|
|
De
Profeet
De stem van de waarheid
De profetes van God spreekt in onze tijd

De
Profeet:
De moord op de dieren is de dood van de mensen
Verschijnt onregelmatig
Nr. 16
Het fundamentele in onze tijd om
over na te denken en tot zelfinzicht
te komen
Het is, zoals het is.
Er verandert niets meer aan de zaak,
of men eraan gelooft of niet
Oorspronkelijke Duitse titel:
Der Mord an den Tieren ist der Tod der Menschen
2., erw. Aufl. Juli 2001
Verlag DAS WORT GmbH
DER UNIVERSELLE GEIST
LEBEN IM GEISTE GOTTES
Max Braun-Straße 2, D-97828 Marktheidenfeld
Tel. 0049/9391/504-135, fax 504-133
Uit het Duits vertaald
Voor alle vragen betreffende de betekenis van de inhoud is de Duitse originele
uitgave doorslaggevend.
1e Nederlandse uitgave - najaar 2001
Internet: www.das-wort.com - e-mail: info@das-wort.com
Alle rechten voorbehouden. Eigen druk
Foto cover: art rhodina, Frankfurt
Nu is het zoals het is; de mens lijdt
schipbreuk door zijn eigen gedrag tegen de wet van het leven. Duizenden jaren
lang waren de uitwassen van de menselijke verdorvenheid ten hemelschreiend. Nu
komen ze tot uitwerking. De oogst laat de kenmerken van het zaad duidelijk
zien.
Zo menigeen denkt: »Er bestaat geen God. Als er een almachtige en wijze
hemelse Vader zou zijn, dan zou Hij hetgeen er momenteel allemaal aan
negatiefs in de wereld gebeurt, niet toelaten.« Misschien heeft de kerkelijke
overheid in het geheim dezelfde mening. De kerk scheept de waarheidszoekers
hardnekkig af met het probate kerkelijke smoesje: »God laat niet in Zijn
geheimen schouwen«.
Wat er echter met de dieren en de
natuurrijken gebeurt, is geen geheim meer. Het is duidelijk, dat de mens de
veroorzaker is van deze gruwelijkheden. En de mens zegt: »Waarom grijpt God
niet in? Waarom helpt Hij niet?«
Wie zou God moeten helpen? Moet Hij de dieren en de natuur meer levenskracht
geven, opdat ze de martelingen beter doorstaan en nog radicaler kunnen worden
uitgebuit, uit winstbejag kunnen worden geslacht en vermoord? Daarmee zou Hij
de »vorst van de wreedheid« helpen, die van de aarde een tranendal maakte. -
Of moet God de mensheid ombrengen, net zoals de mens het met de dieren doet?
In elk geval zouden de dieren dan met rust worden gelaten door de mensen! - Of
moet God het menselijke organisme versterken, opdat dit nog meer onwetmatig
voedsel en genotmiddelen, ziekteverwekkers, gif, genetisch gemanipuleerde
substanties en de straling van de menselijke verdorvenheid zonder schade
aankan? Moet Hij dus de aanhangers van de vorst van de onderwereld in hun van
God verwijderde en goddeloze manier van doen ondersteunen? - Daarbij stelt
zich de vraag: wie is niet zijn aanhanger?
Wie in de kerk
aan de preek over de geheimen van God gelooft, heeft gekozen. Hij heeft echter
niet God gekozen, want God spreekt tot de mensen vanaf het begin van de
mensheid.
God, de Geest van de oneindigheid, sprak steeds opnieuw door spreekbuizen tot
de mensen. Hij sprak tot alle generaties. Hij openbaarde Zich door verlichte
mannen en vrouwen en door profeten. Door Mozes gaf God, de Eeuwige, de mensen
de Tien Geboden. Tweeduizend jaar geleden zond Hij Zijn zoon, Jezus, de
Christus, naar de aarde, die ons de Bergrede leerde. God, de Almachtige, liet
ons mensen niet zonder Zijn woord. Te allen tijde in de geschiedenis van de
mensheid hoorde men steeds weer: »En God sprak ...«
In de terugliggende tweeduizend jaar openbaarde en openbaart Zich ook Jezus,
de Christus, de Verlosser van alle zielen en mensen. Maar te allen tijde
luisterde de massa niet naar het directe woord van God. Veel mensen, ook
degenen, die zich christenen noemen, gedragen zich momenteel nog zo als in het
heidendom. Zij geloofden en geloven, wat de priesterkaste verkondigde en
verkondigt en de wetenschap voor waarheid laat doorgaan. Zoals in het
heidendom bonden en binden mensen zich aan rituelen en erediensten, in de
mening, dat de kerkelijke traditie het leven zou zijn.
Jezus leerde de mensen geen traditie,
omdat deze starheid en achteruitgang betekent. God is evolutie, die de mens
door de vervulling van de wetten van God verkrijgt. In de gelijkenis van de
talenten hebben we het bewijs, dat God evolutie is en geen traditie.
Het is als met een man, die op reis ging: hij riep zijn dienaren en vertrouwde
hen zijn vermogen toe. De een gaf hij vijf talenten zilvergeld, een ander
twee, weer een ander één, ieder naar zijn capaciteiten. Daarna vertrok hij.
Direct begon de dienaar, die vijf talenten had gekregen, er zaken mee te doen
en hij won er nog vijf bij. Eveneens won degene, die er twee had gekregen er
nog twee bij. Degene echter, die het ene talent had gekregen, groef een gat in
de grond en verstopte het geld van zijn heer.
Na lange tijd kwam de heer terug, om van de dienaren rekenschap te verlangen.
Toen kwam degene, die vijf talenten had gekregen, bracht er nog vijf bij en
zei: Heer, vijf talenten heb je mij gegeven; ziedaar, ik heb er nog vijf
bijgewonnen. Zijn heer sprak tot hem: Zeer goed, je bent een bekwame en trouwe
dienaar. Je bent in het kleine een trouwe beheerder geweest, ik wil je een
grote opdracht geven. Kom, neem deel aan de vreugde van je heer!
Toen kwam de dienaar, die twee talenten had gekregen en zei: Heer, je hebt mij
twee talenten gegeven; ziedaar, ik heb er nog twee bijgewonnen. Zijn heer
sprak tot hem: Zeer goed, je bent een bekwame en trouwe dienaar. Je bent in
het kleine een trouwe beheerder geweest, ik wil je een grote opdracht geven.
Kom, neem deel aan de vreugde van je heer!
Tenslotte kwam ook de dienaar, die het
ene talent had gekregen en zei: Heer, ik wist, dat je een strenge man bent;
jij oogst, waar je niet gezaaid hebt en verzamelt, waar je niet hebt
uitgestrooid; omdat ik bang was, heb ik jouw geld in de grond verstopt. Hier
heb je het terug. Zijn heer antwoordde hem: Jij bent een slechte en luie
dienaar! Je hebt toch geweten, dat ik oogst, waar ik niet gezaaid heb en
verzamel, waar ik niet heb uitgestrooid. Had mijn geld tenminste naar de bank
gebracht, dan had ik het bij mijn terugkeer met rente teruggekregen.
Neemt hem daarom het talent af en geeft het aan degene, die de tien talenten
heeft! Want wie bezit, wordt gegeven en hij zal in overvloed bezitten; wie
echter niet bezit, die wordt ook nog weggenomen, wat hij bezit. Werpt die
nietsnut van een dienaar naar buiten in de uiterste duisternis! Daar zal hij
wenen en knarsetanden.
De institutie kerk en haar gelovigen
hebben niet slechts één talent begraven, maar alle talenten, die God, de
Eeuwige, en Zijn zoon, Jezus, de Christus, de mensheid hebben gegeven. En al
degenen, die bij de institutie kerk behoren, die in de stroom van de traditie
zijn meegezwommen, dachten en handelden net zo als de kerkelijke
hoogwaardigheidsbekleders, want dezen volgden zij na.
Met het oog op de huidige situatie kan worden gezegd: zowel het machtssysteem
kerk, dat in zijn traditie is vastgelopen, evenals de kerkelijke gelovigen, de
staat, die onderdanig is aan de kerkelijke overheid en aan de wetenschap, die
het leven manipuleert - zij allen hebben gefaald. Tweeduizend jaar na Christus
is het duidelijk, dat er niets is wat iets heeft gebracht, van wat de drie
machtige aan de wereld en aan de traditie gebonden »verkondigingsengelen«
kerk, wetenschap en staat, als waarheid hebben verklaard.
Hoe ziet de balans er uit? - Onder de mensen is onvrede, leugen en bedrog,
geweld, strijd, angst en vertwijfeling. Allerlei nood en ellende grijpen om
zich heen. In, op en boven de aarde is niets meer zoals God het de mensen eens
heeft gegeven. Egoïsme, willekeur, hebzucht en onbarmhartigheid hebben de
natuur geschonden, vervuild, verwoest, vergiftigd, gekweld en vermoord.
Het navigatieprincipe van de vogels,
de vissen en van alle dieren in de zeeën, rivieren en meren, is door de
inwerking van de mensen verstoord. Zeeën en andere wateren, gevuld met vuil,
afval, onraad en allerlei chemicaliën, besmet door olie en leeggevist, zijn
riolen geworden, waarin het leven sterft. De dieren in en op de aarde lijden,
lijden en gaan erbarmelijk te gronde door de bestiale machtprotser mens, die
heel geleidelijk in zijn eigen egowaan stikt.
Hij ontneemt hen hun waardigheid, die hij voor zichzelf voor onaantastbaar
houdt, om hen met gruwelijke dierproeven te vernederen; hij neemt hen het
recht van de vrije ontwikkeling af, waarop hij zelf aanspraak maakt, om hen in
de nauwe kooien en omheiningen van de bio-industrie voor de
geïndustrialiseerde vleesproductie te kwellen: hij ontneemt hen het recht op
familie, door de koeien de kalfjes weg te nemen; en hij ontneemt hen vooral
het recht op leven, door hen zonder bedenken te slachten, ofschoon intussen
het bewijs geleverd is, dat vleesvoeding helemaal niet bevordelijk is voor de
gezondheid, zelfs eerder schadelijk is.
Hoewel de mens en zijn werken de ondergang tegemoetgaan, is hij altijd nog van
mening, zijn aanspraak op macht ten opzichte van alles, waarvan hij meent, dat
ze onder hem staan, te moeten uitoefenen
In de laatste 25 jaar vermaant de
Godsgeest de mensheid opnieuw door Zijn spreekbuis, die Hij, de Al-Ene, Zijn
profetes en verkondigster noemt. Hij roept de mensen op tot inzicht en
ommekeer. Jezus, de Christus, leerde de mensen via het profetische woord de
weg naar Hem, die het leven in God, de Eeuwige, is. Hij sprak over de
reiniging van de zintuigen en de zinnelijke lusten, waarbij Hij ook de
vleesvoeding aan de kaak stelde en de mensen opriep, het eten van vlees
geleidelijk aan na te laten. »Geleidelijk aan« wil zeggen, heel geleidelijk de
zintuigen te reinigen door de toepassing van de Tien Geboden van God en Zijn
Bergrede.
Christus sprak echter ook in duidelijke woorden over de Apocalyps, die over de
mensheid zal losbreken, wanneer zij het leven, dat Hij is, minacht, doordat de
mens verder dieren, die de kleine broeders en zusters zijn van de mens, kwelt,
mishandelt, slacht en eet, om de verruwde zintuigen te bevredigen.
In de huidige tijd is Gods woord voor ieder mens op de hele aarde vrij toegankelijk, want de Geest Gods is op de hele aarde te beluisteren. Sinds vele jaren stroomt Zijn openbaringswoord via veel radio- en televisiekanalen de wereld in. Veel boeken en cassetten, die in vele talen werden vertaald, zijn in alle landen van deze wereld verkrijgbaar. Ook in internet kan Zijn boodschap worden gelezen. Zoals te allen tijde, waarin God door profeten sprak, erkennen veel mensen de waarheid, maar het uithoudingsvermogen, om Hem, de Christus, na te volgen, is maar matig.
Veel mensen kennen de uitspraak: »Wie
niet horen wil, moet voelen.« Ongeveer een jaar voordat de catastrofe, het
doden van honderdduizenden dieren, begon, omdat ze door BSE ofwel door mond-
en klauwzeer ziek waren geworden, sprak de Eeuwige, dat Hij hen de aarde met
alle dieren en planten, die Hij de mensen eens had toevertrouwd, had afgenomen
en tot Zich verheven had. Dit gebeurde, omdat de mensheid sinds duizenden
jaren de natuur, planten, dieren en mineralen, het water, de lucht, dus de
hele aarde, gemaltraiteerd, verontreinigd en op allerlei manieren belast
heeft; omdat zij de dieren - daartoe behoort ook het bodemleven, de
micro-organismen - op beestachtige manier kwelt en doodt en zo de natuurwetten
veronachtzaamt en geen afstand neemt van het eten van dierkadavers. Zijn
woorden luidden o.a.: Het is genoeg met de uitwassen van menselijke
gemeenheid, met het vergrijp aan de voedster der mensheid, aan moeder aarde!
En God sprak [in het jaar 1999]: De armzalige schepselen, die menen, dat ze de
schepper kunnen overtroeven, zullen spoedig moeten erkennen, dat moeder aarde
hen niet meer gehoorzaamt. De aarde is nu van Mij en zal doen, wat Mijn wil
is. Dat betekent, dat de oorzaken, het vergrijp van de mensen aan moeder
aarde, als uitwerkingen steeds sneller op hen zullen toekomen.*
* Brochure »Gabriele-Stiftung. Das
Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren. Dein Reich kommt -
Dein Wille geschieht. Bete und arbeite«, S. 11. Gratis verkrijgbaar bij:
Gabriele-Stiftung, Max Braun-Straße 2, 97828 Marktheidenfeld.
[Saamlin is het begrip voor Goddelijke natuurwezens, die in opdracht van de
Eeuwige op onze aarde voor natuur en dieren werkzaam zijn.]
Sindsdien hebben de alarmerende
gebeurtenissen in de hele wereld elkaar razendsnel opgevolgd. Is dat toeval?
Hier enkele van de meest eclatante voorbeelden ter herinnering:
- Uitgestrekte overstromingen teisteren wekenlang Mosambique, Zimbabwe en
grote gebieden van Zuid-Afrika. Vijf miljoen mensen zijn direct betroffen,
meer dan 150 mensen vinden de dood, een half miljoen mensen zijn dakloos.
Cholera, malaria en andere epidemieën breiden zich uit.
- In het noorden en noord-oosten van India bijna 1500 doden door zware
overstromingen.
- Mongolië beleeft de strengste winter sinds 50 jaar. Met de paarden en
runderen sterft ook de levenswijze en cultuur van de 2,4 miljoen nomaden.
- Wervelstormen in de Grote Oceaan, de Stille Oceaan, de Stille Zuidzee en de
Noord-Atlantische zee. Ook in onze gebieden richten orkaanachtige stormen
verwoestingen aan, vooral in de planten- en dierenwereld.
- Droogte-catastrofen, in China, in India: vrouwen moeten met hun waterkruiken
vaak tot 20 km ver over de keiharde, gebarsten en hete aarde lopen, om hun
gezinnen zo goed en zo kwaad als het gaat te kunnen verzorgen. Er zijn niet
alleen mensen betroffen. Runderen sterven met duizenden. Kleine boeren
verliezen hun bestaansbasis.
- Bosbranden in Griekenland en Rusland woeden wekenlang. Ook in het westen van
de USA en in Nieuw Mexico is er een lange droogteperiode. Vele duizenden
vierkante kilometer bos gaan in vlammen op. Duizenden mensen moeten worden
geëvacueerd.
- Wereldwijde stijging van de temperatuur. Geweldige ijsmassas in het zuiden
en noorden van de aarde smelten, vooral de gletschers. De waterspiegel van de
zeeën stijgt. Lagerliggende gebieden - ook in het westen en noorden van
Duitsland - lopen op langere termijn gevaar.
- Het magneetveld van de aarde schommelt aanzienlijk en wordt in zijn geheel
zwakker. Trekvogels vliegen zonder oriëntering in het wilde weg.
- De magnetische noordpool is sinds de 19e eeuw meerdere kilometers
verschoven. Wetenschappers melden, dat de aarde mogelijk op een poolsprong
toestuurt.
Reeds in de 80er jaren hoorden wij van
de Godsgeest, dat de aardas al een knik heeft.
Niet alleen onze planeet zal een ompoling beleven. De eeuw van de Geest komt
met macht naderbij. Het rijk Gods op deze aarde zal alleen nog mensen van de
Geest herbergen. Zij hebben hun ompolingen - de programmas van egoïsme, het
willen-zijn en willen-hebben - afgelegd. Zij geven in alles God de eer, leven
en werken volgens Zijn wil. Zij vervullen de wet, God, in hun voelen, denken,
spreken en handelen.
De catastrofen op de aarde zijn het spiegelbeeld van de catastrofe mens. Ook
de elementaire krachten - vuur, water, aarde en lucht - gehoorzamen de mens
niet meer. Zij schudden af, hetgeen de mens hen aan agressie, verwoesting,
verontreiniging, aan materiële gebruiks- en uitbuitingsdenken heeft opgeladen.
De mens wordt getroffen door de gevolgen van zijn eigen oorzaken.
Ook hebben we de laatste jaren veel vulkaanuitbarstingen en aardbevingen beleefd. Wat is de oorzaak? Weer ligt die bij de mens.
De aarde streeft naar verfijning; zij probeert uit alles, wat vergaat, iets nieuws te creëren. Zo ontstaan er uit fossielen van oerwouden olie en steenkool. Inplaats van de aarde te helpen, bijv. door bossen te reinigen en het hout produktief te maken, buiten we de aarde uit. We nemen de aardolie voor onze doeleinden, tot profijt van degenen, die het duur verkopen. Eveneens ontnemen we moeder aarde steenkool, mineralen, stenen en nog het een en ander meer.
Hoe zal een menselijk lichaam zich
gedragen, waaruit men naar willekeur organen haalt, ofwel operatief
verwijdert? - Dus hoeven we ons niet te verwonderen, dat de aarde beeft en
rilt van de koorts.
Wereldwijd zijn epidemieën op komst. Ook ziekten, die men voor overwonnen
hield, treden weer op. Ten dele met verwekkervarianten, die ten opzichte van
de ter beschikking staande medicamenten resistent zijn.
- Honderdduizenden mensen alleen al in zuidoost-Azië, lopen jaarlijks malaria
op. Een procent van hen sterft. Nu wordt de overbrenger van malaria, een mug,
reeds in Europa en Noord-Amerika gesignaleerd.
- Veel epidemieën komen uit het dierenrijk, waarin de mens ingrijpt: BSE;
griepvirussen van kippen en varkens uit Azië; aids door apen uit Afrika. De
pest komt weer terug. In Rusland heerst een tuberculose-epidemie.
- Het uitsterven van rassen zet zich voort. Dagelijks sterven tot 130 dier- en
plantensoorten uit.
In deze tijd komt - door de instraling
van het goddelijke licht, door de bond van God met de aarde en de dieren -
alles in beweging, alles wordt openbaar. Wat de Geest Gods op aarde dient,
wordt zichtbaar; eveneens ontmaskert zich het satanische. Het licht der
waarheid brengt alles aan het licht, zowel in het grote als in het kleine, in
het leven van ieder persoonlijk. Het tegenstrijdige, het antichristelijke,
wordt herkend als dat, wat het is.
De waanzin van de mens vond zijn uitdrukking in de runderwaanzin.
Dierbeschermers wijzen erop, dat de dieren met subsidie worden gefokt. De
belastingbetaler wordt dus in deze waanzin betrokken, of hij wil of niet. Dat
is moreel en ethisch niet verantwoord!
Nu wordt erover gelamenteerd, dat veel runderen wegens BSE worden gedood. Dat is schijnheilig. Waarom worden er zoveel runderen gehouden? Opdat men ze allengs opeet, om niet te zeggen: opvreet. Als men dieren houdt om ze te consumeren, is dat niet in overeenstemming met de waardigheid van de mens als kind Gods. Hier kan men alleen nog van »vreten« spreken.
Overigens: ook als men dieren bij het eten observeert, komt automatisch de vraag op: »vreten« de dieren of vreten de mensen? Ik heb gezien, dat dieren eten.
De onmens - een kadavervreter. En dat in meer opzichten, want wat in het diermeel, het voer voor dieren zat, tart elke beschrijving: afval uit slachthuizen, dierenartspraktijken en dierproevenlaboratoria; ook menselijke placentas werden er ooit bijgemengd; zelfs laboratoriumratten van de farma-industrie, die met kankerverwekkende chemicaliën werden ingespoten, eindigden in de voedertrog van de dieren, evenals gestrande potvissen, die volzaten met schadelijke stoffen zoals DDT en PCB. Eigenlijk hadden ze als gevaarlijk giftig afval opgeslagen moeten worden. Maar het gevaarlijke gif werd vermalen, verkocht en geperst en runderen en varkens voorgezet. Zo landde alles in de zondagse vleesschotel van de mensen. In het begin en aan het einde van de voedingsketen staan giftige kadavers. De mens - de kannibaal.
Sommige mensen distantiëren zich nu
van vlees. Het door ons gecreëerde afval verorberen we meestal toch nog via de
voedingsketen. Onze excrementen, onze slakken en afvalproducten komen als
zuiveringsslib op de velden. In ons eigen vuil zullen we stikken. Dan moet
meneer de dokter helpen, die met dezelfde of soortgelijke versterkende
middelen is besmet.
Ook de velden lijden min of meer aan BSE, want ook zij zijn volgestopt met de
dragersubstanties, die tot BSE hebben geleid.
Het consumeren van onze medeschepselen wordt steeds gevaarlijker. Vleeseters, die afstand namen van rundsvlees, moesten vaststellen, dat ook varkensvlees niet meer zeker is, omdat hele kudden met antibiotica werden ingespoten. En wie over wilde gaan op vis, ervaarde uit Brussel, dat vissen uit de Noord- en Oostzee besmet zijn met dioxine. Ook op binnenlandse karpers en forellen kan men zich niet meer verlaten, want deze worden met hun dode soortgenoten uit de Noord- en Oostzee gevoerd. Tenslotte was ook de toevlucht tot het gevleugelte versperd: de geneeskundige dienst sloot zelfs bij ganzen en eenden een BSE-besmetting niet meer uit. Zelfs bij struisvogels, waartoe men overging te consumeren, ontdekte men onlangs dezelfde gaten in de hersenen als bij met BSE-besmette dieren. Steeds meer dieren weigeren zich over te geven aan de hebzucht van de mens.
Maar de vleesverslaving is blijkbaar door niets te imponeren: omdat de vleeseters nu meer gevleugelte als rund- en varkensvlees eten, ontstaan overal grote kippe-mesterijen. De natuur- en dierenbeschermers slaan alarm. Wat zich in deze pluimveehouderijen, waarin tot 40.000 dieren in de meeste nauwe ruimten moeten leven, afspeelt, tart elke beschrijving: de dieren brengen elkaar uit agressie en angst wonden toe, om welke reden men hun snavels of teenkootjes afsnijdt. Vele worden ziek, waarom men tonnen antibiotica inzet. De dierenbescherming wordt met voeten getreden - maar wat kan het de verbruiker schelen, die met genot zijn gebraden haantje naar binnen werkt!
Op een heel macabere wijze met het lot
van de dieren verbonden zijn van oudsher de jagers:
De jagers rechtvaardigen hun bloedige werk ermee, dat ze voor het evenwicht in
de natuur moeten zorgen. Er zouden zogenaamd teveel dieren zijn of een
diersoort zou anders de overhand kunnen nemen. Uit observaties in gebieden van
de aarde, waar bijna geen mensen wonen, wordt dit echter niet bevestigd.
Uit recente studies van ecologen ter plekke bleek, dat dieren beschikken over
een innerlijk mechanisme ter regulering van de populatie. Zo heeft men bijv.
bij olifanten vastgesteld, dat niet honger of dood beslissend zijn voor het
groeipercentage, maar de flexibiliteit van de vrouwelijke dieren bij het begin
van de geslachtsrijpheid. Dreigt er overbevolkering, dan gaat het
geboortepercentage omlaag. Iets dergelijks heeft men bij herten, elanden,
steenbokken en andere grote zoogdieren vastgesteld. Ook veel vogelsoorten
houden zich, al naargelang de dichtheid van hun populatie, bij het broeden
terug. Als er veel soortgenoten afgeschoten worden, komt de reserve van
niet-broedende soortgenoten in actie, en er komen meer dieren bij dan er vóór
de vogelmoord waren.
Geen enkele soort vermeerdert zich in het wilde weg. De populatie wordt niet
door strijd en dood van buitenaf beperkt, maar door een innerlijke maat.
De jacht voor dit doel is dus niet alleen ondeugdelijk, maar ook volkomen
onnodig. In de brochure »Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der
Nächstenliebe an Natur und Tieren« lezen we, wat God, de alwijze en almachtige
Schepper van het universum, daartoe te zeggen heeft:
De dieren in bos en veld hebben geen
vaderland, want boosaardige rovers loeren op deze schepselen, om ze neer te
schieten.
Veel mensen hebben de onjuiste opvatting, dat ze het evenwicht in de natuur in
stand zouden moeten houden. God sprak: Ik Ben het evenwicht in de hele
oneindigheid en ook in de natuurrijken van de aarde. Ik heb geen gewichtige
mensen nodig, die menen, het evenwicht in stand te moeten houden.
De mens hoeft zichzelf daarom niet tot
een kunstmatige rover te maken, om »natuurlijke vijanden« te vervangen. Hij
verstoort slechts de harmonie van de natuur, verscheurt de sociale verbinding
der dieren, verstoort hun rustplaatsen en voedingsgebieden en veroorzaakt
omvangrijke veranderingen in het natuurlijke ritme.
Bij wilde zwijnen wordt bijv. als eerste op de zeug, die in de kudde een
leidinggevende functie heeft, door jagers aangelegd en geschoten. Dat daardoor
het sociale systeem van de dieren niet alleen gestoord, maar zelfs vernietigd
wordt, kan de groenrok niets schelen. Daartoe een uitspraak van een
professionele jager: De zeug leidt en organiseert. Wie haar doodt, vernietigt
de sociale structuur van een hele roedel. Het afschieten van haar laat een
ongeordende groep achter, die zonder oriëntatie een zwervend bestaan gaat
leiden, zich ongecontroleerd vermeerdert en uiteindelijk schade op
landbouwvelden aanricht. [SZ, 16.12.2000].
Een bijzonder goed voorbeeld, waaraan we kunnen aflezen, hoe de jager »het
evenwicht in de natuur in stand houdt«!
Wist je al, hoe de jagersgroet [»Een goede, gelukkige jacht!«] tot stand komt en wat zij als »jagersdank« verorberen?
Bij hazen bijv. zoekt de jager zijn »geluk« door een lading schroot, dat zijn slachtoffers niet alleen de huid, maar ook het daaronder liggende zenuwstelsel doorzeeft. De hazen kronkelen van de pijn en schreeuwen vaak als kleine kinderen. Dan nadert de trotse jager en slaat het kermende dier dood - met een knuppel, het lemmet van een mes, de schacht van zijn geweer of met de zijkant van de hand; er zijn natuurlijk meerdere slagen nodig, totdat de jager »succes« heeft. Dit zijn volstrekt geen ontoelaatbare excessen, maar zo wordt het op de cursussen voor jagers aanbevolen. Gelukkige jacht!
En als resultaat van de »gelukkige
jacht« kun jij dan van hun gebraden haas genieten. Af en toe bijt je daarbij
nog op een schrootkogel. Misschien denk je er de volgende keer aan, hoe jij je
zou voelen, als men jou vijfenzeventig kogels onder de huid zou jagen en je
aansluitend met een geweerkolf zou worden doodgeslagen.
Misschien stel je je ook even de haas voor, hoe hij met grote ogen en
opgerichte oren door de wei huppelde, toen hem het dodelijke salvo trof, opdat
hij door jou kon worden gegeten. Zou je voortaan toch niet liever van deze
maaltijd afzien?!
Op reeën en wilde zwijnen schiet de
dappere jager niet met gewone patronen, maar met projectielen, die zich in het
binnenste van de getroffen dieren vergroten [expansieprojectielen] of
verbuigen [deformatieprojectielen]. Waarom? Opdat er uit het getroffen dier
zoveel mogelijk »aanwijzingen« voor de sluipjacht worden weggeslagen - bloed,
maag- of darminhoud, stukjes haar, botsplinters enz. Dat moet het zoeken naar
het gewonde, maar nog niet gedode wild, verlichten. Opdat het wild bij deze
»zoektocht« niet steeds wegloopt, laat men het enkele uren »ziek« worden,
zoals de jagers zeggen. Dan pas jaagt men het op, om het stervende dier door
een genadeschot definitief te doden. Inplaats van deze manier van doden geldt
ook het doodsteken van het dier als jachtrecht. Het grootste deel van het wild
dat hoeven heeft, bijv. reeën, herten, edelherten, damherten, gemzen, wilde
zwijnen, sterft op deze wijze na urenlange foltering. Is het dier eindelijk
dood, dan wordt het meteen »opengesneden«. De darmen en andere ingewanden
worden uit het nog warme lichaam gereten. De handelwijze van de jager
onderscheidt zich hierbij nauwelijks van die van een bloeddorstig roofdier,
dat wij als »bestiaal« plegen te betitelen.
Dit geldt allemaal als »jachtrecht«. Als je je volgende stuk gebraden ree
bestelt, kun je erover nadenken, hoe lang jouw slachtoffer aangeschoten en
bijna bewusteloos van de pijn door het bos strompelde, om »aanwijzingen voor
de sluipjacht« te geven. De pijn, die het dier daarbij had, leidde tot
hormoonuitstortingen en is nog steeds in jouw gebraden vlees. Je eet de
ellende mee. Wil je dat werkelijk?
Meer dan 300.000 jagers stichten in
Duitsland jaarlijks onvrede, angst, stress, wanorde, leed en dood in bos en
veld. 13.000 Tot 15.000 dieren worden dagelijks vanuit comfortabele kansels
afgeknald of met vallen op gruwelijke wijze ter dood gebracht, deels onder
onmetelijke pijnen, als ze ergens aangeschoten en gewond liggen of in klemmen
spartelen, tot ze sterven. De dieren hebben geen schijn van kans om voor hun
leven te lopen.
Het woord »jacht«, zo vreselijk het is, wordt ook nog als vergoeilijking
uitgelegd.
In werkelijkheid gaat het om de wellust van het doden. »Jagen is altijd een vorm van oorlog«, zei Goethe. »Jagen is een nevenvorm van menselijke geestesziekte«, stelde Theodor Heuß vast, de eerste president van de bondsrepubliek Duitsland, die als niet-jager met diplomaten op jacht moest gaan. »Van dierenmoord naar mensenmoord is slechts een kleine stap«, zei de Russische auteur Leo Tolstoj.
Steeds meer mensen krijgen dit door.
Enquêtes documenteren een groeiende afwijzing van de jacht. Meer dan de helft
van de bevolking - tweederde van alle vrouwen - wijst de massamoord in de
bossen af.
In het jaar 2000 werden door de media ongewoon veel jachtongevallen bekend.
Enkele voorbeelden: Jager schoot jager dood. Rome - Tragisch jachtongeval bij
Cuneo [Noord-Italië]: Een 39-jarige schoot bij de jacht op wilde zwijnen per
ongeluk zijn vriend dood. Uit verdriet schoot hij zichzelf een kogel door het
hoofd. De beide mannen werden pas na twee dagen gevonden.
Een ander geval: De ene jager schiet de andere dood. De kogel ketste af van een steen: Uiterst tragisch zijn de omstandigheden van een jachtongeval in Hongarije, waarbij een 54-jarige apotheker uit Bad Neustadt werd gedood. Zoals bericht, jaagde de vader van een gezin met vrienden op wilde zwijnen. Zoals een Hongaarse krant bericht, hebben de 54-jarige en een jachtcollega vanuit naburige kansels op het wild geschoten. Bij de poging een reeds aangeschoten mannelijk everzwijn opnieuw te treffen, ketste de kogel uit het wapen van een jager af van een steen in de richting van de andere kansel, waar zij de apotheker direct in het hart trof. [»Das Weisse Pferd« Nr. 8 , april 2000]
Het blad »Das Weisse Pferd« vat een
paar van dergelijke voorvallen als volgt samen:
Een serie ongevallen. Ook jagers leven gevaarlijk.
De heropening van de hertenjacht van dit jaar in de Verenigde Staten werd een fiasco. Want dit keer behoorden - naast duizenden herten - ook negen jagers tot de doden.
In de staat New York werden twee jagers voor dieren gehouden en neergeschoten. Een jager kreeg van de schrik een hartinfarct, een vierde viel van de kansel en brak zijn nek. In Wisconsin werd eveneens een jager doodgeschoten, vier jagers kregen dodelijke hartinfarcten.
In de staat New York had de overheid op grond van het toenemend aantal herten de jagers opgeroepen, zoveel mogelijk dieren af te schieten.
Ook in Nieuw Zeeland had een jager een
jachtongeval - door zijn hond. Toen hij net een aangeschoten wild zwijn wilde
doodsteken, sprong zijn hond op het op de grond liggende geweer. Het was
geladen en niet gezekerd, de kogel trof de jager in het been. Hij sleepte zich
naar een straat en moest daar zes uur wachten, voor hij gevonden werd. Wat er
met het aangeschoten wilde zwijn gebeurde, werd in de pers niet vermeld.
Commentaar van de redactie: Wat een mens de dieren aandoet, komt op hem terug.
Dat is reeds lang bekend. Nieuw is hoogstens, dat de uitwerking zo snel kan
intreden.
Zou het kunnen zijn, dat wij hier te doen hebben met de wetmatigheid zenden en ontvangen, met de causaliteitswet? De wet van zaad en oogst heeft een geweer, dat beter treft dan elke jager!
Sedert enkele jaren komt het »comfortabele jagen« weer meer en meer in de mode. Men creëert omheiningen, zogenaamde jachtterreinen, waarin men bijv. wilde zwijnen houdt, verzorgt en zich laat vermeerderen. Men mest ze zelfs met goed voer.
280 Hectare meet Cloppenburgs jachtterrein, een oppervlakte, die hoogstens 15 wilde zwijnen zou kunnen voeden, waarop hij echter minstens 300 dieren hield. Wie daar ging wandelen, had een grote kans tamme wilde zwijnen aan te treffen. Enkele zwijnen waren in het nabij gelegen Niersbach zelfs met naam bekend, zoals de zeug Rita, van wie in de volksmond bekend was, dat ze graag »van gezinnen met kinderen brood en appels« bedelde. Een mannelijk everzwijn, zo vertelt men in het dorp, zou zelfs getracht hebben, zijn jagers te lijf te gaan om voer te krijgen ...
Tot 31 october van verleden jaar
hadden zij een gezellig bestaan gehad in een zogenaamd jachtterrein van de
Düsseldorfer Ulf Cloppenburg - niet vermoedend, voor welk doel ze gehouden en
gemest werden ... [DIE ZEIT, 22.4.1999]
Duitslands bekendste jager, Constantin Freiherr von Heeremann, houdt het voor
moreel onberispelijk, om voor plezier op tamme wilde zwijnen te schieten.
»Hier is normaal gejaagd. Hier is jachtgerecht gejaagd.«, verzekert hij. -
Jachtgerecht, zo verklaarde hij bij de bondsjagerdag, is een jacht, »waarbij
eerbied en achting voor het leven belangrijk zijn«.
Dat is werkelijk het toppunt! Hier klopt toch iets niet, zegt de onervaren, met gezond mensenverstand begaafde tijdgenoot ...
Over »eerbied en achting voor het leven« kan ook het volgende citaat uit het reeds genoemde artikel in DIE ZEIT opheldering geven:
Oorspronkelijk zijn jachtterreinen een voorname verworvenheid, die vooral in de 16e eeuw zeer in de mode was. Enerzijds zouden zij het aantal treffers van de adelijke jagers verhogen, anderzijds de velden van de boeren voor wild en wilde jachten beschermen. Momenteel wordt het voor jagers, die in het bezit zijn van zon jachtterrein, makkelijker, om zonder moeite of lang op de uitkijk te zitten, tussen twee zakentermijnen door te kunnen gaan jagen. De jachtbladen wemelen van advertenties. »100 Procent jachtsucces! Authentiek wildterrein in het Beierse woud verleent afschot van sika-, dam-, rood-, en moeflonwild. Afzondering geldt in het terreinjagersmilieu absoluut als verkoopargument: zo kan men »verborgen en heimelijk, afgeschermd van de blikken van het publiek« de »meest opwindende jachturen van het jaar op edelherten in alle sterkteklassen alsmede authentieke [mannelijke] everzwijnen« beleven, zo maakt iemand uit Allgau reclame voor zijn jachtterrein.
Overigens: beslist niet al deze jachtterreinen zijn zo chic en groot als dat van Ulf Cloppenburg, waarvan reeds sprake was. De kleinsten zijn maar net 75 hectare groot, schrijft DIE ZEIT.
Terecht kan daartoe worden gezegd: het voorname bezit, de jachtterreinen, zijn er, om dieren achterbaks te vermoorden. Een raad aan alle vegetariërs en aan degenen, die op weg zijn, vegetariër te worden en die zich niet tot de voorname heren rekenen, die hun »gelukkige jacht« nodig hebben en de jagersdank o.a. in het dierkannibalisme zien en beleven. Laat hen hun jagersdank in het dierkannibalisme! Volgens de wet »op elke actie volgt een reactie« of »op elke oorzaak volgt de overeenkomstige uitwerking« doorlijden mensen, die dieren achterbaks doden, hun »moreel-ethische« dood. De moord op de dieren is de dood van de mensen.
Op deze wijze kan de feodale
heerschappij van de mens ook uitsterven, zodat op aarde langzamerhand vrijheid
en broederlijkheid ontstaan, ook ten opzichte van de dieren, die de kleine
broeders en zusters zijn van de mens.
Het gedrag van veel jagers, die dieren aan voedertroggen voor hun kansels
verzamelen, herinnert aan een scene uit de met een prijs gekroonde film
»Schindlers Liste«. In deze film maakt de commandant van een concentratiekamp
er een sport van, reeds in de vroege morgen op het balkon van zijn huis te
gaan staan, dat boven het uitgestrekte concentratiekamp als een kansel
uitstak. Door de richtkijker van zijn jachtgeweer koos hij dan in alle rust
een of meerdere gevangenen uit, die hij telkens met een enkel schot
neerschoot.
Men kan de slachtoffers in de concentratiekampen niet met dierslachtoffers in de bossen vergelijken en de concentratiekampopzichters niet met jagers - maar de manier van moorden en de lust daaraan zijn van macabere gelijkenis. In de genoemde film zijn de slachtoffers onvoorwaardelijk overgeleverd aan de moordenaar, de moordenaar doet zich voor als heer over leven en dood. Zijn recht om te moorden liet zich de stramme precisieschutter door niemand betwisten; de staatsmacht stond achter hem, tot hij tenslotte later toch zelf aan de galg eindigde.
Niemand moet denken, dat dit voorbij is. Dit scenario ten opzichte van de dieren duurt voort en heeft zijn gevolgen. Wanneer zullen deze de momenteel levende mensen treffen? Want wat wij hebben gezaaid, zullen we ook oogsten. Met de dier-epidemieën is het al begonnen.
Het agressiepotentieel, dat - zoals de [Duitse] geschiedenis van de laatste 100 jaren aantoont - altijd latent aanwezig was, kan men, zoals verondersteld wordt, zonder eigen risico en ongestraft, alleen nog aan argeloze en weerloze dieren uitleven.
Het is beslist geen toeval, dat er in gedeelten van Duitsland, bijv. in Unterfranken, grote schiettorens worden opgesteld voor het uitleven van het agressiepotentieel, die er uitzien als getrouwe kopieën van de wachttorens uit de concentratiekampen. Zulke schiettorens worden met voorkeur aan de grens van het naburige jachtgebied opgesteld, opdat vooral geen enkel dier levend over de grens kan lopen. Zo gauw een arm schepsel ook maar de kop over deze grens steekt, wordt het, met gebruik van de richtkijker, zonder erbarmen afgeknald.
Veel mensen kijken bij het doen en laten van dit brutale slag mensen onverschillig toe, zoals het ook in de film Schindlers Liste de meeste mensen deden, toen hun medemensen werden vervolgd en vermoord. Tegenwoordig ondersteunen partijen, die prat gaan op het woord »christelijk« in hun naam, het gemene dodingspotentieel, doordat zij het streven, de dierenbescherming in het constitutioneel recht te verankeren en de legale lustmoord te beperken, succesvol tenietdoen.
Maar zoals de fabrikant Schindler in
de genoemde film tegen de macht van de heersers in veel mensen, wier namen hij
op een lijst noteerde, door persoonlijke inzet onder groot risico redde,
bestaat er momenteel voor natuur en dieren hoop. »De Gabriele-Stiftung. Das
Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren«, een gestadig
groeiend hulpwerk, heeft zich ten doel gesteld, de dieren levensruimte te
geven en hen te redden voor de vervolging door verruwde en gewetenloze mensen.
Dit hulpwerk staat reeds enkele honderd hectare land ter beschikking, waarop
niet de brutaliteit van de mensen, maar de achting voor alle schepselen van
God de maatstaf van handelen is.
De moord op de dieren is voor menigeen niet genoeg. Juist de feodale heren
nemen o.a. de dieren hun levensruimte af. Zij dwingen hen, zoals gezegd, in
nauwe terreinen en verkondigen luidkeels, dat er teveel dieren zouden zijn, de
schade aan bos en veld zou enorm zijn. Daarom - menen ze - moeten dieren
worden afgeknald, van schieten kan men hier niet meer spreken.
Geeft de dieren de levensruimte, die
hen toekomt, dan kan de moord op de dieren geleidelijk aan ophouden en er zou
nauwelijks meer schade aan bos en natuur zijn.
In de nauwe levensruimte is er niet genoeg voedsel. De feodale heren weten
natuurlijk niet, dat honger vertwijfeld maakt en niet veroorlooft kieskeurig
te zijn. Zo is het ook bij de dieren; ze hebben honger en eten daarom alles,
wat ze kunnen krijgen.
In wildparken zijn de dieren in een nog nauwere levensruimte geperst, maar slechts zo lang, tot de feodale heren hen van kant maken.
Wie het aan de feodale heerschappij
wil overlaten, zich te gronde te richten, wordt of blijft vegetariër. Beste
medemensen: eet geen vlees meer, laat dat over aan de feodale heren, als ze
dat willen! Als dan geleidelijk de Kreuzfeld-Jakob-ziekte uitbreekt, kunnen ze
zich, indien mogelijk, wederkerig verplegen en eventueel de priesters oproepen
tot gebed, in zoverre deze niet zelf al aan de gevolgen van de gebraden
kalkoen lijden.
De jagers zouden jachtopzieners moeten zijn, beschermers van de natuur en de
dieren, maar zij zijn opjagers geworden, die de dieren drijven, opjagen, druk
op hen uitoefenen en afknallen, waar ze ze ook maar tegenkomen.
Een woord van Christus uit Zijn openbaringswerk »Dit is Mijn woord«*:
* »Dit is Mijn woord. A en O.. Het evangelie van Jezus. De Christusopenbaring, die inmiddels de ware christenen over de hele wereld kennen«. In drie delen. Verlag DAS WORT, Max Braun-Straße 2, 97828 Marktheidenfeld. Tel. 0049/9391/504-135, fax 504-133
Wee de jagers en wee degenen, die naar vleesvoeding verlangen! Zowel de jagers als degenen, die als kannibalen het vlees van dieren verslinden, zullen met de pijn, het leed en de smart van de dieren gepijnigd en gejaagd worden. Hetzelfde geldt voor degenen, die het planten- en mineraalrijk schenden. Ook zij zullen door hun wandaden lijden. Wat de mens zaait, zal hij oogsten. [Deel 1 - blz. 108]
Als jagers al een genre zijn met een
zeer eigenaardige, ofwel gestoorde mentaliteit, dan zal men wel benieuwd zijn,
wat er voor den dag komt, als priesters, pastoors - of andere
hoogwaardigheidsbekleders van de zich christelijk noemende kerk - zich met het
thema jacht bezighouden.
In internet was te lezen:
Pastor wenst via internet »Horrido en
jagersheil«. Een evangelisch-lutherse dominee uit Lüchow, theoloog en
langjarig jager, biedt tips aan voor Hubertusmissen.
Slechts enkele van zijn uitspraken:
Bij Hubertusmissen gaat het om »waardige bezinning op de plaats van de mens in de medeschepping ... Hij zet uiteen, hoe het doden van dieren bij de jacht te verenigen is met de christelijke ethiek ... Het wild zou verzorgd moeten worden. De jacht op te geven zou geen verantwoordelijkheid betekenen, maar verwaarlozing ...« [epd Niedersachsen-Bremen /b2073/18.8.2000]
Een vaststelling van Dag Frommhold: Geen enkele jager zal onder zijns gelijken bestrijden, dat de jacht, het doden en de buit binnenhalen hem vreugde bereidt; openlijk geven echter veel minder jagers dit feit toe - zij weten waarom. [www.tierbefreier.de]
In een kerkdienst ter ere van de
schutspatroon van de jagers, St. Hubertus, in Dieburg heet het: Ook de jagers
zouden in harmonie met de scheppingsorde moeten handelen. Daartoe behoort zeer
wel ook het neerschieten vam dieren ... Men liet jachthoorns »ter ere Gods
weerklinken«. Na de eredienst vond een gezellige jagersavond in het
parochiehuis plaats. [Darmstädter Echo, 17.11.2000]
God wil geen eer, die slechts menselijke zelfverheerlijking is. God sprak door
Jeremias heel anders: ... Ik heb jullie vaderen, toen Ik hen uit Egypte
leidde, niets gezegd en niets bevolen, wat brandoffers en slachtoffers
betreft.
In het domein Germersheim verklaarde deken Hirsch het volgende: Een
verantwoordelijk en respectvol gebruik van dieren is een legitiem recht van de
mens en zeker ook van de jager, die zoveel mogelijk doet voor de
instandhouding van de natuur. [Die RHEINPFALZ, 17.10.2000] »Zoveel mogelijk«
wil zeggen: dieren naar willekeur afknallen.
Deze korte inzage is voldoende.
Wij begrijpen nu wel, waarom God sprak: Het is genoeg! De maat is vol.
Men ziet, hoe flexibel mannen van de kerk zich op de diverse eisen van het publieke leven instellen. Daarin hebben ze zich dan ook ongeveer 1700 jaar lang - of nog veel langer, als men de praktijken van het Oude Testament beschouwt - kunnen oefenen. Elke bijbelkundige weet: een groot deel van het Oude en Nieuwe Testament is vervalst - niet Gods woord. In het Oude Testament waren het vooral de priesters en de ambtenaren aan het hof, die hun voorstellingen in de loop der eeuwen neerschreven. In het Nieuwe Testament waren het niet de tijdgenoten van Jezus van Nazareth, die de »evangeliën« schreven; achter de naam »evangelisten« verbergen zich onbekende auteurs, die slechts van horen-zeggen iets wisten over de Nazarener en er wederom hun eigen »theologische« voorstellingen in integreerden.
Jagen is nog altijd voornamelijk een
mannenaangelegenheid. Ook in de katholieke kerk zijn hogere wijdingen alleen
aan mannelijke theologen voorbehouden. Een gedachte daartoe om een bepaalde
reden:
Zouden de priesters en dergelijke »waardige dienaren van God« er niet van
oudsher op belust zijn geweest, de kerk, het kerkelijke beheer, tot een
mannenaangelegenheid te maken, zouden ze geen patriarchaat hebben bedreven, de
macht in mannenhanden, zouden ze de vrouwen niet per se hebben willen
uitsluiten, dan zou hun driftleven in elk geval enigermate in toom gebleven
zijn en niet zo extreem zijn ontaard, als het nu weer eens aan het licht
gekomen is.
In het Oude Testament leefde men zijn dierlijke neigingen uit op onschuldige
creaturen en ook tegenwoordig heeft men op het kwellen en moorden van dieren
niets aan te merken. In de Middeleeuwen vermaakte zich zo menige klerikale
wellusteling met het folteren en verbranden van ketters en vermeende heksen,
tegenwoordig houdt men zich bezig als knapenschender - vergrijpt zich dus aan
jongens, kloosterleerlingen en dergelijke - en verkracht nonnen.
De mens, die dieren mishandelt en doodt, voelt vaak geen berouw meer. Zijn geweten, de ethisch-morele controle-instantie, is afgestompt. Eventueel zal hem pas door de wet van oorzaak en gevolg weer bewust worden, wat het betekent, ellende en pijn te moeten lijden.
Het is gruwelijk te zien, hoe beestachtig mensen zich gedragen. Is er nog een sprankje hoop? Misschien zijn er hier of daar nog n paar verstandige mensen, die inzien, wat er op ons toekomt, die hun verstand gebruiken en meehelpen nog veel mensen van goede wil, te redden. Redden waarvoor? Voor het monster, dat zich als mens uitgeeft en zonder het verstand te gebruiken, een ongehoorde wereldwijde chaos teweegbrengt.
Veel mensen kennen de wetmatigheid: »op elke actie volgt een reactie« of »aan elk gevolg ligt een oorzaak ten grondslag«. De Geest Gods sprak en spreekt van zaad en oogst. De oogst groeit altijd uit een overeenkomstig zaad. Omgekeerd betekent dat: uit het zaad kan men de betreffende oogst verwachten. - Op grond van deze eenvoudige en logische samenhangen kan men momenteel reeds de volgende ramp verwachten. Wie niet wil geloven, wat er overeenkomstig zaad en oogst op de mensheid afkomt, zal het ondervinden, want de tijd is rijp. De oogst is aan de gang.
In het begin van de menswording gaf de
Geest Gods de aarde aan de mensen. Inhoudelijk sprak Hij »Maakt de aarde aan
jullie onderdanig«, wat echter niet wil zeggen, de aarde uit te buiten en
alles, wat in haar, op en boven haar leeft, te kwellen, moedwillig te doden,
de dieren kunstmatig te bevruchten, dieren te eten enzovoort.
In de brochure »De profeet nr. 15, Dieren klagen - de profeet klaagt aan!«*
lezen we, dat God Mozes en de toenmalige priesters het doden, offeren en eten
van dieren zou hebben veroorloofd. Deze rituelen, die met dieren werden
voltrokken, stammen echter niet van Gods woord door Zijn ware profeten. De
toenmalige priesters hebben dat uitgevonden en het volk voorgespiegeld, dat
het geboden of zelfs bevelen geweest zouden zijn van de ene en ware eeuwige
God. Deze leugen werd overgeleverd en opgeschreven, zodat we bijv. in het 3e
boek Mozes, Leviticus, nu nog lezen:
* Gratis verkrijgbaar bij: Universeel Leven. Postbus 31228, 6503 CE NIJMEGEN
Vervolgens liet hij [Mozes] de ene ram als brandoffer naar voren brengen. En Aäron en zijn zonen legden hun handen op de kop van het dier. Mozes slachtte het en sprenkelde het bloed rondom het altaar. Hij sneed de ram in stukken, waste de ingewanden en de poten met water, en verbrandde de kop, de stukken vlees en het vet, kortom de hele ram op het altaar; het was een brandoffer, een offergave met een kalmerende geur, een vuuroffer voor de Heer, zoals de Heer het Mozes had bevolen ...
In de brochure »De profeet nr. 15, Dieren klagen - de profeet klaagt aan!« kun je o.a. verdere voorbeelden van vroegere klerikale verzinsels lezen, als je dat wilt.
De verwerpelijke manier, waarop te
allen tijde met dieren werd en wordt omgegaan, stamt uit de afgodendienst,
waar mensen dieren hebben geofferd om de goden welgezind te stemmen en
welgezind te houden. Door profeten van het Oude Testament sprak God zich tegen
alle dierenoffers uit. Hij sprak bijv. door Jeremias:
Jullie brandoffers behagen Mij niet, jullie dierenoffers zijn Mij niet
aangenaam [6,20], door Jesaja: Van de rammen, die jullie als offer verbranden,
en het vet van jullie runderen heb Ik genoeg; van het bloed van de stieren, de
lammeren en de bokken walg Ik [Jes 1,11], en door Hosea: Liefde wil Ik, geen
dierenoffers, Godserkenning inplaats van brandoffers [6,6]. Verdere uitspraken
met een dergelijke inhoud zijn o.a.: Jes 1,13; 1 Sam 15,22; Hos 8, 11-13; 3
Moz 5,21-27; Jer 7, 22-28; Mich 6, 6-8; Ps 50, 9-21. Deze berichten werden
door de priesters bij hun bijbelvervalsingen blijkbaar over het hoofd gezien.
Ook het slachten van dieren om deze te consumeren, is als het ware een dierenoffer.
Jezus stelde elk geweld ten opzichte
van dieren aan de kaak, ook het eten van dieren. Sommigen zullen nu
tegenwerpen, dat Jezus ook vlees heeft gegeten en vis, dat ook vlees is.
Vissen zou Hij zelfs vermeerderd hebben. Daartoe zegt de Christus Gods in Zijn
grote openbaringswerk »Dit is Mijn woord. Alpha en omega« het volgende:
Noch door de apostelen, noch door de discipelen werd bevolen, om een lam te
slachten. Maar zowel aan Mij, alsook aan de apostelen en discipelen, werden
delen van een toebereid lam als gave van liefde gereikt. Onze naasten wilden
ons daarmee een geschenk aanbieden, omdat zij niet beter wisten. Ik zegende de
gave en begon het vlees tot Mij te nemen. Mijn apostelen en discipelen deden
hetzelfde. Daarop stelden zij Mij de vraag: wij behoren toch afstand te nemen
van het eten van vlees. Zo heb Je het ons bevolen. Nu heb Je zelf vlees
gegeten.
Ik onderwees de Mijnen: de mens behoort geen dier moedwillig te doden en ook niet het vlees van dieren te eten, die werden gedood voor het eten van hun vlees. Maar wanneer mensen, die nog onwetend zijn, vlees als voedsel hebben toebereid en het de gast als geschenk aanbieden en het hem bij het gastmaal aanreiken, dan behoort de gast de gave niet af te wijzen. Want het is een verschil, of de mens vlees eet uit begeerte of als dank aan de gastheer voor zijn moeite.
De wetende zou echter, als het hem mogelijk is en de uiterlijke omstandigehden en de tijd het mogelijk maken, de gastheer algemene aanwijzingen moeten geven, hem echter niet trachten te beleren. Als de tijd rijp is, zal ook de gastheer deze algemene aanwijzingen begrijpen. [Deel 3 - blz. 113]
Mijn discipelen brachten Mij broden en druiven ter vermenigvuldiging. Op die dag werden Mij ook dode vissen ter vermenigvuldiging aangereikt. Toen Ik deze dode substantie in Mijn handen nam, lichtte Ik de mensen in, zeggende, dat daaruit het krachtpotentiëel van de Vader, de hoge levenskracht grotendeels was geweken en Ik geen levende vissen zou scheppen, om hen daarna weer te laten doden.
Ik verklaarde de mensen, dat het leven in alle levensvormen is en de mens deze niet moedwillig mag doden. De mensen, met name de kinderen, keken Mij droevig aan. Zij konden Mij niet begrijpen, want zij leefden grotendeels van vis en brood en weinig meer. Toen sprak Ik inhoudelijk tot hen: de energie van de aarde houdt de dode vissen nog bijeen. Zo zal Ik jullie uit de Geest van de Vader geen levende vissen schenken, maar uit de energie van de aarde voor jullie vissen scheppen, die dood zijn, dus arm aan vibratie. Zij zullen nooit leven dragen en kunnen niet gedood worden. Ik wil jullie laten zien, hoe het levende voedsel - brood en vruchten - smaakt, en in vergelijking daarmee dood voedsel.
En Ik schiep voor hen vissen uit de energie van de aarde, die weinig geestsubstantie droegen. Ik gaf hen de dode vissen en gebood hen, tegelijkertijd ook brood en vruchten te eten, zodat zij het verschil zouden leren kennen tussen levend en dood voedsel, tussen hoogvibrerende en laagvibrerende kost.
Trouwens: wie zich beroept op de uitspraak, dat Jezus ook vlees zou hebben gegeten en het daarom ook ons zou zijn toegestaan, zou ook - net zo consequent - volgens de geboden van God en de Bergrede van Jezus moeten leven, die Jezus onderwees en de mensen voorleefde.
Wie zich dus legitiem beroept op
vleeseten, omdat Jezus zogenaamd ook vlees at, zou ook verder zijn leven op de
geboden Gods en de Bergrede van Jezus moeten afstemmen. Uitzonderingen maakt
alleen hij, die schizofreen is.
Is het voor ons normaal geworden, dat dieren voor ons mensen wegvluchten?
Hebben we onszelf al eens de vraag gesteld, waarom vogels, muizen, reeën, hazen, eigenlijk alle dieren, voor ons weglopen? Of het nu in het oerwoud is, in de woestijn of in onze bossen en velden? Is dat voor ons »heel normaal«? Zien we dat als een natuurlijk gedrag of in overeenstemming met de natuur? Of welke uitvlucht hebben wij?
De levensvormen van de natuur, dus ook de dieren, vormen een eenheid en zijn door communicatie met elkaar verbonden. Meer dan honderden, duizenden kilometers weg weet het ene dier van het andere; het voelt, of het het andere dier goed gaat of dat het moet lijden. Deze onzichtbare communicatie werd reeds experimenteel bewezen.
Hoe reageert bijv. het leven in de aarde, de micro-organismen, als ze door herbicide, fungicide, pesticiden, door mest en gier gekweld en gedood worden? Zij zenden signalen uit, informaties; het is de communicatieve verbinding. Overal op aarde nemen gelijksoortige levende wezens waar, hoe het met hun medeschepselen gaat.
De angst voor de veroorzakers uit zich zo, dat de dieren zich verschrikt terugtrekken, als een veroorzaker, een menshen tegemoetkomt.
Hoe zeer natuur en dieren onder het agressieve gedrag van de mens lijden, wordt tegenwoordig door de Gabriele-Stiftung ook door veldproeven geanalyseerd:
Dat kamerplanten op gevoelens en gedachten van hun bezitters reageren, weet men reeds lang. Dat bloemen angst hebben, als men agressief op hen toegaat - bijv. om ze af te snijden -, werd zelfs op meetapparatuur aangetoond. Enkele jaren geleden ontdekte een Japans wetenschapper, dat ook water onze gedachten en woorden opslaat en weerspiegelt. Hun positieve of negatieve uitwerkingen werden in verschillende kristallisatiebeelden duidelijk.
Niet anders kan het zijn, als de bodem en de micro-organismen met herbiciden en pesticiden onthaald worden of met mest en gier. Ook de uitoefening van de jacht heeft naast de meetbare schade onzichtbare negatieve uitwerkingen op de harmonie en de eenheid van de natuur. Schoten verschrikken niet alleen de dieren, maar benadelen ook het planten- en bodemleven. De eerste metingen vonden reeds plaats. Een wetenschappelijke studie is in voorbereiding.
Als dieren gevoederd worden, ervaren deze dat als de opname van positieve communicatie. Daar maken de jagers gebruik van. Maar zij voederen de dieren in bos en veld alleen, om hen vet te mesten of door het neerleggen van lokaas te lokken, om ze des te makkelijker te kunnen neerschieten.
Niet ver van hun schietterein leggen jagers bijv. lekkernijen neer voor de wilde zwijnen - de dieren hebben honger, komen naar deze voederplaatsen en het is dan voor de jagers gemakkelijk om hen af te knallen, hen te vermoorden. Over duizenden kilometers verbreiden zich weer de communicatiesignalen van angst, van pijn en leed, van vertwijfeling, vooral ook, als jonge dieren hun moeder verliezen. De andere dieren van dichtbij en veraf nemen deze signalen waar en zodoende de informatie. Het gevolg is angst. Ze trekken zich terug en mijden de veroorzakers, de mensen.
We hoorden reeds van jachtterreinen, waar men dieren verzorgt en voedert, tot ze voor rijp worden geacht om te worden vermoord. Tot het zover is, zijn de dieren tam en lopen de jager direct voor het moordwapen, het geweer. Weer gaat duizenden kilometers ver rond om de aarde de ervaring: angst, leed, pijn - en de informatie: blijft uit de buurt van de dierenmoordenaars, de mensen!
Daarbij komt nog het leed van de bio-industrie en de diertransporten: runderen, varkens, schapen, geiten enz. enz. worden in speciale vrachtwagens geperst. Uren of zelfs dagen moeten ze in deze nauwe ruimten doorbrengen.
Volledig hulpeloos en uitgeleverd, blootgesteld aan de onnatuurlijke bewegingen van het voertuig, staand of liggend in hun eigen uitwerpselen, lijden ze honger en dorst, kou en hitte. Hoewel ze rijkelijk zijn verzorgd met passende medicamenten, worden er dieren ziek; sommigen komen dood op hun bestemmingsoord aan. Daar worden de levende dieren brutaal uit hun gevangenis gedreven, resp. naar buiten gesleurd, met geweld in het slachthuis gedrongen en gedwongen, waar ze het dodelijke schot - of een andere manier van doden - moeten ondergaan. Het nog warme lichaam wordt opgehangen, van de ingewanden ontdaan, in stukken gezaagd en gesneden. »Nu is het geen dier meer, maar vlees«, was op een slachtfeest te horen
Voor de toonbank bij de slager kunnen dan de dierkadaver-eters of -vreters - iedereen kan hen noemen, zoals hij wil - hun portie uitzoeken en thuis, smakelijk toebereid, als dierkadaver-gebraad op tafel zetten.
Braadlucht trekt door het huis. Het wekt de appetijt op van de mens. Welke signalen en boodschappen het lijk van het vermoorde dier verder nog van zich geeft, welke informatie de eter resp. vreter met zijn kadavermaal opneemt, daaraan denken slechts weinigen. Ook niet, wat deze informatie eventueel in zijn organisme veroorzaakt.
Ongeveer hetzelfde vergaat het ook onze gevederde dierenbroeders en -zusters: ganzen, eenden, kippen, kalkoenen, duiven, struisvogels tot zwaluwen toe. Ze worden allen onthoofd, van de ingewanden ontdaan, getrancheerd, gebraden, gegrild, gesmoord of gekookt en door het monster mens gegeten - of, als je wilt, gevreten.
Een klein kuikentje, net uit het ei gekomen, met zijn tere dons en fijne stemmetje ontroert zo menigeen. Maar hoe gaat het met zon dierenkind, bijv. met een haantje?
Als een moderne eierfabriek verzorgd wordt met toekomstige leghennen is hun lot meteen bezegeld. Ervaren vaklui selecteren handig alle mannelijke kuikens, die dan zo goedkoop mogelijk om het leven worden gebracht en de kadaververwerking worden toegevoerd. Ook is het mogelijk, dat ons haantje als levend voer voor dieren in dierentuinen eindigt. Of het wordt met vele anderen levend in een soort papiervernietiger in stukken gesneden, tot moes gemalen, om in fijngemalen vorm de broedbedrijven profijt te brengen.
Misschien is het haantje echter ook bestemd om als gebraden haantje te worden verkocht en gegeten. Een mesthaantje leidt een troosteloos, lichtarm bestaan, dat niet als »leven« kan worden betiteld. Het uitgekiend houden van dieren, het fokken, waarmee gedragsverandering van de dieren bewust wordt bewerkstelligd, die ertoe dient een zo hoog mogelijk rendement te behalen, hoge medicamenten-inzet en gebruikmaking van het resultaat van het gedragsonderzoek, maken het mogelijk, dat ons haantje en zijn lotgenoten reeds na 6 weken hun slachtgewicht hebben bereikt. Onthoofd en van de ingewanden ontdaan komt het panklaar in de handel. Een welkome streling van het gehemelte voor de een of andere medemens.
Wat voelt, wat ervaart dit jonge wezen, voordat het - in elk geval gruwelijk en onnatuurlijk - sterft? Zijn angst, zijn pijn, zijn verdriet delen alle dieren rond om de aarde elkaar mee. En de informatie van dit leed en deze pijn komen in zijn lichaamssubstantie. De mens eet ze mee. Geleefd heeft dit haantje in zijn korte bestaan niet, alleen geleden.
Ook planten mogen zich niet ontwikkelen, zoals de Schepper het voor hen heeft voorzien. Elke plant, klein of groot, is een vorm van leven. Zij voelt. Wat voelt zij, als ze uitgetrokken, weggeworpen en bewust gemaltraiteerd wordt? Bomen worden in het volle sap omgehakt; vruchten worden uit de aardbodem gerukt, plantaardige levensvormen met gif bespoten. Ook hier gaan de signalen duizenden en tienduizenden kilometers ver de wereld rond.
De aarde is een oord van verschrikking geworden.
Zou je dit alles met verstand en hart lezen en toch vlees blijven eten, dan hoef je je niet te verwonderen, als je op een dag lijdt onder hetgeen je mede veroorzaakt hebt. Omdat de wet van oorzaak en gevolg elke veroorzaker exact zijn aandeel toemeet, zal het jou ongeveer zo vergaan, als jij ertoe bijdroeg, dat dieren door het beest mens lijden. Want: wat je zaait, zul je oogsten. En: geen energie gaat ooit verloren.
De Gabriele-Stiftung heeft zich voorgenomen, de dieren een tehuis te bieden, waar ze zonder angst kunnen leven en heel geleidelijk weer vertrouwen krijgen in de mensen, die hun medeschepselen liefhebben.
In de afgelopen 25 jaar sprak de Godsgeest door Zijn spreekbuis ongeveer hetzelfde als Jezus tot Zijn discipelen. Enerzijds lichtte Hij de mensheid in over de verruwde menselijke zintuigen: de streling van het gehemelte werkt op de zintuigen in, verhogen de zinnelijke lusten en zetten aan tot vleesconsumptie. Anderzijds verklaarde Hij inhoudelijk: sommige zielen hebben in hun vele incarnaties, waarin ze als mens dieren jaagden en hun vlees aten, eventueel duizenden jaren lang het programma van vlees-eten opgeslagen. Daarom kunnen zij het niet van vandaag op morgen laten.
Toen de Geest Gods de mensen de aarde met mineralen, planten en dieren toevertrouwde, deze dus onder de hoede van de mensen gaf, werd hen door God de wetten des levens bijgebracht, waarin ook de natuurwetten zijn besloten. God maande, de dieren, planten en mineralen volgens Zijn wetmatigheden van liefde en eenheid te behandelen en geen dier moedwillig te doden of te eten. De Christus-Gods leerde in Zijn Bergrede en ook in de laatste 25 jaar de weg tot verfijning van de zintuigen, opdat de mens geleidelijk het vlees-eten achterwege laat en tot zijn voeding maakt hetgeen de aarde hem bereidwillig schenkt. De vruchten der velden, graan, groente, fruit en kruiden, schenken dat, wat de mens nodig heeft, om zijn lichaam, dat een natuurlichaam is, op een natuurlijke wijze gezond te houden.
God, de Eeuwige, keek vele jaren toe, hoe de mens Zijn vertrouwen misbruikte. Met oneindig geduld en goedheid vermaande Hij steeds opnieuw door verlichte mannen en vrouwen, door profeten en door Zijn zoon, Jezus, de Christus. In de laatste 25 jaar deed Hij het opnieuw en wees de weg, die terugleidt naar de eenheid.
Zoals reeds gezegd, gaan Zijn boodschap en Zijn vermaningen via radio en televisie over de hele wereld. Ook wordt bijna 20 jaar het woord Gods en Zijn wil elke zondagmorgen in veel »plaatsen van oerchristelijke ontmoeting« telefonisch overgedragen en via de radio voor alle mensen toegankelijk gemaakt, die Gods wil willen erkennen. De door de goddelijke wereld geopenbaarde Innerlijke Weg, die de reiniging van de ziel en de reiniging van de zintuigen als centraal gedachtengoed bevat, wordt sinds 20 jaar onderwezen.
Van het grote, wereldwijde aanbod van de Eeuwige aan Zijn mensenkinderen - dat, zoals reeds gezegd, in veel plaatsen op de wereld, dus wereldwijd, te horen is - hebben slechts weinigen gebruik gemaakt. Zij hoorden en horen de boodschap en de vermaningen van God. Zo menigeen is echter te gemakzuchtig om zich in te spannen om hogere ethisch-morele waarden te verkrijgen. Velen nemen genoegen met het beluisteren van het woord Gods. Dat wil zeggen, dat zij verder hun oude gewoonten instandhielden, dus de talenten begroeven.
Een groot deel van de mensheid is het om het even, dat de aarde uitgebuit wordt, dat dieren gekweld, op gruwelijke wijze dieronwaardig in stallen worden gehouden; dat ze de dierenkwellers en dierenmoordenaars voor velerlei doeleinden, ook voor dierproeven, moeten dienen; dat ze hun afgeslachte soortgenoten als diermeel moeten verteren; dat de dieren in de slachthuizen uit panische angst voor het vermoord-worden jammerlijk schreeuwen; dat het bodemleven, de micro-organismen, met mest en gier en dergelijke vernietigd, dat betekent, gedood worden, enzovoort. Velen weten, dat dit alles niet door God gewild is. En nog zwijgen zij en blijven passief.
Ondanks alles moeten de porties vlees steeds groter en vooral goedkoper worden, de toebereiding steeds smaakvoller. De begeerte naar vlees en het vleselijke genot moet geactiveerd worden - de genotzucht, die onder andere haar neerslag vindt in tegennatuurlijke en perverse seksualiteit, kent geen grenzen meer.
Omdat dat zo is, werden dieren massaproducten. In de natuurlijke afloop van verwekking en geboorte van de dieren, werd op verordening van de vorst van de onderwereld, ingegrepen. Het dient zijn doel, God en Zijn wetten, ook Zijn natuurwetten voor deze aarde, uit te schakelen. De mens heeft zich daardoor boven God, de Schepper van het leven, geplaatst.
In de brochure »Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren« zijn o.a. de volgende woorden van de Algeest, God, weergegeven. Hij sprak [1999]:
De mensheid bereikt langzamerhand het hoogtepunt van haar negatieve handelwijze. De tegenstander is van mening, door ontaarde mensen, die in het leven ingrijpen en zich als schepper uitgeven, over Mij te kunnen triomferen. Hij heeft zich altijd al vergist. Ook deze keer zal hij zich vergissen, want nu is moeder aarde van Mij. [Blz. 12]
Het tijdschrift »Das Friedensreich. Dein Reich kommt - Dein Wille geschieht. Bete und arbeite«*, dat een bijzondere bode is voor het leven, geeft inzicht in het werk van de Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und Tieren. Hierin lezen we het volgende:
Op verzoek ontvang je een gratis proefexemplaar van het tijdschrift. »Das Friedensreich. Dein Reich kommt - Dein Wille geschieht. Bete und arbeite.« Aanvragen bij: Das Friedensreich, Verlag Das Weisse Pferd, Max Braun-Straße 2, 97828 Marktheidenfeld Tel. 0049/9391/504-212, fax 504-210. Of bezoek onze website in internet onder www.das-friedensreich.de
Eerst sterft het dier ...
Dier-epidemieën in aantocht! -
WAAROM?
God heeft de mensen de natuur en de dieren geschonken, opdat ze op aarde kunnen leven. Maar Hij heeft er ons niet onbeperkt energie voor gegeven, om met Zijn schepping te doen, wat wij willen.
Eerst werden de runderen waanzinnig, omdat hun hersenen ziek werden. Gedesoriënteerd en gestoord in hun evenwicht zakten ze door hun achterpoten. Nu krijgen de schapen en varkens mond- en klauwzeer. Ook zij kunnen zich alleen nog maar roetsjend bewegen en hebben hoge koorts: mond- en klauwzeer. Het is, alsof de dieren zich door ziekte aan de mensen onttrokken en zich liever lieten verbranden dan zich verder lieten kwellen en consumeren. Spookachtige beelden vervolgen ons dagelijks: brandstapels, waarop hele schaapskudden in rook opgaan, omdat enkele dieren ziek zijn geworden; verbrandingsovens, waarin miljoenen runderen als vuilnis weggewerkt moeten worden, opdat de prijs van het rundvlees niet verder zinkt. Afschuwelijke scenes van een civilisatie, die kennelijk op een dwaalspoor is en nu door een keten van dier-epidemieën wordt geteisterd. Ook van tuberculose is reeds sprake en sinds jaren steeds weer van varkenspest.
Nu wordt »onderzocht« en nagedacht, waar dit alles vandaan komt - van het kadavervoer of van insectengif, van antibiotica of van de algemene stress in de stallen van de bio-industrie. Misschien zou men nog een fase dieper moeten navorsen en vragen, hoe dieren tegenwoordig überhaupt ontstaan. Bijvoorbeeld de vijfmiljoen kalveren, die in het jaar 2000 alleen al in Duitsland werden geboren. Het is allang niet meer de dorpsstier, die de koeien drachtig maakt, opdat ze jaar na jaar een kalf baren, dat men hen meteen weer afneemt, om ze als melkmachine te gebruiken. De stier van vroeger verwekte jaarlijks slechts 50 - 100 nakomelingen. Dat is voor een op volle toeren draaiende agrarische industrie allang te weinig. Het toverwoord heet »kunstmatige bevruchting«. Meer dan 90% van alle dierenfokkers bestellen voor hun koeien het sperma per catalogus, alnaargelang de diersoort en het gebruiksdoel. De stier, die wekelijks meerdere malen tot zaadproductie wordt geanimeerd, verwekt op deze wijze niet 50 of 100, maar 5000 kalveren. Met een pipet wordt het sperma in de koe gebracht. Van nature zou zij maar één kalf per jaar kunnen uitdragen. Maar ook haar zijn ze te slim af. Bij haar is het toverwoord »embryo-overdracht«: de eierstok wordt op de 10e dag na de bronsttijd met hormonen aangezet niet slechts één ei, maar ongeveer 40 eieren vrij te zetten. Deze worden weer kunstmatig bevrucht en de zo ontstane embryos na twee dagen uit de baarmoeder gespoeld. In de regel zijn er daarvan 5 - 7 levensvatbaar, die dan in zogenaamde »draagmoeders« gaan groeien. Op deze wijze ontvangt men van het erfgoed van een »goede koe« per jaar niet slechts één kalf, maar zes of zeven. Het leven wordt kunstmatig gemultipliceerd.
Geen zielen voor
»vleesproducten«
Of is het helemaal geen werkelijk leven meer, dat hier gemanipuleerd en technisch als aan de lopende band wordt geproduceerd? Kan men bezielde levende wezens als celhopen behandelen en door omzeiling van de wetten van het natuurlijke driftleven in het leven dwingen, zonder de eenheid van lichaam en ziel der dieren te vernietigen? Wie zich bewust maakt, dat al het leven uit de kosmische eenheid in God komt, uit de Algeest, die alles in vrijheid doorstroomt en met Zijn schepperskracht bezielt, kan zich gemakkelijk voorstellen wat het betekent, als de mens door zulke fokmethoden de Schepper probeert uit te schakelen en zelf over natuur en dier probeert te heersen.
Zoals wij dankzij de boodschap van Gabriële weten, breekt de mens daarmee uit de goddelijke levensstroom en zijn »schepselen« behoren niet meer tot het goddelijke energiecontingent voor de aarde, waarmee de materie bezield wordt. Dieren zijn op zich bezielde wezens. Al naargelang hun ontwikkelingsgraad worden zij, als lagere dieren, door een collectiefziel beademd, of zij hebben, zoals zoogdieren, afzonderlijke zielen, die met de betreffende diersoort in nauwe verbinding staan. De miljoenen runderen, die wij als »vleesproducten« in een kunstmatig »leven« dwingen, om hen mogelijk snel vet te mesten en te doden, beschikken niet meer over zulke zielen, maar zitten vast aan de energievelden van hun producenten, de dierenartsen en dierenfokkers en anderen, niet op de laatste plaats ook aan de »consumenten« van dierlijk leven. Een karmische verstrikking tussen mens en dier.
De kringloop van de dood
stort in elkaar
In zekere zin ontstond er een eigen energiekringloop, die zich afgekoppeld heeft van de goddelijke levenskracht en alleen nog maar leeft van de verbruiksenergie van een menselijke civilisatie, die het van God meegegeven energiecontingent veronachtzaamt resp. verbruikt. De zwakte van hun levensenergie uit zich als »immuniteitszwakte« bij mens en dier. Dat is de bodem, waarop de epidemieën groeien. De verandering van prionen of het overbrengen van virussen zijn dan slechts het gevolg van de algemene zwakte. Nu stort de kringloop van de dood van de menselijke eigen wil langzamerhand in. Want de Algeest, de krachtbron van al het leven, staat niet meer ter beschikking, zolang de mens niet bereid is, samen met natuur en dieren een leven te leiden volgens de wetten van God.
Eerste stappen in de nieuwe tijd
Daarom werd de mens, zoals reeds in het voornoemde tijdschrift vermeld, de heerschappij over de dieren afgenomen. Wat reeds lang werd aangekondigd, is nu geschied: God sloot een bond met de dieren, waaruit in samenwerking met geest- en natuurwezens een nieuwe aarde ontstaat - het vredesrijk, waarin de mensen onder elkaar en met de dieren in vrede leven. De eerste stap in deze nieuwe tijd kan iedereen doen, die volgens de ethiek leeft: wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet - de naasten noch de overnaasten, de dieren. Laten we hen in de ogen kijken en ons afvragen, hoe het hen vergaat in de massale stallen en in de slachthuizen, tot ze als steak op ons bord belanden.
Leonardi da Vinci zei eens: »De tijd zal komen, waarin de mensen de moord op dieren net zo als een misdaad zullen beschouwen als de moord op mensen.« En de Christus-Gods-Geest openbaart nu: »De nieuwe tijd daagt, waarin de bloedige offers en de dierproeven zullen ophouden en ook het slachten en eten van dieren, want deze zijn de overnaasten van de mensen«. [»Dit is Mijn woord«, deel 2, blz. 31]
Je hebt het goed gelezen: de dieren,
die door menselijk ingrijpen in de natuurlijke en wetmatige afloop van de
natuur werden geschapen - en dat zijn niet alleen runderen, maar ook varkens
en andere diersoorten -, hebben geen deelzielen. Zij leven van de energie van
al degenen, die zoiets uitvinden, die het uitvoeren, die ervan profiteren,
alsook van degenen, die het beamen, inclusief de consumenten, dus de mensen,
die deze wrede menselijke uitvinding mede ondersteunen, dieren als massawaar
te creëren, om ze dan voor het vleesgenot te doden.
Waarom is dat zo? Laten we ons bewust maken, dat enerzijds God, die het leven
is, voor deze eigenmachtige, tegennatuurlijke handelwijze van de mens geen
levenskracht schenkt. Anderzijds kan de mens geen levenskracht creëren. Hij
ontvreemdt, hij steelt als het ware de substantie van het leven en maakt
daaruit zijn scenario.
Laten we ons dus bewust maken: mensen kunnen geen levenskracht uit zichzelf, de mens, voortbrengen, maar alleen - door de verwekking - lichamen voor het leven beschikbaar stellen. In het op natuurlijke wijze verwekte kind is een ziel, die in zich de levenskern God draagt. God is dan de drager van het leven in de ziel en ook de levensdrager van het fysieke lichaam.
Hetzelfde geldt voor de natuurlijk bevruchting van de dieren of voor de natuurlijke bestuiving van planten. God is en blijft Schepper en zodoende het leven.
Omdat geen mens levenskracht kan scheppen, werd de mens een dief. Hij wil zich van de door God geschonken levensenergie bedienen, om daaruit naar eigen goeddunken en voor zijn eigen doeleinden aardse lichamen te produceren.
Het gevolg van deze aanmatigende onderneming was, dat God de aarde nu met alle levensvormen en alle levenskrachten tot Zich heeft genomen.
Ik herhaal: de mens kreeg van God de vrije wil, omdat hij diep in zijn ziel de goddelijk-geestelijke wet van de vrijheid draagt. Omdat dit zo is, vertrouwde God de mensen de aarde toe. Hij gaf hen echter niet het recht, zich boven Hem te verheffen, de stromende levenskracht, die God zelf is, te ontvreemden, om daarmee te doen, wat de mens belieft.
Nu beleven wij, wat het betekent, de substantie van het leven, die God is, naar zich toe te trekken en tot zijn dienst te willen maken. De kunstmatig verwekte dieren, die voor de massaproductie van vlees geslacht moeten worden, weigeren de dienst aan de mensen. Ze sterven liever en laten zich verbranden, dan voor de dief slachtoffer resp. buit te zijn.
Laten we ons nog een keer bewust maken: alle mensen, die tot dit ongehoorde misdrijf bijdragen, zijn - of ze het willen of niet - leveranciers van hun persoonlijke levenskracht. Van hen stroomt levensenergie naar de dieren, die tegen de natuurwet werden geschapen. Hetzelfde geldt voor mensen, die bezig zijn te manipuleren met het erfgoed van de dieren, om ze te klonen. Wie ernaar streeft, mensen te klonen of dit op de een of andere wijze voorstaat, moet weten, dat ook gekloonde mensen geen ziel hebben en aan de levensenergie, de levensdraad van hun menselijke schepper en de gendonateur vastzitten.
Onder de runderen, die bijv. met honderdduizenden »worden opgeruimd«, als veterinair-medische maatregel of ter »ondersteuning van de vleesprijs«, worden verbrand, zijn er veel, die op natuurlijke wijze werden verwekt. Zij hebben deelzielen, die bij dit gebeuren oneindig lijden en ook worden beschadigd. Daarnaast staat het lichamelijke leed van miljoenen kunstmatig geproduceerde dieren.
Dit alles is het werk der mensen en niet de wil van God!
Toen God de mensen de aarde met alles, wat in en op en boven haar is, toevertrouwde, was er tussen God en de mensen geen afspraak, dat elke scrupuleuze ingreep in het leven geoorloofd zou zijn.
De mens heeft voor niets achting meer, niet voor zijn naaste, de medemens, noch voor zijn overnaaste, de natuur en de dieren, noch voor zichzelf. Zijn driftleven is - bij de een meer, bij de ander minder - uit op vernietiging.
Ook ten opzichte van de dieren in bos en veld houdt de hebzucht en de verdorvenheid van de mens niet op. Hij berooft ze van hun levensruimte. Veroorzaakt door het monster mens lijden de dieren in bos en veld onder bijna dezelfde ellende als de staldieren. Op de hele aarde zijn de dieren voor de mens niets anders dan koopwaar. Op alle continenten worden ze op de gruwelijkste en brutaalste manier behandeld, tot onvrijheid, afhankelijkheid en gevangenschap gedwongen, opgejaagd en afgeslacht - tot welbevinden van de mens.
Wat gebeurt er op de velden? Het bodemleven wordt door kunstmest en door koemest en gier omgebracht. De bodem wordt uitgeput, om de winst te verhogen.
De geïndustrialiseerde landbouw kan met haar »kunsten« de ruïneuze uittering van de losse teelaarde niet compenseren. De bodem doet daar niet meer aan mee. Door mest en gier wordt het gezonde evenwicht van het bodemleven vernietigd. Er komen ook ziekteverwekkende substanties als BSE-prionen in de grond, zoals afvalproducten van de dierlijke stofwisseling, ook de uitgescheiden resten van de psychofarmaca, antibiotica, anabolica, hormonen en andere medicamenten, die de dieren werden toegediend. Het aardrijk geeft de informatie van deze afwijkende stoffen aan de planten door. Als deze door dieren worden gegeten, bevindt de informatie zich weer in hun vlees. Via planten of via vlees komt deze afwijkende informatie tenslotte bij de mens en kunnen in zijn organisme het een en ander teweegbrengen.
Een varkensfokkerij moet aantonen, dat zij een behoorlijke oppervlakte aan velden en weiden ter beschikking heeft, om de geproduceerde gier te lozen. Bij bijv. 700 varkens is ongeveer 50 hectare land noodzakelijk, dat op deze wijze systematisch vergiftigd wordt.
In het tijdschrift »Das Friedensreich« lezen wij:
À propos mest en gier: de shock van een plotselinge nitraatvergiftiging is voor planten en dieren [micro-organismen, hazen, reeën, vogels ...] nog altijd groot. Of zouden wij het leuk vinden, als iemand ons mest en gier op ons hoofd zou gieten?
Ook de bossen, die het tehuis van veel dieren zijn, vallen ten offer aan het egoïsme en de onkunde van de mens. Meedogenloos worden de in het levenssap staande bomen omgehakt. Er wordt bewust wordt vuur gestookt, om door reusachtige bosbranden alles in as te leggen. Hoeveel dieren daarbij omkomen, wordt niet gevraagd - het winstbejag plaatst zich boven het leven.
De mens vernietigt zijn levensbasis, de natuur. Zo vernietigt hij zichzelf.
Reusachtige tropische wouden worden niets ontziend gerooid of afgebrand, om ze dan in plantages te veranderen. De dunne, mineraalstofarme humuslaag raakt meestal al in enkele jaren uitgeput. Een onvruchtbare woestijn blijft over.
Door overbeweiding, verkeerde bewatering, door insectengif en chemische mest, door monoculturen en te zware machines maakt de mens steeds meer grond onvruchtbaar. De woestijnen groeien.
172 Verdragsstaten beraden intussen onder leiding van de UN-woestijnsecretaris over mogelijkheden van hulp voor de betroffen landen. Een overeenkomst betreffende de wijze van handelen is reeds in 1996 in werking getreden. Toch is het nut daarvan twijfelachtig.
Het omzetten ervan gaat ... slepend. De gedupeerde arme landen klagen over gebrek aan ondersteuning door de industrielanden. De laatste conferentie in Refice [Brazilië] in november 1999 eindigde met schamele resultaten en kibbelarij over de financiën. [Volksblad, 20.12.2000]
»Gebrekkige ondersteuning« - men denkt alleen aan zichzelf. Men zou kunnen helpen, men doet het echter niet. Men is er toch niet zelf bij betrokken. Nog niet!
BSE heeft de arrogantie, zelfzucht, onverschilligheid en de onkunde van de rijkere en klimatologisch bevoordeelde Europese industrielanden een kleine schok gegeven. In armere en minder bevoorrechte regios gaat het om leven of dood. »Das Friedensreich« schrijft over de »gevolgen van de BSE-waanzin«:
Door de buitensporige vleesconsumptie in de industrielanden sterven al jarenlang in »minder ontwikkelde« landen de bossen, verhongeren de kleine boeren.
De helft van de graanoogst op aarde wordt aan dieren gevoerd, die vervolgens de mens als vleesvoeding dienen. Zou de mens dit graan direct consumeren, dan zou de honger in de wereld op slag voorbij zijn.
»Das Friedensreich« trekt daaruit de conclusie: De enige echte oplossing voor het BSE-probleem is, vegetariër te worden. [Uitgave 2/2001]
Vegetariër worden is derhalve geen privé en zuiver persoonlijke aangelegenheid meer ...
God is het leven in Zijn levensvormen. Hij geeft ons Zijn kracht in onze voeding, in granen, vruchten, in groente, in fruit, in allerlei kruiden. Gaat de mens daar onachtzaam mee om, laat hij het moedwillig bederven, dan heeft hij dat te verantwoorden. De wet van zaad en oogst zal hem op een dag nadrukkelijk en voelbaar leren, hoe waardevol het is, wat de Schepper ons door moeder aarde schenkt.
Hoeveel zwaarwegender zijn bijv. beslissingen, om een deel van het ter beschikking staande voedsel te vernietigen, om de prijs in stand te houden. Andere mensen laten wij verhongeren - en vragen om bijdragen, bijv. voor de derde wereld!
Omdat God, de Schepper, die het leven is, de aarde tot zich genomen heeft, hebben dieren, planten en mineralen geen aanleiding meer, zich voor het dictaat van de mens en zijn willekeur te buigen, zijn wreedheid en zijn koude hart te verdragen. De aarde bevrijdt zich uit het knechtschap van vele duizenden jaren.
Nu begint, wat de Heer, God, de Eeuwige, in »Dit is Mijn woord«, heeft neergelegd: De aarde staat op het punt zich te reinigen, doordat zij eerst alles afschudt, wat haar belet, hoger te vibreren. Daardoor biedt zij de mensen de mogelijkheid op haar te leven, zoals het met Mijn wil, mijn wet, overeenkomt. Deze machtige tijdsomwenteling is nu aangebroken. Ik, de Geest der waarheid, maak alles nieuw. [Deel 3, blz. 329]
Nu zal dus Gods wil geschieden. De aarde, de dieren, planten en stenen zullen de mensen niet meer dienen.
Dat betekent, dat ziekten zullen toenemen volgens de wet: wat de mens zaait, zal hij oogsten. Zoals het immuunsysteem der dieren beschadigd is, zal ook het immuunsysteem van de mensen zwakker worden. De wetmatigheid »op actie volgt reactie« brengt met zich mee, dat de actionist aan ziekten zal lijden, die de artsen niet kennen. En veel ziekten zullen door het verzwakte immuunsysteem niet meer kunnen worden genezen. Dat betekent wegkwijnen of een vroege dood. Wat wil zeggen: vroeger sterven door de zelfgeschapen oorzaken van de mens.
In de Middeleeuwen laaiden de brandstapels op, waarop de dode lichamen verbrand werden van mensen, die de pest had weggerukt, of mensen werden op brandstapels gedood, die van de priesters de zegen ter verbranding ontvingen, omdat ze zogenaamd een verbond met de duivel hadden gesloten. In de huidige tijd stelt zich de vraag: hoe heet de duivel, waar de mensheid momenteel van bezeten is? Op het moment luidt de satan de verbranding van de dieren in - morgen zal hij zichzelf aansteken, want de huidige brandstapels voor dieren zullen morgen de brandstapels voor mensen zijn.
De geschapen oorzaken, de misdaden aan de aarde, komen steeds meer tot uitwerking. BSE, mond- en klauwzeer, catastrofen en nog veel meer zijn het eerste begin. De epidemie mens heeft een vuur ontvlamd, dat niet meer te blussen is, tot de satan geen dienaren meer heeft en zich dan zelf zal oplossen.
Er zijn ook in de wereld steeds personen geweest, die waarschuwden. Zo heeft de bekende milieukundige Dennis Meadows reeds 30 jaar geleden over het thema »Grenzen van de groei« een belangrijk verslag gepubliceerd. Eind 1999, toen er nog geen sprake was van het huidige BSE-schandaal, kwam hij tot de conclusie, dat zeer veel van hetgeen de mens de aarde heeft aangedaan, intussen niet meer terug te draaien is. De mens, zo Meadows, stuurt veeleer de aarde onvermijdelijk op een catastrofe toe.
Interessant is, welke conclusies deze onderzoeker daaruit trekt: al is vanuit zijn zienswijze de wereldwijde catastrofe onvermijdelijk - een grondig omdenken is, hoe dan ook, noodzakelijk en voor de toekomst van de aarde en de mensen onvermijdelijk. Hij vereist een »nieuwe ethiek« en stelt voor, »men zou een nieuw model van alternatieve duurzame plannen moeten realiseren, die onze soort op deze planeet kunnen verenigen en leiden.«
Veel mensen zijn nog horig aan de kerk en de wetenschap. In de laatste eeuwen hebben, zoals reeds gezegd, zowel kerk als wetenschap bewezen, dat zij niets weten. Wat gisteren geldigheid had, is vandaag ongeldig. Wat vandaag juist schijnt, is morgen achterhaald. Zo is het ook met BSE en mond- en klauwzeer en met hetgeen aan dieren werd getest en in het overeenkomstige resultaat tot uitdrukking komt. Ook de verontreinigde atmosfeer en de vernietiging van de beschermlaag van de aarde zijn oorzaken der mensen, die weer op hen zullen toekomen.
Al met al: de wetenschap onderzoekt in troebel water. Wat zij vindt, is een reeds lang vermolmde strohalm, waaraan ze zich vastklampt en daaruit haar conclusies trekt, die zij dan als haar eigen wijsheid verkondigt. Haar uitvindingen zijn echter niet overtuigend.
Wetenschap en kerk gaan in de voetsporen van degene, die zich wilde en wil opwerpen, God zelf te zijn. Daartoe bedienen ze zich van de energie van God, onder andere via de aan hen horige mensen.
De kerk, die zich siert met de naam van de Christus Gods, zou de opdracht hebben gehad, te doen, wat Gods wil is en ertoe bij te dragen, dat Zijn wil geschiedt. Inplaats daarvan verboog en verminkte zij de leer van Jezus, veranderde deze veelal in het tegendeel, zette de gelovigen met een onjuiste leer onder druk, maakte hen tot hun gewillige werktuigen en veroorzaakte - direct en indirect - het verval van ethisch-morele waarden.
De kerk leidde de innerlijke religie van de eenheid, die Jezus bracht, in de veruiterlijking en liet haar in dogmas, rituelen en ceremoniën verstarren. Haar was inplaats van het vredesrijk steeds veel aan de opbouw en de waarborg van haar machtmonopolie gelegen. Zij ging meedogenloos, met wreedheid en brutaliteit - tot moord toe - tegen andersdenkenden te werk. Zij handelde in haar doen en laten - ook wat de aarde betreft - zonder erbarmen tegen het leven. Omdat dus de kerk - zowel de katholieke als de evangelische - Christus verried, de leer van de Goede Herder inpalmde, vervalste en Zijn schaapjes op een dwaalspoor bracht, draagt zij de hoofdschuld aan de ondergang van deze wereld, wier laatste fase wij op het moment beleven.
Doch ook de mensen zijn medeschuldig. God heeft de mens een verstand meegegeven, opdat hij dit gebruikt. De ziener van Patmos heeft reeds ingezien: Gaat weg van hen, Mijn volk, opdat jullie niet deelhebben aan hun zonden en niets ontvangen van hun plagen. Destijds bestond er nog geen kerkbelasting; daarom geldt nu: Treed uit, Mijn volk, opdat je geen deelhebt aan hun zonden en niets ontvangt van hun plagen.
Het gaat verder met de ondergang van
de mensheid. Deze is niet meer tegen te houden, omdat de massa der mensheid
Gods vermanende woorden niet alleen met voeten getreden heeft, maar ze in de
grond wil stampen.
God uit te schakelen zal de kerk noch de wetenschap lukken, ook de staat niet.
God is, en de aarde is nu van Hem.
Beste medemensen, vergissen jullie je niet! De BSE-epidemie heeft niet alleen
betrekking op de Kreutzfeld-Jacob-ziekte. De ziekte BSE, die door mensen
veroorzaakt werd, zit in alle lichaamscellen van de mensen, die met genot en
overgave het vlees van hun dierbroeders en -zusters consumeerden en
consumeren, vaak tegen beter weten in. God maande, het vleeseten geleidelijk
achterwege te laten en tegelijkertijd de zintuigen te verfijnen. Door de
verfijnde zintuigen verdwijnt het verlangen naar dierlijk voedsel totaal.
BSE heeft veel ziektebeelden. Wie echter verder horig is aan de wetenschap, meent, dat de Kreutzfeld-Jacob-ziekte pas na vele jaren kan uitbreken, als het überhaupt gebeurt. Maar dat is slechts een van de vele geruststellingen, waar zo menigeen intrapt en genoeglijk verder het vlees van zijn dierbroeders en -zusters consumeert. Als we ons bewust maken, dat het immuunsysteem van de mensen steeds zwakker wordt, dan weten we, wat het gevolg is: vele, vaak ongeneeslijke ziekten.
Op het moment [2001] worden dieren met
honderdduizenden verbrand - spoedig zullen duizenden mensen sterven, want op
hun gevolgen bouwen ze verder, wat tot overeenkomstige gevolgen leidt, die zij
eveneens te dragen hebben.
Eerst worden dierenlichamen tegen de wet van het leven geproduceerd. Bij deze
groepschuld zijn velen betrokken, onder andere de vleesconsumenten. Ook de
wetgever, die verordeningen uitvaardigt en subsidies vaststelt, ook bijv.
degenen, die het gebod »Je zult niet doden« herformuleerden tot »Je zult niet
moorden« - ieder, die ook maar in de verste verte met deze actie te maken
heeft, krijgt door de causaliteitswet zijn aandeel toegemeten.
De dood van de runderen en de gruwelijke manier van hun sterven komt daar nog
bij. Weer is het het karma van de boer, die dieren als vleesleverancier houdt,
van hen, die het vetmesten van dieren bedrijven, van de vleesvretende
tijdgenoten enz. enz.
Het karma van de verantwoordelijken in staat, wetenschap en kerk is nauwelijks te meten. Ze stellen het volk gerust met overeenkomstige onware uitspraken. Daarbij kan geen minister de dierkadaver-eters de garantie geven, dat het aangeboden vlees BSE-vrij is!
Zo menigeen, die officieel de
staatsburger verzekert, dat vleesgenot onbedenkelijk is, heeft wellicht voor
zich privé allang andere conclusies getrokken en voor vegetarisch voedsel
gekozen. De onderdaan zal zijn woorden toch geloven, omdat het makkelijk is en
hij niet gewend is, zich voor zijn leven verantwoordelijk te voelen.
De wet van zaad en oogst zegt: ieder persoonlijk draagt zelf de
verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.
Het zou niet verwonderlijk zijn, als ook de ziekenfondsen zich dit standpund
zouden eigen maken. Als zij tegen de leugenachtige en domhoudende tactiek van
ambtspersonen, die de gevaren van vleesgenot bagatelliseren, zouden
protesteren en de bijdrage voor kadaver-eters zouden verhogen. Hun vaklui
weten toch allang uit ervaring: zonder vlees leeft men gezonder.
Het gaat steeds verder: de wereldwijde
Apocalyps is in volle gang. Ook de vervuiling der zeeën door zware metalen en
het abnormale sterven van vissen wordt de mens door de wet van zaad en oogst
aangerekend.
De vissen worden gedachteloos gevangen, afgemaakt en door de mensen zonder
bedenken gegeten. Waarschijnlijk is zo menig wetenschapper van mening, dat een
beetje zwaar metaal voor het lichaam niet zo schadelijk kan zijn, omdat dit
toch op de hele aarde te vinden is ...
De veroorzaker van mond- en klauwzeer bij verschillende diersoorten is eveneens de grootspreker mens, die meende, God de aarde te kunnen afnemen.
De grootspreker en de horige aan de wetenschap zijn van mening, dat het zou helpen als alle dieren, die slechts de indruk wekken, dat ze mond- en klauwzeer hebben, opgeruimd werden en alles gedesinfecteerd zou worden, om de ziekte de baas te worden. De mens echter, die de ziekte zelf is, desinfecteert zichzelf niet - hij gaat zo verder als voorheen.
Wanneer zal het ooit zover zijn, dat de door mensen veroorzaakte epidemie mensen aantast en ook duizenden mensenkadavers worden verbrand, om de mensenepidemie uit te roeien?
De wetenschap stelt het opstandige en
angstige gemoed van de massa gerust, door te verkondigen: mond- en klauwzeer
is niet besmettelijk. De vele voorzorgsmaatregelen zouden er alleen maar zijn,
om in korte tijd de vleesproductie weer op gang te brengen, opdat het
kadaver-eten weer door kan gaan. - Maar de veroorzaker komt er niet zonder
meer vanaf. De dierziekten mond- en klauwzeer en BSE zijn allang in het bloed
van de grootsprekers en de aanhangers van de wetenschap. Ze worden via vele
wegen overgedragen, ook via de dierslachtoffers, die op de brandstapels aan de
»god« van de onderwereld en zijn handlangers worden geofferd.
De moord op de dieren is de dood van de mensen.
De wetenschap vist verder in troebel
water, inplaats van in het bloed van degenen, die een gedeelte van hun
energievolume, hun levenssap ofwel levenskracht, binnen het kader van het
winstbejag vrijwillig aan de dieren overdragen, die zij door kunstmatige
bevruchting voor hun doeleinden scheppen.
De mensheid heeft verloren. De rekening gaat niet op. De satan raakt steeds
meer verward in zijn eigen strik, want wat de mens zaait, zal hij oogsten.
Zo menigeen zou nu kunnen vragen, waar de Gods- en naastenliefde gebleven is. De Gods- en naastenliefde lag enerzijds in het vertrouwen van God ten opzichte van de mensen. Anderzijds blijft zij de levenskern in alle krachten van de natuur, in alle zielen der mensen en in de deelzielen der dieren.
Ofschoon de Al-Wijze wist van de
uitwassen van menselijk egoïsme en de menselijke »misgeboorten«, heeft Hij de
aarde aan de mensen toevertrouwd. Maar als het leven niet alleen wordt
misbruikt, maar het leven, dat God is, aangegrepen wordt, zal God zich niet
met de aanvallers bezig houden. Hij begeeft zich niet in de banaliteit van
moedwillige ignorantie, om met diegenen te redetwisten, die zelf de Eeuwige en
de eeuwigheid willen zijn.
Met welk een aanmatiging ging de wetenschap te ver in zoveel, dat als
vooruitgang, verworvenheid en grote daden werd en wordt geprezen! Vanaf de
atoomkernsplitsing en de verovering van het heelal via orgaantransplantatie,
genetische manipulatie aan planten en dieren tot aan het gekloonde dier,
gekloonde mensen en de mogelijkheden, die zich door toepassing van de
modernste gentechniek aan mensen voordoen - het gaat erom, in te grijpen in de
schepping van God en deze zo mogelijk steeds meer uit Gods hand te nemen.
Welke krachten aan het werk zijn, om in de wereld, in staat, kerk en wetenschap de ontwikkeling in een bepaalde, extreme richting te drijven, was ook op te maken uit het onverholen triomfgeschreeuw, toen in de zomer van 2000 de melding door de media ging. »het menselijke genoom is ontsleuteld«. Men pochte er openlijk op, God Zijn geheim te hebben ontfutseld, het bouwplan van menselijk leven te hebben ontcijferd, en vierde het gebeuren als de beslissende stap in de nieuwe tijd, waarin thans de mens heer van de schepping zou zijn. - Dat zegt alles.
Laten we ons herinneren aan wat God sprak, toen Hij in 1999 de mensheid de aarde als het ware uit handen nam, de bond met de aarde, de natuur en de dieren sloot en deze onder bescherming plaatste van geestwezens en goddelijke wezens van de natuur:
De mensheid bereikt langzamerhand het
hoogtepunt van haar lage handelen. De tegenstander is van mening, dat hij via
ontaarde mensen, die in het leven ingrijpen en zich als schepper opwerpen over
Mij kan triomferen. Hij heeft zich altijd al vergist. Ook deze keer zal hij
zich vergissen, want nu is moeder aarde van Mij. [Blz. 12 van de brochure
»Gabriele-Stiftung. Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe an Natur und
Tieren«]
Nu is het hoogtepunt, misschien zelfs al het moment van kantelen, bereikt. Het
toont aan: het is, zoals het is. Er verandert niets meer aan de zaak, of men
erin gelooft of niet.
Op 27 februari 2001 gaf God, de Eeuwige, de mensheid de volgende ernstige en zwaarwegende boodschap, die direct via vele radiostations over de hele wereld en in vele talen werd en wordt uitgezonden:
De Schepper sprak:
IK BEN de God van Abraham, de God van Isaac en de God van Jacob. Ik Ben de God van alle ware profeten.
Ik, GOD, de Almachtige, verhef Mijn stem door Mijn profetes en verkondigster en Ik richt Mij tot de mensheid.
Houdt op met jullie medeschepselen, die jullie dierbroeders en -zusters zijn, te consumeren!
Houdt op met hen te kwellen door dierproeven en door vrijheidsberoving, door hen in stallen te houden, die dieronwaardig zijn! Dieren houden van de vrijheid, net zoals jullie, mensen.
Houdt op met micro-organismen, het leven in de aarde, te doden door kunstmest, ook door excrementen en dergelijke!
Houdt op met bossen te rooien, plat te branden en de dieren in bos en veld de levensruimte af te nemen. Geeft hen hun levensruimte, bossen, velden en weiden, terug; anders zal het noodlot, dat jullie jezelf hebben opgelegd, jullie huis en hof en voedingsbronnen wegnemen door wereldwijde catastrofen, die jullie zelf hebben geschapen door jullie gedrag tegen het leven, tegen de natuurrijken, met inbegrip van de dieren.
Zouden de mensen Mijn woorden nogmaals
in de wind slaan, dan zal voor hen de storm, het wereldwijde noodlot, inzetten
en de mensen met honderdduizenden wegrukken - enerzijds door wereldwijde
catastrofen, anderzijds door ziekten, die als epidemieën over hen losbreken en
die zij door hun afkering van elke geestelijke ethiek en moraal de dieren
hebben opgelegd, die zij momenteel met duizenden verbranden. Wie niet omkeert,
zal het soortgelijk vergaan.
Mijn woord is gesproken. De wereldwijde Apocalyps is aan de gang. Wie niet
horen wil, zal in steeds kortere tussenpozen zijn zelfgeschapen oorzaken als
gevolgen voelen. Ik heb de aarde met haar planten, dieren en mineralen tot Mij
verheven. Wie verder de hand legt aan moeder aarde met al haar levensvormen,
zal de gevolgen ondervinden. Houdt op met te kwellen, te doden en te moorden!
Houdt op, mensen, met jullie beestachtige gedrag, dat uitsluitend jullie treft
en geen ander wezen; want wat jullie de geringste van jullie medeschepselen
aandoen, doen jullie Mij en jullie zelf aan.
Het is genoeg! Keert om, anders zet de oogst zich voort, die jullie zaad is.
IK BEN die IK BEN, altijd dezelfde, gisteren, vandaag en morgen, in alle eeuwigheid.
Ik herhaal: God vermaande door alle
rechtvaardige mannen en vrouwen. God, de Eeuwige, zond zelfs Zijn zoon, de
mederegent der hemelen. In deze tijd zond Hij weer een profeet naar de mensen,
het is een vrouw, door wie Hij Zijn boodschap en vermaningen wereldwijd aan de
mensheid verkondigde en verkondigt. Maar de massa, vooral de priesters, die te
allen tijde tegen de Godsprofeten waren, luisterde niet naar Gods woord. De
liefde van de mensen tot God is verkild, perversiteiten en uitwassen, ook wat
de seksualiteit betreft, traden en treden op de eerste plaats. Wat de mens ook
denkt en hoe hij zich ook gedraagt - de Godsliefde blijft, want zij is het
leven, onverwoestbaar.
Wie de weg naar de liefde tot God wil vinden, mag niet naar de grootsprekers
in kerk en wetenschap luisteren, maar zou zich de leer van Jezus, de Christus,
bewust moeten maken, die ons de geboden van God door Mozes, voorleefde en ons
mensen Zijn Bergrede verkondigde. De Innerlijke Weg, die wegleidt uit de
causaliteitsverstrikkingen, werd en wordt onderwezen. Wie zichzelf wil
veranderen, kan dit aanbod aannemen.
God reinigt de planeet aarde. Geleidelijk neemt Hij het leven der dieren, planten en mineralen terug, om het weer aan de gereinigde aarde te geven. Na al de wreedheden, die de mens de aarde met haar dieren, planten en mineralen heeft aangedaan, komt nu de mens aan de beurt.
Deze verruwde en verdorven maatschappij zal uitsterven, want het menselijke lichaam is een product van de aarde en zal weer tot aarde worden, om door God, het leven, in lichtere aardsubstantie te worden veranderd.
De apocalyptische tijd is begonnen. Zoals God het heeft geopenbaard, zal het geschieden. Er ontstaat een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Op de nieuwe aarde zullen vreedzame mensen leven, die één zijn met alle dieren, planten en mineralen en er zal niets vreselijks meer gebeuren in Zijn land. De dood is dan weggenomen, omdat het doden van mens, dier en natuur opgehouden heeft. Als de vreedzame mensen in Zijn heilige land sterven, gaan hun geestelijke lichamen naar het eeuwige Zijn, omdat zij als mens hebben geleefd, zoals God het wil. Ook in de natuurrijken is er geen doden meer, maar het sterven, ofwel heengaan, om in te gaan in het fijnstoffelijke leven, dat eeuwig bestaat.
Dat is de geestelijke evolutie, de overgang van het grofstoffelijke naar het fijnstoffelijke, naar het ware Zijn.
Gabriele-Stiftung
Het saamlinische werk van naastenliefde
aan natuur en dieren
Jouw rijk komt - Jouw wil geschiedt
Bid en werk
In het saamlinische werk van naastenliefde aan natuur en dieren gaat het er
o.a. om, levensruimte te scheppen voor de dieren, waarin ze een leven kunnen
leiden, dat vrije schepselen van God waardig is, waarin ze zich overeenkomstig
hun aard, vrij en in vrede kunnen bewegen, zonder angst te worden vervolgd en
mishandeld; in groeiende positieve verbinding tot mensen, die hen met liefde
en zorg tegemoettreden, hen achting, waardering en vriendschap betonen in
gevoelens, gedachten en de onbaatzuchtige daad.
Meer hierover vind je in de brochure, die we je op verzoek graag gratis
toezenden:
Gabriele- Stiftung
Das Saamlinische Werk der Nächstenliebe
an Natur und Tieren
Max-Braun-Straße 2
D 97828 Marktheidenfeld
Tel. 0049/9391/504-424
Fax 00499391/504-430
Het tijdschrift voor een nieuwe aarde,
waarop de mensen onder elkaar en
met de dieren in vrede leven:
Das Friedensreich
Jouw rijk komt - Jouw wil geschiedt
Bid en werk
Das Friedensreich analyseert het gebeuren in onze wereld en wijst op een nieuw
wereldbeeld, uitgaande van de Bergrede en de kosmische leer van Jezus van
Nazareth.
Das Friedensreich bericht ook over het door de Gabriële-Stichting ontstane
werk van de naastenliefde aan natuur en dieren.
Elke maand nieuw, met actuele onderwerpen over maatschappij en politiek, over
ecologie en landbouwschap, over geneeskunde, natuurwetenschap en vele andere
onderwerpen.
Een gratis proefexemplaar bestellen bij:
»Das Friedensreich«, Verlag DAS WEISSE PFERD
Max-Braun-Straße 2, D 97828 Marktheidenfeld
Tel. 0049/9391/504-207, fax 0049/9391/504-210
Dit is
Mijn woord
A en Omega
Het evangelie van Jezus
De Chr