf en er zijn voor zijn naaste. Een vredig en harmonisch met-elkaar leidt tot eenheid en tot een gezonde groei van het bedrijf in omzet en winst. Het gelijkheidsprincipe leidt ook tot vrijheid van iedere medewerker. Een gezonde, hogeropstrevende onderneming brengt ook meer bedrijfsenergie, die zich o.a. uitwerkt in meer loon voor de werknemer en deelname aan een hogere winstuitkering.

Over problemen en moeilijkheden is te zeggen: de mens, die de Tien Geboden, de Bergrede en derhalve de leer van Jezus van Nazareth in zijn leven navolgt, hoeft niet geplaagd door problemen en zorgen en bedrukt door het leven te gaan. Moeilijkheden hoeven geen problemen te worden, als we ze tot aanleiding nemen, ons daarin te herkennen en in het reine te brengen, wat aan de situatie ten grondslag lag. Door de transformerende kracht van de Christus-Gods en door de stapsgewijze vervulling van de goddelijke wetmatigheden worden we vrij van persoonlijke belastingen.

Iedereen, die zijn persoonlijke problemen en moeilijkheden voedt, dus tijdens het werk zijn persoonlijke visionaire voorstellingen in stand houdt, stoort het gelijkheids- ofwel eenheidssysteem van de organische groei van het bedrijf. Wie geen orde brengt in zijn innerlijke en uiterlijke leven, wie voortdurend bezig is met zijn persoonlijke egoïstische wenswereld, zal hiermee door nalatigheid en onvolkomen werk, inwerken op de orde van het organisch gegroeide bedrijfssysteem. Deze wenswereld is te vergelijken met een virus, dat kan bijdragen tot wanorde in de onderneming en tot diens economische ondergang. Zulke medewerkers worden door de Christusvrienden gevraagd, het organisch gegroeide Christusbedrijf te verlaten, om daar, waar het hen bevalt, hun persoonlijke visionaire, egoïstische gedachtespel te manifesteren.

Jezus, de Christus, leerde en leert ons de broederlijkheid, wat inhoudt, dat wij mensen op basis van onze kosmische afkomst, onder elkaar broeders en zusters zijn. Volgens de goddelijke principes van het bedrijfsleven betekent dat, dat ieder overeenkomstig zijn capaciteiten werkt in het bedrijfsorganisme en ook zijn naaste bijstaat.

Gerechtigheid wil zeggen, dat in het bedrijfssysteem elke strijd in korte tijd zou moeten worden bijgelegd, opdat het bedrijfsorganisme er niet onder lijdt. Dit kan eventueel zelfs ten onder gaan, als lange tijd organen tegen elkaar in opstand komen, dus mensen het oneens zijn en blijven. Leven twee mensen in strijd, dan heeft niet alleen de één gelijk, maar ook de ander. De weegschaal van de gerechtigheid in het christelijke bedrijfsleven is altijd bedacht op schikking, doordat beiden met elkaar in orde maken, wat tot de strijd heeft geleid.

Het positieve denken van ieder persoonlijk en het goede persoonlijke samenwerken zijn krachten, die het bedrijf doen gedijen. Zij zijn als het ware de beste voorwerkers in de medewerker van het bedrijf. Het positieve denken van ieder persoonlijk en het goede persoonlijke samenwerken zijn krachten, die het bedrijf doen gedijen. Zij zijn als het ware de beste voorwerkers in de medewerker van het bedrijf. Hetzelfde geldt ook in de gezinnen, alsook in het samenleven met familie en vrienden.

Uit de openbaringen van de Christus-Geest-Gods volgt verder: schep orde in je persoonlijke omgeving, dan functioneert ook de onderneming.

De Christusvrienden in de Christusbedrijven, wij allen, zijn niet volmaakt, maar wij beleven in dit bedrijfssysteem wonder na wonder. Het goddelijke principe, de motor van de Christusbedrijven - de toepassing van de leer van de Bergrede in het persoonlijke leven, in alle bedrijfssituaties en ten opzichte van de klanten - functioneert van uur tot uur. Veel broeders en zusters hebben deze ervaringen dagelijks. Het leven en zaken doen volgens de wetmatigheden van de Bergrede houdt, zoals reeds aangeduid, een heel eenvoudig principe in: orden je gedachten volgens de goddelijke maatstaf, schep vrede met je naasten en leef met hen in eenheid. Denk niet: "alles alleen voor mij", maar denk aan het gemeenschappelijk welzijn, aan het welzijn van je naasten, die je broeders en zusters zijn, en vóór de onderneming.

Leer communicatie te houden met de gaven van God: met het werk, dat je doet, met de natuur, die je omgeeft, met iedere plant, die je behandelt, met de vruchten, die je verzorgt, met de producten, die je verkoopt, met de waren, die je aanbiedt. Blijf in de scheppende, goddelijke communicatie met de velden, met alles, wat daarop groeit.

Blijf in communicatie met de vier elementen vuur - de zon - water, aarde en lucht. Wees je ervan bewust, het zijn gaven van God voor deze aarde. Blijf in communicatie met de dieren op en in de aarde, op en in de wateren, in de lucht, maar ook in de stallen, en stel je voor: zij zijn geestelijk gezien een deel van je innerlijke leven.

Wat je ook doet - wees je ervan bewust, dat je het beste wilt geven, dan zul je ook het beste ontvangen. Zie de klant niet alleen als klant, maar als je broeder en je zuster en denk eraan, geestelijk gezien is hij een deel van je geestelijke leven. De klant is niet alleen koning, maar ook een deel van je hart.

Christusvrienden in de Christusbedrijven doen dagelijks hun best, de keizer te geven, wat de keizer toekomt. Vakmensen houden een exacte boekhouding bij en betalen de belastingen en de heffingen, zoals de staat het voorschrijft. Overeenkomstig de leer van Jezus geven we ook God, wat Hem toekomt. Onze dank aan Hem is de stapsgewijze vervulling van dat, wat Jezus alle mensen heeft geboden: "Wie Mijn leer hoort en in praktijk brengt, lijkt op een verstandig man, die zijn huis op een rots bouwde. Toen het begon te stortregenen en het water kwam en de winden waaiden en beukten tegen het huis, stortte het toch niet in, want het was gegrondvest op de rots."

Inmiddels kennen we de "bewustzijnsbarometer". Hij reageert, zo gauw we onze gedachten tegen onze naaste richten en ook als we niet in positieve communicatie zijn met ons werk. Verrichten we ons werk ongeconcentreerd, doordat we met onze gedachten - dus met ons bewustzijn - heel ergens anders zijn, b.v. bij de voorbereiding van de vakantie of het weekend of bij andere dingen, die ons magnetisch aantrekken, dan zakt direct de bedrijfsbarometer; het geproduceerde, de waren, verliezen energie. Hun positieve uitstraling, die aantrekt, neemt dan af. B.v.: de smaak van het fruit of het brood verandert - de omzet gaat omlaag en natuurlijk ook de winst. Zijn we onverschillig ten opzichte van onze klant, onze naaste, omdat we niet met positieve gedachten bij hem zijn, hij ons dus om het even is of dat we hem zelfs afwijzen, dan verliezen we op den duur het klanten - of broeder/ zusterpotentieel. De bedrijfsbarometer daalt.

Geen mens is volmaakt. Ieder heeft zijn wisselvalligheden, want iedere dag brengt voor ieder van ons leeropgaven met zich mee, iets, dat we in orde moeten maken en beproevingssituaties. Iedereen heeft dus aan zichzelf te werken om in de gelijkheid, vrijheid, eenheid, broederlijkheid en gerechtigheid te komen. De bewustzijnsbarometer van het bedrijf toont onze wisselvalligheden; zij veroorzaken de ups en downs van het bedrijf.

De ervaring heeft geleerd, dat het alleen met samenwerking opwaarts kan gaan en niet met het tegen elkaar zijn.

In een Christusbedrijf heeft iedere Christenvriend dezelfde rechten. Het inkomen komt minstens overeen met de wettelijke bepalingen; vooral bij Christusvrienden met kinderen ligt het beduidend hoger. Ieder kwartaal vinden winstuitkeringen plaats. Het bedrag van de winstuitkering bepalen de Christusvrienden van het betreffende bedrijf zelf. Dit christelijke bedrijfs-economische systeem, dat overeenkomt met de inhoud van de Bergrede, maakt ons een leven mogelijk in gelijkheid, eenheid, vrijheid, broederlijkheid en gerechtigheid.

De wereld met haar bedrijfssysteem van tegenwoordig staat voor de afgrond. Er zullen misschien nog af en toe "adempauzen" speurbaar zijn, korte fasen van schijnbare stabilisering, maar de trend gaat naar beneden, omdat dit systeem geen fundament heeft. Waar gezags- en ondergeschiktheidsdenken heerst, ontwikkelt zich onverschilligheid, omdat anderen vaak voor anderen denken. Daar kan ook geen gelijkheid ontstaan. Waar dagelijks strijd tegen de ander - en in het bedrijfsleven de strijd der giganten - heerst, kan geen vrijheid groeien. Waar de één een buitensporig groot inkomen ontvangt, anderen daarentegen honger moeten lijden, kan geen eenheid ontstaan onder de mensen. Waar macht en geld machtelozen onderdrukken, kan geen broederlijkheid ontstaan. Waar zij, die aanzien hebben, hun zogenaamde recht doorzetten en de doorsnee mens dikwijls de mindere is, kan geen gerechtigheid groeien.

Deze onevenwichtigheid leidt steeds weer tot onvrede, haat, nijd, moord, strijd, oorlog, vernietiging en zo meer. De daardoor verblinde volkeren zullen altijd weer naar de wapens grijpen, in het geloof, daarmee de vrede te kunnen herstellen. Door het gebruik van wapens kan men zeer wel een volk naar de rand van de afgrond brengen, het uitroeien of het verregaand de levensbasis ontnemen. De oorlogszuchtige en moorddadige gedachten kunnen echter niet door wapens worden vernietigd, maar alleen doordat de mensen datgene doen, wat Jezus in Zijn Bergrede leerde.

Waar de oerchristelijke principes gelijkheid, vrijheid, eenheid, broederlijkheid en gerechtigheid slechts woorden blijven, die eventueel in een zondagspreek vanaf de kansel worden gesproken, maar in het dagelijks leven, in het gezin, op het werk, in het bedrijf, niet worden nagestreefd en geleefd, daar volgt men Jezus niet na, die sprak van het vervullen van Zijn leer, het in praktijk brengen en die met Zijn leven daarvoor zelf het beste voorbeeld was. Wie het geloof predikt, maar de noodzakelijkheid van het praktizeren van de geloofsinhoud, b.v. op het werk, negeert, kan niet begrijpen, dat geloof en leven een eenheid behoren te zijn, die begrijpt Jezus van Nazareth en Zijn leer niet - ja, hij kent Hem zelfs niet. Overigens kent hij ook de grondwet van onze staat niet, waarvoor de principes gelijkheid, vrijheid en sociale gerechtigheid eveneens waarden zijn van centrale betekenis.

 

terug naar overzicht

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum