U bent hier: Startbladzijde > Wij over ons > Woorden des levens

Men ziet alleen goed met het hart



Men ziet alleen goed met het hart

Wie kent hem niet, deze zin, die de vos tot de kleine prins sprak, uit het boek van Antoine de Saint-Exupéry: "Men ziet alleen goed met het hart." Maar hoe bereiken we dat? Gabriële, de profetes en verkondigster van God, verklaarde  in het kader van de   Kosmische Levensschool, tijdens een scholing van de Innerlijke Weg tot eenwording met de Geest Gods in ons, op 09.09.2001 het volgende. Hier een klein gedeelte uit deze bijeenkomst:
 
Wat zijn de zintuigen van de ziel? De zintuigen van de ziel komen uit de wezenskern, die God is.Wij zeggen ook: uit het innerlijke hart, het hart van de ziel. Deze zintuigen zijn het fijnste gevoel, het invoelen in de situaties, in de eigen gedachten, in de eigen woorden – later ook in de gedachten van onze medemensen, in hun woorden, in hun handelingen. De fijnzinnige zintuigen van de ziel – daartoe hoort ook het luisteren, het inleven in de situatie, want wij weten: alles wat ons - en zij het slechts kort – beweegt, wil ons iets zeggen. Het fijnzinnige luisteren. Fijnzinnig luisteren is een aspect van de wezenskern, het hart van onze ziel. Voelen betekent ook schouwen. Dan gaat het verder: ruiken, proeven, tasten – alles kan van buiten naar binnen worden verfijnd, wanneer wij de dagenergie benutten, want de dag spreekt tot ons. Hij spreekt niet in het algemeen; hij spreekt tot ieder heel persoonlijk. Dat betekent voor ons waakzaam te zijn.

De Innerlijke Weg betekent dus waakzaam zijn, zichzelf controleren, als situaties op ons afkomen – wat ze ons willen zeggen. Zien wij iets, beweegt ons het een of ander – wat wil de beweging ons zeggen? Deze beweging in ons is de taal van de dag. Als we Christus vragen deze beweging in ons te mogen vernemen, zullen we deze ook met de innerlijke zintuigen waarnemen en weten en merken, wat de dag ons wil zeggen.

Ruiken we iets en winden we ons daarover op, dan spreekt ook de dag tot ons. Hij zegt: waarom wind je je op? Wat ligt er bij jou ten grondslag? Ik wil het je door je opwinding zeggen. Als we waakzaam zijn, vernemen we de stem van de dag en weten we, waarom we ons opwinden. Dan beleven we, wat ons al-te-menselijke aandeel is. Willen we dat bereinigen, dan zullen we het doen – met de hulp van de Christus Gods, met de grote, almachtige Geest in ons.

Proeven of betasten we iets, winden we ons erover op of maken er veel woorden over vuil, dan spreekt de dag tot ons. Hij wil ons zeggen, waarom we daarover zoveel woorden vuil maken, wat er bij ons ten grondslag ligt, dat we met de hulp van de grote Geest moeten bereinigen, om rustiger te worden – om de innerlijke stilte te voelen en uiteindelijk waar te nemen, wat uit de zielenbasis komt, het fijnzinnigste schouwen, het fijnzinnigste horen, om de fijne geuren te ruiken, om te proeven en te tasten door de kracht van de innerlijke zintuigen. Dan zullen we ook onze voeding verfijnen. Wij zullen geen dierlijk voedsel meer consumeren. We zullen niet meer alles willen betasten. We schouwen en horen dieper.

Hoe zegt het de kleine prins? "Men ziet alleen goed met het hart." En ik zeg: men hoort ook goed met het hart. Men ruikt, proeft, tast goed met het hart, met het hart van de ziel.


De rijkdom van het hart

Wie rijk geworden is in het hart, wie dus waarachtig wijsheid verkregen heeft, dringt het ook om wijs te handelen.

De wijze daad in de Geest Gods is het rijk Gods ook op aarde te brengen.

Er zijn heel veel mogelijkheden om het rijk Gods op aarde te brengen. Wij hoeven eigenlijk niet te vragen, maar onszelf afvragen: ben ik in mijn hart rijk geworden? Dan heb ik het rijk van het hart, het rijk van het vaderland, in mij ontsloten. Ik heb de eeuwigheid, de oneindigheid, de liefde en goedheid, in mijn hart ontsloten. Daaruit ervaar ik dan, wat ik kan doen, opdat het rijk Gods gestalte kan aannemen op aarde. Ben ik werkelijk rijk geworden in het hart, dan kan ik vragen en het wordt mij gegeven.

Wijsheid is de daad in de Geest Gods – niet de handen in de schoot te leggen en zeggen: "Dat moeten anderen maar doen." Waarom de anderen? Omdat hij, die dat zegt, nog arm is in het hart. Hij heeft het rijk Gods nog niet in het hart ontsloten. Als ik zeg: "Ik trek me in mijn kleine domein terug", dan heb ik het rijk Gods nog niet ontsloten. Het rijk Gods werkt met blijdschap voor de Geest; het rijk Gods is liefde. Ik wil de liefde op aarde brengen, niet alleen door mooie woorden tegen mijn medemensen te spreken, maar door te kijken: kan het rijk Gods op aarde komen? Hoe? Waar kan het gestalte aannemen? – Zodat Christus door steeds meer mensen komen kan en eens als geestelijk wezen manifest onder hen is, die Zijn wil doen.

De vraag aan mijn naasten: "Wat kan ik dan doen voor het rijk Gods?" is eigenlijk een armzalige vraag. Wij moeten dat zelf voelen. En als we rijk geworden zijn in het hart, als we dus wijsheid hebben verkregen, is er de dadendrang om ook de handen, het gemoed, het fijnzinnige voelen als werktuig te nemen, om te geven wat moeder aarde tenslotte nodig heeft: vrede, liefde. Wat de dieren nodig hebben: eenheid met mensen, die in zich de eenheid voelen met God. Wat de hele natuur nodig heeft, de planten en de mineralen: vrede. En dat geschiedt alleen door vreedzame mensen, die het rijk Gods in zichzelf hebben ontsloten. Zij zijn de daadmensen in Zijn Geest.

En al zouden het er ook maar weinig zijn, die in de Geest staan, die in de Geest horen, die in de Geest voelen – Christus is met hen. En ik wens dat het er steeds meer worden, mensen, mensen, mensen, die het rijk Gods ontsluiten voor Christus.

Want door de vreedzamen wil Hij het aardrijk bezitten.

Dit is slechts een klein uittreksel uit de Kosmische Levensschool, het Treffen van alle Godzoekers, dat elke zondag om 10.00 uur in veel plaatsen van oerchristelijke ontmoeting plaatsvindt.

Heb je interesse? Zou je graag een bijeenkomst live meebeleven? Verdere informatie en plaatsen van bijeenkomst: Treffen van alle Godzoekers


naar de volgende bladzijde

 

© 2014 Universelles Leben e.V. • E-mail: info@universelles-leben.orgImpressum