U bent hier: Startbladzijde > Profetie > Vuurtekens van de tijdsomwenteling

Vuurtekens van de tijdsomwenteling



Veel mensen geloven in God, ja, zelfs in een liefhebbende God. Toch gaan ze er nog van uit, dat deze God tamelijk ver weg is en een directe communicatie met Hem niet mogelijk is.

De voorstelling, dat God in ieder van ons woont, is veelal verloren gegaan; eveneens het geloof, dat God door profetenmond tot de mensen zou kunnen spreken, ofschoon dit toch zeer voor de hand ligt: kan men van de andere kant ervan uitgaan, dat Hij zwijgt?

Steeds weer zond Hij mystici, zieners en profeten naar deze aarde, die zich louterden en ontvankelijk werden voor de geestelijk-goddelijke wereld; die in hun innerlijk Gods woord vernamen en dit naargelang hun roeping konden uitspreken. Zo was het bij de grote profeten van het zogenaamde Oude Testament, die God als Zijn spreekbuizen benoemde – meestal onder beangstigende omstandigheden: Jesaja had een visioen van de overweldigende majesteit van God: »Heilig, heilig, heilig is de God der heerscharen. De hele aarde is vervuld van Zijn heerlijkheid.« De profeet Amos werd van zijn veekudde weggehaald en beleefde de oproep van God als een beangstigende ingreep. »De leeuw brult, wie heeft er geen angst. God, de Heer, spreekt – wie wordt er dan geen profeet.«

Jeremia beleeft de roeping op jeugdige leeftijd en weert zich met de tegenwerping, dat hij nog te jong is en niet kan spreken. Maar met het oog op zijn goddelijke opdracht ging zijn tegenwerping teniet.

Toen kwam Jezus van Nazareth, de grootste profeet van alle tijden. In Hem had de eerstgeschouwde zoon van God en de mederegent van de hemelen een menselijke gestalte aangenomen. Hij was niet gekomen om te sterven, maar om de mensheid in het op komst zijnde rijk Gods te leiden, waarover de profeten sinds 1500 jaar spraken. Vooral Jesaja, als de verkondiger van de komende Messias en Zijn vredesrijk.

 

Profeten als ketters vervolgd

Iets ongelooflijks tekende zich af: de val, de afwending van God, die reeds voor het ontstaan van het aardse leven in de geestelijke wereld plaatsvond, zou opgeheven, de lang aangekondigde omwenteling voltrokken moeten worden. Telkens weer verkondigt Jezus dit nieuwe rijk. Hij bedoelde geen uiterlijke heerschappij, maar de innerlijke verandering door de vervulling van de geboden van de Gods- en naastenliefde. 

Maar dat was voor de toenmalige priesterkaste te gevaarlijk. Zij liet de Messias van het vredesrijk wegens Godslastering kruisigen. En toen een wereldwijde beweging met de naam christendom ontstond, bemachtigde zich een gewelddadige kerk de leer van de Nazarener en misvormde haar tot deze onherkenbaar was: uit naastenliefde werd ketterhaat, uit de liefhebbende God een verdoemende God, uit het rijk van het innerlijk, waarover Jezus sprak, een wereldwijd machtsconcern – 2000 jaar lang. En de wereld raakte tot aan de rand van de afgrond, waaraan we tegenwoordig staan.

Maar Jezus van Nazareth had reeds aangekondigd: »Nog veel heb Ik jullie te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet dragen, wanneer echter diegene komt, de geest der waarheid, zal hij jullie in de gehele waarheid leiden.« Veel christenen kennen deze passage uit het evangelie van Johannes, maar miskennen zijn betekenis en sluiten daarmee hun blik af voor het grote gebeuren van onze dagen: dat God opnieuw een hoog geestwezen tot de mensen heeft gezonden, dat zich in een vrouw met de aardse naam Gabriële iincarneerde, door wie de directe communicatie met de geestelijk-goddelijke wereld mogelijk werd. Hoe kwam het daartoe?

Door God „in dienst“ genomen

Een profeet komt niet zomaar uit de hemel vallen en besluit op een dag om als Gods spreekbuis op te treden. Hij studeert ook geen filosofische, esoterische of theologische geschriften om weten op te slaan, dat hij dan probeert door te geven. Evenmin laat hij zich door menselijke assistenten iets aanpraten, om met de kennis van anderen een »religieus concept« te ontwikkelen. Dat alles zou hem vooraf al ondeugdelijk maken voor een instrument van God – de afstemming op menselijk weten, evenals een uit de eigen wil komend besluit »profeet te worden«. De directe communicatie van de menselijke ziel met de in haar wonende goddelijk -geestelijke vonk, dat tot het innerlijke woord wordt, kan niet worden afgedwongen. Zij stelt de deemoedige bereidheid van een gelouterd mens voorop. En als het innerlijke woord tot het profetische woord moet worden, moet er een goddelijke roeping bijkomen. Het binnendringen van het Goddelijke in de menselijke ziel en in het leven van de beroepene gebeurt oppermachtig en laat de door God uitgekozene geen keus. Hij wordt door de Almachtige „in dienst“ genomen en door menig leed op zijn opdracht voorbereid. Menselijke wensen en voorwaarden worden afgekapt, opdat de mens een zuiver instrument wordt, door wie God kan spreken.

De Schepper zwijgt niet

Dat alles maakte ook Gabriële mee. Toen zij ongeveer 30 jaar geleden voor de eerste keer de lichttaal van de Geest in haar innerlijk vernam, verging het haar niet anders dan de grote profeten vóór haar. Zij vertelt: »Ik schrok en wilde de innerlijke stroom verbreken. Daarna kwamen de liefdevolle woorden: Wees niet bang. Ik begeleid je tijdens je hele aardse leven. Je stond altijd al onder mijn hoede. Want je bent uitgegaan, om Mijn woord op te nemen en het de wereld door te geven.« Zij werd in een kwart eeuw de grootste profeet na Jezus van Nazareth. Een geweldig openbaringswerk en een wereldwijde oerchristelijke beweging zijn door haar ontstaan. Talloze keren sprak de Godsgeest door haar stem in openbare bijeenkomsten,doordat zij de innerlijke lichtstroom in menselijke woorden omzette. Talloze keren sprak God tot haar in de stilte van haar hart met de opdracht om hetgeen zij in haar innerlijk vernam aan de mensheid door te geven. En zo gebeurde het opnieuw op 27 Februari 2001 in een wakkerschuddende waarschuwing van de Scheppergod aan de mensheid.

Zijn wij er ons werkelijk van bewust, wat dat betekent en wat er sinds meer dan 30 jaar plaatsvindt? God, de Scheppergeest, en Christus, die als Jezus van Nazareth over deze aarde ging en onze Verlosser werd, spreken tot de mensen. De een moet misschien opletten, dat hij aan deze gebeurtenis, die boven ons menselijke voorstellingsvermogen uitgaat, niet eenvoudig gaat wennen en zich zelfs niet meer van de grootheid bewust is. De ander moet misschien oppassen, dat hij niet voortijdig afwimpelt en lichtzinnig zegt: wie weet, of hier werkelijk God spreekt – ik ga mijn eigen weg. Zo reageerden ook de tijdgenoten van Jezus van Nazareth; zo reageerde men ten opzichte van de grote profeten vóór Hem; zo reageerden de mensen ten opzichte van mystici en profetische mensen ná Hem. Steeds luidde hun voorwendsel ten opzichte van de roepers van God in de aardse woestijn: deze kan het niet zijn, zo kan het niet zijn ... kan resp. mag het überhaupt zijn? Het gaat hierbij om een existentiële beslissing: wie de sprekende God hoort en Zijn boodschap in het dagelijkse leven verwezenlijkt, kan alles verkrijgen wat zijn ziel nodig heeft om in het eeuwige vaderland terug te keren. Wie de sprekende God hoort en negeert, loopt het gevaar alles te verliezen ...

Laten we ons dus bewust maken, wat God door profetenmond vroeger en nu verkondigde, om de beslissing te nemen of we verdergaan en zo willen doen, alsof we niets hebben gehoord, of dat wij ons door de profetische boodschap laten raken en ons leven veranderen.

Het oude vergaat, het nieuwe ontstaat

Reeds bij Jesaja ging het om een boodschap, die drie dingen bevatte: een waarschuwing, een aankondiging van groot onheil en een voorspelling van groot heil. De waarschuwing: houdt op met brandoffers en het slachten van dieren, houdt ermee op met het slechte goed en het goede slecht te noemen, de duisternis als licht voor te stellen en het licht als duisternis. De aankondiging van onheil: de slechtheid en goddeloosheid van de mensen zal tot grote beproevingen leiden – tot oorlogszuchtige uiteenzettingen en natuurcatastrofen. Door de profeet Jesaja verkondigde God 2700 jaar geleden reeds aan de mensheid de ecologische catastrofen van nu: »De aarde zal leeg en beroofd zijn ..., het land verdord en verwelkt, de aardgeest versmacht en verwelkt ..., de aarde is ontwijd door haar bewoners, want zij overtreden de wet en veranderen de geboden en verbreken de eeuwige bond. « De profetische banstraal resp. de wet van oorzaak en gevolg treft ook »Babel, de mooiste onder de koninkrijken«. Het zal worden verwoest zoals Sodoma en Gomorra, zoals het luidt. Hier kondigt zich al aan, wat in de Johannes-openbaring ongeveer 800 jaar later weer opduikt: de hoer van Babylon, het bijbelse symbool voor een veruiterlijkte religiecultus, is ten dode opgeschreven: elke institutie dus, die zich met pronk en praal, met magische rituelen en starre dogma’s tussen God en de mensen stelde en om de macht op deze aarde wedijverde. Johannes van Patmos wordt in zijn apocalyps nog duidelijker dan Jesaja: »Gaat weg van hen, mijn volk, opdat jullie niet deelgenoot worden van hun zonden en van hun plagen niets meekrijgt.« Maar terug naar Jesaja en het derde deel van zijn boodschap, de voorspelling: zij omvat vooreerst de geboorte van een kind, dat de Verlosser der mensheid zal worden. En vervolgens de wederkomst van de Christus-Geest in een vredesrijk, dat ontstaat, waarin zwaarden tot ploegscharen worden, waarin de wolven bij de lammeren zullen wonen en de panters bij de bokken zullen liggen, waarin een kleine jongen kalveren en jonge leeuwen zal hoeden, waarin koeien en beren samen zullen weiden en waarin een zuigeling bij het hol van een otter zal spelen ... 

Geen erediensten en geen slachtvee

Een andere grote profeet vóór Jezus was Jeremia. Ook hij waarschuwde onder het trefwoord »Babel« voor een veruiterlijkte religiecultus; ook hij keerde zich tegen brandoffers en slachtoffers. Jeremia las de priesterkaste van zijn tijd de levieten. Hij riep het volk op om om te keren en niet naar leugens te luisteren, als iemand zegt: »Hier is de tempel van de Heer.« Hij riep zijn tijdgenoten toe: »Betert jullie leven en jullie handelen. Oefent geen geweld uit tegen vreemden.« Dat was teveel voor de priesters. Zij eisten zijn dood. Voordat Jeremia stierf, vermoedelijk door steniging, kondigde hij grote ellende aan, oorlog en natuurcatastrofen. Maar ook door Jeremia verkondigde God het eeuwige verbond, waarin hij zich niet zal afwenden van Zijn volk. Men zou weer velden kopen in dit land, waarvan gezegd wordt, dat het een woestijn zou zijn, en tenslotte: »Ik leg mijn wet in hen en schrijf deze in hun hart. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.«

Geestelijke oorzaken van vandalisme

500 Jaar later verscheen Jezus van Nazareth op aarde. Zijn boodschap is nog deels te vinden in de officiële bijbel: de Bergrede, de waarschuwing om genoegen te nemen met een uiterlijk geloof – het rijk Gods is binnenin jullie, leerde Hij; niet het geloof, maar de daad is beslissend; Zijn vredesrijk wilde Hij op aarde brengen, als de mensen het zouden hebben aangenomen. Ook Hij waarschuwde voor de gevolgen van de goddeloosheid. Oorlogen en natuurcatastrofen voorspelde Hij, aardbevingen, ja zelfs schokken in ons zonnestelsel. Had Hij een verbuiging van de aardas op het oog of de inslag van meteorieten of een poolsprong? Dat laatste is, zoals bekend, allang aan de gang. Maar door alle ellende heen straalt ook en vooral bij Jezus van Nazareth de boodschap, dat het rijk Gods nabij is, de geestelijke wederkomst van de Christus Gods, die over Zijn rijk van vrede zal heersen.

De kerk verkondigde in de 5e eeuw met ongelooflijke aanmatiging, dat dit vredesrijk door hen reeds gekomen zou zijn. »Babel« had weer eens gesproken en in de volgende eeuwen de mensen bijgebracht, welk rijk Gods het kerkelijke Babylon bedoelde: een totalitair systeem, het grootste in de geschiedenis, waarin door de inquisitie verdoemd werd en gefolterd, in geloofsoorlogen werd veroverd en gemoord, in missionarisch fanatisme hele stammen en volkeren werden afgemaakt – miljoenen mensen.

En de dieren gelden als wezens zonder ziel, in zekere zin als biomassa voor ieder doel voor de christelijke heersersnatuur. Dat Jezus van Nazareth, de leraar van de vredelievendheid, ook een vreedzame omgang met de dieren onderwees, bleef in apocriefe geschriften verborgen, die men niet opnam in de officiële canon van de bijbel. Daarentegen liet men Paulus schrijven, dat men al het vlees zou mogen consumeren en geen gewetenswroeging zou hoeven te hebben. Daarin liggen de geestelijke oorzaken voor het vandalisme ten opzichte van de dieren, waarmee wij tegenwoordig worden geconfronteerd – in de bio-industrie, in de folterkamers voor experimenten met dieren en bij de gedwongen massaproductie van dieren door kunstmatige bevruchting. De mens heeft zich afgewend van de goddelijke orde, zichzelf afgekoppeld van het kosmische potentieel van het leven en zij eigen kringloop van oorzaak en gevolg geschapen, die steeds sneller draait.

En midden in deze tijd spreekt God opnieuw door profetenmond – al meer dan 30 jaar. Veel, van wat ons nu als een vuurteken voor ogen staat – epidemieën onder de dieren en de vergiftiging van onze levensmiddelen, werd reeds jaren geleden in Christus-openbaringen aangekondigd. Ook was er sprake van, dat de aarde koorts heeft door zwakte en ziekte, die zich uitbreidt van zuid naar noord. En ook van de verhouding van de mens tot de dieren was er telkens sprake: »Na 2000 jaar hangen de dieren nog steeds aan de slachtbalken, ongeveer zoals Ik als Jezus van Nazareth. Na 2000 jaar worden van de dieren de lichamen opengereten, fijngehakt en toebereid voor het genot van de zogenaamde christenen. Weten jullie niet, dat jullie zonder jullie goddelijk erfdeel, waartoe ook de natuurrijken behoren, niet kunnen leven? Weten jullie niet, dat mens en natuur een eenheid dienen te vormen? Zoals in de hemel de geestwezens met de oneindigheid, met de reine natuur, een eenheid vormen, zo zou de mens tot eenheid moeten worden en een eenheid vormen.«

De brandstapels branden weer

Wie heeft deze vermaningen in acht genomen? Inmiddels branden de brandstapels weer in Europa. Deze keer worden dieren verbrand. Miljoenen schapen, varkens en runderen gaan in rook op. De dierslachterij van de moderne mens leidt zichzelf ad absurdum: tot nu toe werden de dieren gedood, om ze te eten; de laatste tijd werden in Engeland 250.000 dieren omgebracht, niet, omdat men ze wil eten en ook niet, omdat ze ziek zijn, maar omdat ze ziek zouden kunnen worden; en in Duitsland werden tot 400.000 gezonde runderen als vuilnis opgeruimd, om de prijs van het rundvlees te ondersteunen. Kan de mensheid nog lager zinken? 

Dat is de achtergrond van de profetische boodschap van 27.01.2001. De eeuwige God waarschuwde de mensen en maakte hen eerst nogmaals duidelijk, wie tot hen spreekt: »Ik Ben de God van Abraham, de God van Isaac en de God van Jacob. Ik Ben de God van alle ware profeten.« Bespeuren wij de macht, die achter deze woorden ligt? En uit deze macht van God komt de oproep: »Houdt op met jullie medeschepselen, die jullie dierbroeders en -zusters zijn, te consumeren! Houdt op met hen te kwellen door dierproeven en door vrijheidsberoving, door hen in stallen te houden, die dieronwaardig zijn!«

Stokt ons daar niet de adem?! God, de Schepper, roept ons op om op te houden met de barbaarsheid, op te houden met de massamoord op de dieren ... En verder roept Hij ons op: »Houdt op met bossen te rooien, plat te branden en de dieren in bos en veld de levensruimte af te nemen. Geeft hen hun levensruimte, bossen, velden en weiden, terug ...« 

En dan komt de waarschuwing: »Zouden de mensen Mijn woorden nogmaals in de wind slaan, dan zal voor hen de storm, het wereldwijde noodlot, inzetten en de mensen met honderdduizenden wegrukken – enerzijds door wereldwijde catastrofen, anderzijds door ziekten, die als epidemieën over hen losbreken en die zij door hun afkering van elke geestelijke ethiek en moraal de dieren hebben opgelegd, die zij momenteel met duizenden verbranden. Wie niet omkeert, zal het soortgelijk vergaan.« 

Tenslotte een ware hamerslag van de goddelijke ernst: : »Mijn woord is gesproken. De wereldwijde apocalyps is aan de gang.« God bevestigt, wat op grond van vorige openbaringen veel mensen vermoedden: dat de mensheid haar banktegoed heeft overschreden en deze civilisatie niet meer te redden is. Na deze Godsopenbaring zal niets meer zijn zoals het was: niets laat zich meer bagatelliseren met de woorden: het zal wel niet zo erg worden ... Het wordt klaarblijkelijk héél erg. Na deze Godsopenbaring schijnt het mogelijkerwijs nog te gaan om de omvang van de voor ons staande catastrofen. Het hangt er niet alleen van af, hoe de verantwoordelijken van staat en maatschappij zich gedragen; de afloop van de apocalyps en in hoeverre zij de enkeling treft, bepaalt iedereen zelf door zijn eigen levenswijze. Geen vlees meer te eten is een uiterlijke stap.

Evolutie door vreedzaamheid

Het gaat echter om meer: om een nieuwe innerlijke instelling tot natuur en dieren, om een vegetariërdom, dat niet alleen uit angst voor BSE ontstaat, maar uit achting en liefde ten opzichte van onze dierbroeders en –zusters. Hoe ga ik om met honden, met katten, die ik dagelijks tegenkom? Wat verbindt mij met planten en dieren in de tuin en in de vrije natuur? De vreedzaamheid ten opzichte van de dieren is alleen mogelijk, als wij ook onder elkaar vreedzaam worden. Alleen dan is het mogelijk om de evolutiesprong te maken, die in deze tijdsomwenteling aanstaat en waartoe ons de God van Abraham, Isaac en Jacob oproept: de vrede en de eenheid te vinden onder elkaar en met de natuur. Want nu is de tijd, waarin het vredesrijk ontstaat, dat sinds Jesaja is aangekondigd. De eerst aanzet vindt reeds plaats, door een groep mensen, die elkaar gevonden hebben, om velden en bossen te verwerven, waarop mensen en dieren vredig samen kunnen leven, waarop een vredelievende landbouw plaatsvindt, waarbij men geen dieren slacht en de gaven van de natuur zuiver en onvervalst als gezonde levensmiddelen doorgeeft. Maar bovendien gaat het erom, dat iedereen op zijn werk, in zijn vriendenkring en in zijn gezin ernst maakt met dat, waartoe de God van alle profeten opnieuw heeft opgeroepen – tot vrede onder de mensen en vrede met de natuur.

 

(Deze tekst verscheen in het tijdschrift »Das Friedensreich« 5/2001.)

 

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum