 |
|
 |

  God, de bron en de stroom van het Zijn, onze Vader - wij, Zijn evenbeelden

De eerste belangrijke woorden, die God ons mensen met de Tien Geboden gaf, luiden: »Ik Ben de Heer, je God.« Deze uitspraak is voor ons oerchristenen van fundamenteel belang, want God is de oorsprong en het leven van alle wezens, alle dingen, van al het Zijn. God is de ene bron, waaruit Zijn licht, Zijn kracht, het leven, stroomt. God is eveneens de eeuwig stromende, hoogste energie, die ook geestelijke licht-ether of Heilige Geest wordt genoemd. De Geest Gods is de scheppende, en de alles beademende, belevende, voedende en in standhoudende kracht. Zij laat de zijnsvormen ontstaan en leidt hen tot evolutie. Zij laat de ontelbare vormen van de geestelijke mineralen-, planten- en dierrijken groeien en rijpen, laat hen de verschillende bewustzijnsstadia en bewustzijnsgraden doorlopen – via de natuurwezens tot aan de volgroeide geestwezens, de kinderen van God, op aarde »engelen« genoemd. God gaf zichzelf ook een vorm: Hij is het hoogste geestwezen, de Vader van alle wezens, die Zijn volkomen evenbeeld zijn. God is ook de kracht en het leven in de materie en de Vader van alle zielen en mensen. Hij is onze oorsprong en ons doel. Gods kinderen in het aardse kleed en in de reinigingsgebieden, waarnaar de ziel na het afleggen van het aardse lichaam gaat, dienen door de stapsgewijze verwezenlijking en vervulling van de wetten van God weer evenbeelden van God te worden, die wij oorspronkelijk zijn, om weer rein en volmaakt in de hemelen terug te keren. Daarheen wijzen ons de Tien Geboden van God, die een uittreksel zijn van de Absolute Wet van de hemelen, de weg. Een leven in tegenspraak met Gods geboden, dus een leven in zonde, leidt ons ver weg van God en – volgens de wet van zaad en oogst – in verdere schaduwrijke en smartelijke aardse lotgevallen. Betrekken wij het weten over ons ‚waarvandaan‘ en ‚waarheen‘ in ons dagelijkse leven, dan zullen wij onze dagen benutten, om onze schuld in te zien en in het reine te brengen, zoals Jezus het geleerd heeft: doordat wij berouwen, om vergeving vragen, vergeven, weer-goedmaken en het erkende zondige gedrag niet meer doen. Daardoor komen we stapje voor stapje dichter bij God. Wij verwijderen wat als belasting, als schaduw, als zonde over ons goddelijke erfdeel ligt en laten het reine, lichtvolle, goddelijke steeds meer tevoorschijn komen. Zo vervullen wij het doel en de zin van ons aardse leven, want: wij zijn op aarde om weer goddelijk te worden. Wij oerchristenen gaan de Innerlijke Weg en groeien door de stapsgewijze verwezenlijking en vervulling van Zijn wetten naar een verantwoordelijkheidsbewust leven in de Geest Gods. Op elk gebied van het dagelijkse leven streven wij ernaar, de goddelijke principes gelijkheid, vrijheid, eenheid en broederlijkheid te vervullen, waaruit de gerechtigheid ontstaat.
»De letter begint pas te leven, als de mens de geboden begint te vervullen. Daardoor groeit hij heel geleidelijk in de alomvattende wet van de liefde en het leven. Alleen wie met het hart en in de geest van de liefde de geboden vervult, zal de alomvattende wet erkennen en de waarheid vinden, die binnen in de ziel van de mens is.« uit het boek »Dit is Mijn woord«.
Deze tekst is ook als boek »De Tien Geboden van God« verkrijgbaar bij Verlag DAS WORT.
»God gaf de mensheid door Mozes de Tien Geboden en door Jezus die leer van de Bergrede . Deze wetmatigheden zijn wegwijzend, om Gods wil te herkennen. Op deze weg zouden wij ons goddelijke erfdeel als geestelijke talenten moeten ontwikkelen, opdat wij deze hier en nu als mens aanwenden tot welzijn van allen.« (Uit "Der Gabriele-Brief für Freiheitsdenker")")
terug naar "overzicht" / terug naar Het negende en tiende gebod
|
 |