U bent hier: Startbladzijde > Wij over ons > De Bergrede

De zaligsprekingen



 1. Omdat Jezus de grote volksmenigte zag, ging Hij op een berg. En toen Hij was gaan zitten, kwamen de twaalf bij Hem. Hij richtte Zijn blik op Zijn discipelen en sprak:

2. »Zalig in de geest zijn de armen, want hen behoort het hemelrijk. Zalig zijn zij, die lijden, want zij zullen getroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk bezitten. Zalig zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

3. Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ontvangen. Zalig zij, die rein zijn van hart, want zij zullen God schouwen. Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig zij, die vervolging lijden omwille van de gerechtigheid, want hen behoort het rijk Gods.

4. Ja, zalig zijn jullie, wanneer de mensen jullie haten en jullie zullen uitstoten uit hun gemeenschap en allerlei kwaad over jullie spreken en jullie goede naam schenden omwille van de mensenzoon. Weest blij op die dag en juicht van vreugde, want ziet, jullie loon is groot in de hemel. Want hetzelfde deden hun vaders de profeten aan. (Hoofdst. 25, 1-4)

Christus verklaart, verbetert
en verdiept het woord:

De Bergrede is de Innerlijke Weg naar het hart van God, die naar de voleinding leidt.

De zaligen zullen de Christus schouwen en met Mij, de Christus, in alle zachtmoedigheid en deemoed het aardrijk bezitten. Gelukkig degene, die de heerlijkheid van de Vader- Moeder-God in alles schouwt! Hij is het levende voorbeeld voor velen geworden.

Ik leid de Mijnen tot de erkenning van de waarheid.

Wie uit de waarheid is, hoort Mijn stem, omdat hij de waarheid is en daardoor ook de waarheid hoort en schouwt.

De zaligen zijn zonder angst en vol blijdschap, want zij zien en horen, wat diegenen niet zien en horen, die zich nog achter hun menselijke ik verbergen en dit met uiterste inspanning vasthouden, om niet te worden herkend.

Maar de zaligen schouwen in de kerker van het menselijke ik en herkennen de meest verborgen gedachten van hun medemensen. Zij stralen met de kracht van hun heldere bewustzijn naar binnen en roepen hun medemensen toe:

»Zalig in de geest zijn de armen, want hen behoort het hemelrijk!«

Met de woorden „de armen” is niet materiële armoede bedoeld. Niet deze brengt de zaligheid in de geest, maar de ootmoedigheid voor God, waaruit de mens vervult, wat Gods wil is. Zij is innerlijke rijkdom.

Met de woorden „de armen” worden al diegenen bedoeld, die niet naar eigen bezit streven en geen goederen verzamelen. Hun denken en streven is gericht op het gemeenschapsleven, waarin zij de goederen, die God aan allen heeft geschonken, op wetmatige wijze beheren. Zij hunkeren en streven niet naar het wereldse. Zij dienen het algemeen welzijn en strekken hun armen uit naar God en gaan bewust de weg naar het innerlijke leven. Hun doel is het rijk Gods in hun innerlijk, dat zij aan alle mensen willen verkondigen en brengen, die van goede wil zijn. Hun innerlijke rijkdom is het leven in God, voor God en voor hun naasten. Zij leven het gebod „bid en werk”.

Zij streven naar de Geest Gods en ontvangen voor hun aardse leven van God, wat zij nodig hebben en meer dan dat. Dat zijn de zaligen in de Geest Gods.

»Zalig zij, die lijden, want zij zullen getroost worden.«

Het leed van de mens is niet van God, maar de lijdende heeft het, óf zelf veroorzaakt, of zijn ziel heeft in het zielenrijk een deel van de schuld van een broeder- of zusterziel overgenomen, om voor haar in het aardse bestaan af te dragen, zodat de broeder- of zusterziel hogere sferen van innerlijk leven vermag binnen te gaan.

Wie zijn leed draagt, zonder zijn naaste te beschuldigen en in het leed zijn eigen fouten en zwakheden inziet, deze berouwt, om vergeving vraagt en vergeeft, die zal Gods barmhartigheid deelachtig worden. Want God, de Eeuwige, wil Zijn kinderen troosten en datgene van hen wegnemen, wat niet goed en heilzaam is voor hun ziel. Want als het leed de ziel verlaat, wanneer dus de oorzaken, die in de ziel werkzaam werden, zijn afgelost, komt de mens nader tot God.

»Draag je leed« wil zeggen: klaag er niet over; klaag God niet aan en ook je naasten niet. Zoek in je leed je eigen zondige gedrag, dat tot dit leed heeft geleid.

Heb berouw, vergeef en vraag om vergeving en doe datgene niet meer, wat je als zonde hebt ingezien. Dan kan de zielenschuld door God worden weggenomen en je ontvangt dan uit Hem versterkt kracht, liefde en wijsheid.

Als je een mens ontmoet, die lijdt en beproefd wordt en hij vraagt je om hulp, sta hem dan bij en help hem, voor zover het je mogelijk is en het goed is voor zijn ziel. En wanneer je ziet, dat je naaste de hulp dankbaar aanneemt en er sterker door wordt, geef hem dan méér, als het je mogelijk is.

Doch jij, die hulp geeft, doe het onbaatzuchtig. Als je het alleen doet uit uiterlijke verplichting, zul je er geen geestelijk loon voor ontvangen - en je zult ook de ziel van de lijdende en beproefde mens geen dienst bewijzen, maar alleen het lichaam, het voertuig van de ziel.

»Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk bezitten.«

Zachtmoedigheid, deemoed, liefde en goedheid gaan hand in hand. Wie tot onbaatzuchtige liefde is geworden, is ook zachtmoedig, deemoedig en goed. Hij is vervuld van wijsheid en kracht.

Mensen in Mijn Geest, die onbaatzuchtig liefhebben zullen het aardrijk bezitten. O ziet, de weg naar het hart van God is de weg naar het hart van de onbaatzuchtige liefde. Uit de onbaatzuchtige liefde stroomt de vrede Gods.

De mensen, die op weg zijn naar het hart van God en de mensen, die reeds in God leven, werken voor de Nieuwe Tijd, doordat zij alle bereidwillige mensen de weg naar God leren. Zo nemen zij het aardrijk steeds meer in Mijn Geest in bezit.

»Zalig zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.«

Wie naar de gerechtigheid Gods hongert en dorst, is een waarheidszoeker, die hunkert naar het leven in en met God. Hij zal verzadigd worden.

Mijn broeder, mijn zuster, jij, die hunkert naar de gerechtigheid, naar het leven in en met God, wees gerust en verhef je boven het zondige, menselijke ik! Verheug je, want de tijd is aangebroken, waarin het rijk Gods dichter bij die mensen komt, die zich inspannen, om de geboden van het leven te onderhouden.

Zie, Ik, je Verlosser, Ben de waarheid in jezelf. In jouzelf ben Ik aldus de weg, de waarheid en het leven.

De waarheid is de wet van de liefde en van het leven. In de Tien Geboden, die uittreksels zijn uit de alomvattende wet van God, vind je de grondslagen voor de weg naar de waarheid. Neem de Tien Geboden in acht en je komt steeds meer op de weg van de Bergrede, waarin de weg naar de waarheid fundamenteel is uiteengezet.

De weg naar de waarheid is de weg naar het hart Gods, naar het eeuwige leven, dat onbaatzuchtige liefde is. De Bergrede is de weg naar het rijk Gods, naar de wetten voor het vredesrijk van Jezus Christus. Als je je daarin verdiept en deze vervult, verkrijg je toegang tot de goddelijke wijsheid.

Erken: niemand hoeft te hongeren en te dorsten naar de gerechtigheid. Zet de eerste stap naar het rijk van de liefde, door allereerst tegenover jezelf rechtvaardig te zijn. Oefen jezelf in het positieve leven en denken en je zult heel geleidelijk een rechtvaardig mens worden. Dan breng je de gerechtigheid Gods in deze wereld; en je komt ook voor haar op, omdat je de wil van God, de Heer, vervult, uit Zijn liefde en wijsheid.

Erken: de tijd is nabij, waarin geschiedt, wat geopenbaard is. De leeuw zal bij het lam liggen, omdat de mensen de overwinning over zichzelf hebben verworven - door Mij, hun Verlosser. Zij zullen een grote familie in God vormen en met alle dieren en de hele natuur in eenheid leven.

Verheug je, het rijk Gods is nabij gekomen - en met het rijk Gods ook Ik, jullie Verlosser en vredestichter, de heerser van het vredesrijk, het wereldrijk van Jezus Christus.

»Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ontvangen.«

De barmhartigheid van God komt overeen met de zachtmoedigheid en goedheid van God en is voor alle zielen de poort tot de voleinding van het leven. De mensen, die door Mij, de Christus, die leeft in de Vader-Moeder-God, alle zeven basiskrachten van het leven - de wet van de orde tot aan de barmhartigheid - in hun zielen hebben ontplooid, zullen weer als reine geestwezens door de poort van de barmhartigheid in de onbaatzuchtige liefde, in het rijk Gods, in de hemelen ingaan en in vrede leven. De poort tot het eeuwige Zijn is de zevende basiskracht, de barmhartigheid - in de geest Gods goedheid en zachtmoedigheid genoemd. Alle mensen, die zich oefenen in de barmhartigheid, zullen ook barmhartigheid ontvangen en diegenen bijstaan, die zich op de weg naar de barmhartigheid bevinden.

Erkent: de weg naar het hart van God is de weg van de enkeling in de gemeenschap met gelijkgezinden. Want God is eenheid en eenheid in God is gemeenschap in en met God en met de naasten.

Wie de eerste stappen op de weg naar de voleinding heeft gezet, zal het gebod van de eenheid vervullen: Eén voor allen, Christus - en allen voor Eén, Christus.

De Bergrede is, zoals geopenbaard, de evolutieweg naar het innerlijke leven. Al diegenen, die op deze ontwikkelingsweg naar het hart van God zijn voorgegaan, helpen weer diegenen, die pas aan het begin van de weg staan. In en boven allen straalt de Christus, die Ik Ben.

»Zalig zij, die rein zijn van hart, want zij zullen God schouwen.«

Het reine hart is de reine ziel, die zich weer tot een absoluut geestwezen heeft verheven door Mij, de Christus in de Vader-Moeder-God.

De reine zielen, die weer wezens van de hemelen zijn geworden, zijn dan weer het evenbeeld van de eeuwige Vader en schouwen de Eeuwige weer van aangezicht tot aangezicht. Zij schouwen, leven en vernemen tegelijk de wet van de eeuwige Vader, omdat zij weer geest uit Zijn Geest zijn geworden - de eeuwige wet zelf.

Zolang mensen en zielen de Geest Gods nog in zichzelf moeten leren horen, zijn zij nog niet geest uit Zijn Geest, nog niet de wet van de liefde en het leven zelf.

Wie echter opnieuw tot de wet van liefde en leven is geworden, schouwt de eeuwige Vader van aangezicht tot aangezicht en staat voortdurend bewust met Hem in verbinding. Hij schouwt ook de wet Gods, het leven uit God, als geheel, omdat hijzelf het leven en de liefde is en zich daarin beweegt. Wie zich in de Absolute Wet Gods beweegt, heeft haar ook helemaal ontsloten - van de orde tot en met de barmhartigheid. Hem staan alle zeven basiskrachten van de oneindigheid ten dienste, omdat hij in absolute eenheid en harmonie is met al het Zijn.

»Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods worden genoemd.«

Deze woorden betekenen inhoudelijk: zalig zijn zij, die de vrede bewaren. Zij zullen ook de ware vrede op deze aarde brengen, omdat zij in zichzelf vredelievend zijn geworden. Zij zijn bewust de kinderen Gods.

»Zalig zij, die omwille van de rechtvaardigheid, worden vervolgd, want hen behoort het rijk Gods.«

Erkent: wie Mij navolgde, werd door de wereldse mensen niet geacht, omdat ook Ik als Jezus door hen werd veracht. Te allen tijde moesten mensen, die in de ware navolging van de Nazarener traden, veel verdragen en lijden.



                        verder   /  terug  /  terug naar overzicht

»De Bergrede«

Als Jezus van Nazareth gaf Christus ons de Bergrede en Hij verklaart en verdiept deze nu door Zijn profetische woord in Zijn grote openbaringswerk: »Dit is Mijn woord, Alfa en Omega, het evangelie van Jezus. De Christus-openbaring, die inmiddels de ware christenen over de hele wereld kennen«

Deze tekst is ook als boek »De Bergrede« verkrijgbaar.
Bestellen bij Verlag DAS WORT.

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum