Gabriële, Würzburg
Verlag DAS WORT GmbH
De universele Geest
Leven in de Geest Gods
Uitgever:
© Verlag DAS WORT GmbH
Max-Braunstraße 2
D - 97828 Marktheidenfeld
Alle rechten voorbehouden
Uit het Duits vertaald
Originele Duitse titel:
Glaubensheilung -
die Ganzheitsheilung
1e oplage 1999
1e Nederlandse uitgave: najaar 2001
Voor alle vragen betreffende de betekenis
van de inhoud is de Duitse originele uitgave
doorslaggevend
De letter doodt,
maar de Geest in de letter,
in het woord, maakt levend.
Begrijp daarom
de diepe zin van dit boek,
en beleef de Geest Gods
in de woorden der waarheid.
Ieder mens, die vrij wordt
van het denken naar de letter
en in staat is, de inhoud van
het gesprokene en geschrevene
te begrijpen, ervaart de schat van
de waarheid.
Inhoud
Voorwoord
God is eeuwig dezelfde: liefde, kracht, harmonie en
genezing
Door de vrije wil zijn wij zelf verantwoordelijk voor onze handelwijze. Wijzelf
beslissen: voor of tegen het leven
Zenden en ontvangen. Het gelijke trekt het gelijke aan
Wat de mens zaait, zal hij oogsten. Wat ons treft, zijn wij zelf
Ons verstand is de commandant, die ons cellenleger onvermoeibaar bevelen geeft.
Op zekere dag begint het te ageren
Door afwending van het Goddelijke vermindert in ons de levens- en heilkracht.
Keer om en geef je leven een positieve, door God gewilde inhoud
Richt je radarscherm, de ziel, op de krachtbron God in jou en breng de heilbron
van liefde en harmonie tot stromen
De kleine en grote slachtvelden in en om ons heen zijn dissonanten, die in en
aan ons lichaam, in onze ziel en in de wereld hun uitwerking hebben
Ons lichaam kan uit zichzelf niet ziek worden. Ziekte is het gevolg van verkeerd
denken en handelen
Oerchristelijke geloofsgenezing betekent activering van het geloof in Christus,
doordat de mens zijn dagen benut
De verheven tijd van het oerchristelijke christendom. In Universeel Leven
stichtte Christus het wereldwijde gebeds- en geloofsgenezingscentrum
De krachtbron GOD vermag alles. De vervulling van Zijn wil brengt Zijn kracht
tot stromen
Erken je actieve oorzaken aan je agitatie, aan je lichamelijke gedrag en aan je
ademhaling; bereinig tijdig, voordat het gevolg je treft
Jezus legde de genezingzoekende de handen op het hoofd en bad. Hij sprak: »Je
geloof heeft je geholpen. Ga heen en zondig voortaan niet meer.« Op soortgelijke
wijze werken oerchristelijke geloofsgenezers
Het verschil tussen geestelijke genezers en oerchristelijke geloofsgenezers
Wie zijn schaduwrijke bestaan, zijn zonden, tenietdoet, bereikt langzamerhand de
zon, Gods liefde, die geneest en helpt
In de oerchristelijke geloofsgenezing krijgt de genezingzoekende toegang tot
gedachten of beeldcomplexen, die hem laten zien, wat bereinigd dient te worden
Een oefening om aan onszelf te merken, hoe onze gevoelens en gedachten op onze
ademhaling inwerken
Het oplossen van gedeeltelijke of hele blokkades volgt uitsluitend door het
oplossen van schuld. Ademhaling en lichaamsreacties zijn de barometer van ons
voor en tegen
Positieve gevoelens en gedachten kunnen onmiddellijk werken. Het omzetten van
hun inhoud in het dagelijkse leven brengt pas blijvende genezing
De liefde tot God is de juiste liefde tot onze naaste en tot ons lichaam
Elke gedachte streeft naar verwezenlijking en manifesteert zich in ons lichaam
Door onze ingaven zijn we ontvankelijk voor invloeden van negatieve vreemde
energieën. Richten we ons op God, dan vermag Hij, het leven, de orde in ons
lichaam te herstellen
Goede gedachten versterken in onze medemensen hetzelfde of iets dergelijks. Wij
zijn voor elke gedachte, voor haar gevolg en uitwerking verantwoordelijk.
Oerchristelijke geloofsgenezing is het overbrengen van liefdevolle gedachten
De oerchristelijke geloofsgenezer wil met de genezingzoekende een innerlijke
gemeenschap in Christus vormen
De uitspraak van de balk en de splinter. Aan een uitwerking is iedere betrokkene
medeschuldig. Jezus leerde, elkaar wederkerig te vergeven, opdat Hij in ons
vermag te werken
Gezondheid is door God gewild. Ziekte is de onderbreking van de verbinding met
het goddelijke krachtveld in de ziel en in iedere cel van de mens
Wijzelf hebben schuld aan ons lijden. De wet Gods bevat niets slechts. Als wij
orde scheppen in onze »tempel«, dan wordt de ziel stralender, het lichaam wordt
lichter, ons wezen zonniger
Het woord »ongeneeslijk« sluit de hoop uit. Angst en wanhoop verminderen de
psychische en lichamelijke energie; hoop en vertrouwen laten levenskracht
ontstaan
Medicamenten, medische therapieën en uitgebalanceerde voeding alleen zijn niet
alles. De instelling tot het leven behoort evenwichtig te zijn.
Door zelfbeschouwing en vragen naar het waarom van ons denken en handelen,
krijgen we inzicht in onze ware bedoelingen en motieven, in hetgeen aan
schaduwen in onze ziel en in ons onderbewustzijn ligt
»Je zult God liefhebben met je hele ziel, met al je krachten en je naaste als
jezelf.« De leerstellingen van Jezus tonen ons de stap naar het ware leven
De inhoud van onze gedachten en woorden kan ons noodlottig worden. Ons lichaam
reageert niet op mooigekleurde gedachten en woorden, maar op hun inhoud
Het dagelijkse overwinnen van onze zondigheid activeert en mobiliseert de
zelfgenezende krachten. Het komt erop aan, welke informatie we ons organisme
toezenden
God is eenheid. Wij zijn broeders en zusters onder elkaar. We zouden onze
al-te-menselijke houding moeten veranderen, om onze medemensen beter te leren
begrijpen
Door het leren aan onszelf en bereiniging verkrijgen we evenwichtigheid en onze
celverbindingen de informatie van gezondheid, levensgeluk en innerlijke
blijdschap
Aan elke ziekte gaan vingerwijzingen vooraf. Het bewuste, diepe ademen is een
oefening, die ons helpt, onze oorzaken te onderzoeken
»Hebt elkander lief, zoals Ik jullie als Jezus heb liefgehad en als Christus
liefheb.«
Wie zijn gebed verhoord wil zien, zou er ook naar moeten leven. God wil door ons
onze medemensen kracht en liefde zenden
Het passieve geloof geeft ons geen zekerheid, dat God bestaat. Door het
daadwerkelijke geloof voelen en beleven we Zijn aanwezigheid
Pijnstillende middelen kunnen een ernstig zieke helpen, om weer te kunnen
doorademen, om zijn gedachten op een rijtje te krijgen en zich met zijn
medemensen te kunnen verzoenen
»Vraagt en jullie zullen verkrijgen ...«. Als we vrijwillig de stap naar
Christus in ons doen, kan Hij, de innerlijke arts en helper, ons tegemoetkomen.
Het danken in elke situatie geeft ons de kracht, om de inhoud van onze
noodsituatie te beseffen en op te heffen
Hulp, om ons te kunnen bevrijden van ons verkeerde denken, om plaats te maken
voor vrijheid, liefde en harmonie. Liefde geneest elke wonde
Ziekte is niet de wil van God
De kracht van God kent geen grenzen. Door onze twijfel maken wij het God
onmogelijk, in ons te werken
Neem jezelf terug en overleg, voordat je spreekt. Wees even stil en vraag jezelf
af, waarom je steeds hetzelfde denkpatroon laat aflopen
Onze levensopdracht: de Gods- en naastenliefde weer te bereiken. Daaruit
ontwikkelt zich innerlijke kracht en de zekerheid: de grote goedheid en liefde
woont in ons
Boeken in Universeel Leven
Voorwoord
Een boek over »oerchristelijke geloofsgenezing« - een boek voor mensen dus, die
het gaat om hun gezondheid?
Niet alleen! Een boek, dat iedereen bijbrengt, waar het in het leven werkelijk
op aankomt.
Wie dat niet interesseert, wie toch al denkt, dat het mensenleven er nu eenmaal
is, om geleefd te worden en met de dood sowieso alles voorbij is, kan dit boek
wegleggen en doen, wat voor hem op het moment levenswaarde heeft, of lezen, wat
hij de moeite waard vindt om te lezen.
Maar wie het belangrijk vindt, zijn aardse dagen met een goede instelling te
vullen, zijn tijd te benutten, met zichzelf en met zijn medemensen in het reine
en in harmonie te komen, dus in een vreedzaam, actief met-elkaar en voor-elkaar,
wie bovendien nog het geluk wil beleven, dichter bij God en zijn oereeuwige
wezen te komen, de standvastigheid en geborgenheid in het eigen innerlijk te
bespeuren en de kracht te ervaren, die in een waarachtig positief leven ligt,
vindt in dit boek een onschatbare hulp. Hij zal, wanneer hij hetgeen hij uit de
woorden van de profetes, Gabriële, opneemt, in zijn dagelijkse leven vruchtbaar
laat worden, niet alleen vrijer en vreedzamer, gezonder en gelukkiger door zijn
aardse leven gaan, maar hij zal zich ook op het einde daarvan niet in de fatale
situatie bevinden, die gekenmerkt wordt door het bittere »te laat«. Hij zal - in
het duidelijke inzicht, dat ons in het moment van de terugblik wordt geschonken
- dus niet hoeven te zeggen: »Had ik de kostbare aardse dagen toch maar benut!
Zoveel goede kansen heb ik verknoeid, omdat ik niet wist - of er niet op gelet
heb -, waar het eigenlijk op aan kwam. Ach, kon ik toch nog één keer alles beter
doen!«
Waar het eigenlijk op aan komt - dat zegt Gabriële ons allen in dit boek steeds
en steeds opnieuw, belicht het uit de meest verschillende perspectieven, maakt
ons de geestelijke samenhangen bewust, geeft hulp, raad, bemoediging en
richtlijnen, spreekt zowel ons verstand alsook ons hart aan, brengt in ons de
ene keer deze, dan weer de andere snaar tot trillen met oneindig geduld, opdat
we het eindelijk begrijpen en vooral ook de stap kunnen zetten van inzicht naar
handelen.
Veel elementaire uitspraken in dit boek zijn niet nieuw; Jezus van Nazareth
heeft 2000 jaar geleden al de weg geleerd, die naar vrijheid, vrede en geluk
leidt, naar levensblijheid, gezondheid en innerlijke rijkdom. Deze weg is in de
eenvoudige levensregels van de Bergrede te vinden, die aantonen, hoe door ons
mensen de nog veel langer bekende Tien Geboden van God moeten worden omgezet.
Maar de innerlijke religie, die Jezus onderwees en voorleefde, verstikte in de
rituelen en vormen van een veruiterlijkte kerk. Men predikte weliswaar over het
woord van God en over de leer van Jezus, maar handelde niet in Zijn zin. Dus
namen ook de kerkschapen, die de kerkelijke overheid navolgden, genoegen met het
horen van het woord - daarnaar te handelen leek hen minder belangrijk. De kracht
van de Christus Gods, die Hij bij Zijn Golgotha-offer in ieder hart liet
neerdalen, bleef grotendeels onbenut - men liet het bij alleen-maar-geloven, dat
een dood geloof blijft, als het niet door het doen tot een daadwerkelijk geloof
wordt, dat ziel en mens vrij maakt.
Nu heeft ons God, ons aller Vader, door Zijn goedheid en zorg in deze donkere
aardse tijd een bode uit Zijn licht gezonden, door wie Hij ons opnieuw in het
bewustzijn roept, »waar het eigenlijk op aankomt«. HIJ schonk ons Zijn woord in
talloze openbaringen en Hij leert ons de weg terug tot Hem, de weg naar een
leven in de Geest Gods, die ons het heil voor onze ziel brengt en ook de
mogelijkheid tot genezing van ons lichaam.
Gabriële, de leerprofetes Gods, die niet alleen Zijn directe woord geeft in
goddelijke openbaringen, maar als Zijn verkondigster ook Zijn »indirecte woord«,
kent ons mensen en ons al-te-menselijke maar al te goed. Zij weet, dat onze tot
gewoonte geworden, »diep ingewortelde« denk- en gedragspatronen hardnekkig en
volhardend zijn. Zelfs bij degene, die met zijn verstand reeds »begrepen« heeft
»waar het op aankomt«, moet vanuit verschillende gezichtshoeken steeds weer
worden aangestoten, opdat het gaandeweg aan een nieuw denken ruimte geeft,
waaruit zich langzamerhand een nieuw gedrag opbouwt en op grond daarvan het
leven van de mens steeds meer ten positieve kan veranderen.
Dat komt in dit boek tot uitdrukking, waarin Gabriële ons in haar woorden uit de
Wijsheid bijbrengt, wat alleen maar helpen kan in nood, ellende, ziekte en leed:
onszelf te openen voor de Geest Gods, de krachtbron in ons.
En hoe openen wij ons voor Hem, zodat Zijn levensstroom in ons tot stromen komt?
Precies dat is de hoofdzaak van dit boek. Wie dus wil, kan lezen en van hetgeen
hij leest, aannemen, wat hij wil. Wat het hem kan brengen, zal hij ervaren, als
hij het doet.
Mensen, die naar het kosmische bewustzijn, God, streven, voelen zich met alle
mensen verbonden, want allen zijn in de universele Geest broeders en zusters.
Wij wensen alle lezers van dit boek, dat zij voor zichzelf verwerven, wat
Gabriële in de woorden gelegd heeft. Voor menigeen kan het waarlijk
levensreddend zijn.
Een oerchristen in Universeel Leven
Würzburg, mei 1999
God is eeuwig dezelfde:
liefde, kracht, harmonie en
genezing
In ieder mens is de Geest Gods, de krachtbron van het licht en het heil. God in
ons vermag alles, wanneer wij onszelf openen voor de krachtbron GOD.
GOD is onveranderlijke liefde, kracht, harmonie en genezing: hoe de dingen in
deze wereld er ook voorstaan en hoe wij mensen ons ook gedragen ten opzichte van
het krachtveld GOD - God is eeuwig dezelfde. Overeenkomstig onze vrije wil
bepaalt ieder van ons zelf, of hij de eeuwige heil- en levenskracht in zich
vermeerdert of vermindert, of hij zich overgeeft aan de heil- en levensbron en
deze zo werkzaam laat worden, of dat hij zich van GOD afwendt.
Door de vrije wil zijn
wij zelf verantwoordelijk voor onze
handelwijze. Wijzelf beslissen:
voor of tegen het leven
De Geest, GOD, de eeuwige liefde in ons, wil ons graag gezond en sterk houden
resp. gezond en gelukkig maken.Wij bepalen echter zelf, of we gezond en sterk
blijven of ziek en zwak willen worden. Beslist zul je nu denken: »Wat een vraag!
Wie wil er nu niet gezond blijven of gezond worden?« Wij zouden moeten inzien,
dat wij de beslissing hierover zelf in de hand hebben - niemand anders.
Wij zijn burgers van het rijk Gods, die door God, onze eeuwige Vader niet worden
bepaald en ook niet worden betutteld, want op grond van de goddelijke wet, die
ons ware erfdeel, ons Zijn is, hebben wij de vrije wil om vrij te beslissen.
Dientengevolge zijn wij zelf verantwoordelijk voor onze handelwijze. Wijzelf
beslissen over onze aardse levens; wij bepalen, hoe zij zullen verlopen, in
gezondheid en geluk of in noodlot en ziekte.
Wenden we ons tot de levens- en krachtbron in ons, door ons als vrije burgers
van het rijk Gods te zien en ons volgens de wetten van het rijk Gods te
gedragen, waarvan we uittreksels in de Geboden van God en in de Bergrede van
Jezus hebben, dan blijven of worden we gelukkig, gezond en sterk. Of we zijn
tegen ons ware leven, tegen de wetten van ons eeuwige Zijn; dan beleven en
doorlijden we hetgeen wij zelf in gevoelens, gedachten, woorden, wensen en
handelingen hebben vastgelegd. Wij hebben het ons als het ware zelf toegesproken
en ons lichaam toegevoegd.
Zenden en ontvangen
Het gelijke trekt het gelijke aan
In de hele oneindigheid geldt één principe: zenden en ontvangen. Dat is het
communicatieprincipe van het heelal; het stemt overeen met de kringloop van het
leven; die uit geven en ontvangen bestaat.
De geestelijke lichamen van de zonen en dochters van God, de geestwezens in het
reine Zijn, zijn gecomprimeerde eeuwige wet GOD; daarom zijn zij goddelijk. Zij
stralen en zenden de wet Gods uit, onbaatzuchtige liefde, vrede, alwijsheid en
goedheid - de wet Gods.
Wat zenden wij mensen? Wij zenden onze gevoelens, gewaarwordingen, gedachten,
woorden en daden uit, die, voor zover ze niet overeenstemmen met de
onbaatzuchtige liefde, egoïstische, dus negatieve energieën zijn.
Tegenstrijdige, ongoddelijke zendingen gaan niet de wet, God, binnen. wij
ontvangen volgens hetgeen we hebben uitgezonden: ongoddelijks, negatiefs. In de
valgebieden voltrekt zich het »zenden en ontvangen« dus overeenkomstig de
causaliteitswet van oorzaak en gevolg, Jezus van Nazareth sprak van zaad en
oogst.
Een aspect van het principe zenden en ontvangen is de wetmatigheid »het gelijke
trekt het gelijke aan«. Alles zendt; ook dat, wat niet bewust een speciale
levensuiting is - dus bijv. denken of spreken -, zenden hun straling, hun
vibratie uit. Daarop antwoordt dan hetgeen met deze straling, deze vibratie,
overeenstemt. Het wordt als het ware opgeroepen, aangetrokken. Het gelijke trekt
dus het gelijke aan.
Een negatieve gedachte bijv. komt derhalve niet alléén naar zijn afzender terug.
Volgens het principe »het gelijke trekt het gelijke aan«, komen er soortgelijke
negatieve gedachtenkrachten bij; bij de ene uitgezonden gedachte komen dus
andere van dezelfde en/of gelijksoortige gedachtenenergieën bij. Daarom kan soms
een gevolg de ten grondslagliggende oorzaak aan intensiteit overtreffen.
Wat de mens zaait,
zal hij oogsten.
Wat ons treft, zijn wij zelf
Eigenlijk is het voor en tegen een eenvoudige regel, die met weinig woorden op
één noemer kan worden gebracht: wat de mens zaait, zal hij oogsten. Tengevolge
daarvan kunnen wij alleen maar oogsten, wat wij hebben gezaaid, niet wat anderen
hebben gezaaid en zaaien, en anderen kunnen niet oogsten, wat wij hebben gezaaid
of zaaien.
Daarom luidt het gebod van het uur - en wel van ieder uur, want wij denken en
slaan onophoudelijk op -: wat ons treft, zijn wij zelf. Want: wat er gebeurt en
op ons toekomt, hebben we als het ware uitgenodigd door het principe »zenden en
ontvangen« of »het gelijke trekt het gelijke aan«.
Ons verstand is de commandant,
die ons cellenleger onvermoeibaar
bevelen geeft. Op zekere dag begint het te ageren ...
Hoe slaan wij op? Wat gebeurt er, als wij denken of spreken?
Onze gedachten en woorden zijn energievormen, die bij ons horen. Ze worden in
ons boven- en onderbewustzijn en in onze ziel tot beelden. Wat wij in het
bovenbewustzijn bewegen, slaan niet alleen ons onderbewustzijn en onze ziel op,
maar ook onze cellen en overeenstemmende geheugenplaneten in de materiële kosmos
en in de kosmos van de reinigingsgebieden.
Vanaf de verwekking van een wordende mens ontstaan geleidelijk cellen en
celverbindingen. Het fysieke lichaam bouwt zich op; het wordt in zekere zin een
cellenleger. De cellen dragen enerzijds de informatie uit de genen van de ouders
en anderzijds ook de overeenstemmende ingaven uit de ziel van het kind voor dit
aardse leven.
De pasgeboren mens, de zuigeling, wordt heel geleidelijk door de in hem wonende
ziel en door zijn omgeving - eerst door het gedrag van de ouders - getraind. De
eerste indrukken van de zintuigen zijn de eerste informatie, die via de hersenen
aan de cellen wordt doorgegeven. De eerste waarnemings- en gedragsprogrammas,
de functionele programmas voor de mens, vormen zich.
Is de zuigeling enkele maanden oud, dan begint hij heel geleidelijk zijn
omgeving beter waar te nemen. Via zijn zintuigen neemt hij op, wat hij na enkele
maanden vermag waar te nemen. De reacties op zijn waarneming slaat het kleine
mensje op in zijn bovenbewustzijn, dus in de hersenen en in de overeenstemmende
lichaamscellen. Men kan dus zeggen: de mens slaat van de wieg tot het graf alles
op, eerst in zijn bovenbewustzijn en in zijn lichaamscellen, later in zijn
bovenbewustzijn, zijn onderbewustzijn, zijn lichaamscellen en zijn ziel.
Gelijktijdig beweegt hij ook zijn opslag door zijn onvermoeibare voelen,
gewaarworden, denken, spreken en handelen. In de loop van het wordingsproces van
een mens wordt het bovenbewustzijn, het verstand, als het ware een commandant,
die zijn bevelen geeft aan het cellenleger van het lichaam.
Met het beeld van de veldheer en het cellenleger kan men veel aanschouwelijk
maken. Laten we ons dus beeldend een leger soldaten voorstellen, die uit te
voeren hebben, waarin hen de commandant heeft getraind.
Om een veldslag te leiden, bijv. voor de afweer van een »vijand«, heeft men
soldaten nodig. Een bepaald aantal soldaten vormt een leger. Het leger soldaten
moet eerst getraind worden op gehoorzaamheid en op bepaalde commandos. Daartoe
is er een superieur nodig, die het leger informatie geeft, hen dus in discipline
en in de toepassing van oorlogsmateriaal of tot een hulptroep opleidt. Het leger
wordt dus getraind, totdat elke soldaat de aanwijzingen van de trainer, de
commandant, beheerst en in staat is uit te voeren.
Zo is het ook met onze cellenstaat. De commandant is ons verstand - dat zijn
wij, het bovenbewustzijn. Wij geven onophoudelijk bevelen aan ons cellenleger.
Wij trainen onze cellen om uit te voeren, wat wij hen bevelen.
Onze aanwijzingen aan onze cellen en celverbindingen, aan het cellenleger dus,
zijn de inhoud van onze gevoelens, ons gewaarworden, denken, spreken en
handelen. We kunnen ook zeggen: wij kenmerken onze lichaamscellen en geven hen
onze programmas in door hetgeen energetisch in ons aan negatiefs afloopt, bijv.
boosheid, afgunst, gelijk willen hebben en willen heersen, verwijten,
wraakgevoelens en dergelijke. Daarbij is niet beslissend, wat wij naar buiten
laten zien, spreken of doen, maar wel, wat onze gedachten, woorden en daden aan
negatieve energiekwaliteit in zich dragen. De vaak verholen bijgedachten, de
echte bedoelingen en achterbaksheid, die achter de vijf menselijke
bestuurscomponenten - voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen - staan,
zijn als het ware de bevelen, die in onze cellen als tijdbom-ontstekingen op hun
ontlading wachten.
Is ons cellenleger met voldoende informatie verzorgd en getraind, dan begint het
te ageren. Het voert uit, wat wij de cellen hebben doorgegeven. De »soldaten«,
die in actie willen komen, onze met explosieve energie geprogrammeerde cellen,
begeven zich echter niet meteen op weg om dat te doen, waarin wij hen hebben
getraind. Het »startschot«, het bevel tot aanval, wordt door een andere
bevelscentrale gegeven, want onze cellen staan bovendien nog in communicatie met
onze ziel en de overeenkomstige geheugenplaneten, waarin door ons een bepaald
energiepotentieel werd opgeslagen. Het cellenleger wacht af, tot de
planetenconstellaties actief worden, waarin gedeelten van onze schuldige ingaven
werkzaam zijn. Straalt op een dag een planetenconstellatie op de mens in, dan
komt daarin het bevel tot handelen. Het cellenleger wordt eerst onrustig. Deze
onrust is de voorbode van de naderende werking in en aan ons lichaam, die wij in
het verloop van de dag kunnen herkennen, als we onszelf critisch observeren. Het
kan een innerlijke irritatie zijn, die met bepaalde gevoelens, gedachten of ook
beeldende herinneringen gepaard gaat. De waarschuwende aanwijzingen, de
voorboden, kunnen ook van buitenaf op ons toekomen, in zogenaamde toevalligheden
zoals onaangename ontmoetingen, in kleine ongemakken, of dat we nog net aan een
verkeersongeval ontkwamen of dat we n paar treden van de trap vielen en ons
been verstuikten.
Zulke voorvallen tonen de mens, die bewust in de dag leeft, die niet de schuld
geeft aan de naaste of aan het toeval of het boze noodlot en daarmee zijn
geweten tot zwijgen brengt, wat op hem toe kan komen: dat een van zijn oorzaken
op het punt staat tot uitwerking te komen.
Letten we niet op de voortekens, beseffen en bereinigen we niet, wat wij ooit
anderen hebben aangedaan, onze schuld - dan slaat het cellenleger toe en voert
een gedeelte uit van hetgeen wij het jaren geleden of misschien wel in vorige
incarnaties hebben ingegeven, dus hebben bevolen.
Ieder van ons is dus als het ware een commandant of een legerleider, die het
cellenleger in een bepaalde richting leidt. Negatieve ingaven - tegen onze
medemensen gerichte gevoelens, gewaarwordingen, gedachten, woorden en
handelingen, liefdeloosheden dus - komen, voor zover ze niet tijdig door ons
worden erkend, berouwd en bereinigd, als ziekte, gebrek en verder onheil tot
uitwerking. Wij hebben het zelf in de hand, of zulke energieën in ons leven tot
uitwerking komen of dat de Geest Gods ons steeds meer vermag te doorstralen en
ons leven ten goede kan wenden.
Door afwending van het Goddelijke
vermindert in ons de levens-
en heilkracht. Keer om en
geef je leven een positieve, door God
gewilde inhoud
Als wij ons afwenden van de krachtbron GOD door verkeerd denken en gedrag,
stemmen wij ons af op lagere bronnen en binden ons aan angst voor ziekte, aan
zorgen en leed. Wij worden beladen door het noodlot. Door de afwending van het
Goddelijke vermindert in ons de levens- en heilkracht; het wordt donkerder in
ziel en lichaam.
Daartoe een beeld: als een gedeelte van de aarde zich van de zon afwendt, wordt
het daarop donker. Zo is het ook met ons. Wenden wij ons van de licht- en
krachtbron GOD af, dan overschaduwen wij onszelf; wij scheppen duisternis in
ons, die nu eenmaal weinig levenskracht bevat. In onze gevoelens,
gewaarwordingen, gedachten, woorden, wensen en handelingen werkt dan de
tegenpool; we zijn tegen God.
Omdat het door onze verkeerde handelwijze, onze zonden, steeds donkerder in ons
wordt, wennen wij ons aan, steeds meer ziekte, leed, noodlot en dergelijke op te
roepen; ze dus steeds meer in ons te verdichten, door bijv. met onze medemensen
steeds weer over onze ellende, onze ziekte, te praten. Wij zeggen, dat we ziek
zijn en bevestigen dat hiermee. Dat betekent, dat wij onze cellen,
celverbindingen, ja alle functies van ons lichaam de ziekte toespreken, de
celverbindingen als het ware met ziekte programmeren en daardoor het lichaam
steeds meer levenskracht onttrekken.
Bij veel mensen - ook bij hen, die zich christenen noemen - is de uitspraak van
het heil: Jij bent de tempel van God en de Geest Gods woont in jou,
verlorengegaan. Ieder mens is als het ware een huis; wij kunnen hem ook als
tempel van de Geest Gods aanduiden. Wijzelf verwoesten de huizen, de tempels,
doordat we ze niet alleen verzwakken, maar vaak ook ruïneren door onze
vernietigende gedachten.
Wie zich alleen nog met zichzelf, met zijn angst, zorgen, beslommeringen,
ziekten en dergelijke bezighoudt, wordt zich er zelden van bewust, welk een
grote kracht er in hem ligt, die ieder ogenblik via het geweten spreekt: keer om
en besef, dat je een bewoner bent van het rijk Gods, die de wetten van het heil
heeft te leven, om gelukkig en gezond te blijven of gezond te worden.
Wie zich wendt tot het rijk Gods, dat in hem is, begint anders te denken. Hij
weet: in zijn tempel, diep in de zielenbasis, is alles gezond. Wie dit begrepen
heeft, zal de stroom van het heil blootleggen, door zijn aardse leven een
positieve, door God gewilde inhoud te geven.
Richt je radarscherm
de ziel, op de krachtbron, God in jou, en
breng de heilbron van liefde
en harmonie tot stromen
Onze ziel kan met een radarscherm worden vergeleken.
Wij mensen dragen beslissend bij tot onze levenskwaliteit, als wij de inhoud van
ons denken en gedrag onderzoeken en ons afstemmen op de goddelijke liefde en
wijsheid, op juist en positief denken, dat de bevestiging van onze gezondheid
bevat. Daardoor richten wij het genoemde radarscherm, onze ziel, op de
krachtbron GOD in ons, om het Goddelijke, zoals hulp, genezing en meer
levenskracht te ontvangen.
De eeuwige heilbron, God, is oneindige liefde en harmonie. Deze heilbron van
liefde en harmonie kunnen we alleen tot stromen brengen, als wij onze
levensinhoud, onze persoonlijke wereld, die uit ons gedrag bestaat, veranderen,
dat wil zeggen, deze een positieve afstemming geven en met onze medemensen vrede
sluiten en vrede houden.
De kleine en grote slachtvelden
in en om ons heen, zijn dissonanten,
die in en aan ons lichaam,
in onze ziel en in de wereld
hun uitwerking hebben
Wij mensen hebben de gewoonte, anderen omlaag te halen. Of omdat ze ons niet
welgezind zijn, of zich niet zo gedragen, zoals wij het graag zouden hebben, of
omdat ze niet doen, wat wij willen, of we nemen aan, dat ze ons onrecht hebben
aangedaan, of we zijn van mening, dat wij iets te dragen hadden of hebben, wat
anderen hebben veroorzaakt; hen geven we de schuld daarvan. Maar wie anderen
omlaaghaalt, plaatst zich boven deze medemensen en zodoende boven God, omdat God
Zijn mensenkinderen niet omlaaghaalt, noch veroordeelt. Ook door toewijzing van
schuld aan anderen willen wij uiteindelijk laten zien, dat wij beter zouden zijn
en eventueel zelfs smetteloos.
Wie zichzelf zon gedragsaureool heeft gegeven, is dan gedwongen, deze door
zelfbevestiging overeind te houden. Daaruit ontwikkelen zich ontevredenheid,
disharmonie, stress en de druk om hardnekkig op de voorgrond te moeten treden,
dus te moeten produceren en zich te moeten bewijzen. Het gevolg daarvan is, dat
zijn zenuwstelsel voortdurend onder hoogspanning staat. Uit zulk een denken en
handelwijze ontstaan de kleine oorlogjes in het gezin, op het werk en
uiteindelijk zelfs wereldoorlogen, omdat de een in de ander steeds alleen de
vijand ziet.
Deze kleine en grote slachtvelden in en om ons heen zijn dissonanten, die zich
eerst in onze omgeving bemerkbaar maken en eventueel later - al naar gelang de
machtspositie - ook in de wereld. Zulke »waardebepalingen« werken onvermijdelijk
in op ons lichaam en komen in onze ziel. Daardoor wenden wij ons steeds meer af
van God, de liefde en harmonie. Vroeg of laat, wellicht pas in andere
incarnaties, zullen we dat moeten dulden, waarmee wij nu, in dit aardse bestaan,
tegen onze medemensen in gevoelens, gewaarwordingen, gedachten, woorden en daden
ten strijde trokken.
Jezus leerde ons de liefde tot de vijand: Heb je vijanden lief; doe goed aan
hen, die je haten. Wie deze uitspraak van Jezus in zijn intensiteit begrijpt,
begrijpt ook, waarom het in deze wereld is, zoals het is; hij begrijpt, dat
ziekte, leed, zwakte, catastrofen, oorlogen en zo meer niet van God komen en ook
niet willekeurig zijn, maar alleen van de mens uitgaan. Een algehele genezing
kan daarom slechts dan plaatsvinden, wanneer wij ons wangedrag - ook in ons
aandeel aan het wereldgebeuren - bewust worden en beginnen vrede te sluiten met
onze medemensen, maar ook met het gekwelde dierenrijk, het planten- en
mineraalrijk, door ons wangedrag ten opzicht van hen in te zien, te berouwen,
met de hulp van de Christus Gods te bereinigen en niet meer te doen.
Alleen door heroriëntering op de bron van liefde en vrede ontwikkelen wij de
Gods- en naastenliefde en de harmonie. De Gods- en naastenliefde is de genezende
krachtbron, de lavende dronk voor ziel en lichaam. Door zelfinzicht en ommekeer
richt het radarscherm, de ziel, zich steeds meer op de heilbron, God.
Wij behoren er dagelijks aan te denken, dat zwakte, ziekten en noodlottigheden
niet alleen door het lichaam worden veroorzaakt, maar vooral van psychische aard
zijn: het radarscherm, onze ziel, heeft zich door ons verkeerde gedrag op
overeenkomstige andere zendstations afgestemd en de mens ontvangt nu hetgeen hij
zichzelf heeft ingegeven. Daaruit ontwikkelt zich dan ziekte, leed en zo meer,
namelijk dat, wat de zender nu eenmaal zendt. De gevolgen van onze oorzaken -
ziekte, leed en dergelijke - komen van de zender, die wijzelf hebben geschapen
en gevoed, dus uit onze persoonlijke ingaven. Door onze tegenstrijdigheid is het
psychische en fysieke in ons uit balans geraakt, wat mettertijd tot
noodlottigheden en ziekte leidt.
Psychisch-fysieke orde is harmonie en harmonie is gezondheid en positieve
levenskwaliteit. Wijzelf zijn de dissonanten in onze ziel en in ons lichaam, die
ons vrij-zijn van noodlot en allerlei geweld - van gebreken, leed, ziekte en ook
onze genezing, in de weg staan.
Al het onheil begint met onze angsten, onze twijfels en is tenslotte toe te
schrijven aan ons ongeloof ten opzichte van de eeuwige krachtbron, God. Inplaats
van vrede te stichten, schiepen wij onvrede in onszelf en, als geheel gezien, in
de wereld, want het resultaat is in steeds meer mensen de wanorde in ziel en
lichaam.
Ons lichaam kan uit zichzelf
niet ziek worden. Ziekte is
het gevolg van verkeerd denken en
handelen
Zolang de zonde bestaat, bestaan ook leed, ziekte en ellende, eerst onzichtbaar,
later zichtbaar, wanneer de zonde actief wordt in het lichaam en zich daar
manifesteert.
Willen wij in ziel en lichaam orde verkrijgen, dan moeten we de toegang scheppen
tot de genezende krachten, door ons denken en gedrag te veranderen, ons dus
positief af te stemmen, als het ware ons radarscherm te richten op de heilzender
GOD.
Zover wij kunnen terugkijken probeert de mens lichamelijk lijden vanuit de
lichamelijke kant te behandelen. Maar het lichaam kan uit zichzelf niet ziek
worden. Ziekte is het gevolg van ons verkeerde denken en handelen.
Een voorbeeld: als we stuwdammen bouwen, om het water op te vangen, droogt het
land geleidelijk uit. Zo is het ook met de kracht- en levensbron, die de levens-
en heilkracht is. Als wij in onszelf stuwdammen bouwen, doordat we ons van God,
het leven, afwenden, zodat onze wangedragingen zich in onze ziel en ons lichaam
opstapelen, dan ontvangt het lichaam steeds minder levensenergie. Mettertijd
dorsten de organen; hun prestatie wordt zwakker. Het gevolg is energiegebrek,
waaruit onze noodlottigheden, ziekten, leed en allerlei soort ellende ontstaan.
Proberen we alleen het lichaam te genezen - met veel of weinig succes -, dan
moeten we ons ervan bewust worden, dat daarmee de ziekte toch niet is opgeheven,
omdat deze uit de ziel komt, die ons wangedrag heeft opgeslagen.
De verzwakking van de ziel door onze afwending van God leidt mettertijd ook tot
zwakte van het lichaam.
Er bestaat geen ziekte, die niet uit de ziel komt. Wat van buitenaf komt, kan
zich op den duur niet vastzetten, als er in de ziel niets overeenstemmends
aanwezig is, dat het activeert en dat zich dan ook - als kwaal, pijn, ziekte of
iets anders - in het lichaam vastzet. Dat zijn allemaal ongewenste toestanden,
die ons leven binnenvallen. Maar we zouden ons steeds opnieuw bewust moeten
maken: wij hebben deze toestanden zelf geschapen, eerst in het onzichtbare. Maar
we hoeven niet te wachten, totdat ze zichtbaar worden en zich in het lichaam
pijnlijk manifesteren.
Oerchristelijke geloofsgenezing
betekent activering van het geloof
in Christus, doordat de mens
zijn dagen benut ...
In veel culturen vonden en vinden we geloofsgenezing. Ze wordt - ook in onze
tijd - geestelijke algehele genezing genoemd: de genezing van de ziel, waarop
genezing van het lichaam kan volgen.
Oerchristelijke geloofsgenezing betekent activering van het geloof in Christus,
doordat de mens zijn dagen benut, zijn verkeerde houding inziet, deze berouwt,
bereinigt en niet meer doet, dus zijn radarscherm, zijn ziel, op God afstemt,
zodat de machtige genezende kracht door de ziel in het lichaam kan stromen, om
diens zelfgenezende krachten te activeren. Dat is oerchristelijk genezen, de
algehele genezing door de Geest Gods.
Door Jezus, de Christus, is ons geboden, de psychische tegenstrijdigheden,
disharmonie, verkeerde houding, ook zonden genaamd, met Zijn kracht op te
heffen. Indien wij hetzelfde of iets dergelijks niet meer doen, veranderen de
tegenstrijdigheden, de disharmonie in ziel en lichaam, in harmonie. Harmonie in
ziel en lichaam bewerkstelligt, dat kwalen en ziekten afnemen of helemaal
verdwijnen.
De verheven tijd van het oerchristelijke
christendom. In Universeel Leven
stichtte Christus het wereldwijde gebeds-
en geloofsgenezingscentrum
In onze donkere tijd opende de hemel zich; het is de verheven tijd van het
oerchristelijke christendom.
Christus, de zoon van God, de Verlosser van alle zielen en mensen, openbaart
zich sinds ongeveer 20 jaren door Zijn profetes. Over de hele wereld kan Zijn
woord via radio en televisie worden gehoord. Hij, de grote verlossende Geest,
giet de gehele waarheid uit, zover ze met onze woorden kan worden weergegeven.
Dat heeft Jezus beloofd, toen Hij als mens onder de mensen was. Hij sprak: Maar
de trooster, de Heilige Geest, die Mijn Vader zal zenden in Mijn naam, zal
jullie alles leren en jullie aan alles herinneren, wat Ik jullie heb gezegd.
Christus hield Zijn belofte. Juist in de donkerste tijd, waarin de mensheid
geteisterd wordt door ziekten, ellende, hongersnood, allerlei soorten misdaden,
catastrofen, oorlogen enzovoort, spreekt Hij, Christus, machtig in deze wereld,
om ons mensen te helpen, onszelf te genezen en ons de boodschap van de liefde te
verkondigen.
In Zijn wereldomvattende goddelijke werk, Universeel Leven, stichtte Hij het
wereldwijde gebeds- en geloofsgenezingscentrum, om Zijn mensenkinderen via
mensen, die ernaar streven, Zijn wil te doen, Zijn levens- en geneeskracht te
laten toestromen.
Veel mensen is het bewust geworden, dat oerchristelijke geloofsgenezing, zoals
Jezus het de Zijnen heeft opgedragen, een unieke kans is. Steeds meer mensen
komen naar het wereldwijde gebeds- en geloofsgenezingscentrum van Jezus, de
Christus, om zich voor Christus ontvankelijk te maken. Steeds meer mensen van
dichtbij en veraf, van alle continenten, bellen de oerchristelijke
geloofsgenezers op en vragen hen op een bepaalde tijd met hen te bidden, wat ook
gedaan wordt. Velen hebben door de levende bron, de Heilige Geest, genezing van
ziel en lichaam ervaren, want Christus is de innerlijke arts en genezer, de
genezer van de ziel, die de zelfgenezende krachten van het fysieke lichaam
activeert, zodat algehele genezing mogelijk is.
De genezingzoekende moet echter bereid zijn, het geloof in Jezus, de Christus,
de innerlijke krachtbron, te ontwikkelen, deze dus tot stromen te brengen,
doordat hij haat, afgunst, vijandschap, agressie, alles, wat de harmonie en
daarmee de algehele genezing in de weg staat, in zijn wortel inziet, berouwt en
bereinigt door de vraag om vergeving, de vergeving, het weer goedmaken - voor
zover dit nog mogelijk is - en het niet-meer-doen. Daardoor wordt hij
ontvankelijk voor de stroom van de genees- en levenskracht, de Geest Gods.
Hetzelfde wangedrag niet meer te doen, is beslissend; want Jezus zei tot hen,
die door Hem werden genezen, toen Hij als mens onder de mensen verwijlde: Je
geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer. Of in Zijn
Bergrede: Daarom, wie Mijn woorden hoort en ze opvolgt, vergelijk Ik met een
verstandige man, die zijn huis op een rots bouwde. Toen er een stortregen kwam
en het water steeg en de wind waaide en tegen het huis beukte, stortte het toch
niet in; want het was op een rots gegrondvest. En wie Mijn woorden hoort en ze
niet opvolgt, lijkt op een dwaze man, die zijn huis op zand bouwde. Toen er een
stortregen kwam en het water steeg en de wind tegen het huis beukte, stortte het
in en zijn val was groot.
De krachtbron GOD vermag alles.
De vervulling van Zijn wil brengt
Zijn kracht tot stromen
De krachtbron GOD in ons vermag alles - als wij het willen en ons overgeven aan
de in ons binnenstromende Godskracht, door de vervulling van Zijn wil, die we in
de Tien Geboden van God en in de Bergrede van Jezus vinden.
God zal ons lichaam niet gezond maken of gezond houden, maar via onze ziel de
zelfgenezende krachten van ons lichaam activeren, zodat deze hun functie kunnen
vervullen, om het lichaam naar gezondheid te leiden. Ieder van ons draagt
daartoe beduidend bij.
Het zou ons bewust moeten worden, dat al onze tegenstrijdige gedragingen een
overeenkomstige uitwerking hebben in ziel en lichaam. Deze zal ons zolang
belasten en kwellen, tot wij de ten grondslagliggende tegenstrijdigheid met de
hulp van de verlosserskracht van de Christus Gods oplossen en zo de goddelijke
energie tot werking laten komen. De activering van de genezende krachten heeft
dan haar uitwerking, zowel in de afzonderlijke cellen, alsook in de
celverbindingen, organen, zenuwen, klieren en in alle functies van het lichaam.
Ieder van ons bepaalt dus zelf de algehele genezing of totaal gezond zijn.
Erken je actieve oorzaken
aan je agitatie, aan je
lichamelijke gedrag en aan je ademhaling;
bereinig tijdig,
voordat het gevolg je treft
Steeds opnieuw wordt de vraag gesteld, of er tekenen zijn, die ons laten zien,
wat wij hebben ingegeven, wat wij dus door ons voelen, gewaarworden, denken,
spreken en handelen aan negatieve energie hebben gecreëerd, die ons dan
beïnvloedt en de gevolgen op onze vastgelegde oorzaken doet plaatsvinden.
Wanneer ons een probleem, een gesprek of een situatie beweegt, reageert ons
lichaam overeenkomstig via het zenuwstelsel. Haar bewegingsmechanisme stemt
overeen met hetgeen zich achter onze gedachten en woorden bevindt, dus met hun
inhoud. Ook onze ademhaling verandert. Ons ademen gaat parallel met onze
opwinding. Onze adem wordt dan vlakker, het hart slaat eventueel sneller. Alles,
wat zich in en aan ons verandert, is een vingerwijzing naar onze persoonlijke
ingaven.
De inhoud van onze ingaven ervaren we, als we in het kader van ons zelfonderzoek
- naar aanleiding van de uiterlijke vingerwijzing - onze gevoels-,
gewaarwordings- en gedachtenwereld ondervragen. Bijv.: waarom gaat mijn adem nu
sneller of stokt ze zelfs? Of: wat heb ik gedacht en gevoeld, toen ik zo-even
een zucht slaakte? Niets gebeurt toevallig. De inhoud van onze gemoedsbewegingen
komt overeen met onze ingaven.
Omdat elke dag aan iedereen een gedeelte van zijn ingaven openbaart, is ook de
adem van ieder mens elke dag, ja in iedere situatie anders, al naargelang de
toestand van de mens. Daarom kan worden gezegd: ieder mens heeft elke dag vanaf
de geboorte tot aan de dood een ander ademritme.
Laten we ons het volgende bewust maken: elke dag spreken wij, ieder ogenblik
denken wij. Met de handelwijze, die niet volgens Gods geboden is - bijv.
afgunst, jaloezie, hebzucht, hartstocht of doordat wij valse getuigenis afleggen
t.o.v. onze naaste - versterken en vergroten we onze ingaven. Dit worden
geleidelijk aan complexen, waaraan zich dezelfde of soortgelijke complexen
verbinden. Uit de veelheid van dezelfde of soortgelijke ingaven ontstaan
zogenaamde complexverbindingen, die wij dan globaal als angst, zorgen,
problemen, woede, agressie, hartstocht en dergelijke aanduiden. Deze complexen
of complexverbindingen brengen het daarbij passende ademritme tot stand.
Wie door verkeerd denken en handelen - vaak ook op het werk - zijn lichaam door
voortdurende korte ademhaling afmat, verhindert, dat het leven, dat onze adem
is, ons fysieke lichaam in volle omvang kan doorstromen. Dat wil zeggen, dat wij
blokkades scheppen in ons lichaam, omdat onze adem niet meer alle cellen,
celverbindingen, organen en alle lichaamsfuncties met de passende noodzakelijke
levenssubstanties kan verzorgen. Het gevolg is, dat gedeelten van ons lichaam op
den duur daaronder te lijden hebben. Door de verzwakking van de lichaamsfuncties
neemt het lichaam van buitenaf, van de omgeving, de overeenstemmende kiemen en
ziekteverwekkers op; de zwakke organen infecteren zich daarmee en worden ziek.
Deze ziekte ligt echter als ingave in onze genen, in onze celverbindingen en in
onze ziel en via de ziel in de gesternten.
Elke dag hebben we de kans, een gedeelte van onze persoonlijke actieve input in
te zien en onschadelijk te maken, door de weg in te slaan, die Jezus ons heeft
geleerd en Christus momenteel weer leert. Hij luidt: Herken jezelf aan je
agitatie, aan je lichaamshouding, aan je adem. Kijk in de emoties van je gemoed
en vind daarin de wortel. En als je deze met Mijn kracht berouwt en bereinigt en
hetzelfde of iets dergelijks niet meer doet, zal het kwaad, je ingaven, je niet
treffen, omdat Ik in je ziel het slechte in het goede, dus in het positieve,
verander. Dan is het kwaad, het tegenstrijdige, opgeheven.
Elke ziekte komt dus uit onze negatieve ingaven, via de instraling van
planetenconstellaties, die in onze ziel de overeenstemmende componenten
activeert. De ziel laat de actieve ingaven het lichaam binnenstromen. De vatbare
delen van ons lichaam, die toch al nauwelijks met levenskracht worden verzorgd,
worden ziek of nemen, verzwakt als ze zijn, overeenkomstige ziekteverwekkers van
buiten op.
Zijn er in het lichaam tegenstrijdige ingaven actief, is het dus aangetast en
zodoende ziek, dan is het mogelijk dat, al naargelang de ernst van de ziekte,
deze autonoom kan zijn. De mens draait dan alleen nog om de wereld van zijn
ziekzijn, om het symptomencomplex van zijn ziektebeeld. Door de pijn en de angst
kan hij nu zijn gedachten en al hetgeen de ziekte hem wil meedelen, niet meer
waarnemen. Daarom kan genezing van ziekte alleen een algehele genezing zijn, de
genezing van ziel en lichaam.
Jezus legde de genezingzoekende
de handen op het hoofd en bad.
Hij sprak: »Je geloof heeft je
geholpen. Ga heen en zondig
voortaan niet meer.«
Op soortgelijke wijze werken
oerchristelijke geloofsgenezers
Jezus legde de zieke en lijdende mensen de handen op het hoofd en bad tot God,
Zijn hemelse Vader, om bijstand en hulp voor de genezingzoekenden. Jezus was de
krachtbron van de liefde, die op diegene werd overgebracht, die zijn leven
wijdde aan het levende geloof, zijn wandaden dus berouwde en niet meer deed. Op
deze wijze genas Jezus, de Christus, want Hij sprak tot de genezingzoekende: Je
geloof heeft je geholpen. Ga heen en zondig voortaan niet meer.
Op soortgelijke wijze werken oerchristelijke geloofsgenezers. Mensen, die Jezus,
de Christus, serieus navolgen - en er niet alleen over praten -, die dus Zijn
leer stapsgewijs vervullen, die het leven in en met Christus als het ware in het
dagelijks leven belichamen en zo tot een kanaal werden voor het stromende,
genezende licht van de Christus Gods, houden hun handen boven het hoofd van de
genezingzoekende en bidden tot Christus voor hun broeder, hun zuster. Door het
gebed versterken de oerchristelijke geloofsgenezers de heil- en levenskracht in
ziel en lichaam van de genezingzoekende. Is deze bereid om te doen, wat Jezus
geboden heeft: Ga heen en zondig voortaan niet meer, dan stromen de genezende
stromen in toenemende mate de ziel en het lichaam binnen. Dan kan de wil van de
Heer geschieden, de algehele genezing door de innerlijke arts en genezer,
Christus in ons.
Het verschil tussen
geestelijke genezers en oerchristelijke
geloofsgenezers
Veel mensen kennen het verschil niet tussen geestelijke genezers en
oerchristelijke geloofsgenezers, daarom zij het volgende fundamentele gezegd.
In het eeuwige Zijn putten de wezens in God uit de ene kracht- en levensbron,
die God, de alkracht, is. Wij zouden kunnen zeggen: God is in het reine Zijn de
enige en centrale zender.
Wij mensen op aarde ontvangen weliswaar de kracht voor ons aardse bestaan, de
instandhoudende levensenergie, eveneens van God; maar daarenboven putten wij
slechts in die mate uit de goddelijke bron, al naargelang onze ziel doorlicht
is. Een hogere doorlichtingsgraad van onze ziel verkrijgen we alleen door een op
God en Zijn geboden afgestemd leven.
Met elke negatieve gedachte bijv. brengen wij een communicatie met een zender
tot stand, die overeenkomt met onze gedachten. Daaruit volgt: wij mensen kunnen
op een groot aantal zeer verschillende zenders afgestemd zijn;
dienovereenkomstig kunnen wij ook uit zeer verschillende bronnen ontvangen.
Is het de Godsgeest, die een genezing van het lichaam bewerkstelligt, dan
geschiedt dit alleen op de weg via de reiniging van de ziel, die niet tot stand
komt zonder de medewerking van de genezingzoekende zelf, diens zelfinzicht en
bereiniging van zijn zonden. Dat is de echte genezing, de algehele genezing, de
genezing van de ziel en tengevolge daarvan de mogelijkheid tot genezing van het
lichaam.
Daarbij helpt de oerchristelijke geloofsgenezer in zoverre hij, als broeder of
zuster, de genezingzoekende door een onbaatzuchtig gebed terzijde staat. Zijn
gebed bestaat als het ware uit de afstemming op de stroom van het heil, God, en
de bede, dat Zijn wil moge geschieden.
Een algehele genezing kan ook zonder een oerchristelijke geloofsgenezer
plaatsvinden, want de Christus-Gods-kracht, de innerlijke arts en genezer, is in
ieder mens.
Stemt men zich niet af op de reine bron, God, dan kan het zijn, dat ook andere
energieën werkzaam worden, die niet uit de goddelijke bron, de heelalzender,
God, komen.
De genezingzoekende, die een geestelijke genezer opzoekt, zal zelden de
zekerheid hebben, welke krachten uit welke bron werken. De mogelijkheid bestaat,
dat het de Christus-Gods-kracht is. Een geestelijke genezer kan echter ook het
instrument zijn van een gestorven vroegere geestelijke genezer, van een vroegere
arts of het instrument van een vroegere geneeskundige van een niet-christelijke
religie, bijv. een boeddhistische of hinduïstische geestelijke genezer; door een
geestelijke genezer kunnen ook energetische krachten van zielen werken.
Iedere oerchristelijke geloofsgenezer, die van zichzelf zou zeggen, dat hij
bijv. met de kracht van de Geest een mens heeft genezen, is een charlatan. En
elke geestelijke genezer - ongeacht, waar hij de kracht vandaan haalt , die
zegt, dat hij succes zou hebben met geestelijk genezen, is een charlatan. Jezus,
de Christus, staat totaal buiten de vleierij over een succes.
Het zij nog eens met andere woorden gezegd: een oerchristelijke geloofsgenezer
is niets anders dan een kanaal van Jezus, de Christus, die zelf genas, zoals Hij
het later door Zijn apostelen en discipelen deed, overeenkomstig Zijn woorden:
Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer.
De oerchristelijke geloofsgenezers werken dus volgens de leer van Jezus, de
Christus. Zij ondersteunen met hun gebed de genezingzoekende, die zelf actief
wordt, doordat hij zijn erkende wangedrag, zijn zonden dus, berouwt, bereinigt
en niet meer doet.
Daardoor opent hij zich steeds meer voor de genees- en levenskracht, God,
waardoor zijn ziel genezing verkrijgt, wat zich vervolgens ook in het lichaam
positief kan uitwerken.
Er kan dus een groot verschil zijn tussen geestelijke genezers en
oerchristelijke geloofsgenezers.
Wie zijn schaduwrijke bestaan,
zijn zonden, tenietdoet, bereikt
langzamerhand de zon,
Gods liefde, die geneest en helpt
Zo menigeen is van mening, dat er geen genezing door de Geest Gods bestaat;
handoplegging en gebed zouden magie zijn of humbug. Wie deze mening huldigt,
ontkent daarmee het bestaan van God.
God is liefde, kracht, licht en heil. God vermag alles - alleen wij mensen
willen vaak niet. Wij mensen willen, dat ons geholpen wordt, zoals wij het
willen, of dat we worden genezen, zoals wij het graag zouden hebben. God gedenkt
echter op de eerste plaats de ziel, die onsterfelijk is, omdat het reine in de
ziel Gods schepping is.
Wij mensen hebben de vrije wil, ons tot God, het licht en de genezing, te wenden
- of zelf te bestemmen, door te willen, zoals God het nu eenmaal niet wil.
Een voorbeeld: wanneer een mens zich bewust en koppig in de schaduw ophoudt,
ofschoon de zon schijnt en hem zou kunnen verwarmen en hij koppig roept: »Ik heb
het koud! Ik ril van de kou!«, en anderen zeggen: »Kom dan in de zon«, hij
echter meent, dat de zon naar hem toe moet komen - dan heeft hij het maar koud
en verkleumt. De zon is onpersoonlijk. Zij schijnt en schijnt. Zij richt zich
niet naar de weerbarstige persoon, die maar enkele stappen hoeft te doen om in
de zon te staan.
Zo is het ook met ons mensen. Wij roepen naar God, vragen Hem om hulp, maar
willen de oude zondaars blijven en ons schaduwbestaan niet opgeven. Het gebeurt
vaak, dat wij God om hulp en genezing vragen en bedoelen daarmee, de zon, God,
moest de schaduw, de zonde, versterken; Hij moet het doen zoals wij het willen.
Doet God niet, zoals wij, die in de zonde volharden, het willen, dan twijfelen
we aan de existentie van God.
God in Christus, onze Verlosser, is vóór alle mensen en zielen. Hij geeft en
geeft, net zoals de zon. Wie zijn schaduwrijke bestaan, zijn zonden, die tot
ziekte, leed, armoede en dergelijke hebben geleid, met de hulp van onze
Verlosser, Christus, berouwt, bereinigt en niet meer doet, lost zijn
schaduwbeelden op en komt gaandeweg bij de zon, bij Gods liefde, die geneest en
helpt.
God in Christus geeft altijd, net zoals de zon. Wie zich naar de zon, naar
Christus, begeeft, doordat hij naar Gods wil vraagt en Zijn wil stapsgewijs
vervult, ervaart aan zichzelf het gevolg. Iedere genezingzoekende, die hulp en
de algehele genezing verkrijgt - want God schenkt op de eerste plaats aandacht
aan de ziel en dan pas aan het lichaam -, heeft resultaat, omdat hij zich heeft
overgegeven aan de genezende stroom, Christus, en in Christus blijft, dus in de
zon, omdat hij zijn schaduwen, zijn zonden, met Christus oplost.
In de oerchristelijke geloofsgenezing
krijgt de genezingzoekende toegang
tot gedachten- of beeldcomplexen,
die hem laten zien,
wat bereinigd moet worden
Een oerchristelijke geloofsgenezer, die zijn handen boven de genezingzoekende
houdt en bidt, kan dus bewerkstelligen, dat de binnenstromende
Christus-Gods-kracht in de genezingzoekende versterkt wordt, dat deze stiller
wordt en zich overgeeft aan de genezende krachtbron, wat tot ontspanning en als
het ware tot herademing leidt. Daardoor lossen gedeelten van blokkades op; de
genezingzoekende begint rustiger en dieper te ademen en krijgt zo langzamerhand
weer toegang tot zijn gedachten of zelfs tot beeldcomplexen, die hem laten zien,
wat er te bereinigen is. Bereinigt hij de erkende zonde met de hulp van de
Christus-Gods-kracht en doet het niet meer, dan kan stapsgewijs de algehele
genezing tot stand komen, het lichter worden van de ziel en daardoor de genezing
van het lichaam.
Een oerchristelijke geloofsgenezer is dus niets anders dan een kanaal, waardoor
de Christus-Gods-kracht kan stromen en die door zijn gebed er mede toe
bijdraagt, in de genezingzoekende de algehele genezing te bevorderen.
Een oefening, om aan onszelf
te merken, hoe onze gevoelens
en gedachten op onze ademhaling
inwerken
Wij mensen zoeken altijd naar bewijzen, of hetgeen gezegd wordt en geschreven
staat, waar is. Op veelvuldige wijze laten de reacties van ons lichaam ons zien,
dat ze reageren op de wereld van ons voelen, gewaarworden, denken, spreken en
handelen. Als je wilt, onderzoek dan zelf eens aan de hand van een oefening, hoe
je lichaam reageert.
Door zelfbeschouwing kun je bijv. vaststellen, hoe gevoelens en gedachten op je
adem inwerken:
Leg beide handen op je borst en let op je adem. Observeer je adem, hoe hij komt
en gaat. Menigeen zal al gauw merken, dat zijn adem vlak is, dat hij moeilijk
kan doorademen. Dat toont een deel van een blokkade aan.
Leg nu beide handen op je buik en concentreer je weer op je adem. Kan deze je
zonder grote inspanning helemaal doorstromen, of moet je je inspannen, om tot in
de buikholte te ademen?
Onze adem moet zonder hindernis alle cellen, celverbindingen, alle organen,
lichaamsdelen en alle lichaamsfuncties doorstromen. We merken al gauw, of er in
ons blokkades zijn, als we een paar keer diep in- en uitademen. Bij het inademen
zullen we vaststellen, dat onze adem het hele lichaam wil doorstromen en bij het
uitademen schadelijke stoffen uit ons lichaam wil verwijderen.
Adem een paar keer in en uit. Adem zo lang mogelijk door de neus in. Vul je
lichaam met adem. Adem nu langzaam door de mond uit. Adem zo lang mogelijk uit.
Doe dat nu enkele keren, waarbij je geen gedachten toelaat. Concentreer je
helemaal op je adem.
En nu laat je het weer ademen, zoals de adem wil komen en gaan.
Het oplossen van gedeeltelijke of
hele blokkades volgt uitsluitend
door het oplossen van schuld.
Ademhaling en lichaamsreacties zijn
de barometer van ons voor en tegen
Na zon oefening merk je, hoe snel je vrij wordt van beklemmende gedachten, van
zorgen, depressies en dergelijke. Dat houdt echter niet lang aan - de oude
gedachtenpatronen komen weer terug. Waarom? We konden gedeeltelijke of hele
blokkades, die de ademhaling vlak houden, door een doelgericht ademen slechts
korte tijd verre van ons houden, echter niet opheffen.
Het oplossen van deze hindernissen komt uitsluitend tot stand, als we ons bewust
worden van de leer van Jezus, die luidt: erken je fouten, berouw en bereinig ze
en doe hetzelfde of iets dergelijks niet meer. Jezus drukte het oplossen van
schuld ook anders uit, bijv. met de woorden: Je geloof heeft je geholpen; ga
heen en zondig voortaan niet meer. Daarmee bedoelde Hij het actieve geloof: wij
moeten meewerken, door onze fouten in te zien, te berouwen en niet meer te doen.
Want het waren en zijn geen andere mensen, die hun schuld aan ons overdroegen of
overdragen - wijzelf zijn het. En wij kunnen vrij besluiten, weer afstand te
nemen van deze belastingen.
Een oerchristelijke geloofsgenezer kan door het gebed en doordat hij biddend de
handen boven het hoofd van de genezingzoekende houdt, mede ertoe bijdragen, dat
zich in deze de Christus-Gods-kracht versterkt - natuurlijk alleen wanneer de
genezingzoekende meedoet, als hij het wil -, want dan spreekt zijn ziel tot hem
en deelt zich in het bovenbewustzijn mee. Daar ontwikkelen zich dan gedachten of
beelden uit zijn verleden. Hij kan een deel van zijn ingaven zien, die in het
lichaam tot een gedeeltelijke of hele blokkade hebben geleid. Dan is het de
vraag, of de genezingzoekende met de hulp van de Geestkracht uit de eeuwige
bron, GOD, de overeenstemmende episoden uit zijn verleden, zijn tegenstrijdige
ingaven, berouwt, bereinigt en niet meer doet - of dat hij zijn verkeerde gedrag
verder versterkt door dezelfde en soortgelijke gedachten en woorden of door
hetzelfde voelen en willen. Onze ademhaling en onze lichaamsreacties zijn altijd
de barometer van ons voor en tegen.
Positieve gevoelens en gedachten
kunnen onmiddellijk werken.
Het omzetten van hun inhoud
in het dagelijkse leven brengt blijvende genezing
Door middel van een andere oefening kun je jezelf bewijzen, hoe bijv. positieve,
opbouwende gevoelens en gedachten op je lichaam inwerken.
Leg je rechterhand op een lichaamsdeel - je kunt zelf bepalen welk - en
concentreer je daarop. Zend positieve, opbouwende gedachten, gedachten van
harmonie en liefde, naar dit lichaamsdeel. Je zult al gauw merken, dat er
energie stroomt naar dat deel van je lichaam, waarnaar je positief denkt. Je
voelt je beter, je wordt rustiger. Stel je het orgaan of het lichaamsdeel,
waarop je rechterhand ligt, beeldend voor en breng er met je gedachten
levenskracht en gezondheid naar toe. Jijzelf moet de ervaring opdoen, hoe
positieve gedachten direct kunnen werken. Als we dan het positieve, dat we onze
zwakke of zieke lichaamsdelen hebben toegedacht, ook in het dagelijkse leven
omzetten, bijv. in het gezin, in de kennissen- of vriendenkring of op het werk,
dan beleven we, dat het ons van dag tot dag beter gaat. Ook hier is dus onze
medewerking gevraagd, opdat hetgeen wij gedacht en gewenst hebben zich
manifesteert en blijvend gerealiseerd wordt.
Natuurlijk moeten we geduld hebben. Een lange tijd onderhouden zonde, die tot
onpasselijkheid of zelfs tot ziekte heeft geleid, laat zich niet zomaar van
vandaag op morgen uitwissen. We moeten ons wangedrag nog een tijdlang waarnemen,
tot we genegen zijn er helemaal afstand van te nemen. Er is dus geduld
aangezegd.
De liefde tot God is de
juiste liefde tot onze naaste
en tot ons lichaam
Je zult misschien denken: waarom moet ik mijn organen liefhebben? Is dat geen
eigenliefde?
Alles, ook elke cel, draagt in de oerbasis het Goddelijke, de liefde, want God,
de liefde, is alomtegenwoordig. Daarom wordt alles door God bemind. Ook ieder
van ons mensen wordt door God bemind. God houdt natuurlijk niet van het
tegenstrijdige van de mens. Hij, God, straalt ons voortdurend Zijn liefde toe.
Alles en iedereen verlangt naar liefde. Iedere cel, alle lichaamsfuncties en
-sappen verlangen naar liefde. Liefde is het evenwichtige Zijn, het is harmonie.
We behoren ons lichaam niet te verwaarlozen, maar het datgene aan voedsel geven,
wat het nodig heeft. Opdat het een uitgebalanceerde voeding goed kan ontleden en
verdelen, heeft het een evenwichtig zenuwstelsel nodig, dus harmonie. Het heeft
weinig zin, het lichaam een goed bekomende voeding te geven en tegelijk anderen
hatelijkheden, afgunst, vijandigheid, dus alles wat liefdeloos is, toe te
denken. Enerzijds is het mogelijk, dat de zogenaamde anderen het een en ander
opvangen van onze negatieve gedachtenenergieën; dat doen ze, als zij zich op
onze golflengte bevinden. Anderzijds geldt: alles, wat van ons uitgaat, komt
weer tot ons terug. Onze liefdeloosheid veroorzaakt dan in ons het gebrek aan
liefde, dus disharmonie.
Ons gedrag wordt mettertijd tot het gedrag van ons lichaam, van de cellen en
celverbindingen, de klieren, hormonen, de zenuwen, de lichaamssappen en
bloedvaten, de botsubstantie en andere bouwstenen van ons lichaam. Daaruit
ontstaan ziekten en verkeerde reacties van ons lichaam, die eventueel tot
ongevallen, noodlottigheden en dergelijke kunnen leiden. De liefde tot God is de
juiste liefde tot onze naaste en tot ons lichaam.
Als wij ons dagelijks voornemen, onszelf te openen voor het machtige
binnenstromen van de al-wijsheid en de al-liefde, dan nodigen we de krachten van
de liefde uit. In de mate, waarin we ons voor de kracht van de Gods- en
naastenliefde openen, trekt deze door ons lichaam. We zullen al gauw merken, dat
het ons van dag tot dag lichter te moede wordt, dat het lijden vermindert,
klachten verdwijnen. En als de ziel lichter wordt, werken de zelfgenezende
krachten in het hele lichaam.
Elke gedachte streeft
naar verwezenlijking en manifesteert zich
in ons lichaam
Uit deze oefeningen kun je ook opmaken, hoe tegenstrijdige gedachten en verkeerd
gedrag kunnen werken.
Positief denken is godbewust denken overeenkomstig de Tien Geboden van God en de
Bergrede van Jezus. Daaruit ontstaat de activering van het geloof en een
dynamisch leven in de wetenschap, dat de afstemming op de grote, machtige
krachtbron, GOD, in ons is.
Wie deze oefeningen altijd en steeds opnieuw doet, zal spoedig ondervinden, dat
elke gedachte naar verwezenlijking streeft en zich geleidelijk in ons lichaam
personifieert, dus manifesteert. Dat wil niet zeggen, dat wij van medische hulp
en medicamenten afstand moeten nemen. Hiermee is aangetoond, dat alleen de
psychische genezing de algehele genezing tot stand kan brengen, de genezing van
ziel en lichaam.
Neem wat betreft de oerchristelijke genezing het besef mee: de Geest Gods
geneest.
Sterk jezelf met de kracht van de bevestiging »ik ben gezond«, met de kracht van
de vitaliteit. Dan krijg je een beter humeur. Er komt optimisme in je lichaam,
dat de bloedstroom en de lichaamssappen harmoniseert. De evenwichtigheid, de
harmonie van ziel en lichaam draagt ertoe bij, dat de genezingzoekende een
kanaal wordt voor de algehele genezing, voor de genezende stroom, welke de Geest
Gods is.
Door onze ingaven zijn wij
ontvankelijk voor invloeden van negatieve
vreemde energieën.
Richten we ons op God, dan vermag Hij,
het leven, de orde in ons lichaam
te herstellen
We zouden ons elke dag s morgens bewust moeten maken:
elke negatieve handeling verzwakt. Ze verlamt toenemend onze lichaamsfuncties en
maakt mettertijd ziek. Positieve, lichte gedachten zijn krachtgevend en bewerken
dat we gezond blijven of gezond worden.
Wat wij dus in gedachten, woorden en daden zaaien, zullen we vroeg of laat in en
aan ons lichaam oogsten. Overeenkomstig onze handelwijzen, die onze ingaven
zijn, dus de componenten van ons voelen, gewaarworden, denken, spreken en
handelen, overeenkomstig onze zinnelijkheid en hartstochtelijke wensen, kunnen
we echter ook door zulke of soortgelijke complexen worden beïnvloed, als wij
deze golflengte uitstralen. Ieder van ons is dus meer of minder ontvankelijk
voor vreemde gedachten- en wilsinvloeden, evenals voor geloofsimpulsen, die ook
op de ziel kunnen inwerken.
Hoe vaak horen we niet: ieder mens is een individu. Dat is juist, omdat ieder
van ons in zijn persoonlijke gevoels- en gedachtenwereld leeft, die hem vaak,
vooral met betrekking tot zijn naaste, naar buiten afgrenst, door zijn gedrag
zoals bijv. afgunst, afwijzing, verwachtingshouding enz. En toch zijn wij, ieder
voor zich, in onze zielenbasis één met de ander, omdat God, de grote liefde, de
eenheid is en wij in Hem de eenheid vormen.
Ieder mens wordt s ochtends bij het ontwaken in zijn dag geplaatst, die zijn
persoonlijke dag is. Elke dag brengt ieder van ons een deel van zijn
tegenstrijdige ingaven, die inwerken op zijn adem, op zijn zenuwstelsel en op
zijn lichaam.
Elke dag zouden we ons voor ogen moeten houden: de inzet van tegenstrijdig
voelen en denken - bijv. in samenhang met haat, afgunst, vijandschap, strijd,
zinnelijke wensen tot overdreven seksualiteit toe - is geen zinvolle
energie-inzet. Uiteindelijk brengen we daardoor ons lichamelijke
energiepotentieel omlaag, waardoor overeenkomstige disharmoniën in het lichaam
ontstaan. Zij leiden altijd tot wantoestanden, tot leed en ziekten.
Het verminderen van de lichaamsenergie leidt geleidelijk tot energiehonger van
ons fysieke lichaam. Het signaleert ons gebrek aan Gods- en naastenliefde. De
cellen hongeren naar de Godsliefde. Door ons gedrag hebben we hen de toevoer van
liefde onttrokken en ons fysieke lichaam in een toestand van energie-armoede
gebracht. Zo scheppen we ook de basis voor de beïnvloeding door vreemde
gedachten, die eventueel versterken hetgeen aan oorzaken in ons lichaam werkzaam
is.
Vreemde gedachten kunnen dus in ons gelijksoortige gedachten oproepen, waardoor
bijv. angst, maar ook een beginnende ziekte of de inwerking van virussen en
bacteriën, wordt versterkt. Volgens het principe »het gelijke trekt het gelijke
aan« werkt angst op angst in en versterkt deze, evenals zwakte op zwakte; klagen
over ziek-zijn versterkt de ziekte. Onze eigen oorzaken, die berusten op zenden
en ontvangen, kunnen door vreemde gedachten worden versterkt, zodat wij
tengevolge van deze telepathische beïnvloeding gedachten hebben en dingen doen,
die wel in onze ingaven liggen, die wij echter door negatieve vreemde energieën
op telepathische wijze laten versterken.
Voorheen werd gezegd: »Ieder van ons is min of meer ontvankelijk voor vreemde
gedachten- en wilsinvloeden, ook geloofsimpulsen ...« Hoe kunnen we de inwerking
door vreemde energieën tegenwerken?
Laten we bedenken: het licht van God is sterker dan de duisternis. Het goede zal
het altijd van het slechte, al-te-menselijke, winnen - het komt alleen op ons
aan, of wij het daartoe de mogelijkheid geven, doordat wij ons naar het licht,
God in Christus, onze Verlosser, de Eniggoede, toewenden.
Net zoals het tegenstrijdige gedrag de overeenkomstige uitwerkingen oproept,
werkt ook het positieve - maar dan nog veel sterker. Het straalt in de ziel en
straalt door de ziel in het lichaam.
Er staat inhoudelijk geschreven: wie met een eerlijke stap, een stap vanuit het
hart, op Christus toegaat, diegene komt Hij, Christus, meerdere stappen
tegemoet. Of het nu gedachten, woorden of handelingen zijn - alles, wat
waarachtig positief is, is Godbewust; het stemt in zijn inhoud overeen met de
Tien Geboden van God en de Bergrede van Jezus. Geven we ons aan God over in
vertrouwen op Hem en bevestigen we steeds meer het goede, zoals bijv.
gezondheid, vrede, eenheid en kracht, dan zullen we ook onze handelwijze in
overeenstemming brengen met de wil van God.
Het goede is God en God is het leven, het krachtveld, dat in ons lichaam de orde
vermag te herstellen, zodat de heilgolven, de levenskrachten, de ziel kunnen
doorstomen en het lichaam kunnen genezen.
Goede gedachten versterken
in onze medemensen hetzelfde
of iets dergelijks. Wij zijn voor
elke gedachte, voor haar gevolg
en uitwerking verantwoordelijk.
Oerchristelijke geloofsgenezing is
het overbrengen van liefdevolle gedachten
Wij kunnen er ook aanzienlijk toe bijdragen, dat onze zieke medemensen de
goddelijke heilgolven ervaren. Het onbaatzuchtige gebed, het daadgebed, waarvan
de biddende zelf de inhoud in het dagelijks leven vervult, kan in degene, voor
wie hij bidt, verzachting of zelfs genezing tot stand brengen. Elke
onbaatzuchtige, liefdevolle gedachte, die van ons uitgaat, bewerkstelligt in
anderen hetzelfde of iets dergelijks. Dat zijn werkelijk zegenrijke krachten,
die mensen met dezelfde vibratie verbinden.
Hier wil ik graag herinneren aan het heilgebed van de oerchristenen. Elke
dinsdagavond om 19.30 u. bidden oerchristenen voor de hartewensen van hun
medemensen.
Steeds meer naar God toestrevende mensen sluiten zich aan bij het heilgebed. Wie
zich in deze gebedsstroom wil inschakelen en tevens stapsgewijs vervult, wat
Jezus op het einde van Zijn Bergrede zei: Wie Mijn leer hoort en haar vervult,
is als een verstandig man, die zijn huis op een rots bouwde, ontvangt de
heilkrachten van de Christus Gods en kan psychisch en fysiek gezond worden.
Christenen van de daad vervullen ook de woorden van Jezus: Waar twee of drie in
Mijn naam verzameld zijn, daar Ben Ik in hun midden.
God is liefde. Liefde verbindt. Liefde verenigt. Liefde geneest. Liefde is
gezondheid.
Gods liefde is de alomtegenwoordige kracht, is de wet van de hemelen. De wet
Gods, de liefde, is in ons. Jezus kondigde ons het rijk Gods aan, dat inwendig
in ons is. Een waarlijk liefdevolle gedachte, een gedachte, die uit het rijk van
het innerlijk stroomt, helpt, geneest, troost en lost ieder probleem op.
Oerchristelijke geloofsgenezing is uiteindelijk niets anders dan de overdracht
van liefdevolle gedachten, gedachten, die de Geest Gods in zich dragen, Zijn
wil, want Christus is de innerlijke arts en genezer, de helper in ons.
Oerchristelijke geloofsgenezing betekent geloofsimpulsen te zetten, zich in
Christus verbonden te weten in het bewustzijn: Christus is het middelpunt van
ons leven. Hij verzacht, geneest, helpt en ontspant.
Steeds opnieuw moeten we er ons bewust van zijn, dat ons denken, voelen,
gewaarworden en willen, maar ook onze woorden en handelingen, doorslaggevend
zijn. Of we wenden ons daarmee tot Christus of van Hem af. Alle gedragingen van
ieder mens afzonderlijk gaan als beelden zijn boven- en onderbewustzijn binnen
en door steeds weer hetzelfde of soortgelijks te denken in zijn organen, in alle
cellen en celverbindingen, in de bloedstroom, in zenuwen en botten, in klieren
en hormonen. We geven onze gedachtenbeelden door aan elke bouwsteen van ons
lichaam. We kunnen ze ook gevoelservarings- en woordbeelden noemen. In de mate,
waarin wij onze beeld-engrammen aan ons lichaam doorgeven, worden zij door onze
ziel en via haar door de geheugenplaneten van de kosmos opgenomen.
De beeld-engrammen van onze angsten geven wij dus aan ons organisme door. Ook
zorgen, problemen en hartstochten, alles, wat van ons uitgaat, gaat weer in ons,
de cellenmens, binnen. Wijzelf verzwakken ons organisme en bereiden het zo voor
op noodlottige gebeurtenissen, ongelukken of een ziekte, al naargelang, met
welke beeld-engrammen wij onze cellen »belichten«, dus overschaduwen.
Er kan niet vaak genoeg op gewezen worden, dat elke goddelijk-liefdevolle
gedachte ontspant, geneest en helpt, dat echter ook elke tegenstrijdige
gedachte, waarmee we angsten, zorgen, moedeloosheid, mismoedigheid, ziekte en zo
meer opbouwen, ziek maakt, zorgen vergroot, tot tegenslag, depressies, tot falen
enzovoort leidt, want iedere gedachte is een energie-impuls van negatieve of
positieve aard, die tot verwezenlijking dringt.
Wat de mens denkt, dat wordt hij.
Wij zijn voor al onze gedachten, voor hun gevolg en uitwerking - ook in anderen
- verantwoordelijk. Gedachten van afgunst, haat, jaloezie, gedachten van
schuldtoewijzing ten opzichte van anderen, stemmen niet overeen met de
goddelijke orde, onze ware natuur; daarom zijn het ziekelijke gedachten. Ze
veroorzaken de overeenskomstige atmosfeer voor ziekten. Uit gedachten van
boosheid, van haat, van afgunst kan echter ook de kiem tot misdaden ontstaan.
Via telepathie kunnen we zowel positieve alsook negatieve gedachten, dus
gedachtenbeelden, overbrengen, wanneer we ze op anderen richten. Dit gebeurt
ook, wanneer het niet onze bedoeling is en het ons helemaal niet bewust is.
Zoals reeds vermeld, kunnen goede gedachten, dus goddelijk-liefdevolle
gedachten, die van ons uitgaan, een hulp zijn voor onze medemensen en hen tot
positief denken aanzetten. Gedachten van haat, van afgunst, van vijandschap
daarentegen zijn eveneens gedachtenbeelden, die wij aan die mensen kunnen
doorgeven, die hetzelfde of iets dergelijks actief in zich dragen. Wij kunnen
dus in onze medemensen ook het tegenstrijdige versterken en zelfs teweegbrengen.
Het gevolg is, dat wij dan aan hetgeen wij mede hebben veroorzaakt, ook
medeschuldig zijn. Volgens de wet van zaad en oogst zijn we nu aan deze mensen
gebonden.
De oerchristelijke geloofsgenezer
wil met de genezingzoekende
een innerlijke gemeenschap in Christus
vormen
Oerchristelijke geloofsgenezing stelt dus voorop, dat de genezingzoekende
meedoet, door na te volgen, wat Jezus de genezingzoekenden van destijds zei: Je
geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer.
Iedere lijdende of zieke mens wordt uitgenodigd mee te doen, opdat de algehele
genezing kan volgen. Ook Jezus, de Christus, vergde medewerking bij het genezen.
Tot de genezingzoekende zei hij inhoudelijk: denk je, dat Ik het zonder jouw
medewerking kan? Of: Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan
niet meer. - Voor een algehele genezing is het dus nodig, dat de
genezingzoekende actief wordt.
Toen Jezus tegen de genezingzoekenden zei: Je zonden zijn je vergeven, wilde Hij
hen duidelijk maken, dat door de bereiniging van de erkende zonden en door het
niet-meer-doen van de zonde het lichaam in een toestand komt van gezond worden
of gezond zijn.
Wie in deze zin om algehele genezing vraagt en een oerchristelijke
geloofsgenezer opzoekt, zou moeten weten, dat de oerchristelijke geloofsgenezer
met de genezingzoekende een innerlijke gemeenschap in Christus wil vormen, want
waar er twee of drie in de naam van de Christus Gods verenigd zijn en om de
genezende krachten vragen, versterken ze samen het genezende, goddelijke
krachtveld in de genezingzoekende. Twee zijn er dus in de naam van Jezus, de
Christus, verenigd. En waar er twee in Zijn naam verbonden, dus één zijn, werkt
de Geest Gods.
De uitspraak van de balk
en de splinter. Aan een uitwerking
is iedere betrokkene medeschuldig.
Jezus leerde, elkaar wederkering te vergeven,
opdat Hij in ons vermag te werken
Een andere wetmatigheid, die Jezus, de Christus, ons leerde, geldt voor alle
mensen - natuurlijk ook en op bijzondere wijze bij de algehele genezing. Jezus
leerde ons: Waarom zie je de splinter in het oog van je broer, maar de balk in
je eigen oog merk je niet? Hoe kun je tegen je broeder zeggen: laat mij de
splinter uit je oog trekken - terwijl zich in je eigen oog een balk bevindt?
Trek eerst de balk uit je eigen oog, dan kun je proberen, de splinter uit het
oog van je broeder te trekken.
Christus kan ons dus alleen helpen en ons Zijn genezende kracht laten
toestromen, als we de ander niet de schuld geven van ons lot. Het heeft weinig
nut om Christus te vragen, ons te genezen, als wij onze medemensen niet om
vergeving vragen en al diegenen vergeven, die zich aan ons hebben schuldig
gemaakt.
De gerechtigheid van God is niet eenzijdig. In de uitspraak van de balk en de
splinter zien we, dat niet slechts één de schuldige is, maar dat aan een
uitwerking elke betrokkene een deel van de schuld draagt. Jezus leerde ons, ons
wederkering te vergeven, om één met Hem te worden, opdat Hij in ons vermag te
werken.
Eén te worden met Christus betekent ook één te zijn met onze naaste. Dat is geen
geloofsvoorstelling of een ceremoniële handeling, maar een krachtbron. Daaruit
laat zich ook de genezing door het geloof afleiden.
Oerchristelijke geloofsgenezing betekent, stapsgewijs de wil van God te doen.
Oerchristelijke geloofsgenezing berust dus niet op wensgedachten, die twijfel in
zich dragen. Oerchristelijke geloofsgenezing is de bevestiging en de vervulling
van goddelijke wetmatigheden, het waarmaken van hetgeen Jezus ons inhoudelijk
zei; je geloof heeft je geholpen, ga heen, wees bereid en neem je voor, voortaan
niet meer te zondigen.
Gezondheid is door God gewild.
Ziekte is de onderbreking
van de verbinding met het goddelijke
krachtveld in de ziel en
in iedere cel van de mens
Ieder van ons is drager van de goddelijke krachtbron van gezondheid en geluk. De
liefde van God draagt alle mensen en zielen in het hart, de grote, eeuwige
oceaan van de liefde, waaruit geluk, gezondheid, harmonie en vrede ons
toestromen. Wij hebben ons van God, de liefde, afgewend, hebben onze ziel
verduisterd, zodat ons lichaam dorst naar de stroom van de liefde, het water des
levens. Bewegen wij ons langere tijd, misschien zelfs incarnaties lang op de
droge oever, drinken we dus zelden uit de oerbron van het eeuwige Zijn, van onze
oorsprong, van de liefde, goedheid en barmhartigheid, dan zijn we als het ware
uitgedroogd. Het lichaam lijdt en wordt ziek.
God is altijd gevend, net als onze zon, die altijd schijnt. Wenden we ons tot
God, zoals een deel van de aarde zich naar de zon keert, dan ontvangen we het
genezende licht, de liefhebbende kracht, die verwarmt en gelukkig maakt. Wenden
we ons van de innerlijke zon af, dan leiden we een beklemmend en verlammend
schaduwrijk bestaan.
Gezondheid is door God gewild. Ziekte is het resultaat van verkeerd denken en
verkeerd gedrag.
Ziekte is dus de onderbreking van de verbinding met het goddelijke krachtveld,
dat in de ziel en in elke cel van de mens is. De aardse dagen zijn ons gegeven,
opdat we de door ons verzwakte of zelfs onderbroken verbinding met het
goddelijke krachtveld weer herstellen, wat inhoudt, dat we de dagen en de uren
dienen te benutten, om ons verkeerde gedrag in te zien en met het innerlijke
vuur, met de liefde tot Christus, te berouwen, te bereinigen en niet meer te
doen. Dan werkt de Geest, God, omdat de goddelijke stromen, het licht, door onze
ziel in ons lichaam kunnen stromen.
Hoe vaker wij ons openen voor het binnenstromen van de grote liefde, de kracht
Gods, des te voelbaarder zullen zwakte, leed en ziekte afnemen.
Oerchristelijke geloofsgenezing is dus de weg naar de algehele genezing.
Wij zelf hebben schuld aan ons lijden.
De wet Gods bevat niets slechts. Als we orde
scheppen in onze »tempel«, wordt de ziel
stralender, het lichaam lichter,
ons wezen zonniger
God eist niets van ons. In de Tien Geboden vraagt God ons met de woorden »je
zult«, wij moeten ons hart voor Hem openen en bereid zijn, de overvloed, die het
leven, God, is, te ontvangen.
De herhalingen in dit boekje zullen ons steeds weer in herinnering brengen, dat
niet onze medemensen schuldig zijn aan ons leed en ons lijden, maar wijzelf de
schuldigen zijn, want wij hebben door ons verkeerde denken en handelen wanorde
gebracht in ons lichaam en zodoende de stroom van het heil afgebonden. Nog
eenmaal zij gezegd: ziekte, armoede, noodlot en dergelijke komen niet van God en
ook niet van »anderen«, maar uit onszelf, omdat wijzelf hetgeen daartoe leidde
hebben ingegeven. Wij hebben ons van de oceaan van het leven verwijderd en ons
op het droge begeven.
In het onderricht door de Godsgeest en ook in de leer en in de bloemrijke
woorden van Jezus worden we steeds weer op onszelf gewezen. Bijv. met de
uitspraak: Jij bent de tempel Gods en God woont in jou.
Verwoesten we onze kerk, onze tempel, dan beleven we de wanorde in de tempel.
Voor ons, voor ieder afzonderlijk, betekent dat, dat wij het zijn, die de
wanorde hebben geschapen en wij het ook zijn, die de orde weer moeten herstellen
door de vervulling van de wetmatigheden, die God ons door Mozes gaf, de Tien
Geboden en Jezus, de Christus, in Zijn Bergrede. Ieder van ons is geroepen in
het eigen huis, in zijn kerk, de tempel, zelf orde te scheppen, want wijzelf
hebben ons huis verwoest.
De wet Gods bevat geen enkele ziekte. God heeft in Zijn wet van de liefde geen
virussen en besmettelijke ziekten, noch kwaads of slechts. God is niet slecht -
God is goed. Het kwade komt van ons; het is tenslotte het boosaardige, het
tegenstrijdige, het tegen onze medemensen gerichte, dat zich weer tegen onszelf
richt. Het tegenstrijdige wordt ook als zonde aangeduid. Zodoende kan worden
gezegd: ziekte is zonde, is scheiding van God. Opheffing van zonde betekent,
zich tot God, de goede, de eeuwige oceaan, te wenden en orde te scheppen in de
tempel, zodat het water van het heil kan stromen.
Verdwijnen de zonden, dan wordt onze ziel stralender; ons lichaam wordt lichter
en ons wezen zonniger.
Jezus leerde ons ook de gelijkenis van het mosterdzaadje: als ons geloof zo
groot zou zijn als een mosterdzaadje, zouden we bergen kunnen verzetten. Welk
geloof wordt er bedoeld? De geestelijke kracht, waarvoor niets onmogelijk is,
komt alleen tot stromen door het doen van wat Jezus ons leerde. Nodig is dus het
levende geloof in de Gods- en naastenliefde. Levend geloven wil zeggen: hetgeen
ons dagelijks aan onszelf aan zondigheid, aan fouten, bewust wordt, te berouwen,
te bereinigen en niet meer te doen.
Dan worden de bergen, die zich voor het licht Gods ophopen, met Zijn kracht
overwonnen.
Het woord »ongeneeslijk« sluit
de hoop uit. Angst en wanhoop
verminderen de psychische en
lichamelijke energie; hoop en
vertrouwen laten levenskracht ontstaan
Wie door het levende geloof, het daadgeloof, het leven in de Geest Gods heeft
gevonden, zal het woord »ongeneeslijk« niet meer gebruiken, omdat hij weet, dat
door het levende geloof en het daaruit groeiende vertrouwen in Christus, de
heilbron, die in hem is, HIJ, Christus, alles vermag.
Wanneer zo menig specialist met zijn geneeskunst aan het eind van zijn Latijn
is, wordt vaak het woord »ongeneeslijk« gebruikt. Maar in God bestaat er niets
ongeneeslijks, want God is altijd gevend, steeds helpend en genezend. God, het
leven, gedenkt echter eerst de ziel, het onsterfelijke lichaam, en dan het
sterfelijke omhulsel, de mens. Wie kan weten en wie zal zeggen, of er bij deze
of gene ziekte geen hoop meer bestaat? Als de kracht van de Geest actief kan
worden, omdat we ons leven aan God overgeven en op God bouwen, dan moet ons
echter ook bewust zijn, dat God, het licht, eerst de ziel gedenkt. Is de
gezondheid van het lichaam het welzijn voor de ziel, dan kan het lichaam
genezen.
Wie het woord »ongeneeslijk« nader beschouwt, dus voelt, wat het in
werkelijkheid uitdrukt, bespeurt beslist, dat dit woord de hoop uitsluit. Wordt
de hoop opgegeven, dan kan er niets gedijen. In degene, die zich aan het woord
»ongeneeslijk« bindt, verdwijnen hoop, geloof en vetrouwen; in zijn gedachten is
hij steeds meer bezig met zijn ziektebeeld en de wanhoop, waardoor hij de angst
vergroot en daarmee de mogelijkheid schept, dat de ziekte zich steeds meer kan
uitbreiden. Met dit en een dergelijk gedrag heeft zo menigeen zijn vroegtijdige
dood naar zich toegehaald.
Door angst en wanhoop vermindert de mens zijn psychische en lichamelijke
energie. Hoop en vertrouwen daarentegen laten levenskracht ontstaan.
Geen mens is aan zijn ziekte of andere ongemakken onontkoombaar overgeleverd.
Niemand van ons is een »hopeloos geval«, dat bepaald wordt door machten, die wij
niet kunnen afschudden. Wijzelf bepalen ons leven, of we ons lichaam in orde
houden door positief, door God gewild denken en gezond blijven - of dat we ons
lichaam in wanorde brengen en daardoor lijden. Ziekte is dus altijd een symptoom
van innerlijke disharmonie. Gezondheid is het gevolg van harmonie - van harmonie
in onszelf en van harmonie en vrede met onze naasten en vooral met de Eeuwige,
die in ons woont.
Ik herhaal: wij hebben de gewoonte, God of onze medemensen aan te klagen, als
wij lijden of ziek zijn. Uiteindelijk zouden wij onszelf moeten aanklagen. Wij
hebben het euvel, waaraan wij lijden, zelf teweeggebracht. Wie in het juiste
daadgeloof in de hoogste macht leeft, put uit de eeuwig-oneindige bron hoop en
kracht. Daaruit ontwikkelt zich de sensibiliteit voor goed en kwaad, het
duidelijke inzicht, of ons gedrag positief is of tegenstrijdig. Dan kan de mens
dienovereenkomstig zijn koers veranderen en stromen hem uit de bron van eeuwig
positieve kracht gezondheid, Godsvertrouwen en sterkte toe.
Een mens, die uit de bron van het leven put, uit de nooit opdrogende bron, God,
is grotendeels immuun voor angsten, noodlottigheden en verschillende nare
omstandigheden en dingen, die in onze wereld als onvermijdelijk voor lief worden
genomen.
Medicamenten, medische therapieën
en uitgebalanceerde voeding alleen
zijn niet alles. De instelling tot het
leven behoort evenwichtig te zijn
Velen stellen steeds weer de vraag: als de Geest Gods direct kan genezen, moet
men dan überhaupt nog medicamenten innemen en therapieën aanwenden? We moeten
altijd uitgaan van het actieve, levende geloof, want Jezus zei: Je geloof heeft
je geholpen. - Niet: laat de medicamenten en therapieën achterwege en geloof.
Ik herhaal: het juiste geloof in God is altijd het daadgeloof, de dagelijkse
stapsgewijze vervulling van de geboden van God en de Bergrede van Jezus. Het
passieve geloof, waarop geen rechtmatige, dus goddelijke daden, volgen, is als
het ware een dood geloof. Het wekt ons niet op tot leven, want leven is actie,
ook het leven in de Geest Gods.
Elke tegenstrijdige houding staat in tegenspraak met het actieve geloof in God.
Ze onttrekt het lichaam voortdurend levenskracht. Negatieve gedachten dus, die
zo nu en dan ook onze omgeving kenmerken en ons beïnvloeden, zijn storende
factoren, die onze celverbindingen niet uitnodigen, positieve levenskrachten te
ontwikkelen. Ook ons immuunsysteem is dikwijls verzwakt door ons wangedrag. Ook
daardoor wordt de levenskracht gereduceerd; de organen worden in hun
prestatievermogen geremd en de zelfgenezende krachten worden grotendeels
passief.
Steeds, als wij bijvoorbeeld angst hebben, zou het ons bewust moeten worden, dat
de angst elke gezonde bezigheid in het lichaam kan verlammen. Alle verkeerde
neigingen zoals winstbejag, jaloezie, gierigheid en ook begeerten werken
verzwakkend op het lichaam.
Omdat wij jaren, tientallen jaren verkeerd hebben gedacht en zodoende ook
dienovereenkomstig hebben geleefd, zijn we aangewezen op de indirecte genezing
van het lichaam door medicamenten en therapieën. Belangrijk is echter, hoe wij
tot deze medicamenten en therapieën staan. Vaak gedragen wij ons ten opzichte
van de uiterlijke geneesmiddelen hetzelfde als onze gedachten zijn. Staan we in
het levende, actieve geloof, wat in ons de stroom van hoop en vertrouwen tot
stand brengt en sluiten we de medicamenten en therapieën erbij in, die daardoor
- omdat alles op trilling berust - door die trilling worden verheven, dan kan
een directe genezing volgen. De genezing door de Geest Gods is toch de directe
genezing, de algehele genezing, de reiniging van ziel en lichaam. Dat is
algehele genezing, die uit het actieve geloof, het vertrouwen en de hoop
voortvloeit.
Veel mensen, ook zij die in God geloven, hechten grote waarde aan de voeding.
Het is belangrijk, dat wij ons lichaam met de nodige vitaminen, sporenelementen
en al hetgeen goed en heilzaam is, verzorgen. Voeding alleen is echter niet
alles. We kunnen ons nog zo goed voeden en toch worden we ziek. Waarom? Omdat de
instelling tot het leven, tenslotte ook tot ons lichaam, niet harmonisch is.
Het leven is God en God is positief, is liefde, harmonie, vrede en innerlijk
geluk, dus evenwichtigheid. Ontkennen we de gezondheid door in het
onvermijdelijke van de ziekte te geloven, of door angst voor de ziekte, dan
zeggen we ook nee tegen de bron van alle kracht, tegen God. Hoe kan God werkzaam
worden, wanneer wij Hem, die het goede is, de gezondheid, de levensvreugde en
het geluk, ontkennen?
Door zelfbeschouwing en vragen naar
het waarom van ons denken en
handelen, krijgen we inzicht in
onze ware bedoelingen en motieven,
in hetgeen aan schaduwen in onze
ziel en in ons onderbewustzijn ligt
Zo menigeen hecht zeer grote waarde aan zijn gezondheidstoestand. Gaat het in
zoverre goed met ons, dan denken we, dat lichamelijk alles in orde is. Zelden
vragen we ons af, of ook psychisch alles in orde is.
We kunnen alleen inzicht krijgen in onze ziel en vooral in ons onderbewustzijn,
als we bij ons denken en handelen vragen naar het waarom, door onszelf te
observeren, om er achter te komen, wat achter onze handelwijze ligt.
Onze dagelijkse belevenissen bieden daartoe veel gelegenheid: bijv. wanneer we
mooie en inhoudsrijke gesprekken voeren, om overtuigend op de ander in te
werken. Als we dus met geslepen uitdrukkingen onze hele overredingskracht
inzetten, zouden we ons moeten afvragen: wat willen of wat verwachten wij van
onze medemens? Het »wat« is beslissend. Wie zichzelf observeert en zich bewust
maakt, welk doel hij daarmee heeft, zal vaak inzien, dat hij uitsluitend zijn
eigen welzijn op het oog heeft, ook, als hij zichzelf wijsmaakt, dat hij voor
het welzijn van anderen is. Dikwijls is »de ander«, die hij voorgeeft, hijzelf.
Wat achter onze handelwijze schuilt, gaat in ons onderbewustzijn, in onze
lichaamscellen, in alle functies van ons lichaam, in onze ziel en uiteindelijk
ook in de overeenstemmende planetenconstellaties. Zodoende is de inhoud van onze
handelwijze, dus hetgeen er aan al-te-menselijkheid achter ligt, meermaals
opgeslagen.
Nemen we de moeite onszelf te observeren en bij onze handelwijze te vragen naar
het waarom, dan zal ons veel bewust worden en kunnen we eventueel aan zo menig
gedragspatroon aflezen, wat ooit weer op ons af zal komen als noodlot, leed,
armoede, ziekte of eenzaamheid; wij ervaren »aan het eigen lichaam«, wat wij
anderen hebben aangedaan door onze achterbaksheid.
Ons lichamelijke welbevinden kan dus bedrieglijk zijn, want wie weet, wanneer
uitbreekt wat we hebben veroorzaakt - wijzelf door ons egoïstische gedrag. Laten
we ons dus steeds weer afvragen, wat er achter onze zogenaamde positieve woorden
of gedachten schuilt, achter een royale hulp of geschenk. Om een
psychisch-lichamelijk, dus een algeheel, in de ziel gegrondvest welbevinden te
verkrijgen, moeten we onze geestelijke houding onderzoeken. Een waarachtig
positieve geestelijke houding komt overeen met de leer van Jezus, Zijn Bergrede
en de Tien Geboden van God.
»Je zult God liefhebben
met heel je ziel, met al je krachten
en je naaste als jezelf.«
De leerstellingen van Jezus
tonen ons de stap naar het ware leven
Elke dag behoren we ons bewust te maken, dat onze gedachten en onze
verschillende gemoedstoestanden en gevoelens mettertijd op ons organisme
inwerken en in het organisme teweegbrengen, hetgeen wij in onze gedachten hebben
gelegd, waaruit ook onze gemoedstoestanden en gevoelens voortkwamen.
Een massieve woede-uitbarsting kan bijv. de lichaamssappen totaal uit balans
brengen, ze zuur en zodoende giftig maken, zodat ze ook zo op ons lichaam
inwerken.
Wat ons treft, heeft wellicht in het uiterlijke een oorzaak - maar de
veroorzaker is niemand anders dan wijzelf. Wat wij in onze cellen, celsystemen,
organen, in het verloop van alle lichaamsfuncties en in onze ziel hebben
ingegeven, was een actie in gevoelens, gewaarwordingen en gedachten, die
onherroepelijk de overeenkomstige reactie oproept.
Schieten we bijv. in gedachten op een naaste, dan zullen we het schot eens aan
het eigen lichaam komen te voelen, voor zover we niet van tevoren onze belasting
inzien en haar door bereiniging oplossen. Daarom kunnen we zeggen: wát ons ook
treft, wij hebben onszelf - als het ware doelbewust - getroffen. Van onszelf
gaat onze ziekte uit, van onszelf is onze gezondheid afkomstig.
Ieder mens wordt door God bemind, zonder onderscheid, want hij is Zijn kind,
Zijn zoon of Zijn dochter. Ieder van ons is de drager van het hele goddelijke
erfdeel, dat alle goddelijke krachten van de oneindigheid in zich verenigt. Het
is het ware, eeuwige leven. Wij, de erfgenamen van het rijk Gods, kiezen voor
het rijk Gods - dan streven we dagelijks naar de vervulling van de wetten van
het rijk Gods -, of we beslissen tegen het rijk Gods, door ons tegen ons
goddelijke erfdeel, tegen de wetten van God, te gedragen. Daaruit ontwikkelen
zich onze zondige componenten, waaronder we dan te lijden hebben.
Het rijk Gods staat altijd open voor ieder van ons. Het komt er alleen op aan,
of we er binnen willen gaan. Zijn we bereid, ons hart te openen voor de kracht
van ons ware Zijn, voor de kracht van het heil en de genezing, dan zouden we ons
moeten houden aan de leerstellingen van Jezus, die de stap naar het ware leven
aantonen en die uiteindelijk allen in het hoogste gebod van God zijn verankerd:
Je zult de Heer, je God, van ganser harte liefhebben, met heel je ziel en al je
krachten. Dat is het belangrijkste en eerste gebod. Net zo belangrijk is het
tweede: je zult je naaste liefhebben als jezelf.
Je naaste lief te hebben als jezelf betekent, hem niets slechts toe te wensen;
geen verwachtingen aan hem te koesteren; niets van hem te verlangen, wat wijzelf
kunnen doen, hem niet omlaag te halen; hem niets te benijden; hem niet te haten;
hem niet vijandig gezind te zijn; hem niet uit te buiten; niet krijgszuchtig
tegen hem op te treden en geen valse getuigenis tegen hem af te leggen. Als we
dichter bij God willen komen, zouden we de dagen, die ons aardse leven zijn en
vorm geven aan ons bestaan, moeten benutten, door dagelijks een gedeelte van
onze misdragingen, onze ingaven in onze ziel, in te zien, ze van harte te
berouwen, de naaste om vergeving te vragen, diegene te vergeven, die zich aan
ons heeft schuldig gemaakt en weer goed te maken, wat nog mogelijk is.
Alles is wet. Het hele heelal loopt in wetmatige banen. Ieder mens behoort tot
het heelal en is zijn wet. Dientengevolge bestaat er geen toeval, ook is het
geen toeval, met wie of wat wij in dit aardse leven te maken hebben.
Hoe meer we ons met de grote en machtige wetten van het leven verbinden en met
hen in overeenstemming komen, des te minder zal ons lichaam ons last bezorgen.
Om het licht van het heil in de ziel en de gezondheid van het lichaam te
verkrijgen, is het ons geboden, de door ons erkende misdragingen, zonden dus,
niet meer te doen, volgens het gebod van Jezus: Je zonden zijn je vergeven; ga
heen en zondig voortaan niet meer. Alleen op deze wijze naderen we de oneindige
kracht, ervaren we steeds meer het binnenstromen in ons tot God toegewende hart
en verkrijgen het licht in onze ziel en de genezende straling in ons lichaam.
Dat is de weg, waarop alle bouwstenen van de cellen en de lichaamsfuncties de
genezende stromen kunnen ontvangen, die de zelfgenezende krachten van het
lichaam in versterkte werking brengen, om zo de algehele genezing tot stand te
brengen, de reiniging van de ziel en de genezing van het lichaam.
Wie zich dit waarlijk christelijke gedrag eigen maakt, verkrijgt vertrouwen in
de Geest Gods. Daaruit ontwikkelt zich het positieve leven. Een mens, die op God
bouwt, zal ook steeds minder over ziekten piekeren, maar zich in zijn denken en
spreken aan God toevertrouwen. Zijn cellen en celverbindingen, evenals alle
lichaamsfuncties, zullen hem dankbaar zijn.
Hier wordt nog eens herhaald: ieder van ons bepaalt zelf, in hoeverre hij zich
opent voor de algehele genezing. Het zou steeds een wens van ons moeten zijn,
ons dagelijks af te vragen, wat er achter onze gevoelens, gedachten, woorden en
handelingen ligt, ook achter ons wensen en willen, achter onze hartstochten en
driften. We kunnen het ook als volgt uitdrukken: wat wij niet zeggen, maar toch
in onze gedachten en woorden leggen, dat is het, wat weer op ons terugkomt, want
dat zijn wij en niet hetgeen wij - misschien op basis van ons aangeleerde gedrag
- voorwenden.
De inhoud van onze gedachten en
woorden kan ons noodlottig worden.
Ons lichaam reageert niet op
mooigekleurde gedachten en woorden,
maar op hun inhoud
Veel mensen zijn er zich niet van bewust, dat de inhoud van onze gedachten en
woorden - dus hetgeen achter resp. in datgene ligt, wat wij denken en zeggen -
ons noodlottig kan worden. Er staat geschreven: Over ieder nutteloos woord, dat
de mensen spreken, zullen ze op de dag van het gerecht rekenschap moeten
afleggen. Daartoe behoren uiteindelijk ook onze gedachten.
Hier wil ik nog eens wijzen op de holle frasen, die ons in de regel door de dag
begeleiden. Wij hebben bijv. de gewoonte, onze medemensen te vragen, hoe het met
hen gaat. De een antwoordt door te klagen, dat hij ziek is, de ander zegt: dank
je, en verkondigt, dat hij in goede gezondheid is. Laten we ons eens afvragen,
of onze vraag naar de gezondheidstoestand niet slechts een holle frase is of de
uitdrukking van echte belangstelling, of zeggen we het alleen om een gesprek te
beginnen, omdat we misschien iets bepaalds willen horen of hebben? Is het zinvol
om onze medemensen naar hun gezondheidstoestand te vragen, als ons bewust is,
dat elk antwoord energie is en niet verloren gaat?
Echte belangstelling wordt vaak positief geformuleerd, zoals bijvoorbeeld: »Ik
ben blij, dat ik je weer eens zie«. Of: »Ik verheug me erover, dat je zo vitaal
bent.« Of: »Ik verheug me over je expressieve levenswil en over je sprankelende
vrolijkheid.«
Wie op de meest verschillende vragen betreffende het welbevinden antwoord geeft,
zou zich ook kunnen afvragen, of het juist is, steeds weer te praten over
kwalen, ziekte, over persoonlijke moeilijkheden in het gezin of op het werk,
terwijl toch alles, zowel het positieve als het negatieve, door onze
lichaamscellen wordt geregistreerd en ook door onze ziel en de overeenstemmende
geheugenplaneten.
Met elke tegenstrijdigheid, van welke aard dan ook, lopen we gevaar, een ongeval
of een ziekte op te roepen, want als de opslagcapaciteit van een celverbinding
uitgeput is, kan van vandaag op morgen plaatsvinden, wat wij hebben gezaaid. De
oorzaken die wij zaaien, herkennen we alleen, als we onszelf observeren. De
gevolgen voelen we aan het eigen lichaam of in onze directe omgeving.
Als we over onze gezondheid en ons welbevinden praten, zouden we toch niet
moeten vergeten ons af te vragen, of de inhoud van onze woorden of gedachten in
orde is en of onze ziel eveneens vrij is van tegenstrijdigheden. Alleen wijzelf
weten, hoe wij ervoor staan. Zo menigeen denkt, dat er in en om hem heen pure
zonneschijn is en merkt helemaal niet, dat er al onweerswolken over zijn
zogenaamde gezondheid hangen, die zich alleen nog niet hebben ontladen.
Als we willen weten, wat er met ons aan de hand is, moeten we onszelf dus goed
observeren en onszelf steeds opnieuw afvragen, of hetgeen we denken of zeggen
ook werkelijk zo gemeend is, of dat er iets heel anders achter schuilt,
misschien massief denken aan het eigen welzijn, agressie, ook agressieve
eigenwil, afgunst, haat enzovoort, dat zich slechts in mooie woorden kleedt of
zich behulpzaam opstelt, om het een en ander te bereiken.
Jezus, de Christus, gaf ons veel levenshulp, die we kunnen toepassen, om ons
leven gelukkig te laten verlopen en gezond te blijven. Hij gaf ons o.a. de
volgende goddelijk-wetmatige hulp: Wat jij wilt, dat anderen voor jou doen, doe
jij dat eerst voor hen.
Als we ons bewust worden van deze uitspraak, dan zouden we van onze medemensen
niets moeten verwachten, wat we zelf zouden kunnen doen; als we door een
medemens worden aangevallen, zouden we niet met gelijke munt moeten
terugbetalen, maar van harte bevriend met hem moeten blijven en goed voor hem
zijn.
De levenshulp van Jezus uit Zijn Bergrede, die we ook als een goede raad kunnen
beschouwen, is van groot nut als houvast, als het erom gaat in te zien, of we
werkelijk christelijk voelen, ervaren, denken, spreken en handelen. Onze
handelwijze toont ons, of wij een christen zijn, of ons gedrag dus overeenstemt
met de geloofsleer van Jezus, de Christus.
In boeken over positieve levenswijzen staat onder meer, dat men bijvoorbeeld een
zwak orgaan niet moet beklagen door het als ziek aan te duiden; we moeten over
onze ziekte niet klagen, maar het hele organisme voortdurend loven, het zwakke
orgaan aanmoedigen tot activiteit en het levenskracht toedenken. Dat is
principieel juist, want elke cel, alle bouwstenen van ons lichaam, ontvangen
informatie van het bovenbewustzijn. We zouden ons echter moeten afvragen: wat
werkt sterker? De eventueel gewild-positieve woorden van bevestiging, dat ons
orgaan, ons hele organisme gezond is, dat we het dagelijks veel levenskracht
toedenken, of hetgeen er misschien achter ligt, de angst, of we wel gezond
worden of gezond blijven?
Het hele lichaam bestaat in zijn structuur en in zijn opbouw uit het
bovenbewustzijn, het onderbewustzijn en het geestbewustzijn. De celsystemen en
de functies van ons lichaam laten zich niet misleiden. Ze reageren niet op
mooigekleurde gedachten en woorden, maar ze sorteren uiterst nauwkeurig en
reageren op hetgeen achter - dus in - onze handelwijze afloopt.
Het dagelijkse overwinnen van onze
zondigheid activeert en mobiliseert
de zelfgenezende krachten.
Het komt erop aan, welke informatie
we ons organisme toezenden
Elke dag is voor ieder persoonlijk zijn dag. Hij beleeft zijn individuele,
specifieke dag en niet de dag van een ander. Jezus, de Christus, heeft ons
geboden onze zondigheid, die zich elke dag laat zien in onze geprikkeldheid, in
onze vijandigheid, in haat of in onwaarachtige handelwijze, met Zijn hulp te
doorgronden, dus de wortel te vinden, om hem uit de akker van de ziel te
verwijderen en er positieve, van God vervulde gedachten in te zaaien, die wij
dan ook dagelijks met de bezielende, onwankelbare kracht van het geloof
begieten, doordat wij de erkende zonde niet meer doen.
Overwinnen we zo onze zonden, die als het ware op de verzwakte organen liggen en
hen de adem benemen, dan worden de positieve krachten tot een wekroep, die ons
enerzijds vermaant, als we weer dezelfde of dergelijke fouten willen maken, en
anderzijds de zelfgenezende krachten steeds meer activeert en mobiliseert, die
ernaar streven, zieke en zwakke organen sterker te maken en storingen van het
lichaam uit de weg te ruimen.
Wij weten, dat alles, wat leeft, vibreert en zodoende overeenkomstig zijn
frequentie, zijn trillingsgetal, signalen uitzendt. Ook ons fysieke lichaam
zendt overeenkomstig onze persoonlijke ingaven signalen. Ieder signaal van ons
lichaam is een boodschap aan ons.
Alle functies en bouwstenen van ons lichaam delen ons in het bovenbewustzijn via
gevoelens of gewaarwordingen, via ongemakken of pijn, mee, hoe het met hen gaat,
wat ze nodig hebben om gezond te worden of sterk te blijven. Op dezelfde weg
zenden wij via ons bovenbewustzijn de lichaamscellen en alle lichaamsfuncties
informatie toe. Dat betekent, dat wij met ons organisme in voortdurende
communicatie staan. Het komt er echter op aan, welke soort van informatie wij
ons lichaam toezenden. Zijn het optimistische gedachten en woorden, die een
inhoud hebben van onwankelbaar geloof en vol hoop en vertrouwen zijn, of
afwijzende gedachten zoals twijfel, angst en zorgen?
De twijfel aan God, de twijfel aan genezing, is te vergelijken met een verrader.
Hij steelt de krachten, die ons de gezondheid zouden kunnen brengen.
Het is niet altijd eenvoudig, om vele jaren gevoede angsten, twijfels en zorgen
te veranderen in een onwankelbare en vertrouwensbewuste overgave aan de Geest
des levens, aan de genezende kracht, die in ons woont. Om uit deze vicieuze
cirkel te komen van ontkenning van het goede, van de helpende en genezende
kracht, is het nuttig, vaker op de dag tot Christus in ons te bidden, als het
ware in onze ziel en ons lichaam binnen te bidden, want ons lichaam is de kerk,
de tempel Gods, omdat God, het leven en de genezing, in ons woont. Vervullen wij
in het dagelijkse leven stap voor stap onze eigen gebeden, door zelf te doen,
waar we om bidden, dan reinigen we onze kerk, de tempel Gods, en scheppen zo
orde ins onszelf.
Wie met de hulp van de Christus Gods zijn tempelreiniging uitvoert, verkrijgt
een sterk geloof, vertrouwen en komt dichter bij God. Deze bewustheid is tevens
de innerlijke zekerheid. Daaruit groeit de kracht om de door ons ingeziene
tegenstrijdigheden, onze ongoddelijke handelwijze dus, niet meer te doen.
God is eenheid. Wij zijn broeders
en zusters onder elkaar. Wij zouden
onze al-te-menselijke houding moeten
veranderen, om onze medemensen
beter te leren begrijpen
Wij horen - en lezen ook in de bijbel - dat ieder mens de tempel Gods is, de
tempel van de Heilige Geest. Daaruit worden steeds vragen afgeleid zoals de
volgende: als het fysieke lichaam de tempel Gods zou zijn, waarom kan het
lichaam dan ziek worden? Is de Godsgeest de ziekmaker, die de ziekte zendt? Is
Hij niet toch de straffende en tuchtigende God, die ons met noodlottigheden
kastijdt, om ons op Zich opmerkzaam te maken?
Zolang wij anderen de schuld geven van onze oorzaken en ons richten op
veruiterlijkte religies, zullen we steeds weer een schuldige zoeken en God ervan
betichten een wreker te zijn.
Als we ons van onze naaste scheiden, dan is dat tevens een scheiding van God.
Door verkeerd denken zijn we verdeeld geraakt en hebben we ons van de eenheid
met God afgescheiden en zodoende afstand genomen van het ware leven. Het leven
echter is God en God is eenheid. Eenheid maakt sterk. Verdeeldheid scheidt.
Jezus leerde ons de eenheid met de volgende woorden: Waar twee of drie in Mijn
naam verzameld zijn, daar Ben Ik in hun midden.
Wij mensen zijn ons veel te weinig bewust, dat wij kinderen Gods zijn, dat wij
allen één en dezelfde Vader hebben, de hemelse Vader, en opgrond daarvan onder
elkaar broeders en zusters zijn. Laten we ons eens afvragen, hoe vaak wij
broedermoord begaan, door onze broeders en zusters, symbolisch gesproken, met
gedachten en woorden af te maken.Vaak, heel vaak roept ons geweten: Kaïn, waar
is je broeder Abel? Wij onderdrukken vaak de maning van ons geweten; dan
vernemen wij niet de roep: Kaïn, waar is je broeder Abel?
Als je wilt; bevestig dan dagelijks je kindschap Gods: dat je een kind bent van
de eeuwige Vader en dat Hij voor jou altijd aanwezig is met al Zijn liefde en de
kracht van de genezing. Zeg of denk dat niet alleen, maar probeer het waar te
maken, door je al-te-menselijke houding te veranderen, om ook je medemensen
beter te leren begrijpen, die in de Geest van jouw, onze eeuwige Vader, jouw,
onze broeders en zusters zijn. Houd op, je broeder, je zuster, in gedachten, met
woorden of zelfs door handelingen, af te maken.
Wie dagelijks in het bewustzijn van het kindschap Gods de tempelreiniging, de
reiniging van zijn ziel en zijn organisme tot stand brengt, verfijnt zijn
karakter, omdat hij zijn denken en handelen afstemt op de wil van God. Dat is de
weg naar de algehele genezing en naar geluk.
Door het leren aan onszelf
en bereiniging verkrijgen wij
evenwichtigheid en onze
celverbindingen de informatie
van gezondheid, levensgeluk
en innerlijke blijdschap
Het zou ons iedere dag bewust moeten zijn: zoals de mens denkt, zo is hij en zo
is zijn karakter. Als we gezond willen blijven of gezond willen worden, moeten
we eerst aan onszelf, door ons gedrag leren, door dagelijks de inhoud van de
vijf componenten voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen te toetsen
aan de wetmatigheden Gods.
Deze stappen naar een goddelijk, wetmatig gedrag, helpen ons, onszelf te leren
kennen, ons ware zelf te vinden, om ons steeds ontvankelijker te maken voor de
wil van God, voor de macht van de liefde, die alles vermag.
Ons dagelijkse voor en tegen en de dagelijkse toestand van ons lichaam tonen ons
slechts een klein fragment uit de zee van onze persoonlijke ingaven. Ieder
component van ons gedrag is een gedeeltelijke manifestatie, als het ware
gedeeltelijke materialisatie, in en aan ons lichaam van positieve of negatieve
aard. De energie van de dag spoelt uit de wateren van hetgeen we nog niet hebben
opgelost, slechts een beetje naar de oppervlakte, opdat het voor ons zichtbaar
wordt. Het roept ons als het ware op, het te begrijpen en aan te pakken.
Onze dagelijkse toestand is zodoende een heel kleine splinter uit het strandgoed
van het onbewuste, dat ons de dagenergie bewust maakt. Er zijn verschillende
mogelijkheden om onszelf te leren kennen. De een controlleert zijn gedachten, de
ander neemt zich een persoonlijk leerprogramma voor, doordat hij door intensieve
zelfbeschouwing inzicht krijgt in zijn willen en wensen, zijn motivaties en
bedoelingen. Daartoe biedt de dag rijkelijk gelegenheid: de bijzonderheden en
veranderingen in zijn gezichtsuitdrukkingen, in zijn lichaamshouding en
bewegingen; de opwinding over anderen; of dat hem iets gezegd wordt, dat hem
niet bevalt; of bij langdurige gesprekken, die niet in zijn concept passen; of
zelfs wanneer hij zich met veel gebaren en woorden verdedigt; of hoe zijn gedrag
is na een culinaire maaltijd en drank; of na een strijd en ruzie; of als hij
zich superieur voelt ten opzichte van zijn medemensen; of als hij medemensen
neerhaalt of in gedachten over hen oordeelt, hen veroordeelt enzovoort.
Zulke studies over onszelf, om aan onszelf te leren, om te doorgronden, hoe ons
lichaam en ons gedrag veranderen en welke signalen wij uitzenden, maken onze
dagen interessant; wij beleven onszelf. De inhoud van deze handelwijzen, waaraan
altijd gedachten, wensen en dergelijke voorafgaan, zijn ingaven, die ons
mettertijd kenmerken en onszelf in ons gedrag zo zichtbaar laten worden, als we
werkelijk zijn - de mens met zijn nog bestaande al-te-menselijkheden.
Wie zichzelf als het beste leerproject ziet, zal ook vaker zijn spiegelbeeld
bestuderen en vaststellen, dat zijn gezichtsuitdrukking elke dag in nuances
anders is, ook zijn gebaren en gedragingen. Deze uiterlijke veranderingen zijn
het gevolg van de ingaven in de bouwstoffen van ons lichaam, in alle cellen en
celverbindingen, in onze ziel en in de overeenkomstige gesternten. Elke dag
hebben we een andere gedachteninhoud; ook onze gesprekken en ons gedrag zijn
inhoudelijk anders dan de vorige dagen. Zodoende is elke dag de dag van ieder
persoonlijk, omdat ieder van ons anders heeft opgeslagen en opslaat. En elke
ingave draagt bij tot genezing, tot gezond blijven of tot ziekte, noodlot, leed
en zorgen. Ons lichaam is niets anders dan het spiegelbeeld van onze ziel.
Dagelijks beleven wij - de een meer, de ander minder - de lichaamsreacties op
hetgeen we zien of wat op ons afkomt.
Als we over een ongeluk horen, dat een ons dierbaar mens treft, beginnen we te
beven en raken in paniek bij de voorstelling, wat daar wel allemaal uit voort
kan vloeien. Het beven en het verbleken zijn dan de lichaamsreacties op onze
angst. Wij verkrampen ons zenuwstelsel. Enige uren later klagen we bijv. over
hevige hoofdpijn of misselijkheid. Oorzaak was de boodschap, die ons deed
schrikken - men ziet de uitwerking aan het lichaam.
Wij doen elke dag de ervaring op van dergelijke gebeurtenissen en
overeenkomstige reacties, maar als het om onze eigen ziekte gaat, denken we er
zelden over na, dat we daarvóór, in het onzichtbare, oorzaken hebben geschapen,
die nu aan ons lichaam zichtbaar worden.
In alles, wat ons dagelijks beweegt, spreekt ook ons geweten tot ons. Leer je
jezelf te doorgronden, om aan jezelf te leren, dan hoor je geleidelijk ook je
geweten, dat je in de meest verschillende situaties aanspreekt, om een
waarschuwingsteken te geven. Wie aan zichzelf leert om zichzelf te erkennen,
diens geweten wordt een fijne seismograaf, die duidelijke signalen geeft; het
sensibele geweten roert zich, wanneer we ons tegen ons lichaam en tegen onze
ziel gedragen, dus tegen ons ware leven, wiens eerste gebod de Gods- en
naastenliefde is.
Ook de positieve kanten horen bij ons zelf-leerprogramma, het is de stapsgewijze
vervulling van de geboden van God. Als we aan onszelf leren en de stappen doen
naar onze geestelijke geboorte, het éénzijn met God, dan wordt ons lichaam heel
geleidelijk tot een spiegel van de steeds lichter wordende ziel. Het karakter en
het hele gedrag veredelen zich, ons denken en willen wordt onbaatzuchtig. Dan
pas begrijpen we, wat Gods- en naastenliefde betekent.
Is het leren aan onszelf tot een verlangen geworden, dan zullen we ook de
opkomende problemen en moeilijkheden, alles, wat we dagelijks tegenkomen, niet
laten rusten en de tegenstrijdigheden dagenlang bewegen; we zullen ze zonder
lang te dralen met de hulp van de Christus Gods nader beschouwen en de wortel
van deze dissonanten doorgronden, om ze op te lossen, zodat we dan verlost uit
de strijd komen.
Iets dergelijks geldt bij alle soorten ongemakken en ziekten. De weg is altijd
hetzelfde; hij luidt: erken de oorzaken van de ziekte of het ongemak, want ze
berusten op misdragingen; berouw en bereinig ze en doe dit gedragspatroon, deze
oorzaak, niet meer.
Wie zich gewillig onderwerpt aan het leren aan zichzelf, dus deze moeite op zich
neemt, wordt steeds gelukkiger, vreedzamer en harmonischer. Daardoor verkrijgt
hij evenwichtigheid; het zenuwstelsel ontspant zich, de ziel ontvangt meer licht
en kracht en in de cellen en in alle celverbindingen komt de informatie van
gezondheid, levensgeluk en innerlijke blijdschap.
Aan elke ziekte gaan
vingerwijzingen vooraf. Het bewuste,
diepe ademen is een oefening, die ons helpt,
onze oorzaken te onderzoeken
Geen enkele ziekte, ongeacht hoe ernstig zij is, ontstaat van vandaag op morgen.
Er gaan altijd tekenen, dus vingerwijzingen, aan vooraf. Wie geleerd heeft,
zichzelf te observeren en eventuele storingen van de gezondheidstoestand te
doorvorsen - bijv. waarom nu in een gesprek zijn zenuwstelsel verkrampt, of
waarom hij nu bloost, of waarom hij zich nu ergert of in stress komt en het
lichaam over zijn toeren raakt -, zou zich eerst eens door een eenvoudige
ademhalingsoefening moeten ontspannen, door bewust te ademen, zijn adem te
observeren en dan heel geleidelijk vanuit de buikholte te ademen, de adem dus
dieper te laten gaan. Dat onspant. Aansluitend kijkt hij bij zichzelf, wat de
oorzaak was van zijn opwinding, van zijn verkramping of hektiek.
Hebben we onszelf ondervraagd en hetgeen uit het onderbewustzijn aan het
bovenbewustzijn aanklopte en ons een hektisch lichaamsritme opdrong, ingezien en
heffen we deze oorzaken op, dan volgt de stapsgewijze vernieuwing van binnenuit.
Dat betekent, dat we zo menige ziekte of zo menig leed helemaal niet hoeven te
doorlijden en te dragen.
»Hebt elkander lief,
zoals Ik jullie als Jezus heb liefgehad
en als Christus liefheb«
De Gods- en naastenliefde is het hoogste doel, waarnaar we dagelijks meer zouden
moeten streven. Wat zei Jezus over de Gods- en naastenliefde en wat zou Christus
ons nu daarover zeggen? Hij zou ons opnieuw het hoogste gebod bijbrengen: Hebt
elkander lief, zoals Ik jullie heb liefgehad en als Christus liefheb.
Liefde geneest. Liefde streeft naar verzoening. Liefde is licht en waar licht
is, is gezondheid. Gezondheid is het licht van de ziel. Ziekte is de schaduw van
de ziel.
Zijn we in onenigheid met onze naaste, oordelen en veroordelen wij, dan zouden
we ons steeds opnieuw moeten terugnemen en er ons op bezinnen, dat wij de
spiegel van ons denken zijn en ons eraan herinneren, wat Jezus ons gebood: Hebt
elkander lief, zoals Ik jullie heb liefgehad en liefheb.
De omkering van het gebod uit de Bergrede van Jezus: Wat jij wilt, dat anderen
voor jou doen, doe jij dat eerst voor hen, zou in de woorden gevat kunnen
worden: Wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Laten we ons tijdig in het bewustzijn roepen, dat hetgeen wij niet willen, wij
ook anderen niet moeten toedenken en wanneer we dat niet doen, kan in ons een
licht opgaan. Ieder van ons wil, dat er rekening met hem wordt gehouden en dat
hij wordt geacht - dus zouden we het ook zo tegenover onze naaste moeten doen.
Als we gelukkig willen worden of zijn - dan zouden we dat ook onze naaste moeten
toedenken, het hem dus wensen. Zou de christenheid zo denken en handelen, als
Jezus het ons in de Gods- en naastenliefde gebood, dan zou er één volk van
vrijheid en vrede zijn en welstand voor allen.
Wij maken ons maar al te weinig bewust, dat gedachten of woorden krachten zijn.
Ik herhaal: wat wij anderen toedenken, kan de ander ten dele treffen, wanneer in
hem hetzelfde of iets dergelijks, als hetgeen wij uitzenden, actief is. Dan
leggen we als het ware nog kolen op hetzelfde of soortgelijke vuur van de ander.
Daarmee wakkeren we echter ook ons eigen vuurtje aan, waaruit we »kolen«
wegnamen en in het vuur van de ander legden. Als we op deze wijze in de ander
iets tegenstrijdigs hebben aangewakkerd en doet hij dingen, die hij niet zou
hebben gedaan en zonder ons toedoen misschien slechts zou hebben overwogen, dan
dragen wij mee aan deze nieuw geschapen oorzaken en zijn zo aan hem gebonden.
Twee »vuurtjes« worden één vuur, dat beiden hebben te blussen, want wat we aan
negatiefs, maar ook aan positiefs, uitzenden, komt weer op ons terug. Elke
oorzaak heeft een veroorzaker, waarop terugkomt, hetgeen hij uitgezonden heeft.
Wie zijn gebed verhoord wil zien,
zou er ook naar moeten leven.
God wil door ons onze medemensen
kracht en liefde zenden
Veel mensen maken het zich te gemakkelijk. Zij vragen God om gezondheid, geluk,
kracht, vrede en harmonie. Kan God ons helpen, als wij om heil bidden, maar
anderen onheil toezenden?
Hoe vaak vragen we God niet in gebed, Hij moge de zieken en hen, die door leed
beproefd worden, gezondheid en hulp schenken. Onze gebeden verplichten ons dan
ook, ons gedrag te onderzoeken, ons bewust te maken, hoe wij ten opzichte van
onze medemensen staan, of onze gedachten, ons gedrag tegenover onze naasten het
liefdegebod bevatten: Hebt elkander lief, zoals Ik jullie liefheb. Blijft het
bij een gebed, bij alleen maar woorden, zonder dat we moeite doen, ons leven
dienovereenkomstig te leiden, dan zijn onze gebeden niets dan een zeepbel.
God wil door ons onze medemensen kracht en liefde zenden. Wie zijn gebeden
vervuld wil zien, zou er ook naar moeten leven.
Het passieve geloof geeft ons
geen zekerheid, dat God bestaat.
Door het daadwerkelijke geloof
voelen en beleven we Zijn aanwezigheid
Kerkelijke leiders maken hun schapen wijs, dat het geloof alleen voldoende zou
zijn. Laten we daarom nog eens terugkomen op het geloof. Het geloof alleen,
zonder de vervulling van de geboden Gods, is juist niet voldoende. Zou dit
passieve geloof Gods wil zijn, dan zouden veel van de kerkelijke christenen -
die »alleen maar geloven« - gezonder zijn. Maar de mensheid - ook de christenen
- wordt steeds zieker. Dat bewijst, dat het geloof alleen niet voldoende is.
Jezus leerde iets anders. Aan het einde van Zijn Bergrede sprak Hij: Wie deze
leer van Mij hoort en haar vervult, lijkt op een verstandig man ... Hij sprak
dus over het actieve geloof en niet over het passieve geloof, het dode geloof,
dat ons niet de zekerheid geeft, dat God bestaat.
Wie de leer van Jezus, de Christus, omzet, doordat hij zijn geloof door de daad
levend laat worden, vervult stapsgewijs wat Jezus leerde, en treedt in Zijn
navolging, om God in de oerbasis van zijn ziel gewaar te worden. God laat zich
vinden. Hij wil graag, dat wij Hem vinden, dat wij Zijn aanwezigheid bespeuren
en beleven. Hij, de Vader van al Zijn kinderen, wil ons Zijn vaderlijkheid, Zijn
liefde, voelbaar tonen, opdat we niet verder in de troebele wateren van het
ongeleefde, het passieve geloof vissen als blinde en dove mensenwezens, die zich
afhankelijk maken van kerkelijke instituties.
De weg, die Jezus, de Christus, leerde en die Hij ons door Zijn leven in de
eeuwige Vader bekend maakte, is de enige weg naar het eeuwige Zijn, omdat Jezus
onze Verlosser werd en is, en Hij sprak: Ik Ben de weg, de waarheid en het
leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Er worden veel geestelijke
richtingen en wegen aangeboden. Volgens de woorden van Jezus, de Christus, is er
maar één weg. Hij leidt via Christus naar de eeuwige Vader.
Ieder mens, die zijn tekortkomingen tegenover de Tien Geboden van God en de
Bergrede van Jezus plaatst, begrijpt, wat een actief geloof betekent: niet de
handen in de schoot leggen en geloven, maar het vervullen van de leer van Jezus
is beslissend. Dat is dan actief leven, actief geloof; dat is waarachtig
christelijk.
Wij mensen zijn voor ons gedrag zelf verantwoordelijk, omdat wij vrije kinderen
van de eeuwige Vader zijn. De een doet, wat de Tien Geboden en de Bergrede van
Jezus inhouden. De ander zondigt dapper verder - zoals Luther het heeft
aanbevolen - en blijft slapend, gebonden aan mensen, die het »dode« geloof
onderwijzen, die tegen de leer van Jezus in beweren, dat het geloof alleen
voldoende zou zijn. De een, die Jezus navolgt, maakt zijn ziel lichter en blijft
gezond of wordt gezond; de ander, die zich onderwerpt aan de predikers van de
kerken en het laat bij het geloven alleen, belast zijn ziel steeds meer en
wordt, voor zover zijn oorzaken actief worden, ziek en eventueel steeds zieker,
want hij laat zijn ziel niet gezond worden door het actieve geloof, dat zegt:
zie dagelijks je fouten in, berouw en bereinig ze en doe ze niet meer. Alleen
daardoor ontwikkelen wij de vertrouwensvolle overgave aan God, die ons laat
voelen, ervaren en inzien, dat Hij, God, de Vader van al Zijn kinderen, aanwezig
en waarachtig is.
Uit de som van onze misstappen, die er nog op wachten, door ons te worden
opgelost, komt elke dag datgene als taakstelling op ons toe, wat de
planetenconstellaties uitstralen.
Elke dag worden we daarom voor grotere of kleinere moeilijkheden, problemen of
situaties geplaatst, om deze op te lossen. Ook onze eigen ingaven, onze
gedachten en wensbeelden, die ons in gedachten opwinden en vaak tot handelingen
dringen, omdat we er ons te lang mee bezighouden, geven ons bericht, dat ze in
hun wortel, hun afkomst, erkend en opgeheven willen worden. Elke dag heeft dus
ieder van ons veel te zeggen, overeenkomstig het volume van ons zendpotentieel.
Daarom kan het daad-geloof ook als dag-geloof worden betiteld:
Elke dag brengt ieder van ons andere levensaspecten, maar in alles en in allen
is de Christus Gods de helpende en genezende kracht. In elke moeilijkheid en in
ieder probleem, in ziekte en nood, in zorg en leed, reikt Hij ons Zijn hand. Of
wij Zijn hand grijpen of niet, ligt aan onszelf. Wij hebben de vrije wil om vrij
te beslissen. Vrije wezens zijn echter zelf verantwoordelijk voor hun
handelwijze.
Wie het geloof in God activeert, door het te doen, zoals het Jezus, de Christus,
in Zijn Bergrede heeft geboden, treedt in communicatie met de helpende en
genezende eeuwige Geest, die ook de innerlijke arts en genezer is. Dan stroomt
de goddelijke heilstroom door de ziel in het lichaam naar de cellen en
celverbindingen, waarbij zieke cellen worden uitgescheiden en gezonde worden
opgebouwd. Ziel en lichaam genezen. Dat is algehele genezing.
Pijnstillende middelen kunnen
een ernstig zieke helpen,
om weer te kunnen doorademen,
om zijn gedachten op een rijtje
te krijgen en zich met zijn medemensen
te kunnen verzoenen
Hier stelt zich de logische vraag: hoe is het, wanneer een zieke lange tijd
heftige pijnen heeft, onder een ernstige ziekte lijdt en niet meer de kracht
opbrengt om te geloven en hoop te putten, laat staan het daad-geloof toe te
passen, de bereiniging van zijn verkeerde gedragingen, waarvan er dagelijks
enkele omhoog komen?
Daartoe kan worden gezegd: een mens, die door ziekte zeer verzwakt is en door
zijn pijn niet meer in staat is, over zichzelf na te denken, kan eventueel met
pijnstillende middelen worden geholpen. Want als hij weer kan doorademen,
wanneer zijn blik zich weer hoopvol verruimt, zal hij kracht putten, om met
zichzelf en met zijn directe naasten zover in het reine te komen, als het hem
nog mogelijk is. Wie ondanks ernstige gezondheidsbezwaren bouwt op de
barmhartigheid van God, onspant zich; hij geeft zich aan de Christus Gods over
en zal ook van de barmhartige liefde de hulp ontvangen, die goed is voor zijn
ziel.
Geneest de zieke van binnenuit, ook met de hulp van een arts, die het best
mogelijke voor het lichaam van de zieke doet, dan kan ook het lichaam genezen.
Een goede ar |