U bent hier: Startbladzijde > Wij over ons > Oerchristendom -
voor of tegen?
 > Draagt God de schuld van alles?

Draagt God de schuld van alles?


Door wie moet God dan ingrijpen?


In de Kosmische Levensschool op zondag 22 juli 2007, die als wereldwijde radiozending van Universeel Leven werd uitgezonden en die wij hieronder inhoudelijk documenteren, spraken oerchristenen in een kleine gespreksronde met als onderwerp "Oerchristendom - voor of tegen?" over een vraag, die zich – met het oog op de catastrofale situatie van de wereld – steeds meer mensen stellen:

Waarom grijpt God niet in?

Enkele weken geleden verscheen het grootste Duitse weekblad ‚DER SPIEGEL‘ met de titel: ‚God draagt van alles de schuld‘ en de ondertitel ‚De kruistocht van de nieuwe atheïsten‘. – Het was een tamelijke warboel, wat de lezer daar geboden werd: het ging om een kruistocht der goddelozen, die zich helemaal hebben gewijd aan het levensbeschouwelijke materialisme, dat God loochent, omdat men Hem niet kan zien en bewijzen; verder ging het over de wrede God van het Oude Testament, die afstotend werkt; en het ging over de godstdienstoorlogen en de terreur van fanatici van zowel christelijke alsook van islamitische afkomst, die de geschiedenis van de mensheid al 2000 jaar kenmerken.

Het is niets nieuws, dat mensen, die in ongeluk en armoede raken, God aanklagen – dat doen ook mensen, die zogenaamd in God geloven. De kerkelijke overheid, priesters en bisschoppen doen het hun regelmatig vóór, als er grote ongelukken gebeuren, door bijv. bij het neerstorten van vliegtuigen, treinongelukken of natuurcatastrofen de openbare aanklacht te uiten en min of meer onverholen God daarvoor verantwoordelijk maken, dat het ene of andere ongeluk is gebeurd. Bij de recente overstromingscatastrofe in Engeland bijv. verkondigden de bisschoppen van de Church of England, het noodweer zou een ‚straf van God‘ zijn. En toen jaren geleden het snelste vliegtuig van de wereld, de Concorde, 114 mensen in de dood stortte, riep een Duitse bisschop op een openbare rouwdienst aanklagend uit: ‚Waar was Je, God?‘

Draagt God de schuld van alles?

Heeft God werkelijk de schuld, als iemand onder een ernstige ziekte lijdt? Als een tsunami honderdduizenden wegrukt? Of als onschuldige kinderen slachtoffer worden van barbaarse wreedheden? Handelt het zich bij dit alles om ‚ondoorgrondelijke raadslagen‘ van een mogelijk toornende God, die Zijn kinderen tot een speelbal van Zijn willekeur maakt? Of zijn er misschien oorzaken, die wij alleen zien, als wij onze blik niet beperken tot het uiterlijke, maar dieper schouwen? Hebben wij misschien op basis van onze opvoeding, op basis van kerkelijke tradities in het zogenaamde christelijke avondland, een totaal verkeerde voorstelling van God, misschien ook een verkeerde voorstelling van de achtergronden van ons aardse bestaan? Is het ons bewust, dat de wet van oorzaak en gevolg mogelijk niet alleen in de fysica geldt, dus binnen de harde materie, maar dat het om een kosmische wet gaat, die ook in het geestelijke geldt? Zijn we ons bewust, dat wij mogelijkerwijze niet slechts één keer op aarde leven, maar dat de gerechtigheid van God, die wij zozeer missen, misschien pas herkenbaar wordt, als wij meerdere incarnaties in aanmerking nemen?

Tegen wie richt zich de kruistocht der atheïsten?
Tegen God of tegen de kerk?

Ten dele verkondigen de atheïsten, dat ze de kruistocht tegen God voeren. Als men het echter nauwkeuriger beschouwt, voeren zij hem tegen een Godsbeeld, dat de kerk in de loop van de laatste 2000 jaren de mensen heeft voorgespiegeld. Deze atheïsten ergeren zich o.a. over de wrede God van het Oude Testament. En zij vinden het ook ergerlijk, dat God zich niet om de mensen bekommert en dat men zogenaamd een priester nodig heeft om tot God te komen. Met dit alles kunnen veel mensen, die hun gezonde verstand gebruiken en die zich niet gebonden voelen aan traditionele doctrines, niets meer beginnen.

Maar is de huidige kruistocht niet eerder de kruistocht van de institutionele kerk, de priesterkaste tegen haar gelovigen? Want de priesterkaste heeft een Godsbeeld geleerd, dat niet overeenkomt met de ware God, de vrije God, de God van liefde en barmhartigheid. Zij leert een God, die de mensen angstig maakt en met dit Godsbeeld dreigt de kerk de mensen.


Waarom leert de kerk niet de „heilige“ Paulus?

Waarom gaat de kerk bijv. niet in op haar zogenaamde „heilige“ Paulus, die inhoudelijk zei: ‚: ‚Vergis je niet, God laat niet met zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij oogsten‘? (Gal 6,7) - Ja, heeft hetgeen wij nu beleven – de klimaatverandering, de catastrofen, de toestand van de wereld – God geschapen? Of was het de mens? Waarom onderwijzen de huidige theologen, de priesters, Paulus niet, die hen toch aanwijzingen geeft?
Als ze dat zouden doen, zouden ze hun eigen beroepsklasse uitschakelen; want wie de wet van oorzaak en gevolg, de wet van zaad en oogst, erkent, weet, dat de mens het met de hulp van God zelf in de hand heeft, zijn leven gestalte te geven – en dat hij daarvoor geen priesters nodig heeft.

Volgens Paulus is niet God verantwoordelijk voor het ongeluk van de mensen, voor de klimaatverandering, voor de enorme catastrofen op deze aarde, maar enkel en alleen de mens zelf. Maar de kerk spreekt over ‚Gods straf‘, dus is toch de institutie kerk de straffende: zij verkondigt met deze straffende God een dreigende boodschap, die haar macht verleent. Want de kerk matigt zich aan, dreigende straffen van God, waarvan zij spreekt, te kunnen verlichten of kwijt te schelden door haar zogenaamde sacramenten. En daarmee versterkt zij natuurlijk haar institutionele macht ten opzichte van de mensen. Gelijktijdig vervalst zij echter het Godsbeeld, dat Jezus van Nazareth geleerd heeft en waarop de oerchristenen terugkomen.

Waarop bouwt het oerchristendom?

Het oerchristendom bouwt op de leer van Jezus, de Christus, en op de leer van de grote profeten van het Oude Verbond, die net zoals alle grote geesten, alle grote mensen, van God, de Eeuwige, hebben ontvangen.

Deze God, van wie de grote profeten hebben ontvangen, was altijd zorgzaam voor Zijn volk en heeft het volk verklaard, dat het moet omkeren. Zo heeft Jesaja reeds voorspeld, wat wij tegenwoordig bijv. door de klimaatcatastrofen beleven. Jesaja zei reeds: ‚‚De aarde zal leeg en beroofd zijn, het land verdord en verwelkt, de hele wereld versmacht en verwelkt, de hoogsten van het volk zullen op aarde versmachten. De aarde is geschonden door haar bewoners, want zij overtreden de wet en veranderen de geboden en verbreken de eeuwige bond. Daarom is de aarde vervloekt en boeten moeten degenen, die erop wonen. Daarom neemt het aantal bewoners van de aarde af, zodat weinig mensen overblijven.‘ (Jes 24,3-6)

Is God ten opzichte van de mensen een vloek, of is de priesterkaste de vloek voor de mensen?

Beschouwen we de resultaten van alle lessen van priesters: het is altijd het ophitsen van de ene geloofsbroeder tegen de andere; er worden oorlogen aangewakkerd; er worden mensen uitgesloten, die een ander geloof hebben, want zij horen in de eeuwige verdoemenis, of zij zijn geen lid van de eigen religie. Dat alles is toch, uitgaande van de priesters, de strijd van de een tegen de ander: „Wij zijn de grootsten en daarom kunnen wij alles vernietigen, inclusief natuur en dieren!“
Volgens de uitspraken van de institutie kerk en de atheïsten zou God een oorlogszuchtige God zijn, een moordenaar. Want wat beleven we dan bij de catastrofen op deze aarde? Leed, onuitsprekelijk leed, dood, verwoesting enzovoort. Dat wordt in veel gevallen God toegeschreven. Dus zou Hij – volgens de uitspraken van de kerk – een oorlogsgod zijn, een oudermoordenaar, doordat Hij de kinderen alleen laat, of een kindermoordenaar, doordat Hij de kinderen laat doden en van de ouders wegneemt.

Menigeen mag tegenwerpen: „Maar de kerk leert toch ook niet zo’n wrede God!“ Daar moet men tegen inbrengen: jawel! Want in de katholieke katechismus staat bijv. uitdrukkelijk, dat de hele bijbel, met inbegrip van dit gruwelijke Oude Testament, het zuivere woord van God zou zijn. En dat is de grootste misdaad van de instituties: dat zij de mensheid een satanische God voorspiegelen, zoals de priesterkaste Hem in de bijbel beschreven heeft. Het tweede grote misdrijf bestaat daarin, dat de instituties het ethische bewustzijn van de mensen in slaap hebben gesust, door hen te zeggen: „Belangrijk is, dat jullie geloven en belangrijk is, dat jullie met Pasen komen biechten en jullie door ons laten dopen en lidmaatschapsbijdragen aan ons betalen, dan komen jullie ooit in de hemel.“ –
Dat is het tegendeel van het daadchristendom, dat Jezus van Nazareth heeft geleerd. Het is het tegendeel van hetgeen de oerchristenen van alle tijden, die telkens weer opduiken om de mensen wakker te schudden, leerden. Ook de oerchristenen van nu wijzen er daarom steeds opnieuw op, dat het beslissend is te doen, wat Jezus van Nazareth leerde – en er niet alleen over te praten.
Daarom zijn er in het oerchristendom geen priesters. Er is geen uiterlijke regie. Als we al over religie spreken, kunnen we ook zeggen: de innerlijke religie is het beleven van de wet Gods, die liefde is, door de verwezenlijking van hetgeen Jezus ons geleerd heeft.
Maar de priesterkaste heeft de mensen aan zich gebonden. En daardoor ontstond de onverschilligheid: ‚het geloof alleen is voldoende‘. ‚De sacramenten moeten er zijn‘ enzovoort. Als God al die rituelen, de gewaden van de priesters, de hoofdbedekking van de priesters, de dikdoenerij van de priesters nodig heeft – zou ik, als het kon, niet willen sterven, want zo’n God wil ik niet!

Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen?

Oerchristenen geloven, dat alle zielen, die in de mensen zijn, uit het rijk Gods komen, want Jezus maakte geen onderscheid tussen de ene en de andere mens. Hij zei tegen allen: »Het rijk Gods is inwendig in jullie«. (Lc 17,21) En als in ieder van ons het rijk Gods is, in de zielenbasis, dan heeft Christus ons door de verlossersdaad de weg naar ons ware wezen geopend, dat in de zielenbasis is: dat wij door God, de liefde, geschouwd en geschapen zijn; dat wij uit het paradijs, uit het rijk Gods weggingen, sommigen, omdat zij zich tegen God hebben gekeerd – dat noemt men ook de val –, en anderen, die uit het rijk Gods gingen, om hun naasten te dienen, hun naasten te helpen, hen naar Christus te brengen, opdat Hij hen aan de hand neemt en naar de Vader leidt, naar het rijk Gods.
Alle christenen bidden het onzevader. En het heet toch »Jouw rijk komt en Jouw wil geschiedt«. En Jezus, de Christus, sprak over de daad, over ehet daadchristendom: »Wie Mijn leer hoort en haar vervult, is een verstandig man«. Dat betekent dus: als wij de wet van de liefde, die in ons leeft, diep in de zielenbasis – het is het rijk Gods, waarover Jezus sprak -, weer stap voor stap vervullen, gaan we in ons innerlijk, dat wil zeggen, we worden weer vreedzamer, goedmoediger, barmhartiger. In ons ontwaakt de wet van de liefde, die God is. En wij bespeuren, dat we niet van deze wereld zijn, maar dat de wereld slechts een doorgaansplaats is voor ieder van ons, of het een bedelaar is of een koning, dat wij uit het rijk Gods komen en door Christus, door Zijn verlossersdaad, weer terugkeren naar het Vaderhuis, naar ons ware Zijn, als rein wezen van liefde uit God.

Jezus van Nazareth gaf ons in de Bergrede inhoudelijk de volgende zin: „Wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet!“ Of: „Wat jij wilt dat anderen voor jou doen, doe jij dat eerst voor hen!“ – Dat is zo te zeggen een sleutelzin voor onze eigen incarnatie. Het kan echter ook een sleutelzin zijn voor het samenleven op de hele aarde. En deze zin heeft geldigheid voor alle mensen, of ze nu politici zijn, of ze kardinalen of bisschoppen zijn – ook voor de paus: wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet! Aan deze zin zal eens iedereen worden gemeten.

Deze zin zou ook kunnen luiden: herken jezelf! Want wie zichzelf niet herkent, denkt, dat hij de beste is, dat hij goed is. Maar veel mooie woorden hebben een lelijke inhoud. En daaraan wordt iedereen gemeten, dat wordt geregistreerd – en dat is uiteindelijk onze weg. Met deze lelijke inhoud van onze gevoelens, gedachten, woorden, ons gedrag kunnen we weer op aarde komen.
Oerchristenen geloven in reïncarnatie. Wij mogen niet zeggen, dat het terugkomen van de ziel, om in het tijdelijke als mens belastingen af te dragen, een straf is. Laten we overleggen! De aarde als zodanig gezien, is een genadeplaats. Want als de mens komt, resp. als de ziel incarneert en mens wordt, heeft zij de mogelijkheid, elke dag zichzelf te herkennen: in de strijd met de naaste, in de haat, in de vijandschap, in het oorlogszuchtige denken en gedragen. In veel situaties van de dag helpt ons de Geest Gods, onszelf te herkennen. Daarom zeggen wij: de aarde is een genadeplaats en op aarde zou de mens in korte tijd zijn al-te-menselijkheid, hetgeen hij heeft opgebouwd tegen God, tegen zichzelf, tegen zijn ware wezen, tegen het rijk Gods, tegen zijn ware vaderland, kunnen inzien, berouwen, om vergeving vragen, vergeven en – wat belangrijk is – niet meer doen, hetzelfde of iets dergelijks niet meer denken, zich steeds meer oriënteren aan de geboden Gods, aan de leer van Jezus, de Christus. Dan gaat hij aan de hand van onze Verlosser, de Christus Gods, terug naar het Vaderhuis. Dan is het voorbij met verdere incarnaties, dat wil zeggen, hij hoeft niet meer te incarneren. Hij zal ook niet meer incarneren, omdat hij dichter bij het rijk Gods gekomen is, dat in hem is, en waarvan Jezus sprak.

 

Wat raden de oerchristenen aan?

De raad luidt: probeer het in het dagelijkse leven eens uit met de inhoudelijke zin van Jezus, de Christus: »Wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet«. – En als je wilt, schrijf ons dan eens over je ervaringen..

Men zou verder nog kunnen aanraden: probeer het eens met Christus! Maak je bewust, dat Hij in je is en in ieder van je naasten, dat Hij je altijd begeleidt, bij je werk, ook in je nood, en dat Hij je liefheeft, iedereen op dezelfde wijze. En dat Hij ons helpt, Zijn leer ook om te zetten, als het ons af en toe zwaar valt. En wie vindt het altijd gemakkelijk, zijn naaste te vergeven, van wie hij denkt, dat deze hem iets heeft aangedaan? – De oerchristenen noemen dit ‚bereinigen‘ – een belangrijke stap om vrede te sluiten met de naaste en vrede te brengen in deze wereld, door zichzelf te veranderen en daardoor de wereld te veranderen.

En als zo menigeen voor zijn kerk opkomt, dan zou hij eens de Tien Geboden ter hand kunnen nemen en de leer van Jezus, de Christus, bijv. de Bergrede, en de kerk daaraan meten. Dan zou hij ook zijn weg vinden, de weg tot Christus en met Christus naar God, onze Vader. Dan zou eventueel het onzevader, dat de christenen bidden, in de mens en in de ziel levendig kunnen worden.

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum