U bent hier: Startbladzijde > Wij over ons > Oerchristendom -
voor of tegen?
 > Vrij worden - vrij zijn

Vrij worden - vrij zijn



De gespreksdeelnemers van de uitzendserie »Oerchristendom – voor of tegen?« spraken op 20.01.2008 in het kader van de Kosmische Levensschool, die internationaal via telefoon en talrijke radiostations werd uitgezonden, over het thema »Vrij worden – vrij zijn«.

Onderstaand krijgt u door enkele inhoudelijke uittreksels uit deze zending een overzicht, welke onderwerpen daarbij met Gabriële, de profetes en verkondigster van God, werden besproken.

Vrij worden – vrij zijn

Misschien word je wantrouwend als je dat hoort en vraag je je op het eerste moment af: hoezo moet ik vrij worden? Ben ik dan al niet vrij? Kan ik niet doen en laten wat ik wil? - als je eens afziet van reeds op je genomen verplichtingen, persoonlijk of beroepsmatig. En zelfs daarvan kan men zich nog bevrijden – zij het, dat men een contract opzegt en een nieuwe werkkring zoekt; zij het, dat men zich laat scheiden en een andere levenspartner neemt. Onvrijheid wordt in elk geval merkbaar, doordat men bepaalde moeilijkheden op zich neemt, om nieuwe doeleinden in beroep of privé door te zetten. Maar als het er toch altijd om gaat om gelukkiger te worden dan we voorheen waren, dan moet men deze „stress der vrijheidsverwezenlijking“ nu eenmaal op zich nemen.

Maar gaat het daarbij werkelijk om vrijheid, als we telkens datgene willen bereiken, wat ons als dichtstbijzijnde doel van ons aardse geluk toeschijnt? Of zijn we wat dat betreft niet eerder gedrevenen van ons ego dan innerlijk vrije persoonlijkheden? Korte tijd genieten we misschien de nieuwe levensbekoring, als we zonder consideratie op verlies onze levenssituatie hebben veranderd door een nieuwe partner, een groter huis of een stapje op de carriëreladder. Maar de levenservaring leert ons, dat ons ego onverzadigbaar is en steeds naar iets nieuws verlangt – totdat we op een dag eindelijk merken, dat we helemaal niet vrij beslissen en handelen, maar veeleer voortdurend achter onze afhankelijkheden aanlopen, daardoor vaak gebonden zijn en dat deze bindingen ons helemaal niet gelukkig maken.

En wat doen we na dit inzicht? Kunnen we die bindingen dan gewoon kappen en de mensen, die wij van ons afhankelijkheid maakten en van wie wij op onze beurt afhankelijk werden, gewoon opzijschuiven om eindelijk vrij te worden? Kunnen we ons met ellebogen op kosten van anderen de weg naar de vrijheid banen? Verlangt vrijheid niet eerder respect voor de ander, achting voor zijn vrijheid, zodat ik mijn vrijheid slechts in de eenheid met mijn naaste kan vinden?

Elke dag biedt ons de mogelijkheid om ons wat betreft vrijheid en afhankelijkheid te testen. Hoe zeer zijn we nog op lof en waardering aangewezen, om ons schijnbaar gelukkig te voelen? Gaat het ons in eerste instantie om onszelf volgens het motto „alles alleen voor mij“? Of zijn we bereid om voor onze naaste iets te doen, zonder iets van hem te verwachten? Hebben we de moed om eerlijk ten opzichte van onszelf te zijn en in te zien, wat zich in ons bovenbewustzijn afspeelt? Namelijk: dat wij vaak in waarheid helemaal niet zo liefdevol zijn als we ons naar buiten voordoen, maar in het geheim misschien hoogst liefdeloos op een bepaald voordeel belust zijn?

Bijzonder gevaarlijk zijn de onvrijheden, waarin veel mensen zich op religieus gebied begeven. Uit angst om hun zielenheil laten ze zich binden aan religies en kerken, hoewel God de absolute vrijheid is, die zich niet laat binden aan rituelen en dogma’s. De vrijheid van de kinderen van God kan men niet verkrijgen door sacramenten en aflaten. Ware vrijheid is slechts in ons innerlijk te vinden als wij ons leven afstemmen op God, in onze naaste, als we vrede met hem sluiten, in de natuur, als we ons bewust maken, dat de Scheppergod ons in elke plant en in ieder dier aankijkt. Maar deze odem van de vrijheid Gods ademen wij alleen als we ons steeds meer van de bindingen van ons egoïsme bevrijden.Hoe wij op deze manier vrij worden om dan vrij te zijn, is het thema van onze huidige gespreksronde.

Waar komt het ongelukkig-zijn in onze maatschappij vandaan?

Inderdaad denken veel mensen: „Ik doe en laat wat ik wil; daardoor ben ik vrij“. – Als dat zo zou zijn, dan zouden toch alle mensen, die dat zeggen, gelukkig zijn. Waarom zijn er echter bijna geen mensen gelukkig en al helemaal niet degenen, die zeggen: „Ik ben vrij; ik doe en laat wat ik wil“?

Waar komt het ongelukkig zijn in onze maatschappij vandaan? Waar komen de teleurstellingen en de bindingen aan mensen, geld en goed, vandaan? Toch alleen daardoor, dat wij de dagen niet benutten en inplaats daarvan steeds naar meer verlangen. Ja, het egoïsme is groot – en tegenwoordig wordt het steeds groter en maakt capriolen. Want men hoort op radio en tv: de kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter. Maar ook de rijken zijn niet gelukkig. Waarom? Omdat zelden een mens, rijk, arm of middenstand, de dagen benut. Veel mensen, de meeste, leven van de ene dag in de andere, maken toekomstplannen met de bedoeling, om in de toekomst het een en ander te bezitten, in de toekomst op de ladder van het succes verder te komen, in de toekomst de „bekoringen van het leven“ ten volle te genieten – en zo meer. Daarom wordt de dag niet benut.

Wat wij denken op de dagen, die wij niet benutten, komt terug: de invoer, die wij op deze dag hebben gedaan, komt weer op ons af. Het is ons meestal niet bewust wat wij hebben ingevoerd, omdat we voortdurend het oog op de toekomst hebben. Daardoor merken en voelen we ook niet, wie wij zijn. Wij willen iets bereiken, dat eventueel helemaal niet in onze genen, in ons levensplan, ligt. Wij willen een bepaald beroep bereiken, op de ladder van het succes hogerkomen. Misschien hebben we dat helemaal niet uit andere werelden meegebracht? Maar we verlangen er hevig naar en vergeten daardoor, dat we vandaag, op deze dag, ook leven en dat dit onze dag is, die ons het een en ander wil toespiegelen. De dagenergie komt in onze gedachten, in onze voorstellingswereld, in onze wensen en hartstochten. Waar gaan die wensen naar toe? Gaan ze niet meestal naar onze naasten? Dat wil zeggen, dat ik iets van mijn medemensen verwacht. Wat? Dat bepaalde mensen, van wie ik iets verwacht, hetgeen ik verwacht inbrengen, dus voor mij doen. Als ze het niet doen, ben ik niet alleen teleurgesteld, maar ik kleineer hen, veroordeel en beledig hen.

Al deze negatieve gedachten en lelijke neigingen kenmerken ons de komende dagen. De huidige dag, waarop we teleurgesteld zijn, geeft deze energie door aan de volgende dagen. En alles, wat we vandaag voelen, denken, spreken en doen, komt op een andere dag weer op ons toe. Tengevolge daarvan zijn wij toch zelf vaak de rem voor onze toekomst. Wij blokkeren vandaag hetgeen we onszelf voor morgen wensen.
Daardoor scheppen wij afhankelijkheden. We zijn afhankelijk van degene, die iets voor ons moet doen of zelfs al doet. Wij verplichten ons uiteindelijk om ook weer iets voor deze mens terug te doen, opdat hij voor ons doet wat wij willen. Wij geven hem bijv. mooie woorden, een geste met bloemen of een klein geschenk – maar altijd met de gedachte in ons achterhoofd, dat de naaste het een of ander voor ons blijft doen. Doet hij het niet, dan zijn we weer teleurgesteld. En deze teleurstelling brengt weer vijandigheid teweeg, tot aan grote ruzie toe.

Hoe ontstaat vrijheid in huwelijk en partnerschap?

Laten we eens nadenken over huwelijk en partnerschap. Juist in huwelijk en partnerschap ontstaan deze bindingen: ik verwacht van mijn partner, dat hij voor mij het een of ander doet, dat hij mij bijv. prijst, dat hij mij als vrouw mooi vindt en zo meer. Gedraagt de partner zich niet zoals gewenst, omdat hij toevallig andere gedachten heeft of omdat hij zorgen heeft over het bedrijf of de zaak, dan ben ik al teleurgesteld. Deze teleurstelling keert zich weer tegen de partner. Een andere keer gebeurt er weer iets dergelijks. De partner, van wie ik iets verwacht, doet het niet. Twijfels komen op. Er vallen lelijke woorden, ruzie, tot vijandigheden in huwelijk en partnerschap toe. De teleurgestelde denkt: „Ik zal het hem betalen! Als hij straks iets van mij wil – doe ik het ook niet.“ Zo ontstaan wederkerige bindingen, wantrouwen, vijandigheid. Het wantrouwen en de vijandigheid leiden eventueel tot ruzie, tot haat en tenslotte misschien zelfs tot een scheiding.

Heel anders is de situatie, als ik mijn naaste om iets vraag: „Zou jij dat alsjeblieft voor mij kunnen doen?“ – Ik zou dit verzoek wel alleen uit moeten spreken, als ik het zelf niet kan doen, ongeacht om welke reden. Doet de partner het, dan ervaar ik het als positief, dat hij mijn verzoek inwilligde. Dan kan ik ook bedanken en er ontstaat een verbinding. Ik verlang dus niets, maar vraag het, omdat ik het zelf op het moment niet kan, ongeacht waarom. Daaruit ontstaat de dank en een bepaalde blijdschap, die het vertrouwen in de naaste versterkt.

In elke binding ligt de twijfel ten opzichte van de ander, juist in huwelijk en partnerschap. In het vertrouwen daarentegen ligt gemeenschappelijkheid en daaruit groeit een met-elkaar. Dat betekent: als ik van de ander iets verlang, dat ik zelf zou kunnen doen en hij het niet voor me doet, dan ontstaat er tweedracht. Zo gaat het in het huwelijk, eveneens in het samenzijn in het dagelijkse leven, in beroep, in de maatschappij, in de vriendenkring – overal. Als ik echter iets niet kan doen, omdat ik het op het moment niet kan, en vraag het de ander, dan is dat heel iets anders. Het laatste leidt tot vriendschap, tot vrede; dat alleen leidt tot een met-elkaar. Al het andere is opgezet en leidt tot afhankelijkheid, tot strijd, tot ongelukkig-zijn, tot onvrede.

Lof of waardering – wat betekent dat?

Niets anders dan: ik verwacht. En aan degene, die mij prijst, bind ik mij, van hem wil ik steeds meer. Waarom kunnen wij ons niet op onszelf bezinnen?! Wij geven in zekere zin onze persoonlijke, geestelijke en fysieke kwaliteiten weg. Wij binden ze, omdat we ons voortdurend aan anderen binden, omdat we iets van hen verwachten.

Gelukkig zijn betekent, dat ik niet alleen tot mezelf sta, tot mezelf als mens, maar ook tot hetgeen ons Jezus leerde, want Jezus, de Christus, leerde ons toch de onafhankelijkheid, die vrij maakt. – »Wat jij wilt, dat anderen voor jou doen, doe jij dat eerst voor hen«, of andersom gezegd: »Wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet«.

Men kan zich in de partnerschap alleen zelf ontwikkelen, als ieder ten opzichte van de partner achting toont, waardering ten opzichte van het leven, van de ander. Als beiden het vertrouwen tot elkaar opbouwen, ontwikkelen zich in de partnerschap vriendschap, wederkeringe achting en een bepaald samenzijn. Dat is de basis om gelukkig te zijn en vrede te houden.

À propos levensbekoorlijkheden. Laten we ons bewust maken: hoe is het, als ik vandaag verliefd wordt? Ben ik na twee jaar nog verliefd? Als ik mij vandaag laat scheiden en morgen een vriendin, een vriend neem, of als ik overmorgen weer trouw – ben ik dan voor altijd gelukkig?

De statistiek laat al zien, dat dat niet zo is. Wat in de ene relatie niet in orde was, komt spoedig ook in de tweede relatie weer tot uiting. Toch wordt het steeds opnieuw geprobeerd. De levensbekoorlijkheden moeten sterker worden; er wordt iets nog mooiers, nog beters gewenst. En toch blijft het geluk niet bestaan.

Waarom niet? – Omdat iedereen slechts van iedereen iets verwacht. De ander kan de verwachtingen vaak helemaal niet vervullen, omdat hij het bewustzijn en de voorwaarden daarvoor helemaal niet in zijn wezensaard draagt, om steeds te kunnen geven, wat de ander verlangt. Dus is er altijd weer strijd; dit leidt tot ongelukkig-zijn, tot verdriet, tot teleurstelling, tot verbittering en niet op de laatste plaats tot oorlog. Of ik nu de vijfde partnerschap heb of het derde huwelijk, of ik vriendschappen sluit, het is altijd hetzelfde: afhankelijkheid maakt ongelukkig. Afhankelijkheid maakt ontevreden. Afhankelijkheid is onvrijheid.

Waardoor ontstaat er dan zo vaak onvrijheid?

Omdat velen ontevreden zijn met zichzelf. Waardoor ontstaat dan de binding aan de ander? Doordat ik van hem verwacht, wat ik zelf niet heb. Ik heb waardering nodig. Ik heb erkenning nodig. Ik heb complimentjes van anderen nodig. Krijg ik ze niet, dan voel ik me ongelukkig, minderwaardig, ben ik mismoedig, alles bij elkaar totaal ontevreden, tot aan gefrustreerdheid toe. – Waarom? Omdat ik altijd naar de anderen kijk, in de hoop dat ze mij erkenning geven.

Gabriële sprak: zolang we daarin bevangen zijn, worden we nooit vrij! Ik ben er vandaag meer dan ooit van overtuigd: de vrijheid ontwikkelt zich alleen uit onszelf, uit ieder persoonlijk. Eerst zouden we onszelf moeten leren kennen: iedereen zou zich eens in de spiegel moeten bekijken. Iedereen zou zijn gedachten, gevoelens, zijn wensen en hartstochten eens moeten analyseren met de vraag: passen ze bij mij? Of verwacht ik daarmee alleen maar iets? – Alleen al als een mens zich voor de ander kleedt, verkleedt hij zich. Hij kleedt zich niet volgens zijn mentaliteit, overeenkomstig zijn wezen; hij verkleedt zich om anderen te behagen. – Hier hebben we de behaagziekte. Als de wens om te behagen, geen echo vindt, is deze mens totaal gefrustreerd. De verkleding herinnert nu en dan aan een theateruitvoering. De mens kleedt zich anders, geeft zich anders, om lof, waardering en erkenning te krijgen.

Doe ik dat ’n keer niet en ga ik op mijn basis terug, zie ik, dat ik enigszins met mijzelf tevreden ben, dan wordt mijn bewustzijn ruimer en ik word ook milder tegenover de naaste. Voorwaarde is natuurlijk, dat we de dagen benutten en onze levenssituatie beschouwen, dat ik geen egoïsme opbouw wat betreft wensen, hartstochten, geld en goed vergaren voor de komende tijd enzovoort. Dan gedraag ik me zo, dan leef ik niet. Ik zal mijn dagen niet benutten, maar ik verlang hevig naar de toekomst – en de toekomst brengt mij beslist niet wat ik mij wens. Waarom niet? Omdat alleen datgene, wat ik vooraf ingeef in de toekomst op mij toekomt.
En zou eens een arme volgens zijn wens rijk worden, dan is het de vraag of hij gelukkig is met de rijkdom, die hij zich eventueel vanaf zijn jeugd heeft gewenst. Misschien een korte tijd – maar dan is hij ongelukkig. – Waarom? De dagen, die hij niet heeft benut, komen op de nieuwe rijke toe en maken hem ongelukkig. Dan zegt hij misschien: „Ik heb mijn jeugd niet benut, heb mijn hele leven niet benut – wat heb ik aan die rijkdom?“ Zo gaat de spiraal naar beneden, maar niet naar boven. De levenscyclus naar boven moet altijd van onszelf komen!
De ontevredenheid zit in mijzelf – ik wil iets van mijn naaste. Waarom kan ik mij niet tevredenstellen met hoe ik momenteel ben, hoe het leven mij heeft geschapen? Wat ik heb, wat ik in mijn leven doordring, waarmee ik tevreden ben, dat maakt mij gelukkig. Dat hevige verlangen daarentegen, dat anderen mij gelukkig moeten maken, leidt altijd naar beneden.

Het brengt ons niets om een naäper te zijn, we moeten tot onszelf komen. Eerst tot onszelf als mens en bovendien de innerlijke waarden vinden. Beiden, de mens en de innerlijke waarden, vormen het karakter, dat ons vrij maakt, omdat we anderen niet meer kleineren, omdat wij niets van anderen verwachten – omdat wij uit onszelf zijn gegroeid, uit ons innerlijk, en onszelf niet tekort doen als we eens iets vragen, omdat we het een en ander momenteel niet kunnen doen.
De mens, die vrij is, dus van anderen niets verwacht, is ook oprecht. Hij kan eerlijk zijn zwakheden toegeven, maar hij verlangt niet, dat anderen zijn zwakheden verbloemen, doordat ze hem loven en zo meer.

Maak het beste van je dag!

Voor degene, die zich vanuit zijn levenssituatie wenst om groter en rijker te worden en zo gelukkig, als het blijkbaar zijn buurman is, kan het een hulp zijn om zichzelf duidelijk te maken, dat zijn levensomstandigheden geen toeval zijn. Hij werd in deze situatie geboren, omdat die voor hem een opgave bevat. Deze heeft de kans in zich om te evolueren, de kans om de zin van zijn leven te vinden, zichzelf te louteren en verder te ontwikkelen. Wie van de mogelijkheid tot reïncarnatie weet, zou daarin ook de verantwoordelijkheid kunnen vinden voor zichzelf.

Menigeen kan het echter vanuit zijn gedachte „Ik heb het op de een of andere manier meegebracht; misschien ligt het ook in de genen“ beter begrijpen, „dat ik ben zoals ik ben. Ik heb dat gewoon in dit leven meegebracht.“
Maar wij mensen evolueren ook . Je kunt onder arme omstandigheden worden geboren en in arme omstandigheden opgroeien en ondanks dat heb je in je een grootheid, die je de kracht geeft om, vooral op middelbare leeftijd, veel te verwezenlijken van wat in je ligt. Daarom geldt: benut de dagen! Of: maak het beste van je dag!

Het beste van elke dag maken betekent voor mij, dat ik mijn evolutie ingeef, dat ik wel een toekomstperspectief schep, echter niet hevig daarnaar verlang, maar deze elke dag stap voor stap beleef. Het beste van elke dag te maken betekent echter ook om voor mij het beste te maken, tot mijzelf te komen.
Ieder van ons komt uit het eeuwige rijk, uit het rijk Gods, en is geïncarneerd. Daarom kwam Jezus, de Christus, tot ons mensen en bracht ons de wetten des levens, van het rijk Gods. We lezen ze in de Bergrede. We vernemen ze echter ook in de Tien Geboden, die God door Mozes gaf.
Alleen al de zinnen: »Wat jij wilt, dat een ander voor jou doet, doe jij dat eerst voor hem«, en andersom gezegd »Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet« - zijn levenswijsheden, die tot levenskwaliteit leiden en die ons met onze medemensen laten leven. In het gezin, in de partnerschap, op het werk, in de vriendenkring, waar we ons ook bevinden – we moeten leren om tot onszelf te komen. En als we ontevreden zijn, zouden we onszelf eigenlijk moeten afgvragen: waarmee ben ik ontevreden? Het „waarmee ben ik ontevreden“ bevat toch weer: maak er het beste van!We zouden ons tot regel moeten maken: als ik vaststel, dat ik ontevreden ben met mezelf, mij meteen af te vragen: ja, waarmee dan? Als ik dat heb begrepen, zou ik tegen mezelf moeten zeggen: maak er het beste van! – Elke dag is een hulp om van elke dag het beste te maken en uiteindelijk ook voor mezelf het beste.
Zo komen we heel geleidelijk uit het kluwen van bindingen, verwachtingen, van ontevredenheid, van afhankelijkheid, vijandigheid, van teleurstelling etc. – Maak elke dag het beste, uit jezelf, uit je leven. Waar je ook bent, oefen en denk steeds aan de woorden van Jezus: »Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet!« - Ik verwacht niets van anderen, ik verwacht alles van mijzelf.

Vrijheid maakt gelukkig

Beschouwen we het op de juiste manier, dan is de Gouden Regel eigenlijk een leer van vrijheid. Want zogauw we niets meer verwachten, zijn we vrij van deze afhankelijkheden en beginnen een geheel nieuwe relatie met onze naaste op te bouwen. Het wordt dan een relatie van vrijheid. Uit de binding kan een verbinding worden en uit de verbinding kan naastenliefde ontstaan. Dan zijn we weer op het spoor van de Bergrede. Zo zou men kunnen zeggen: vrijheid en liefde gaan hand in hand.

De grootheid van ons bewustzijn bindt zich aan geen rijkdom, aan geen aanzien, aan geen macht. Wij zijn niet gebonden, maar vrij. Als we vrij zijn, verankerd in de leer van Jezus, de Christus, dan zullen we ook nooit gebrek lijden. Dat is zeker. We zullen niet extreem rijk zijn. We zullen ook niet naar macht en aanzien streven. We zijn bescheiden. In de bescheidenheid, die in mij zelf verankerd is, ligt de vrijheid. En vrijheid maakt gelukkig.

Gabriële vertelt over zichzelf: Ik heb een heel eenvoudig „recept“. Ik ben altijd gelukkig, als ik een ander gelukkig kan maken. Gelukkig zijn betekent, je niet aan de naaste te binden. Maak de ander gelukkig met goede gedachten, met een paar eerlijke woorden, die uit welwillendheid, uit vertrouwdheid, worden gesproken – met de overeenkomstige hulp, zoals je kunt helpen, met gebed, dat je echter ook zelf vervult. Is dat zo, dan weet ik, dat deze gedachten die mensen zullen bereiken, die daarvoor openstaan – en ik heb hen daarmee een klein beetje gelukkig gemaakt. Dat brengt mij het hoogste geluk.

 

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum