Geloofsgenezing
de algehele genezing

 

Gabriële, Würzburg

Verlag DAS WORT GmbH
De universele Geest
Leven in de Geest Gods

Uitgever:
© Verlag DAS WORT GmbH
Max-Braunstraße 2
D - 97828 Marktheidenfeld

Alle rechten voorbehouden

Uit het Duits vertaald
Originele Duitse titel:

Glaubensheilung -
die Ganzheitsheilung
1e oplage 1999

1e Nederlandse uitgave: najaar 2001

Voor alle vragen betreffende de betekenis
van de inhoud is de Duitse originele uitgave
doorslaggevend

De letter doodt,
maar de Geest in de letter,
in het woord, maakt levend.
Begrijp daarom
de diepe zin van dit boek,
en beleef de Geest Gods
in de woorden der waarheid.

Ieder mens, die vrij wordt
van het denken naar de letter
en in staat is, de inhoud van
het gesprokene en geschrevene
te begrijpen, ervaart de schat van
de waarheid.

Inhoud

Voorwoord

God is eeuwig dezelfde: liefde, kracht, harmonie en genezing

Door de vrije wil zijn wij zelf verantwoordelijk voor onze handelwijze. Wijzelf beslissen: voor of tegen het leven

Zenden en ontvangen. Het gelijke trekt het gelijke aan

Wat de mens zaait, zal hij oogsten. Wat ons treft, zijn wij zelf

Ons verstand is de commandant, die ons cellenleger onvermoeibaar bevelen geeft. Op zekere dag begint het te ageren

Door afwending van het Goddelijke vermindert in ons de levens- en heilkracht. Keer om en geef je leven een positieve, door God gewilde inhoud

Richt je radarscherm, de ziel, op de krachtbron God in jou en breng de heilbron van liefde en harmonie tot stromen

De kleine en grote slachtvelden in en om ons heen zijn dissonanten, die in en aan ons lichaam, in onze ziel en in de wereld hun uitwerking hebben

Ons lichaam kan uit zichzelf niet ziek worden. Ziekte is het gevolg van verkeerd denken en handelen

Oerchristelijke geloofsgenezing betekent activering van het geloof in Christus, doordat de mens zijn dagen benut

De verheven tijd van het oerchristelijke christendom. In Universeel Leven stichtte Christus het wereldwijde gebeds- en geloofsgenezingscentrum

De krachtbron GOD vermag alles. De vervulling van Zijn wil brengt Zijn kracht tot stromen

Erken je actieve oorzaken aan je agitatie, aan je lichamelijke gedrag en aan je ademhaling; bereinig tijdig, voordat het gevolg je treft

Jezus legde de genezingzoekende de handen op het hoofd en bad. Hij sprak: »Je geloof heeft je geholpen. Ga heen en zondig voortaan niet meer.« Op soortgelijke wijze werken oerchristelijke geloofsgenezers

Het verschil tussen geestelijke genezers en oerchristelijke geloofsgenezers

Wie zijn schaduwrijke bestaan, zijn zonden, tenietdoet, bereikt langzamerhand de zon, Gods liefde, die geneest en helpt

In de oerchristelijke geloofsgenezing krijgt de genezingzoekende toegang tot gedachten of beeldcomplexen, die hem laten zien, wat bereinigd dient te worden

Een oefening om aan onszelf te merken, hoe onze gevoelens en gedachten op onze ademhaling inwerken

Het oplossen van gedeeltelijke of hele blokkades volgt uitsluitend door het oplossen van schuld. Ademhaling en lichaamsreacties zijn de barometer van ons voor en tegen

Positieve gevoelens en gedachten kunnen onmiddellijk werken. Het omzetten van hun inhoud in het dagelijkse leven brengt pas blijvende genezing

De liefde tot God is de juiste liefde tot onze naaste en tot ons lichaam

Elke gedachte streeft naar verwezenlijking en manifesteert zich in ons lichaam

Door onze ingaven zijn we ontvankelijk voor invloeden van negatieve vreemde energieën. Richten we ons op God, dan vermag Hij, het leven, de orde in ons lichaam te herstellen

Goede gedachten versterken in onze medemensen hetzelfde of iets dergelijks. Wij zijn voor elke gedachte, voor haar gevolg en uitwerking verantwoordelijk. Oerchristelijke geloofsgenezing is het overbrengen van liefdevolle gedachten

De oerchristelijke geloofsgenezer wil met de genezingzoekende een innerlijke gemeenschap in Christus vormen

De uitspraak van de balk en de splinter. Aan een uitwerking is iedere betrokkene medeschuldig. Jezus leerde, elkaar wederkerig te vergeven, opdat Hij in ons vermag te werken

Gezondheid is door God gewild. Ziekte is de onderbreking van de verbinding met het goddelijke krachtveld in de ziel en in iedere cel van de mens

Wijzelf hebben schuld aan ons lijden. De wet Gods bevat niets slechts. Als wij orde scheppen in onze »tempel«, dan wordt de ziel stralender, het lichaam wordt lichter, ons wezen zonniger

Het woord »ongeneeslijk« sluit de hoop uit. Angst en wanhoop verminderen de psychische en lichamelijke energie; hoop en vertrouwen laten levenskracht ontstaan

Medicamenten, medische therapieën en uitgebalanceerde voeding alleen zijn niet alles. De instelling tot het leven behoort evenwichtig te zijn.

Door zelfbeschouwing en vragen naar het waarom van ons denken en handelen, krijgen we inzicht in onze ware bedoelingen en motieven, in hetgeen aan schaduwen in onze ziel en in ons onderbewustzijn ligt

»Je zult God liefhebben met je hele ziel, met al je krachten en je naaste als jezelf.« De leerstellingen van Jezus tonen ons de stap naar het ware leven

De inhoud van onze gedachten en woorden kan ons noodlottig worden. Ons lichaam reageert niet op mooigekleurde gedachten en woorden, maar op hun inhoud

Het dagelijkse overwinnen van onze zondigheid activeert en mobiliseert de zelfgenezende krachten. Het komt erop aan, welke informatie we ons organisme toezenden

God is eenheid. Wij zijn broeders en zusters onder elkaar. We zouden onze al-te-menselijke houding moeten veranderen, om onze medemensen beter te leren begrijpen

Door het leren aan onszelf en bereiniging verkrijgen we evenwichtigheid en onze celverbindingen de informatie van gezondheid, levensgeluk en innerlijke blijdschap

Aan elke ziekte gaan vingerwijzingen vooraf. Het bewuste, diepe ademen is een oefening, die ons helpt, onze oorzaken te onderzoeken

»Hebt elkander lief, zoals Ik jullie als Jezus heb liefgehad en als Christus liefheb.«

Wie zijn gebed verhoord wil zien, zou er ook naar moeten leven. God wil door ons onze medemensen kracht en liefde zenden

Het passieve geloof geeft ons geen zekerheid, dat God bestaat. Door het daadwerkelijke geloof voelen en beleven we Zijn aanwezigheid

Pijnstillende middelen kunnen een ernstig zieke helpen, om weer te kunnen doorademen, om zijn gedachten op een rijtje te krijgen en zich met zijn medemensen te kunnen verzoenen

»Vraagt en jullie zullen verkrijgen ...«. Als we vrijwillig de stap naar Christus in ons doen, kan Hij, de innerlijke arts en helper, ons tegemoetkomen. Het danken in elke situatie geeft ons de kracht, om de inhoud van onze noodsituatie te beseffen en op te heffen

Hulp, om ons te kunnen bevrijden van ons verkeerde denken, om plaats te maken voor vrijheid, liefde en harmonie. Liefde geneest elke wonde

Ziekte is niet de wil van God

De kracht van God kent geen grenzen. Door onze twijfel maken wij het God onmogelijk, in ons te werken

Neem jezelf terug en overleg, voordat je spreekt. Wees even stil en vraag jezelf af, waarom je steeds hetzelfde denkpatroon laat aflopen

Onze levensopdracht: de Gods- en naastenliefde weer te bereiken. Daaruit ontwikkelt zich innerlijke kracht en de zekerheid: de grote goedheid en liefde woont in ons

Boeken in Universeel Leven

Voorwoord

Een boek over »oerchristelijke geloofsgenezing« - een boek voor mensen dus, die het gaat om hun gezondheid?
Niet alleen! Een boek, dat iedereen bijbrengt, waar het in het leven werkelijk op aankomt.
Wie dat niet interesseert, wie toch al denkt, dat het mensenleven er nu eenmaal is, om geleefd te worden en met de dood sowieso alles voorbij is, kan dit boek wegleggen en doen, wat voor hem op het moment levenswaarde heeft, of lezen, wat hij de moeite waard vindt om te lezen.
Maar wie het belangrijk vindt, zijn aardse dagen met een goede instelling te vullen, zijn tijd te benutten, met zichzelf en met zijn medemensen in het reine en in harmonie te komen, dus in een vreedzaam, actief met-elkaar en voor-elkaar, wie bovendien nog het geluk wil beleven, dichter bij God en zijn oereeuwige wezen te komen, de standvastigheid en geborgenheid in het eigen innerlijk te bespeuren en de kracht te ervaren, die in een waarachtig positief leven ligt, vindt in dit boek een onschatbare hulp. Hij zal, wanneer hij hetgeen hij uit de woorden van de profetes, Gabriële, opneemt, in zijn dagelijkse leven vruchtbaar laat worden, niet alleen vrijer en vreedzamer, gezonder en gelukkiger door zijn aardse leven gaan, maar hij zal zich ook op het einde daarvan niet in de fatale situatie bevinden, die gekenmerkt wordt door het bittere »te laat«. Hij zal - in het duidelijke inzicht, dat ons in het moment van de terugblik wordt geschonken - dus niet hoeven te zeggen: »Had ik de kostbare aardse dagen toch maar benut! Zoveel goede kansen heb ik verknoeid, omdat ik niet wist - of er niet op gelet heb -, waar het eigenlijk op aan kwam. Ach, kon ik toch nog één keer alles beter doen!«
Waar het eigenlijk op aan komt - dat zegt Gabriële ons allen in dit boek steeds en steeds opnieuw, belicht het uit de meest verschillende perspectieven, maakt ons de geestelijke samenhangen bewust, geeft hulp, raad, bemoediging en richtlijnen, spreekt zowel ons verstand alsook ons hart aan, brengt in ons de ene keer deze, dan weer de andere snaar tot trillen met oneindig geduld, opdat we het eindelijk begrijpen en vooral ook de stap kunnen zetten van inzicht naar handelen.

Veel elementaire uitspraken in dit boek zijn niet nieuw; Jezus van Nazareth heeft 2000 jaar geleden al de weg geleerd, die naar vrijheid, vrede en geluk leidt, naar levensblijheid, gezondheid en innerlijke rijkdom. Deze weg is in de eenvoudige levensregels van de Bergrede te vinden, die aantonen, hoe door ons mensen de nog veel langer bekende Tien Geboden van God moeten worden omgezet. Maar de innerlijke religie, die Jezus onderwees en voorleefde, verstikte in de rituelen en vormen van een veruiterlijkte kerk. Men predikte weliswaar over het woord van God en over de leer van Jezus, maar handelde niet in Zijn zin. Dus namen ook de kerkschapen, die de kerkelijke overheid navolgden, genoegen met het horen van het woord - daarnaar te handelen leek hen minder belangrijk. De kracht van de Christus Gods, die Hij bij Zijn Golgotha-offer in ieder hart liet neerdalen, bleef grotendeels onbenut - men liet het bij alleen-maar-geloven, dat een dood geloof blijft, als het niet door het doen tot een daadwerkelijk geloof wordt, dat ziel en mens vrij maakt.
Nu heeft ons God, ons aller Vader, door Zijn goedheid en zorg in deze donkere aardse tijd een bode uit Zijn licht gezonden, door wie Hij ons opnieuw in het bewustzijn roept, »waar het eigenlijk op aankomt«. HIJ schonk ons Zijn woord in talloze openbaringen en Hij leert ons de weg terug tot Hem, de weg naar een leven in de Geest Gods, die ons het heil voor onze ziel brengt en ook de mogelijkheid tot genezing van ons lichaam.
Gabriële, de leerprofetes Gods, die niet alleen Zijn directe woord geeft in goddelijke openbaringen, maar als Zijn verkondigster ook Zijn »indirecte woord«, kent ons mensen en ons al-te-menselijke maar al te goed. Zij weet, dat onze tot gewoonte geworden, »diep ingewortelde« denk- en gedragspatronen hardnekkig en volhardend zijn. Zelfs bij degene, die met zijn verstand reeds »begrepen« heeft »waar het op aankomt«, moet vanuit verschillende gezichtshoeken steeds weer worden aangestoten, opdat het gaandeweg aan een nieuw denken ruimte geeft, waaruit zich langzamerhand een nieuw gedrag opbouwt en op grond daarvan het leven van de mens steeds meer ten positieve kan veranderen.
Dat komt in dit boek tot uitdrukking, waarin Gabriële ons in haar woorden uit de Wijsheid bijbrengt, wat alleen maar helpen kan in nood, ellende, ziekte en leed: onszelf te openen voor de Geest Gods, de krachtbron in ons.
En hoe openen wij ons voor Hem, zodat Zijn levensstroom in ons tot stromen komt? Precies dat is de hoofdzaak van dit boek. Wie dus wil, kan lezen en van hetgeen hij leest, aannemen, wat hij wil. Wat het hem kan brengen, zal hij ervaren, als hij het doet.

Mensen, die naar het kosmische bewustzijn, God, streven, voelen zich met alle mensen verbonden, want allen zijn in de universele Geest broeders en zusters. Wij wensen alle lezers van dit boek, dat zij voor zichzelf verwerven, wat Gabriële in de woorden gelegd heeft. Voor menigeen kan het waarlijk levensreddend zijn.

Een oerchristen in Universeel Leven
Würzburg, mei 1999



God is eeuwig dezelfde:
liefde, kracht, harmonie en
genezing

In ieder mens is de Geest Gods, de krachtbron van het licht en het heil. God in ons vermag alles, wanneer wij onszelf openen voor de krachtbron GOD.
GOD is onveranderlijke liefde, kracht, harmonie en genezing: hoe de dingen in deze wereld er ook voorstaan en hoe wij mensen ons ook gedragen ten opzichte van het krachtveld GOD - God is eeuwig dezelfde. Overeenkomstig onze vrije wil bepaalt ieder van ons zelf, of hij de eeuwige heil- en levenskracht in zich vermeerdert of vermindert, of hij zich overgeeft aan de heil- en levensbron en deze zo werkzaam laat worden, of dat hij zich van GOD afwendt.


Door de vrije wil zijn
wij zelf verantwoordelijk voor onze
handelwijze. Wijzelf beslissen:
voor of tegen het leven

De Geest, GOD, de eeuwige liefde in ons, wil ons graag gezond en sterk houden resp. gezond en gelukkig maken.Wij bepalen echter zelf, of we gezond en sterk blijven of ziek en zwak willen worden. Beslist zul je nu denken: »Wat een vraag! Wie wil er nu niet gezond blijven of gezond worden?« Wij zouden moeten inzien, dat wij de beslissing hierover zelf in de hand hebben - niemand anders.
Wij zijn burgers van het rijk Gods, die door God, onze eeuwige Vader niet worden bepaald en ook niet worden betutteld, want op grond van de goddelijke wet, die ons ware erfdeel, ons Zijn is, hebben wij de vrije wil om vrij te beslissen. Dientengevolge zijn wij zelf verantwoordelijk voor onze handelwijze. Wijzelf beslissen over onze aardse levens; wij bepalen, hoe zij zullen verlopen, in gezondheid en geluk of in noodlot en ziekte.
Wenden we ons tot de levens- en krachtbron in ons, door ons als vrije burgers van het rijk Gods te zien en ons volgens de wetten van het rijk Gods te gedragen, waarvan we uittreksels in de Geboden van God en in de Bergrede van Jezus hebben, dan blijven of worden we gelukkig, gezond en sterk. Of we zijn tegen ons ware leven, tegen de wetten van ons eeuwige Zijn; dan beleven en doorlijden we hetgeen wij zelf in gevoelens, gedachten, woorden, wensen en handelingen hebben vastgelegd. Wij hebben het ons als het ware zelf toegesproken en ons lichaam toegevoegd.


Zenden en ontvangen
Het gelijke trekt het gelijke aan

In de hele oneindigheid geldt één principe: zenden en ontvangen. Dat is het communicatieprincipe van het heelal; het stemt overeen met de kringloop van het leven; die uit geven en ontvangen bestaat.
De geestelijke lichamen van de zonen en dochters van God, de geestwezens in het reine Zijn, zijn gecomprimeerde eeuwige wet GOD; daarom zijn zij goddelijk. Zij stralen en zenden de wet Gods uit, onbaatzuchtige liefde, vrede, alwijsheid en goedheid - de wet Gods.
Wat zenden wij mensen? Wij zenden onze gevoelens, gewaarwordingen, gedachten, woorden en daden uit, die, voor zover ze niet overeenstemmen met de onbaatzuchtige liefde, egoïstische, dus negatieve energieën zijn. Tegenstrijdige, ongoddelijke zendingen gaan niet de wet, God, binnen. wij ontvangen volgens hetgeen we hebben uitgezonden: ongoddelijks, negatiefs. In de valgebieden voltrekt zich het »zenden en ontvangen« dus overeenkomstig de causaliteitswet van oorzaak en gevolg, Jezus van Nazareth sprak van zaad en oogst.

Een aspect van het principe zenden en ontvangen is de wetmatigheid »het gelijke trekt het gelijke aan«. Alles zendt; ook dat, wat niet bewust een speciale levensuiting is - dus bijv. denken of spreken -, zenden hun straling, hun vibratie uit. Daarop antwoordt dan hetgeen met deze straling, deze vibratie, overeenstemt. Het wordt als het ware opgeroepen, aangetrokken. Het gelijke trekt dus het gelijke aan.
Een negatieve gedachte bijv. komt derhalve niet alléén naar zijn afzender terug. Volgens het principe »het gelijke trekt het gelijke aan«, komen er soortgelijke negatieve gedachtenkrachten bij; bij de ene uitgezonden gedachte komen dus andere van dezelfde en/of gelijksoortige gedachtenenergieën bij. Daarom kan soms een gevolg de ten grondslagliggende oorzaak aan intensiteit overtreffen.


Wat de mens zaait,
zal hij oogsten.
Wat ons treft, zijn wij zelf

Eigenlijk is het voor en tegen een eenvoudige regel, die met weinig woorden op één noemer kan worden gebracht: wat de mens zaait, zal hij oogsten. Tengevolge daarvan kunnen wij alleen maar oogsten, wat wij hebben gezaaid, niet wat anderen hebben gezaaid en zaaien, en anderen kunnen niet oogsten, wat wij hebben gezaaid of zaaien.
Daarom luidt het gebod van het uur - en wel van ieder uur, want wij denken en slaan onophoudelijk op -: wat ons treft, zijn wij zelf. Want: wat er gebeurt en op ons toekomt, hebben we als het ware uitgenodigd door het principe »zenden en ontvangen« of »het gelijke trekt het gelijke aan«.


Ons verstand is de commandant,
die ons cellenleger onvermoeibaar
bevelen geeft. Op zekere dag begint het te ageren ...

Hoe slaan wij op? Wat gebeurt er, als wij denken of spreken?
Onze gedachten en woorden zijn energievormen, die bij ons horen. Ze worden in ons boven- en onderbewustzijn en in onze ziel tot beelden. Wat wij in het bovenbewustzijn bewegen, slaan niet alleen ons onderbewustzijn en onze ziel op, maar ook onze cellen en overeenstemmende geheugenplaneten in de materiële kosmos en in de kosmos van de reinigingsgebieden.
Vanaf de verwekking van een wordende mens ontstaan geleidelijk cellen en celverbindingen. Het fysieke lichaam bouwt zich op; het wordt in zekere zin een cellenleger. De cellen dragen enerzijds de informatie uit de genen van de ouders en anderzijds ook de overeenstemmende ingaven uit de ziel van het kind voor dit aardse leven.
De pasgeboren mens, de zuigeling, wordt heel geleidelijk door de in hem wonende ziel en door zijn omgeving - eerst door het gedrag van de ouders - getraind. De eerste indrukken van de zintuigen zijn de eerste informatie, die via de hersenen aan de cellen wordt doorgegeven. De eerste waarnemings- en gedragsprogramma’s, de functionele programma’s voor de mens, vormen zich.
Is de zuigeling enkele maanden oud, dan begint hij heel geleidelijk zijn omgeving beter waar te nemen. Via zijn zintuigen neemt hij op, wat hij na enkele maanden vermag waar te nemen. De reacties op zijn waarneming slaat het kleine mensje op in zijn bovenbewustzijn, dus in de hersenen en in de overeenstemmende lichaamscellen. Men kan dus zeggen: de mens slaat van de wieg tot het graf alles op, eerst in zijn bovenbewustzijn en in zijn lichaamscellen, later in zijn bovenbewustzijn, zijn onderbewustzijn, zijn lichaamscellen en zijn ziel. Gelijktijdig beweegt hij ook zijn opslag door zijn onvermoeibare voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen. In de loop van het wordingsproces van een mens wordt het bovenbewustzijn, het verstand, als het ware een commandant, die zijn bevelen geeft aan het cellenleger van het lichaam.
Met het beeld van de veldheer en het cellenleger kan men veel aanschouwelijk maken. Laten we ons dus beeldend een leger soldaten voorstellen, die uit te voeren hebben, waarin hen de commandant heeft getraind.
Om een veldslag te leiden, bijv. voor de afweer van een »vijand«, heeft men soldaten nodig. Een bepaald aantal soldaten vormt een leger. Het leger soldaten moet eerst getraind worden op gehoorzaamheid en op bepaalde commando’s. Daartoe is er een superieur nodig, die het leger informatie geeft, hen dus in discipline en in de toepassing van oorlogsmateriaal of tot een hulptroep opleidt. Het leger wordt dus getraind, totdat elke soldaat de aanwijzingen van de trainer, de commandant, beheerst en in staat is uit te voeren.

Zo is het ook met onze cellenstaat. De commandant is ons verstand - dat zijn wij, het bovenbewustzijn. Wij geven onophoudelijk bevelen aan ons cellenleger. Wij trainen onze cellen om uit te voeren, wat wij hen bevelen.
Onze aanwijzingen aan onze cellen en celverbindingen, aan het cellenleger dus, zijn de inhoud van onze gevoelens, ons gewaarworden, denken, spreken en handelen. We kunnen ook zeggen: wij kenmerken onze lichaamscellen en geven hen onze programma’s in door hetgeen energetisch in ons aan negatiefs afloopt, bijv. boosheid, afgunst, gelijk willen hebben en willen heersen, verwijten, wraakgevoelens en dergelijke. Daarbij is niet beslissend, wat wij naar buiten laten zien, spreken of doen, maar wel, wat onze gedachten, woorden en daden aan negatieve energiekwaliteit in zich dragen. De vaak verholen bijgedachten, de echte bedoelingen en achterbaksheid, die achter de vijf menselijke bestuurscomponenten - voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen - staan, zijn als het ware de bevelen, die in onze cellen als tijdbom-ontstekingen op hun ontlading wachten.
Is ons cellenleger met voldoende informatie verzorgd en getraind, dan begint het te ageren. Het voert uit, wat wij de cellen hebben doorgegeven. De »soldaten«, die in actie willen komen, onze met explosieve energie geprogrammeerde cellen, begeven zich echter niet meteen op weg om dat te doen, waarin wij hen hebben getraind. Het »startschot«, het bevel tot aanval, wordt door een andere bevelscentrale gegeven, want onze cellen staan bovendien nog in communicatie met onze ziel en de overeenkomstige geheugenplaneten, waarin door ons een bepaald energiepotentieel werd opgeslagen. Het cellenleger wacht af, tot de planetenconstellaties actief worden, waarin gedeelten van onze schuldige ingaven werkzaam zijn. Straalt op een dag een planetenconstellatie op de mens in, dan komt daarin het bevel tot handelen. Het cellenleger wordt eerst onrustig. Deze onrust is de voorbode van de naderende werking in en aan ons lichaam, die wij in het verloop van de dag kunnen herkennen, als we onszelf critisch observeren. Het kan een innerlijke irritatie zijn, die met bepaalde gevoelens, gedachten of ook beeldende herinneringen gepaard gaat. De waarschuwende aanwijzingen, de voorboden, kunnen ook van buitenaf op ons toekomen, in zogenaamde toevalligheden zoals onaangename ontmoetingen, in kleine ongemakken, of dat we nog net aan een verkeersongeval ontkwamen of dat we ’n paar treden van de trap vielen en ons been verstuikten.
Zulke voorvallen tonen de mens, die bewust in de dag leeft, die niet de schuld geeft aan de naaste of aan het toeval of het boze noodlot en daarmee zijn geweten tot zwijgen brengt, wat op hem toe kan komen: dat een van zijn oorzaken op het punt staat tot uitwerking te komen.
Letten we niet op de voortekens, beseffen en bereinigen we niet, wat wij ooit anderen hebben aangedaan, onze schuld - dan slaat het cellenleger toe en voert een gedeelte uit van hetgeen wij het jaren geleden of misschien wel in vorige incarnaties hebben ingegeven, dus hebben bevolen.
Ieder van ons is dus als het ware een commandant of een legerleider, die het cellenleger in een bepaalde richting leidt. Negatieve ingaven - tegen onze medemensen gerichte gevoelens, gewaarwordingen, gedachten, woorden en handelingen, liefdeloosheden dus - komen, voor zover ze niet tijdig door ons worden erkend, berouwd en bereinigd, als ziekte, gebrek en verder onheil tot uitwerking. Wij hebben het zelf in de hand, of zulke energieën in ons leven tot uitwerking komen of dat de Geest Gods ons steeds meer vermag te doorstralen en ons leven ten goede kan wenden.


Door afwending van het Goddelijke
vermindert in ons de levens-
en heilkracht. Keer om en
geef je leven een positieve, door God
gewilde inhoud

Als wij ons afwenden van de krachtbron GOD door verkeerd denken en gedrag, stemmen wij ons af op lagere bronnen en binden ons aan angst voor ziekte, aan zorgen en leed. Wij worden beladen door het noodlot. Door de afwending van het Goddelijke vermindert in ons de levens- en heilkracht; het wordt donkerder in ziel en lichaam.
Daartoe een beeld: als een gedeelte van de aarde zich van de zon afwendt, wordt het daarop donker. Zo is het ook met ons. Wenden wij ons van de licht- en krachtbron GOD af, dan overschaduwen wij onszelf; wij scheppen duisternis in ons, die nu eenmaal weinig levenskracht bevat. In onze gevoelens, gewaarwordingen, gedachten, woorden, wensen en handelingen werkt dan de tegenpool; we zijn tegen God.
Omdat het door onze verkeerde handelwijze, onze zonden, steeds donkerder in ons wordt, wennen wij ons aan, steeds meer ziekte, leed, noodlot en dergelijke op te roepen; ze dus steeds meer in ons te verdichten, door bijv. met onze medemensen steeds weer over onze ellende, onze ziekte, te praten. Wij zeggen, dat we ziek zijn en bevestigen dat hiermee. Dat betekent, dat wij onze cellen, celverbindingen, ja alle functies van ons lichaam de ziekte toespreken, de celverbindingen als het ware met ziekte programmeren en daardoor het lichaam steeds meer levenskracht onttrekken.

Bij veel mensen - ook bij hen, die zich christenen noemen - is de uitspraak van het heil: Jij bent de tempel van God en de Geest Gods woont in jou, verlorengegaan. Ieder mens is als het ware een huis; wij kunnen hem ook als tempel van de Geest Gods aanduiden. Wijzelf verwoesten de huizen, de tempels, doordat we ze niet alleen verzwakken, maar vaak ook ruïneren door onze vernietigende gedachten.
Wie zich alleen nog met zichzelf, met zijn angst, zorgen, beslommeringen, ziekten en dergelijke bezighoudt, wordt zich er zelden van bewust, welk een grote kracht er in hem ligt, die ieder ogenblik via het geweten spreekt: keer om en besef, dat je een bewoner bent van het rijk Gods, die de wetten van het heil heeft te leven, om gelukkig en gezond te blijven of gezond te worden.
Wie zich wendt tot het rijk Gods, dat in hem is, begint anders te denken. Hij weet: in zijn tempel, diep in de zielenbasis, is alles gezond. Wie dit begrepen heeft, zal de stroom van het heil blootleggen, door zijn aardse leven een positieve, door God gewilde inhoud te geven.


Richt je radarscherm
de ziel, op de krachtbron, God in jou, en
breng de heilbron van liefde
en harmonie tot stromen

Onze ziel kan met een radarscherm worden vergeleken.
Wij mensen dragen beslissend bij tot onze levenskwaliteit, als wij de inhoud van ons denken en gedrag onderzoeken en ons afstemmen op de goddelijke liefde en wijsheid, op juist en positief denken, dat de bevestiging van onze gezondheid bevat. Daardoor richten wij het genoemde radarscherm, onze ziel, op de krachtbron GOD in ons, om het Goddelijke, zoals hulp, genezing en meer levenskracht te ontvangen.
De eeuwige heilbron, God, is oneindige liefde en harmonie. Deze heilbron van liefde en harmonie kunnen we alleen tot stromen brengen, als wij onze levensinhoud, onze persoonlijke wereld, die uit ons gedrag bestaat, veranderen, dat wil zeggen, deze een positieve afstemming geven en met onze medemensen vrede sluiten en vrede houden.


De kleine en grote slachtvelden
in en om ons heen, zijn dissonanten,
die in en aan ons lichaam,
in onze ziel en in de wereld
hun uitwerking hebben

Wij mensen hebben de gewoonte, anderen omlaag te halen. Of omdat ze ons niet welgezind zijn, of zich niet zo gedragen, zoals wij het graag zouden hebben, of omdat ze niet doen, wat wij willen, of we nemen aan, dat ze ons onrecht hebben aangedaan, of we zijn van mening, dat wij iets te dragen hadden of hebben, wat anderen hebben veroorzaakt; hen geven we de schuld daarvan. Maar wie anderen omlaaghaalt, plaatst zich boven deze medemensen en zodoende boven God, omdat God Zijn mensenkinderen niet omlaaghaalt, noch veroordeelt. Ook door toewijzing van schuld aan anderen willen wij uiteindelijk laten zien, dat wij beter zouden zijn en eventueel zelfs smetteloos.
Wie zichzelf zo’n gedragsaureool heeft gegeven, is dan gedwongen, deze door zelfbevestiging overeind te houden. Daaruit ontwikkelen zich ontevredenheid, disharmonie, stress en de druk om hardnekkig op de voorgrond te moeten treden, dus te moeten produceren en zich te moeten bewijzen. Het gevolg daarvan is, dat zijn zenuwstelsel voortdurend onder hoogspanning staat. Uit zulk een denken en handelwijze ontstaan de kleine oorlogjes in het gezin, op het werk en uiteindelijk zelfs wereldoorlogen, omdat de een in de ander steeds alleen de vijand ziet.
Deze kleine en grote slachtvelden in en om ons heen zijn dissonanten, die zich eerst in onze omgeving bemerkbaar maken en eventueel later - al naar gelang de machtspositie - ook in de wereld. Zulke »waardebepalingen« werken onvermijdelijk in op ons lichaam en komen in onze ziel. Daardoor wenden wij ons steeds meer af van God, de liefde en harmonie. Vroeg of laat, wellicht pas in andere incarnaties, zullen we dat moeten dulden, waarmee wij nu, in dit aardse bestaan, tegen onze medemensen in gevoelens, gewaarwordingen, gedachten, woorden en daden ten strijde trokken.

Jezus leerde ons de liefde tot de vijand: Heb je vijanden lief; doe goed aan hen, die je haten. Wie deze uitspraak van Jezus in zijn intensiteit begrijpt, begrijpt ook, waarom het in deze wereld is, zoals het is; hij begrijpt, dat ziekte, leed, zwakte, catastrofen, oorlogen en zo meer niet van God komen en ook niet willekeurig zijn, maar alleen van de mens uitgaan. Een algehele genezing kan daarom slechts dan plaatsvinden, wanneer wij ons wangedrag - ook in ons aandeel aan het wereldgebeuren - bewust worden en beginnen vrede te sluiten met onze medemensen, maar ook met het gekwelde dierenrijk, het planten- en mineraalrijk, door ons wangedrag ten opzicht van hen in te zien, te berouwen, met de hulp van de Christus Gods te bereinigen en niet meer te doen.
Alleen door heroriëntering op de bron van liefde en vrede ontwikkelen wij de Gods- en naastenliefde en de harmonie. De Gods- en naastenliefde is de genezende krachtbron, de lavende dronk voor ziel en lichaam. Door zelfinzicht en ommekeer richt het radarscherm, de ziel, zich steeds meer op de heilbron, God.
Wij behoren er dagelijks aan te denken, dat zwakte, ziekten en noodlottigheden niet alleen door het lichaam worden veroorzaakt, maar vooral van psychische aard zijn: het radarscherm, onze ziel, heeft zich door ons verkeerde gedrag op overeenkomstige andere zendstations afgestemd en de mens ontvangt nu hetgeen hij zichzelf heeft ingegeven. Daaruit ontwikkelt zich dan ziekte, leed en zo meer, namelijk dat, wat de zender nu eenmaal zendt. De gevolgen van onze oorzaken - ziekte, leed en dergelijke - komen van de zender, die wijzelf hebben geschapen en gevoed, dus uit onze persoonlijke ingaven. Door onze tegenstrijdigheid is het psychische en fysieke in ons uit balans geraakt, wat mettertijd tot noodlottigheden en ziekte leidt.

Psychisch-fysieke orde is harmonie en harmonie is gezondheid en positieve levenskwaliteit. Wijzelf zijn de dissonanten in onze ziel en in ons lichaam, die ons vrij-zijn van noodlot en allerlei geweld - van gebreken, leed, ziekte en ook onze genezing, in de weg staan.
Al het onheil begint met onze angsten, onze twijfels en is tenslotte toe te schrijven aan ons ongeloof ten opzichte van de eeuwige krachtbron, God. Inplaats van vrede te stichten, schiepen wij onvrede in onszelf en, als geheel gezien, in de wereld, want het resultaat is in steeds meer mensen de wanorde in ziel en lichaam.


Ons lichaam kan uit zichzelf
niet ziek worden. Ziekte is
het gevolg van verkeerd denken en
handelen

Zolang de zonde bestaat, bestaan ook leed, ziekte en ellende, eerst onzichtbaar, later zichtbaar, wanneer de zonde actief wordt in het lichaam en zich daar manifesteert.
Willen wij in ziel en lichaam orde verkrijgen, dan moeten we de toegang scheppen tot de genezende krachten, door ons denken en gedrag te veranderen, ons dus positief af te stemmen, als het ware ons radarscherm te richten op de heilzender GOD.
Zover wij kunnen terugkijken probeert de mens lichamelijk lijden vanuit de lichamelijke kant te behandelen. Maar het lichaam kan uit zichzelf niet ziek worden. Ziekte is het gevolg van ons verkeerde denken en handelen.
Een voorbeeld: als we stuwdammen bouwen, om het water op te vangen, droogt het land geleidelijk uit. Zo is het ook met de kracht- en levensbron, die de levens- en heilkracht is. Als wij in onszelf stuwdammen bouwen, doordat we ons van God, het leven, afwenden, zodat onze wangedragingen zich in onze ziel en ons lichaam opstapelen, dan ontvangt het lichaam steeds minder levensenergie. Mettertijd dorsten de organen; hun prestatie wordt zwakker. Het gevolg is energiegebrek, waaruit onze noodlottigheden, ziekten, leed en allerlei soort ellende ontstaan. Proberen we alleen het lichaam te genezen - met veel of weinig succes -, dan moeten we ons ervan bewust worden, dat daarmee de ziekte toch niet is opgeheven, omdat deze uit de ziel komt, die ons wangedrag heeft opgeslagen.
De verzwakking van de ziel door onze afwending van God leidt mettertijd ook tot zwakte van het lichaam.
Er bestaat geen ziekte, die niet uit de ziel komt. Wat van buitenaf komt, kan zich op den duur niet vastzetten, als er in de ziel niets overeenstemmends aanwezig is, dat het activeert en dat zich dan ook - als kwaal, pijn, ziekte of iets anders - in het lichaam vastzet. Dat zijn allemaal ongewenste toestanden, die ons leven binnenvallen. Maar we zouden ons steeds opnieuw bewust moeten maken: wij hebben deze toestanden zelf geschapen, eerst in het onzichtbare. Maar we hoeven niet te wachten, totdat ze zichtbaar worden en zich in het lichaam pijnlijk manifesteren.


Oerchristelijke geloofsgenezing
betekent activering van het geloof
in Christus, doordat de mens
zijn dagen benut ...

In veel culturen vonden en vinden we geloofsgenezing. Ze wordt - ook in onze tijd - geestelijke algehele genezing genoemd: de genezing van de ziel, waarop genezing van het lichaam kan volgen.
Oerchristelijke geloofsgenezing betekent activering van het geloof in Christus, doordat de mens zijn dagen benut, zijn verkeerde houding inziet, deze berouwt, bereinigt en niet meer doet, dus zijn radarscherm, zijn ziel, op God afstemt, zodat de machtige genezende kracht door de ziel in het lichaam kan stromen, om diens zelfgenezende krachten te activeren. Dat is oerchristelijk genezen, de algehele genezing door de Geest Gods.
Door Jezus, de Christus, is ons geboden, de psychische tegenstrijdigheden, disharmonie, verkeerde houding, ook zonden genaamd, met Zijn kracht op te heffen. Indien wij hetzelfde of iets dergelijks niet meer doen, veranderen de tegenstrijdigheden, de disharmonie in ziel en lichaam, in harmonie. Harmonie in ziel en lichaam bewerkstelligt, dat kwalen en ziekten afnemen of helemaal verdwijnen.


De verheven tijd van het oerchristelijke
christendom. In Universeel Leven
stichtte Christus het wereldwijde gebeds-
en geloofsgenezingscentrum

In onze donkere tijd opende de hemel zich; het is de verheven tijd van het oerchristelijke christendom.
Christus, de zoon van God, de Verlosser van alle zielen en mensen, openbaart zich sinds ongeveer 20 jaren door Zijn profetes. Over de hele wereld kan Zijn woord via radio en televisie worden gehoord. Hij, de grote verlossende Geest, giet de gehele waarheid uit, zover ze met onze woorden kan worden weergegeven. Dat heeft Jezus beloofd, toen Hij als mens onder de mensen was. Hij sprak: Maar de trooster, de Heilige Geest, die Mijn Vader zal zenden in Mijn naam, zal jullie alles leren en jullie aan alles herinneren, wat Ik jullie heb gezegd.
Christus hield Zijn belofte. Juist in de donkerste tijd, waarin de mensheid geteisterd wordt door ziekten, ellende, hongersnood, allerlei soorten misdaden, catastrofen, oorlogen enzovoort, spreekt Hij, Christus, machtig in deze wereld, om ons mensen te helpen, onszelf te genezen en ons de boodschap van de liefde te verkondigen.
In Zijn wereldomvattende goddelijke werk, Universeel Leven, stichtte Hij het wereldwijde gebeds- en geloofsgenezingscentrum, om Zijn mensenkinderen via mensen, die ernaar streven, Zijn wil te doen, Zijn levens- en geneeskracht te laten toestromen.
Veel mensen is het bewust geworden, dat oerchristelijke geloofsgenezing, zoals Jezus het de Zijnen heeft opgedragen, een unieke kans is. Steeds meer mensen komen naar het wereldwijde gebeds- en geloofsgenezingscentrum van Jezus, de Christus, om zich voor Christus ontvankelijk te maken. Steeds meer mensen van dichtbij en veraf, van alle continenten, bellen de oerchristelijke geloofsgenezers op en vragen hen op een bepaalde tijd met hen te bidden, wat ook gedaan wordt. Velen hebben door de levende bron, de Heilige Geest, genezing van ziel en lichaam ervaren, want Christus is de innerlijke arts en genezer, de genezer van de ziel, die de zelfgenezende krachten van het fysieke lichaam activeert, zodat algehele genezing mogelijk is.
De genezingzoekende moet echter bereid zijn, het geloof in Jezus, de Christus, de innerlijke krachtbron, te ontwikkelen, deze dus tot stromen te brengen, doordat hij haat, afgunst, vijandschap, agressie, alles, wat de harmonie en daarmee de algehele genezing in de weg staat, in zijn wortel inziet, berouwt en bereinigt door de vraag om vergeving, de vergeving, het weer goedmaken - voor zover dit nog mogelijk is - en het niet-meer-doen. Daardoor wordt hij ontvankelijk voor de stroom van de genees- en levenskracht, de Geest Gods.
Hetzelfde wangedrag niet meer te doen, is beslissend; want Jezus zei tot hen, die door Hem werden genezen, toen Hij als mens onder de mensen verwijlde: Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer. Of in Zijn Bergrede: Daarom, wie Mijn woorden hoort en ze opvolgt, vergelijk Ik met een verstandige man, die zijn huis op een rots bouwde. Toen er een stortregen kwam en het water steeg en de wind waaide en tegen het huis beukte, stortte het toch niet in; want het was op een rots gegrondvest. En wie Mijn woorden hoort en ze niet opvolgt, lijkt op een dwaze man, die zijn huis op zand bouwde. Toen er een stortregen kwam en het water steeg en de wind tegen het huis beukte, stortte het in en zijn val was groot.


De krachtbron GOD vermag alles.
De vervulling van Zijn wil brengt
Zijn kracht tot stromen

De krachtbron GOD in ons vermag alles - als wij het willen en ons overgeven aan de in ons binnenstromende Godskracht, door de vervulling van Zijn wil, die we in de Tien Geboden van God en in de Bergrede van Jezus vinden.
God zal ons lichaam niet gezond maken of gezond houden, maar via onze ziel de zelfgenezende krachten van ons lichaam activeren, zodat deze hun functie kunnen vervullen, om het lichaam naar gezondheid te leiden. Ieder van ons draagt daartoe beduidend bij.
Het zou ons bewust moeten worden, dat al onze tegenstrijdige gedragingen een overeenkomstige uitwerking hebben in ziel en lichaam. Deze zal ons zolang belasten en kwellen, tot wij de ten grondslagliggende tegenstrijdigheid met de hulp van de verlosserskracht van de Christus Gods oplossen en zo de goddelijke energie tot werking laten komen. De activering van de genezende krachten heeft dan haar uitwerking, zowel in de afzonderlijke cellen, alsook in de celverbindingen, organen, zenuwen, klieren en in alle functies van het lichaam.
Ieder van ons bepaalt dus zelf de algehele genezing of totaal gezond zijn.


Erken je actieve oorzaken
aan je agitatie, aan je
lichamelijke gedrag en aan je ademhaling;
bereinig tijdig,
voordat het gevolg je treft

Steeds opnieuw wordt de vraag gesteld, of er tekenen zijn, die ons laten zien, wat wij hebben ingegeven, wat wij dus door ons voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen aan negatieve energie hebben gecreëerd, die ons dan beïnvloedt en de gevolgen op onze vastgelegde oorzaken doet plaatsvinden.
Wanneer ons een probleem, een gesprek of een situatie beweegt, reageert ons lichaam overeenkomstig via het zenuwstelsel. Haar bewegingsmechanisme stemt overeen met hetgeen zich achter onze gedachten en woorden bevindt, dus met hun inhoud. Ook onze ademhaling verandert. Ons ademen gaat parallel met onze opwinding. Onze adem wordt dan vlakker, het hart slaat eventueel sneller. Alles, wat zich in en aan ons verandert, is een vingerwijzing naar onze persoonlijke ingaven.
De inhoud van onze ingaven ervaren we, als we in het kader van ons zelfonderzoek - naar aanleiding van de uiterlijke vingerwijzing - onze gevoels-, gewaarwordings- en gedachtenwereld ondervragen. Bijv.: waarom gaat mijn adem nu sneller of stokt ze zelfs? Of: wat heb ik gedacht en gevoeld, toen ik zo-even een zucht slaakte? Niets gebeurt toevallig. De inhoud van onze gemoedsbewegingen komt overeen met onze ingaven.
Omdat elke dag aan iedereen een gedeelte van zijn ingaven openbaart, is ook de adem van ieder mens elke dag, ja in iedere situatie anders, al naargelang de toestand van de mens. Daarom kan worden gezegd: ieder mens heeft elke dag vanaf de geboorte tot aan de dood een ander ademritme.
Laten we ons het volgende bewust maken: elke dag spreken wij, ieder ogenblik denken wij. Met de handelwijze, die niet volgens Gods geboden is - bijv. afgunst, jaloezie, hebzucht, hartstocht of doordat wij valse getuigenis afleggen t.o.v. onze naaste - versterken en vergroten we onze ingaven. Dit worden geleidelijk aan complexen, waaraan zich dezelfde of soortgelijke complexen verbinden. Uit de veelheid van dezelfde of soortgelijke ingaven ontstaan zogenaamde complexverbindingen, die wij dan globaal als angst, zorgen, problemen, woede, agressie, hartstocht en dergelijke aanduiden. Deze complexen of complexverbindingen brengen het daarbij passende ademritme tot stand.
Wie door verkeerd denken en handelen - vaak ook op het werk - zijn lichaam door voortdurende korte ademhaling afmat, verhindert, dat het leven, dat onze adem is, ons fysieke lichaam in volle omvang kan doorstromen. Dat wil zeggen, dat wij blokkades scheppen in ons lichaam, omdat onze adem niet meer alle cellen, celverbindingen, organen en alle lichaamsfuncties met de passende noodzakelijke levenssubstanties kan verzorgen. Het gevolg is, dat gedeelten van ons lichaam op den duur daaronder te lijden hebben. Door de verzwakking van de lichaamsfuncties neemt het lichaam van buitenaf, van de omgeving, de overeenstemmende kiemen en ziekteverwekkers op; de zwakke organen infecteren zich daarmee en worden ziek. Deze ziekte ligt echter als ingave in onze genen, in onze celverbindingen en in onze ziel en via de ziel in de gesternten.
Elke dag hebben we de kans, een gedeelte van onze persoonlijke actieve input in te zien en onschadelijk te maken, door de weg in te slaan, die Jezus ons heeft geleerd en Christus momenteel weer leert. Hij luidt: Herken jezelf aan je agitatie, aan je lichaamshouding, aan je adem. Kijk in de emoties van je gemoed en vind daarin de wortel. En als je deze met Mijn kracht berouwt en bereinigt en hetzelfde of iets dergelijks niet meer doet, zal het kwaad, je ingaven, je niet treffen, omdat Ik in je ziel het slechte in het goede, dus in het positieve, verander. Dan is het kwaad, het tegenstrijdige, opgeheven.

Elke ziekte komt dus uit onze negatieve ingaven, via de instraling van planetenconstellaties, die in onze ziel de overeenstemmende componenten activeert. De ziel laat de actieve ingaven het lichaam binnenstromen. De vatbare delen van ons lichaam, die toch al nauwelijks met levenskracht worden verzorgd, worden ziek of nemen, verzwakt als ze zijn, overeenkomstige ziekteverwekkers van buiten op.
Zijn er in het lichaam tegenstrijdige ingaven actief, is het dus aangetast en zodoende ziek, dan is het mogelijk dat, al naargelang de ernst van de ziekte, deze autonoom kan zijn. De mens draait dan alleen nog om de wereld van zijn ziekzijn, om het symptomencomplex van zijn ziektebeeld. Door de pijn en de angst kan hij nu zijn gedachten en al hetgeen de ziekte hem wil meedelen, niet meer waarnemen. Daarom kan genezing van ziekte alleen een algehele genezing zijn, de genezing van ziel en lichaam.


Jezus legde de genezingzoekende
de handen op het hoofd en bad.
Hij sprak: »Je geloof heeft je
geholpen. Ga heen en zondig
voortaan niet meer.«
Op soortgelijke wijze werken
oerchristelijke geloofsgenezers

Jezus legde de zieke en lijdende mensen de handen op het hoofd en bad tot God, Zijn hemelse Vader, om bijstand en hulp voor de genezingzoekenden. Jezus was de krachtbron van de liefde, die op diegene werd overgebracht, die zijn leven wijdde aan het levende geloof, zijn wandaden dus berouwde en niet meer deed. Op deze wijze genas Jezus, de Christus, want Hij sprak tot de genezingzoekende: Je geloof heeft je geholpen. Ga heen en zondig voortaan niet meer.
Op soortgelijke wijze werken oerchristelijke geloofsgenezers. Mensen, die Jezus, de Christus, serieus navolgen - en er niet alleen over praten -, die dus Zijn leer stapsgewijs vervullen, die het leven in en met Christus als het ware in het dagelijks leven belichamen en zo tot een kanaal werden voor het stromende, genezende licht van de Christus Gods, houden hun handen boven het hoofd van de genezingzoekende en bidden tot Christus voor hun broeder, hun zuster. Door het gebed versterken de oerchristelijke geloofsgenezers de heil- en levenskracht in ziel en lichaam van de genezingzoekende. Is deze bereid om te doen, wat Jezus geboden heeft: Ga heen en zondig voortaan niet meer, dan stromen de genezende stromen in toenemende mate de ziel en het lichaam binnen. Dan kan de wil van de Heer geschieden, de algehele genezing door de innerlijke arts en genezer, Christus in ons.


Het verschil tussen
geestelijke genezers en oerchristelijke
geloofsgenezers

Veel mensen kennen het verschil niet tussen geestelijke genezers en oerchristelijke geloofsgenezers, daarom zij het volgende fundamentele gezegd.
In het eeuwige Zijn putten de wezens in God uit de ene kracht- en levensbron, die God, de alkracht, is. Wij zouden kunnen zeggen: God is in het reine Zijn de enige en centrale zender.
Wij mensen op aarde ontvangen weliswaar de kracht voor ons aardse bestaan, de instandhoudende levensenergie, eveneens van God; maar daarenboven putten wij slechts in die mate uit de goddelijke bron, al naargelang onze ziel doorlicht is. Een hogere doorlichtingsgraad van onze ziel verkrijgen we alleen door een op God en Zijn geboden afgestemd leven.
Met elke negatieve gedachte bijv. brengen wij een communicatie met een zender tot stand, die overeenkomt met onze gedachten. Daaruit volgt: wij mensen kunnen op een groot aantal zeer verschillende zenders afgestemd zijn; dienovereenkomstig kunnen wij ook uit zeer verschillende bronnen ontvangen.
Is het de Godsgeest, die een genezing van het lichaam bewerkstelligt, dan geschiedt dit alleen op de weg via de reiniging van de ziel, die niet tot stand komt zonder de medewerking van de genezingzoekende zelf, diens zelfinzicht en bereiniging van zijn zonden. Dat is de echte genezing, de algehele genezing, de genezing van de ziel en tengevolge daarvan de mogelijkheid tot genezing van het lichaam.
Daarbij helpt de oerchristelijke geloofsgenezer in zoverre hij, als broeder of zuster, de genezingzoekende door een onbaatzuchtig gebed terzijde staat. Zijn gebed bestaat als het ware uit de afstemming op de stroom van het heil, God, en de bede, dat Zijn wil moge geschieden.
Een algehele genezing kan ook zonder een oerchristelijke geloofsgenezer plaatsvinden, want de Christus-Gods-kracht, de innerlijke arts en genezer, is in ieder mens.
Stemt men zich niet af op de reine bron, God, dan kan het zijn, dat ook andere energieën werkzaam worden, die niet uit de goddelijke bron, de heelalzender, God, komen.
De genezingzoekende, die een geestelijke genezer opzoekt, zal zelden de zekerheid hebben, welke krachten uit welke bron werken. De mogelijkheid bestaat, dat het de Christus-Gods-kracht is. Een geestelijke genezer kan echter ook het instrument zijn van een gestorven vroegere geestelijke genezer, van een vroegere arts of het instrument van een vroegere geneeskundige van een niet-christelijke religie, bijv. een boeddhistische of hinduïstische geestelijke genezer; door een geestelijke genezer kunnen ook energetische krachten van zielen werken.

Iedere oerchristelijke geloofsgenezer, die van zichzelf zou zeggen, dat hij bijv. met de kracht van de Geest een mens heeft genezen, is een charlatan. En elke geestelijke genezer - ongeacht, waar hij de kracht vandaan haalt , die zegt, dat hij succes zou hebben met geestelijk genezen, is een charlatan. Jezus, de Christus, staat totaal buiten de vleierij over een succes.

Het zij nog eens met andere woorden gezegd: een oerchristelijke geloofsgenezer is niets anders dan een kanaal van Jezus, de Christus, die zelf genas, zoals Hij het later door Zijn apostelen en discipelen deed, overeenkomstig Zijn woorden: Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer.
De oerchristelijke geloofsgenezers werken dus volgens de leer van Jezus, de Christus. Zij ondersteunen met hun gebed de genezingzoekende, die zelf actief wordt, doordat hij zijn erkende wangedrag, zijn zonden dus, berouwt, bereinigt en niet meer doet.
Daardoor opent hij zich steeds meer voor de genees- en levenskracht, God, waardoor zijn ziel genezing verkrijgt, wat zich vervolgens ook in het lichaam positief kan uitwerken.
Er kan dus een groot verschil zijn tussen geestelijke genezers en oerchristelijke geloofsgenezers.


Wie zijn schaduwrijke bestaan,
zijn zonden, tenietdoet, bereikt
langzamerhand de zon,
Gods liefde, die geneest en helpt

Zo menigeen is van mening, dat er geen genezing door de Geest Gods bestaat; handoplegging en gebed zouden magie zijn of humbug. Wie deze mening huldigt, ontkent daarmee het bestaan van God.
God is liefde, kracht, licht en heil. God vermag alles - alleen wij mensen willen vaak niet. Wij mensen willen, dat ons geholpen wordt, zoals wij het willen, of dat we worden genezen, zoals wij het graag zouden hebben. God gedenkt echter op de eerste plaats de ziel, die onsterfelijk is, omdat het reine in de ziel Gods schepping is.
Wij mensen hebben de vrije wil, ons tot God, het licht en de genezing, te wenden - of zelf te bestemmen, door te willen, zoals God het nu eenmaal niet wil.
Een voorbeeld: wanneer een mens zich bewust en koppig in de schaduw ophoudt, ofschoon de zon schijnt en hem zou kunnen verwarmen en hij koppig roept: »Ik heb het koud! Ik ril van de kou!«, en anderen zeggen: »Kom dan in de zon«, hij echter meent, dat de zon naar hem toe moet komen - dan heeft hij het maar koud en verkleumt. De zon is onpersoonlijk. Zij schijnt en schijnt. Zij richt zich niet naar de weerbarstige persoon, die maar enkele stappen hoeft te doen om in de zon te staan.
Zo is het ook met ons mensen. Wij roepen naar God, vragen Hem om hulp, maar willen de oude zondaars blijven en ons schaduwbestaan niet opgeven. Het gebeurt vaak, dat wij God om hulp en genezing vragen en bedoelen daarmee, de zon, God, moest de schaduw, de zonde, versterken; Hij moet het doen zoals wij het willen. Doet God niet, zoals wij, die in de zonde volharden, het willen, dan twijfelen we aan de existentie van God.
God in Christus, onze Verlosser, is vóór alle mensen en zielen. Hij geeft en geeft, net zoals de zon. Wie zijn schaduwrijke bestaan, zijn zonden, die tot ziekte, leed, armoede en dergelijke hebben geleid, met de hulp van onze Verlosser, Christus, berouwt, bereinigt en niet meer doet, lost zijn schaduwbeelden op en komt gaandeweg bij de zon, bij Gods liefde, die geneest en helpt.
God in Christus geeft altijd, net zoals de zon. Wie zich naar de zon, naar Christus, begeeft, doordat hij naar Gods wil vraagt en Zijn wil stapsgewijs vervult, ervaart aan zichzelf het gevolg. Iedere genezingzoekende, die hulp en de algehele genezing verkrijgt - want God schenkt op de eerste plaats aandacht aan de ziel en dan pas aan het lichaam -, heeft resultaat, omdat hij zich heeft overgegeven aan de genezende stroom, Christus, en in Christus blijft, dus in de zon, omdat hij zijn schaduwen, zijn zonden, met Christus oplost.


In de oerchristelijke geloofsgenezing
krijgt de genezingzoekende toegang
tot gedachten- of beeldcomplexen,
die hem laten zien,
wat bereinigd moet worden

Een oerchristelijke geloofsgenezer, die zijn handen boven de genezingzoekende houdt en bidt, kan dus bewerkstelligen, dat de binnenstromende Christus-Gods-kracht in de genezingzoekende versterkt wordt, dat deze stiller wordt en zich overgeeft aan de genezende krachtbron, wat tot ontspanning en als het ware tot herademing leidt. Daardoor lossen gedeelten van blokkades op; de genezingzoekende begint rustiger en dieper te ademen en krijgt zo langzamerhand weer toegang tot zijn gedachten of zelfs tot beeldcomplexen, die hem laten zien, wat er te bereinigen is. Bereinigt hij de erkende zonde met de hulp van de Christus-Gods-kracht en doet het niet meer, dan kan stapsgewijs de algehele genezing tot stand komen, het lichter worden van de ziel en daardoor de genezing van het lichaam.
Een oerchristelijke geloofsgenezer is dus niets anders dan een kanaal, waardoor de Christus-Gods-kracht kan stromen en die door zijn gebed er mede toe bijdraagt, in de genezingzoekende de algehele genezing te bevorderen.


Een oefening, om aan onszelf
te merken, hoe onze gevoelens
en gedachten op onze ademhaling
inwerken

Wij mensen zoeken altijd naar bewijzen, of hetgeen gezegd wordt en geschreven staat, waar is. Op veelvuldige wijze laten de reacties van ons lichaam ons zien, dat ze reageren op de wereld van ons voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen. Als je wilt, onderzoek dan zelf eens aan de hand van een oefening, hoe je lichaam reageert.
Door zelfbeschouwing kun je bijv. vaststellen, hoe gevoelens en gedachten op je adem inwerken:
Leg beide handen op je borst en let op je adem. Observeer je adem, hoe hij komt en gaat. Menigeen zal al gauw merken, dat zijn adem vlak is, dat hij moeilijk kan doorademen. Dat toont een deel van een blokkade aan.
Leg nu beide handen op je buik en concentreer je weer op je adem. Kan deze je zonder grote inspanning helemaal doorstromen, of moet je je inspannen, om tot in de buikholte te ademen?

Onze adem moet zonder hindernis alle cellen, celverbindingen, alle organen, lichaamsdelen en alle lichaamsfuncties doorstromen. We merken al gauw, of er in ons blokkades zijn, als we een paar keer diep in- en uitademen. Bij het inademen zullen we vaststellen, dat onze adem het hele lichaam wil doorstromen en bij het uitademen schadelijke stoffen uit ons lichaam wil verwijderen.

Adem een paar keer in en uit. Adem zo lang mogelijk door de neus in. Vul je lichaam met adem. Adem nu langzaam door de mond uit. Adem zo lang mogelijk uit.
Doe dat nu enkele keren, waarbij je geen gedachten toelaat. Concentreer je helemaal op je adem.
En nu laat je het weer ademen, zoals de adem wil komen en gaan.


Het oplossen van gedeeltelijke of
hele blokkades volgt uitsluitend
door het oplossen van schuld.
Ademhaling en lichaamsreacties zijn
de barometer van ons voor en tegen

Na zo’n oefening merk je, hoe snel je vrij wordt van beklemmende gedachten, van zorgen, depressies en dergelijke. Dat houdt echter niet lang aan - de oude gedachtenpatronen komen weer terug. Waarom? We konden gedeeltelijke of hele blokkades, die de ademhaling vlak houden, door een doelgericht ademen slechts korte tijd verre van ons houden, echter niet opheffen.
Het oplossen van deze hindernissen komt uitsluitend tot stand, als we ons bewust worden van de leer van Jezus, die luidt: erken je fouten, berouw en bereinig ze en doe hetzelfde of iets dergelijks niet meer. Jezus drukte het oplossen van schuld ook anders uit, bijv. met de woorden: Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer. Daarmee bedoelde Hij het actieve geloof: wij moeten meewerken, door onze fouten in te zien, te berouwen en niet meer te doen. Want het waren en zijn geen andere mensen, die hun schuld aan ons overdroegen of overdragen - wijzelf zijn het. En wij kunnen vrij besluiten, weer afstand te nemen van deze belastingen.
Een oerchristelijke geloofsgenezer kan door het gebed en doordat hij biddend de handen boven het hoofd van de genezingzoekende houdt, mede ertoe bijdragen, dat zich in deze de Christus-Gods-kracht versterkt - natuurlijk alleen wanneer de genezingzoekende meedoet, als hij het wil -, want dan spreekt zijn ziel tot hem en deelt zich in het bovenbewustzijn mee. Daar ontwikkelen zich dan gedachten of beelden uit zijn verleden. Hij kan een deel van zijn ingaven zien, die in het lichaam tot een gedeeltelijke of hele blokkade hebben geleid. Dan is het de vraag, of de genezingzoekende met de hulp van de Geestkracht uit de eeuwige bron, GOD, de overeenstemmende episoden uit zijn verleden, zijn tegenstrijdige ingaven, berouwt, bereinigt en niet meer doet - of dat hij zijn verkeerde gedrag verder versterkt door dezelfde en soortgelijke gedachten en woorden of door hetzelfde voelen en willen. Onze ademhaling en onze lichaamsreacties zijn altijd de barometer van ons voor en tegen.


Positieve gevoelens en gedachten
kunnen onmiddellijk werken.
Het omzetten van hun inhoud
in het dagelijkse leven brengt blijvende genezing

Door middel van een andere oefening kun je jezelf bewijzen, hoe bijv. positieve, opbouwende gevoelens en gedachten op je lichaam inwerken.
Leg je rechterhand op een lichaamsdeel - je kunt zelf bepalen welk - en concentreer je daarop. Zend positieve, opbouwende gedachten, gedachten van harmonie en liefde, naar dit lichaamsdeel. Je zult al gauw merken, dat er energie stroomt naar dat deel van je lichaam, waarnaar je positief denkt. Je voelt je beter, je wordt rustiger. Stel je het orgaan of het lichaamsdeel, waarop je rechterhand ligt, beeldend voor en breng er met je gedachten levenskracht en gezondheid naar toe. Jijzelf moet de ervaring opdoen, hoe positieve gedachten direct kunnen werken. Als we dan het positieve, dat we onze zwakke of zieke lichaamsdelen hebben toegedacht, ook in het dagelijkse leven omzetten, bijv. in het gezin, in de kennissen- of vriendenkring of op het werk, dan beleven we, dat het ons van dag tot dag beter gaat. Ook hier is dus onze medewerking gevraagd, opdat hetgeen wij gedacht en gewenst hebben zich manifesteert en blijvend gerealiseerd wordt.
Natuurlijk moeten we geduld hebben. Een lange tijd onderhouden zonde, die tot onpasselijkheid of zelfs tot ziekte heeft geleid, laat zich niet zomaar van vandaag op morgen uitwissen. We moeten ons wangedrag nog een tijdlang waarnemen, tot we genegen zijn er helemaal afstand van te nemen. Er is dus geduld aangezegd.


De liefde tot God is de
juiste liefde tot onze naaste
en tot ons lichaam

Je zult misschien denken: waarom moet ik mijn organen liefhebben? Is dat geen eigenliefde?
Alles, ook elke cel, draagt in de oerbasis het Goddelijke, de liefde, want God, de liefde, is alomtegenwoordig. Daarom wordt alles door God bemind. Ook ieder van ons mensen wordt door God bemind. God houdt natuurlijk niet van het tegenstrijdige van de mens. Hij, God, straalt ons voortdurend Zijn liefde toe.
Alles en iedereen verlangt naar liefde. Iedere cel, alle lichaamsfuncties en -sappen verlangen naar liefde. Liefde is het evenwichtige Zijn, het is harmonie.
We behoren ons lichaam niet te verwaarlozen, maar het datgene aan voedsel geven, wat het nodig heeft. Opdat het een uitgebalanceerde voeding goed kan ontleden en verdelen, heeft het een evenwichtig zenuwstelsel nodig, dus harmonie. Het heeft weinig zin, het lichaam een goed bekomende voeding te geven en tegelijk anderen hatelijkheden, afgunst, vijandigheid, dus alles wat liefdeloos is, toe te denken. Enerzijds is het mogelijk, dat de zogenaamde anderen het een en ander opvangen van onze negatieve gedachtenenergieën; dat doen ze, als zij zich op onze golflengte bevinden. Anderzijds geldt: alles, wat van ons uitgaat, komt weer tot ons terug. Onze liefdeloosheid veroorzaakt dan in ons het gebrek aan liefde, dus disharmonie.
Ons gedrag wordt mettertijd tot het gedrag van ons lichaam, van de cellen en celverbindingen, de klieren, hormonen, de zenuwen, de lichaamssappen en bloedvaten, de botsubstantie en andere bouwstenen van ons lichaam. Daaruit ontstaan ziekten en verkeerde reacties van ons lichaam, die eventueel tot ongevallen, noodlottigheden en dergelijke kunnen leiden. De liefde tot God is de juiste liefde tot onze naaste en tot ons lichaam.
Als wij ons dagelijks voornemen, onszelf te openen voor het machtige binnenstromen van de al-wijsheid en de al-liefde, dan nodigen we de krachten van de liefde uit. In de mate, waarin we ons voor de kracht van de Gods- en naastenliefde openen, trekt deze door ons lichaam. We zullen al gauw merken, dat het ons van dag tot dag lichter te moede wordt, dat het lijden vermindert, klachten verdwijnen. En als de ziel lichter wordt, werken de zelfgenezende krachten in het hele lichaam.


Elke gedachte streeft
naar verwezenlijking en manifesteert zich
in ons lichaam

Uit deze oefeningen kun je ook opmaken, hoe tegenstrijdige gedachten en verkeerd gedrag kunnen werken.
Positief denken is godbewust denken overeenkomstig de Tien Geboden van God en de Bergrede van Jezus. Daaruit ontstaat de activering van het geloof en een dynamisch leven in de wetenschap, dat de afstemming op de grote, machtige krachtbron, GOD, in ons is.
Wie deze oefeningen altijd en steeds opnieuw doet, zal spoedig ondervinden, dat elke gedachte naar verwezenlijking streeft en zich geleidelijk in ons lichaam personifieert, dus manifesteert. Dat wil niet zeggen, dat wij van medische hulp en medicamenten afstand moeten nemen. Hiermee is aangetoond, dat alleen de psychische genezing de algehele genezing tot stand kan brengen, de genezing van ziel en lichaam.
Neem wat betreft de oerchristelijke genezing het besef mee: de Geest Gods geneest.
Sterk jezelf met de kracht van de bevestiging »ik ben gezond«, met de kracht van de vitaliteit. Dan krijg je een beter humeur. Er komt optimisme in je lichaam, dat de bloedstroom en de lichaamssappen harmoniseert. De evenwichtigheid, de harmonie van ziel en lichaam draagt ertoe bij, dat de genezingzoekende een kanaal wordt voor de algehele genezing, voor de genezende stroom, welke de Geest Gods is.


Door onze ingaven zijn wij
ontvankelijk voor invloeden van negatieve
vreemde energieën.
Richten we ons op God, dan vermag Hij,
het leven, de orde in ons lichaam
te herstellen

We zouden ons elke dag ’s morgens bewust moeten maken:
elke negatieve handeling verzwakt. Ze verlamt toenemend onze lichaamsfuncties en maakt mettertijd ziek. Positieve, lichte gedachten zijn krachtgevend en bewerken dat we gezond blijven of gezond worden.

Wat wij dus in gedachten, woorden en daden zaaien, zullen we vroeg of laat in en aan ons lichaam oogsten. Overeenkomstig onze handelwijzen, die onze ingaven zijn, dus de componenten van ons voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen, overeenkomstig onze zinnelijkheid en hartstochtelijke wensen, kunnen we echter ook door zulke of soortgelijke complexen worden beïnvloed, als wij deze golflengte uitstralen. Ieder van ons is dus meer of minder ontvankelijk voor vreemde gedachten- en wilsinvloeden, evenals voor geloofsimpulsen, die ook op de ziel kunnen inwerken.
Hoe vaak horen we niet: ieder mens is een individu. Dat is juist, omdat ieder van ons in zijn persoonlijke gevoels- en gedachtenwereld leeft, die hem vaak, vooral met betrekking tot zijn naaste, naar buiten afgrenst, door zijn gedrag zoals bijv. afgunst, afwijzing, verwachtingshouding enz. En toch zijn wij, ieder voor zich, in onze zielenbasis één met de ander, omdat God, de grote liefde, de eenheid is en wij in Hem de eenheid vormen.

Ieder mens wordt ’s ochtends bij het ontwaken in zijn dag geplaatst, die zijn persoonlijke dag is. Elke dag brengt ieder van ons een deel van zijn tegenstrijdige ingaven, die inwerken op zijn adem, op zijn zenuwstelsel en op zijn lichaam.
Elke dag zouden we ons voor ogen moeten houden: de inzet van tegenstrijdig voelen en denken - bijv. in samenhang met haat, afgunst, vijandschap, strijd, zinnelijke wensen tot overdreven seksualiteit toe - is geen zinvolle energie-inzet. Uiteindelijk brengen we daardoor ons lichamelijke energiepotentieel omlaag, waardoor overeenkomstige disharmoniën in het lichaam ontstaan. Zij leiden altijd tot wantoestanden, tot leed en ziekten.
Het verminderen van de lichaamsenergie leidt geleidelijk tot energiehonger van ons fysieke lichaam. Het signaleert ons gebrek aan Gods- en naastenliefde. De cellen hongeren naar de Godsliefde. Door ons gedrag hebben we hen de toevoer van liefde onttrokken en ons fysieke lichaam in een toestand van energie-armoede gebracht. Zo scheppen we ook de basis voor de beïnvloeding door vreemde gedachten, die eventueel versterken hetgeen aan oorzaken in ons lichaam werkzaam is.

Vreemde gedachten kunnen dus in ons gelijksoortige gedachten oproepen, waardoor bijv. angst, maar ook een beginnende ziekte of de inwerking van virussen en bacteriën, wordt versterkt. Volgens het principe »het gelijke trekt het gelijke aan« werkt angst op angst in en versterkt deze, evenals zwakte op zwakte; klagen over ziek-zijn versterkt de ziekte. Onze eigen oorzaken, die berusten op zenden en ontvangen, kunnen door vreemde gedachten worden versterkt, zodat wij tengevolge van deze telepathische beïnvloeding gedachten hebben en dingen doen, die wel in onze ingaven liggen, die wij echter door negatieve vreemde energieën op telepathische wijze laten versterken.

Voorheen werd gezegd: »Ieder van ons is min of meer ontvankelijk voor vreemde gedachten- en wilsinvloeden, ook geloofsimpulsen ...« Hoe kunnen we de inwerking door vreemde energieën tegenwerken?
Laten we bedenken: het licht van God is sterker dan de duisternis. Het goede zal het altijd van het slechte, al-te-menselijke, winnen - het komt alleen op ons aan, of wij het daartoe de mogelijkheid geven, doordat wij ons naar het licht, God in Christus, onze Verlosser, de Eniggoede, toewenden.
Net zoals het tegenstrijdige gedrag de overeenkomstige uitwerkingen oproept, werkt ook het positieve - maar dan nog veel sterker. Het straalt in de ziel en straalt door de ziel in het lichaam.
Er staat inhoudelijk geschreven: wie met een eerlijke stap, een stap vanuit het hart, op Christus toegaat, diegene komt Hij, Christus, meerdere stappen tegemoet. Of het nu gedachten, woorden of handelingen zijn - alles, wat waarachtig positief is, is Godbewust; het stemt in zijn inhoud overeen met de Tien Geboden van God en de Bergrede van Jezus. Geven we ons aan God over in vertrouwen op Hem en bevestigen we steeds meer het goede, zoals bijv. gezondheid, vrede, eenheid en kracht, dan zullen we ook onze handelwijze in overeenstemming brengen met de wil van God.
Het goede is God en God is het leven, het krachtveld, dat in ons lichaam de orde vermag te herstellen, zodat de heilgolven, de levenskrachten, de ziel kunnen doorstomen en het lichaam kunnen genezen.


Goede gedachten versterken
in onze medemensen hetzelfde
of iets dergelijks. Wij zijn voor
elke gedachte, voor haar gevolg
en uitwerking verantwoordelijk.
Oerchristelijke geloofsgenezing is
het overbrengen van liefdevolle gedachten

Wij kunnen er ook aanzienlijk toe bijdragen, dat onze zieke medemensen de goddelijke heilgolven ervaren. Het onbaatzuchtige gebed, het daadgebed, waarvan de biddende zelf de inhoud in het dagelijks leven vervult, kan in degene, voor wie hij bidt, verzachting of zelfs genezing tot stand brengen. Elke onbaatzuchtige, liefdevolle gedachte, die van ons uitgaat, bewerkstelligt in anderen hetzelfde of iets dergelijks. Dat zijn werkelijk zegenrijke krachten, die mensen met dezelfde vibratie verbinden.
Hier wil ik graag herinneren aan het heilgebed van de oerchristenen. Elke dinsdagavond om 19.30 u. bidden oerchristenen voor de hartewensen van hun medemensen.
Steeds meer naar God toestrevende mensen sluiten zich aan bij het heilgebed. Wie zich in deze gebedsstroom wil inschakelen en tevens stapsgewijs vervult, wat Jezus op het einde van Zijn Bergrede zei: Wie Mijn leer hoort en haar vervult, is als een verstandig man, die zijn huis op een rots bouwde, ontvangt de heilkrachten van de Christus Gods en kan psychisch en fysiek gezond worden.

Christenen van de daad vervullen ook de woorden van Jezus: Waar twee of drie in Mijn naam verzameld zijn, daar Ben Ik in hun midden.
God is liefde. Liefde verbindt. Liefde verenigt. Liefde geneest. Liefde is gezondheid.
Gods liefde is de alomtegenwoordige kracht, is de wet van de hemelen. De wet Gods, de liefde, is in ons. Jezus kondigde ons het rijk Gods aan, dat inwendig in ons is. Een waarlijk liefdevolle gedachte, een gedachte, die uit het rijk van het innerlijk stroomt, helpt, geneest, troost en lost ieder probleem op. Oerchristelijke geloofsgenezing is uiteindelijk niets anders dan de overdracht van liefdevolle gedachten, gedachten, die de Geest Gods in zich dragen, Zijn wil, want Christus is de innerlijke arts en genezer, de helper in ons. Oerchristelijke geloofsgenezing betekent geloofsimpulsen te zetten, zich in Christus verbonden te weten in het bewustzijn: Christus is het middelpunt van ons leven. Hij verzacht, geneest, helpt en ontspant.

Steeds opnieuw moeten we er ons bewust van zijn, dat ons denken, voelen, gewaarworden en willen, maar ook onze woorden en handelingen, doorslaggevend zijn. Of we wenden ons daarmee tot Christus of van Hem af. Alle gedragingen van ieder mens afzonderlijk gaan als beelden zijn boven- en onderbewustzijn binnen en door steeds weer hetzelfde of soortgelijks te denken in zijn organen, in alle cellen en celverbindingen, in de bloedstroom, in zenuwen en botten, in klieren en hormonen. We geven onze gedachtenbeelden door aan elke bouwsteen van ons lichaam. We kunnen ze ook gevoelservarings- en woordbeelden noemen. In de mate, waarin wij onze beeld-engrammen aan ons lichaam doorgeven, worden zij door onze ziel en via haar door de geheugenplaneten van de kosmos opgenomen.
De beeld-engrammen van onze angsten geven wij dus aan ons organisme door. Ook zorgen, problemen en hartstochten, alles, wat van ons uitgaat, gaat weer in ons, de cellenmens, binnen. Wijzelf verzwakken ons organisme en bereiden het zo voor op noodlottige gebeurtenissen, ongelukken of een ziekte, al naargelang, met welke beeld-engrammen wij onze cellen »belichten«, dus overschaduwen.
Er kan niet vaak genoeg op gewezen worden, dat elke goddelijk-liefdevolle gedachte ontspant, geneest en helpt, dat echter ook elke tegenstrijdige gedachte, waarmee we angsten, zorgen, moedeloosheid, mismoedigheid, ziekte en zo meer opbouwen, ziek maakt, zorgen vergroot, tot tegenslag, depressies, tot falen enzovoort leidt, want iedere gedachte is een energie-impuls van negatieve of positieve aard, die tot verwezenlijking dringt.

Wat de mens denkt, dat wordt hij.
Wij zijn voor al onze gedachten, voor hun gevolg en uitwerking - ook in anderen - verantwoordelijk. Gedachten van afgunst, haat, jaloezie, gedachten van schuldtoewijzing ten opzichte van anderen, stemmen niet overeen met de goddelijke orde, onze ware natuur; daarom zijn het ziekelijke gedachten. Ze veroorzaken de overeenskomstige atmosfeer voor ziekten. Uit gedachten van boosheid, van haat, van afgunst kan echter ook de kiem tot misdaden ontstaan.
Via telepathie kunnen we zowel positieve alsook negatieve gedachten, dus gedachtenbeelden, overbrengen, wanneer we ze op anderen richten. Dit gebeurt ook, wanneer het niet onze bedoeling is en het ons helemaal niet bewust is.
Zoals reeds vermeld, kunnen goede gedachten, dus goddelijk-liefdevolle gedachten, die van ons uitgaan, een hulp zijn voor onze medemensen en hen tot positief denken aanzetten. Gedachten van haat, van afgunst, van vijandschap daarentegen zijn eveneens gedachtenbeelden, die wij aan die mensen kunnen doorgeven, die hetzelfde of iets dergelijks actief in zich dragen. Wij kunnen dus in onze medemensen ook het tegenstrijdige versterken en zelfs teweegbrengen. Het gevolg is, dat wij dan aan hetgeen wij mede hebben veroorzaakt, ook medeschuldig zijn. Volgens de wet van zaad en oogst zijn we nu aan deze mensen gebonden.


De oerchristelijke geloofsgenezer
wil met de genezingzoekende
een innerlijke gemeenschap in Christus
vormen

Oerchristelijke geloofsgenezing stelt dus voorop, dat de genezingzoekende meedoet, door na te volgen, wat Jezus de genezingzoekenden van destijds zei: Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer.
Iedere lijdende of zieke mens wordt uitgenodigd mee te doen, opdat de algehele genezing kan volgen. Ook Jezus, de Christus, vergde medewerking bij het genezen. Tot de genezingzoekende zei hij inhoudelijk: denk je, dat Ik het zonder jouw medewerking kan? Of: Je geloof heeft je geholpen; ga heen en zondig voortaan niet meer. - Voor een algehele genezing is het dus nodig, dat de genezingzoekende actief wordt.
Toen Jezus tegen de genezingzoekenden zei: Je zonden zijn je vergeven, wilde Hij hen duidelijk maken, dat door de bereiniging van de erkende zonden en door het niet-meer-doen van de zonde het lichaam in een toestand komt van gezond worden of gezond zijn.
Wie in deze zin om algehele genezing vraagt en een oerchristelijke geloofsgenezer opzoekt, zou moeten weten, dat de oerchristelijke geloofsgenezer met de genezingzoekende een innerlijke gemeenschap in Christus wil vormen, want waar er twee of drie in de naam van de Christus Gods verenigd zijn en om de genezende krachten vragen, versterken ze samen het genezende, goddelijke krachtveld in de genezingzoekende. Twee zijn er dus in de naam van Jezus, de Christus, verenigd. En waar er twee in Zijn naam verbonden, dus één zijn, werkt de Geest Gods.


De uitspraak van de balk
en de splinter. Aan een uitwerking
is iedere betrokkene medeschuldig.
Jezus leerde, elkaar wederkering te vergeven,
opdat Hij in ons vermag te werken

Een andere wetmatigheid, die Jezus, de Christus, ons leerde, geldt voor alle mensen - natuurlijk ook en op bijzondere wijze bij de algehele genezing. Jezus leerde ons: Waarom zie je de splinter in het oog van je broer, maar de balk in je eigen oog merk je niet? Hoe kun je tegen je broeder zeggen: laat mij de splinter uit je oog trekken - terwijl zich in je eigen oog een balk bevindt? Trek eerst de balk uit je eigen oog, dan kun je proberen, de splinter uit het oog van je broeder te trekken.

Christus kan ons dus alleen helpen en ons Zijn genezende kracht laten toestromen, als we de ander niet de schuld geven van ons lot. Het heeft weinig nut om Christus te vragen, ons te genezen, als wij onze medemensen niet om vergeving vragen en al diegenen vergeven, die zich aan ons hebben schuldig gemaakt.
De gerechtigheid van God is niet eenzijdig. In de uitspraak van de balk en de splinter zien we, dat niet slechts één de schuldige is, maar dat aan een uitwerking elke betrokkene een deel van de schuld draagt. Jezus leerde ons, ons wederkering te vergeven, om één met Hem te worden, opdat Hij in ons vermag te werken.

Eén te worden met Christus betekent ook één te zijn met onze naaste. Dat is geen geloofsvoorstelling of een ceremoniële handeling, maar een krachtbron. Daaruit laat zich ook de genezing door het geloof afleiden.
Oerchristelijke geloofsgenezing betekent, stapsgewijs de wil van God te doen. Oerchristelijke geloofsgenezing berust dus niet op wensgedachten, die twijfel in zich dragen. Oerchristelijke geloofsgenezing is de bevestiging en de vervulling van goddelijke wetmatigheden, het waarmaken van hetgeen Jezus ons inhoudelijk zei; je geloof heeft je geholpen, ga heen, wees bereid en neem je voor, voortaan niet meer te zondigen.


Gezondheid is door God gewild.
Ziekte is de onderbreking
van de verbinding met het goddelijke
krachtveld in de ziel en
in iedere cel van de mens

Ieder van ons is drager van de goddelijke krachtbron van gezondheid en geluk. De liefde van God draagt alle mensen en zielen in het hart, de grote, eeuwige oceaan van de liefde, waaruit geluk, gezondheid, harmonie en vrede ons toestromen. Wij hebben ons van God, de liefde, afgewend, hebben onze ziel verduisterd, zodat ons lichaam dorst naar de stroom van de liefde, het water des levens. Bewegen wij ons langere tijd, misschien zelfs incarnaties lang op de droge oever, drinken we dus zelden uit de oerbron van het eeuwige Zijn, van onze oorsprong, van de liefde, goedheid en barmhartigheid, dan zijn we als het ware uitgedroogd. Het lichaam lijdt en wordt ziek.

God is altijd gevend, net als onze zon, die altijd schijnt. Wenden we ons tot God, zoals een deel van de aarde zich naar de zon keert, dan ontvangen we het genezende licht, de liefhebbende kracht, die verwarmt en gelukkig maakt. Wenden we ons van de innerlijke zon af, dan leiden we een beklemmend en verlammend schaduwrijk bestaan.
Gezondheid is door God gewild. Ziekte is het resultaat van verkeerd denken en verkeerd gedrag.
Ziekte is dus de onderbreking van de verbinding met het goddelijke krachtveld, dat in de ziel en in elke cel van de mens is. De aardse dagen zijn ons gegeven, opdat we de door ons verzwakte of zelfs onderbroken verbinding met het goddelijke krachtveld weer herstellen, wat inhoudt, dat we de dagen en de uren dienen te benutten, om ons verkeerde gedrag in te zien en met het innerlijke vuur, met de liefde tot Christus, te berouwen, te bereinigen en niet meer te doen. Dan werkt de Geest, God, omdat de goddelijke stromen, het licht, door onze ziel in ons lichaam kunnen stromen.
Hoe vaker wij ons openen voor het binnenstromen van de grote liefde, de kracht Gods, des te voelbaarder zullen zwakte, leed en ziekte afnemen.
Oerchristelijke geloofsgenezing is dus de weg naar de algehele genezing.


Wij zelf hebben schuld aan ons lijden.
De wet Gods bevat niets slechts. Als we orde
scheppen in onze »tempel«, wordt de ziel
stralender, het lichaam lichter,
ons wezen zonniger

God eist niets van ons. In de Tien Geboden vraagt God ons met de woorden »je zult«, wij moeten ons hart voor Hem openen en bereid zijn, de overvloed, die het leven, God, is, te ontvangen.
De herhalingen in dit boekje zullen ons steeds weer in herinnering brengen, dat niet onze medemensen schuldig zijn aan ons leed en ons lijden, maar wijzelf de schuldigen zijn, want wij hebben door ons verkeerde denken en handelen wanorde gebracht in ons lichaam en zodoende de stroom van het heil afgebonden. Nog eenmaal zij gezegd: ziekte, armoede, noodlot en dergelijke komen niet van God en ook niet van »anderen«, maar uit onszelf, omdat wijzelf hetgeen daartoe leidde hebben ingegeven. Wij hebben ons van de oceaan van het leven verwijderd en ons op het droge begeven.
In het onderricht door de Godsgeest en ook in de leer en in de bloemrijke woorden van Jezus worden we steeds weer op onszelf gewezen. Bijv. met de uitspraak: Jij bent de tempel Gods en God woont in jou.
Verwoesten we onze kerk, onze tempel, dan beleven we de wanorde in de tempel. Voor ons, voor ieder afzonderlijk, betekent dat, dat wij het zijn, die de wanorde hebben geschapen en wij het ook zijn, die de orde weer moeten herstellen door de vervulling van de wetmatigheden, die God ons door Mozes gaf, de Tien Geboden en Jezus, de Christus, in Zijn Bergrede. Ieder van ons is geroepen in het eigen huis, in zijn kerk, de tempel, zelf orde te scheppen, want wijzelf hebben ons huis verwoest.

De wet Gods bevat geen enkele ziekte. God heeft in Zijn wet van de liefde geen virussen en besmettelijke ziekten, noch kwaads of slechts. God is niet slecht - God is goed. Het kwade komt van ons; het is tenslotte het boosaardige, het tegenstrijdige, het tegen onze medemensen gerichte, dat zich weer tegen onszelf richt. Het tegenstrijdige wordt ook als zonde aangeduid. Zodoende kan worden gezegd: ziekte is zonde, is scheiding van God. Opheffing van zonde betekent, zich tot God, de goede, de eeuwige oceaan, te wenden en orde te scheppen in de tempel, zodat het water van het heil kan stromen.
Verdwijnen de zonden, dan wordt onze ziel stralender; ons lichaam wordt lichter en ons wezen zonniger.

Jezus leerde ons ook de gelijkenis van het mosterdzaadje: als ons geloof zo groot zou zijn als een mosterdzaadje, zouden we bergen kunnen verzetten. Welk geloof wordt er bedoeld? De geestelijke kracht, waarvoor niets onmogelijk is, komt alleen tot stromen door het doen van wat Jezus ons leerde. Nodig is dus het levende geloof in de Gods- en naastenliefde. Levend geloven wil zeggen: hetgeen ons dagelijks aan onszelf aan zondigheid, aan fouten, bewust wordt, te berouwen, te bereinigen en niet meer te doen.
Dan worden de bergen, die zich voor het licht Gods ophopen, met Zijn kracht overwonnen.


Het woord »ongeneeslijk« sluit
de hoop uit. Angst en wanhoop
verminderen de psychische en
lichamelijke energie; hoop en
vertrouwen laten levenskracht ontstaan

Wie door het levende geloof, het daadgeloof, het leven in de Geest Gods heeft gevonden, zal het woord »ongeneeslijk« niet meer gebruiken, omdat hij weet, dat door het levende geloof en het daaruit groeiende vertrouwen in Christus, de heilbron, die in hem is, HIJ, Christus, alles vermag.
Wanneer zo menig specialist met zijn geneeskunst aan het eind van zijn Latijn is, wordt vaak het woord »ongeneeslijk« gebruikt. Maar in God bestaat er niets ongeneeslijks, want God is altijd gevend, steeds helpend en genezend. God, het leven, gedenkt echter eerst de ziel, het onsterfelijke lichaam, en dan het sterfelijke omhulsel, de mens. Wie kan weten en wie zal zeggen, of er bij deze of gene ziekte geen hoop meer bestaat? Als de kracht van de Geest actief kan worden, omdat we ons leven aan God overgeven en op God bouwen, dan moet ons echter ook bewust zijn, dat God, het licht, eerst de ziel gedenkt. Is de gezondheid van het lichaam het welzijn voor de ziel, dan kan het lichaam genezen.

Wie het woord »ongeneeslijk« nader beschouwt, dus voelt, wat het in werkelijkheid uitdrukt, bespeurt beslist, dat dit woord de hoop uitsluit. Wordt de hoop opgegeven, dan kan er niets gedijen. In degene, die zich aan het woord »ongeneeslijk« bindt, verdwijnen hoop, geloof en vetrouwen; in zijn gedachten is hij steeds meer bezig met zijn ziektebeeld en de wanhoop, waardoor hij de angst vergroot en daarmee de mogelijkheid schept, dat de ziekte zich steeds meer kan uitbreiden. Met dit en een dergelijk gedrag heeft zo menigeen zijn vroegtijdige dood naar zich toegehaald.
Door angst en wanhoop vermindert de mens zijn psychische en lichamelijke energie. Hoop en vertrouwen daarentegen laten levenskracht ontstaan.
Geen mens is aan zijn ziekte of andere ongemakken onontkoombaar overgeleverd. Niemand van ons is een »hopeloos geval«, dat bepaald wordt door machten, die wij niet kunnen afschudden. Wijzelf bepalen ons leven, of we ons lichaam in orde houden door positief, door God gewild denken en gezond blijven - of dat we ons lichaam in wanorde brengen en daardoor lijden. Ziekte is dus altijd een symptoom van innerlijke disharmonie. Gezondheid is het gevolg van harmonie - van harmonie in onszelf en van harmonie en vrede met onze naasten en vooral met de Eeuwige, die in ons woont.
Ik herhaal: wij hebben de gewoonte, God of onze medemensen aan te klagen, als wij lijden of ziek zijn. Uiteindelijk zouden wij onszelf moeten aanklagen. Wij hebben het euvel, waaraan wij lijden, zelf teweeggebracht. Wie in het juiste daadgeloof in de hoogste macht leeft, put uit de eeuwig-oneindige bron hoop en kracht. Daaruit ontwikkelt zich de sensibiliteit voor goed en kwaad, het duidelijke inzicht, of ons gedrag positief is of tegenstrijdig. Dan kan de mens dienovereenkomstig zijn koers veranderen en stromen hem uit de bron van eeuwig positieve kracht gezondheid, Godsvertrouwen en sterkte toe.

Een mens, die uit de bron van het leven put, uit de nooit opdrogende bron, God, is grotendeels immuun voor angsten, noodlottigheden en verschillende nare omstandigheden en dingen, die in onze wereld als onvermijdelijk voor lief worden genomen.


Medicamenten, medische therapieën
en uitgebalanceerde voeding alleen
zijn niet alles. De instelling tot het
leven behoort evenwichtig te zijn

Velen stellen steeds weer de vraag: als de Geest Gods direct kan genezen, moet men dan überhaupt nog medicamenten innemen en therapieën aanwenden? We moeten altijd uitgaan van het actieve, levende geloof, want Jezus zei: Je geloof heeft je geholpen. - Niet: laat de medicamenten en therapieën achterwege en geloof.
Ik herhaal: het juiste geloof in God is altijd het daadgeloof, de dagelijkse stapsgewijze vervulling van de geboden van God en de Bergrede van Jezus. Het passieve geloof, waarop geen rechtmatige, dus goddelijke daden, volgen, is als het ware een dood geloof. Het wekt ons niet op tot leven, want leven is actie, ook het leven in de Geest Gods.
Elke tegenstrijdige houding staat in tegenspraak met het actieve geloof in God. Ze onttrekt het lichaam voortdurend levenskracht. Negatieve gedachten dus, die zo nu en dan ook onze omgeving kenmerken en ons beïnvloeden, zijn storende factoren, die onze celverbindingen niet uitnodigen, positieve levenskrachten te ontwikkelen. Ook ons immuunsysteem is dikwijls verzwakt door ons wangedrag. Ook daardoor wordt de levenskracht gereduceerd; de organen worden in hun prestatievermogen geremd en de zelfgenezende krachten worden grotendeels passief.
Steeds, als wij bijvoorbeeld angst hebben, zou het ons bewust moeten worden, dat de angst elke gezonde bezigheid in het lichaam kan verlammen. Alle verkeerde neigingen zoals winstbejag, jaloezie, gierigheid en ook begeerten werken verzwakkend op het lichaam.
Omdat wij jaren, tientallen jaren verkeerd hebben gedacht en zodoende ook dienovereenkomstig hebben geleefd, zijn we aangewezen op de indirecte genezing van het lichaam door medicamenten en therapieën. Belangrijk is echter, hoe wij tot deze medicamenten en therapieën staan. Vaak gedragen wij ons ten opzichte van de uiterlijke geneesmiddelen hetzelfde als onze gedachten zijn. Staan we in het levende, actieve geloof, wat in ons de stroom van hoop en vertrouwen tot stand brengt en sluiten we de medicamenten en therapieën erbij in, die daardoor - omdat alles op trilling berust - door die trilling worden verheven, dan kan een directe genezing volgen. De genezing door de Geest Gods is toch de directe genezing, de algehele genezing, de reiniging van ziel en lichaam. Dat is algehele genezing, die uit het actieve geloof, het vertrouwen en de hoop voortvloeit.
Veel mensen, ook zij die in God geloven, hechten grote waarde aan de voeding. Het is belangrijk, dat wij ons lichaam met de nodige vitaminen, sporenelementen en al hetgeen goed en heilzaam is, verzorgen. Voeding alleen is echter niet alles. We kunnen ons nog zo goed voeden en toch worden we ziek. Waarom? Omdat de instelling tot het leven, tenslotte ook tot ons lichaam, niet harmonisch is.
Het leven is God en God is positief, is liefde, harmonie, vrede en innerlijk geluk, dus evenwichtigheid. Ontkennen we de gezondheid door in het onvermijdelijke van de ziekte te geloven, of door angst voor de ziekte, dan zeggen we ook nee tegen de bron van alle kracht, tegen God. Hoe kan God werkzaam worden, wanneer wij Hem, die het goede is, de gezondheid, de levensvreugde en het geluk, ontkennen?


Door zelfbeschouwing en vragen naar
het waarom van ons denken en
handelen, krijgen we inzicht in
onze ware bedoelingen en motieven,
in hetgeen aan schaduwen in onze
ziel en in ons onderbewustzijn ligt

Zo menigeen hecht zeer grote waarde aan zijn gezondheidstoestand. Gaat het in zoverre goed met ons, dan denken we, dat lichamelijk alles in orde is. Zelden vragen we ons af, of ook psychisch alles in orde is.
We kunnen alleen inzicht krijgen in onze ziel en vooral in ons onderbewustzijn, als we bij ons denken en handelen vragen naar het waarom, door onszelf te observeren, om er achter te komen, wat achter onze handelwijze ligt.
Onze dagelijkse belevenissen bieden daartoe veel gelegenheid: bijv. wanneer we mooie en inhoudsrijke gesprekken voeren, om overtuigend op de ander in te werken. Als we dus met geslepen uitdrukkingen onze hele overredingskracht inzetten, zouden we ons moeten afvragen: wat willen of wat verwachten wij van onze medemens? Het »wat« is beslissend. Wie zichzelf observeert en zich bewust maakt, welk doel hij daarmee heeft, zal vaak inzien, dat hij uitsluitend zijn eigen welzijn op het oog heeft, ook, als hij zichzelf wijsmaakt, dat hij voor het welzijn van anderen is. Dikwijls is »de ander«, die hij voorgeeft, hijzelf.
Wat achter onze handelwijze schuilt, gaat in ons onderbewustzijn, in onze lichaamscellen, in alle functies van ons lichaam, in onze ziel en uiteindelijk ook in de overeenstemmende planetenconstellaties. Zodoende is de inhoud van onze handelwijze, dus hetgeen er aan al-te-menselijkheid achter ligt, meermaals opgeslagen.
Nemen we de moeite onszelf te observeren en bij onze handelwijze te vragen naar het waarom, dan zal ons veel bewust worden en kunnen we eventueel aan zo menig gedragspatroon aflezen, wat ooit weer op ons af zal komen als noodlot, leed, armoede, ziekte of eenzaamheid; wij ervaren »aan het eigen lichaam«, wat wij anderen hebben aangedaan door onze achterbaksheid.
Ons lichamelijke welbevinden kan dus bedrieglijk zijn, want wie weet, wanneer uitbreekt wat we hebben veroorzaakt - wijzelf door ons egoïstische gedrag. Laten we ons dus steeds weer afvragen, wat er achter onze zogenaamde positieve woorden of gedachten schuilt, achter een royale hulp of geschenk. Om een psychisch-lichamelijk, dus een algeheel, in de ziel gegrondvest welbevinden te verkrijgen, moeten we onze geestelijke houding onderzoeken. Een waarachtig positieve geestelijke houding komt overeen met de leer van Jezus, Zijn Bergrede en de Tien Geboden van God.


»Je zult God liefhebben
met heel je ziel, met al je krachten
en je naaste als jezelf.«
De leerstellingen van Jezus
tonen ons de stap naar het ware leven

Elke dag behoren we ons bewust te maken, dat onze gedachten en onze verschillende gemoedstoestanden en gevoelens mettertijd op ons organisme inwerken en in het organisme teweegbrengen, hetgeen wij in onze gedachten hebben gelegd, waaruit ook onze gemoedstoestanden en gevoelens voortkwamen.
Een massieve woede-uitbarsting kan bijv. de lichaamssappen totaal uit balans brengen, ze zuur en zodoende giftig maken, zodat ze ook zo op ons lichaam inwerken.
Wat ons treft, heeft wellicht in het uiterlijke een oorzaak - maar de veroorzaker is niemand anders dan wijzelf. Wat wij in onze cellen, celsystemen, organen, in het verloop van alle lichaamsfuncties en in onze ziel hebben ingegeven, was een actie in gevoelens, gewaarwordingen en gedachten, die onherroepelijk de overeenkomstige reactie oproept.
Schieten we bijv. in gedachten op een naaste, dan zullen we het schot eens aan het eigen lichaam komen te voelen, voor zover we niet van tevoren onze belasting inzien en haar door bereiniging oplossen. Daarom kunnen we zeggen: wát ons ook treft, wij hebben onszelf - als het ware doelbewust - getroffen. Van onszelf gaat onze ziekte uit, van onszelf is onze gezondheid afkomstig.
Ieder mens wordt door God bemind, zonder onderscheid, want hij is Zijn kind, Zijn zoon of Zijn dochter. Ieder van ons is de drager van het hele goddelijke erfdeel, dat alle goddelijke krachten van de oneindigheid in zich verenigt. Het is het ware, eeuwige leven. Wij, de erfgenamen van het rijk Gods, kiezen voor het rijk Gods - dan streven we dagelijks naar de vervulling van de wetten van het rijk Gods -, of we beslissen tegen het rijk Gods, door ons tegen ons goddelijke erfdeel, tegen de wetten van God, te gedragen. Daaruit ontwikkelen zich onze zondige componenten, waaronder we dan te lijden hebben.
Het rijk Gods staat altijd open voor ieder van ons. Het komt er alleen op aan, of we er binnen willen gaan. Zijn we bereid, ons hart te openen voor de kracht van ons ware Zijn, voor de kracht van het heil en de genezing, dan zouden we ons moeten houden aan de leerstellingen van Jezus, die de stap naar het ware leven aantonen en die uiteindelijk allen in het hoogste gebod van God zijn verankerd: Je zult de Heer, je God, van ganser harte liefhebben, met heel je ziel en al je krachten. Dat is het belangrijkste en eerste gebod. Net zo belangrijk is het tweede: je zult je naaste liefhebben als jezelf.
Je naaste lief te hebben als jezelf betekent, hem niets slechts toe te wensen; geen verwachtingen aan hem te koesteren; niets van hem te verlangen, wat wijzelf kunnen doen, hem niet omlaag te halen; hem niets te benijden; hem niet te haten; hem niet vijandig gezind te zijn; hem niet uit te buiten; niet krijgszuchtig tegen hem op te treden en geen valse getuigenis tegen hem af te leggen. Als we dichter bij God willen komen, zouden we de dagen, die ons aardse leven zijn en vorm geven aan ons bestaan, moeten benutten, door dagelijks een gedeelte van onze misdragingen, onze ingaven in onze ziel, in te zien, ze van harte te berouwen, de naaste om vergeving te vragen, diegene te vergeven, die zich aan ons heeft schuldig gemaakt en weer goed te maken, wat nog mogelijk is.
Alles is wet. Het hele heelal loopt in wetmatige banen. Ieder mens behoort tot het heelal en is zijn wet. Dientengevolge bestaat er geen toeval, ook is het geen toeval, met wie of wat wij in dit aardse leven te maken hebben.
Hoe meer we ons met de grote en machtige wetten van het leven verbinden en met hen in overeenstemming komen, des te minder zal ons lichaam ons last bezorgen.
Om het licht van het heil in de ziel en de gezondheid van het lichaam te verkrijgen, is het ons geboden, de door ons erkende misdragingen, zonden dus, niet meer te doen, volgens het gebod van Jezus: Je zonden zijn je vergeven; ga heen en zondig voortaan niet meer. Alleen op deze wijze naderen we de oneindige kracht, ervaren we steeds meer het binnenstromen in ons tot God toegewende hart en verkrijgen het licht in onze ziel en de genezende straling in ons lichaam. Dat is de weg, waarop alle bouwstenen van de cellen en de lichaamsfuncties de genezende stromen kunnen ontvangen, die de zelfgenezende krachten van het lichaam in versterkte werking brengen, om zo de algehele genezing tot stand te brengen, de reiniging van de ziel en de genezing van het lichaam.
Wie zich dit waarlijk christelijke gedrag eigen maakt, verkrijgt vertrouwen in de Geest Gods. Daaruit ontwikkelt zich het positieve leven. Een mens, die op God bouwt, zal ook steeds minder over ziekten piekeren, maar zich in zijn denken en spreken aan God toevertrouwen. Zijn cellen en celverbindingen, evenals alle lichaamsfuncties, zullen hem dankbaar zijn.
Hier wordt nog eens herhaald: ieder van ons bepaalt zelf, in hoeverre hij zich opent voor de algehele genezing. Het zou steeds een wens van ons moeten zijn, ons dagelijks af te vragen, wat er achter onze gevoelens, gedachten, woorden en handelingen ligt, ook achter ons wensen en willen, achter onze hartstochten en driften. We kunnen het ook als volgt uitdrukken: wat wij niet zeggen, maar toch in onze gedachten en woorden leggen, dat is het, wat weer op ons terugkomt, want dat zijn wij en niet hetgeen wij - misschien op basis van ons aangeleerde gedrag - voorwenden.


De inhoud van onze gedachten en
woorden kan ons noodlottig worden.
Ons lichaam reageert niet op
mooigekleurde gedachten en woorden,
maar op hun inhoud

Veel mensen zijn er zich niet van bewust, dat de inhoud van onze gedachten en woorden - dus hetgeen achter resp. in datgene ligt, wat wij denken en zeggen - ons noodlottig kan worden. Er staat geschreven: Over ieder nutteloos woord, dat de mensen spreken, zullen ze op de dag van het gerecht rekenschap moeten afleggen. Daartoe behoren uiteindelijk ook onze gedachten.

Hier wil ik nog eens wijzen op de holle frasen, die ons in de regel door de dag begeleiden. Wij hebben bijv. de gewoonte, onze medemensen te vragen, hoe het met hen gaat. De een antwoordt door te klagen, dat hij ziek is, de ander zegt: dank je, en verkondigt, dat hij in goede gezondheid is. Laten we ons eens afvragen, of onze vraag naar de gezondheidstoestand niet slechts een holle frase is of de uitdrukking van echte belangstelling, of zeggen we het alleen om een gesprek te beginnen, omdat we misschien iets bepaalds willen horen of hebben? Is het zinvol om onze medemensen naar hun gezondheidstoestand te vragen, als ons bewust is, dat elk antwoord energie is en niet verloren gaat?
Echte belangstelling wordt vaak positief geformuleerd, zoals bijvoorbeeld: »Ik ben blij, dat ik je weer eens zie«. Of: »Ik verheug me erover, dat je zo vitaal bent.« Of: »Ik verheug me over je expressieve levenswil en over je sprankelende vrolijkheid.«
Wie op de meest verschillende vragen betreffende het welbevinden antwoord geeft, zou zich ook kunnen afvragen, of het juist is, steeds weer te praten over kwalen, ziekte, over persoonlijke moeilijkheden in het gezin of op het werk, terwijl toch alles, zowel het positieve als het negatieve, door onze lichaamscellen wordt geregistreerd en ook door onze ziel en de overeenstemmende geheugenplaneten.
Met elke tegenstrijdigheid, van welke aard dan ook, lopen we gevaar, een ongeval of een ziekte op te roepen, want als de opslagcapaciteit van een celverbinding uitgeput is, kan van vandaag op morgen plaatsvinden, wat wij hebben gezaaid. De oorzaken die wij zaaien, herkennen we alleen, als we onszelf observeren. De gevolgen voelen we aan het eigen lichaam of in onze directe omgeving.
Als we over onze gezondheid en ons welbevinden praten, zouden we toch niet moeten vergeten ons af te vragen, of de inhoud van onze woorden of gedachten in orde is en of onze ziel eveneens vrij is van tegenstrijdigheden. Alleen wijzelf weten, hoe wij ervoor staan. Zo menigeen denkt, dat er in en om hem heen pure zonneschijn is en merkt helemaal niet, dat er al onweerswolken over zijn zogenaamde gezondheid hangen, die zich alleen nog niet hebben ontladen.
Als we willen weten, wat er met ons aan de hand is, moeten we onszelf dus goed observeren en onszelf steeds opnieuw afvragen, of hetgeen we denken of zeggen ook werkelijk zo gemeend is, of dat er iets heel anders achter schuilt, misschien massief denken aan het eigen welzijn, agressie, ook agressieve eigenwil, afgunst, haat enzovoort, dat zich slechts in mooie woorden kleedt of zich behulpzaam opstelt, om het een en ander te bereiken.
Jezus, de Christus, gaf ons veel levenshulp, die we kunnen toepassen, om ons leven gelukkig te laten verlopen en gezond te blijven. Hij gaf ons o.a. de volgende goddelijk-wetmatige hulp: Wat jij wilt, dat anderen voor jou doen, doe jij dat eerst voor hen.
Als we ons bewust worden van deze uitspraak, dan zouden we van onze medemensen niets moeten verwachten, wat we zelf zouden kunnen doen; als we door een medemens worden aangevallen, zouden we niet met gelijke munt moeten terugbetalen, maar van harte bevriend met hem moeten blijven en goed voor hem zijn.
De levenshulp van Jezus uit Zijn Bergrede, die we ook als een goede raad kunnen beschouwen, is van groot nut als houvast, als het erom gaat in te zien, of we werkelijk christelijk voelen, ervaren, denken, spreken en handelen. Onze handelwijze toont ons, of wij een christen zijn, of ons gedrag dus overeenstemt met de geloofsleer van Jezus, de Christus.

In boeken over positieve levenswijzen staat onder meer, dat men bijvoorbeeld een zwak orgaan niet moet beklagen door het als ziek aan te duiden; we moeten over onze ziekte niet klagen, maar het hele organisme voortdurend loven, het zwakke orgaan aanmoedigen tot activiteit en het levenskracht toedenken. Dat is principieel juist, want elke cel, alle bouwstenen van ons lichaam, ontvangen informatie van het bovenbewustzijn. We zouden ons echter moeten afvragen: wat werkt sterker? De eventueel gewild-positieve woorden van bevestiging, dat ons orgaan, ons hele organisme gezond is, dat we het dagelijks veel levenskracht toedenken, of hetgeen er misschien achter ligt, de angst, of we wel gezond worden of gezond blijven?
Het hele lichaam bestaat in zijn structuur en in zijn opbouw uit het bovenbewustzijn, het onderbewustzijn en het geestbewustzijn. De celsystemen en de functies van ons lichaam laten zich niet misleiden. Ze reageren niet op mooigekleurde gedachten en woorden, maar ze sorteren uiterst nauwkeurig en reageren op hetgeen achter - dus in - onze handelwijze afloopt.


Het dagelijkse overwinnen van onze
zondigheid activeert en mobiliseert
de zelfgenezende krachten.
Het komt erop aan, welke informatie
we ons organisme toezenden

Elke dag is voor ieder persoonlijk zijn dag. Hij beleeft zijn individuele, specifieke dag en niet de dag van een ander. Jezus, de Christus, heeft ons geboden onze zondigheid, die zich elke dag laat zien in onze geprikkeldheid, in onze vijandigheid, in haat of in onwaarachtige handelwijze, met Zijn hulp te doorgronden, dus de wortel te vinden, om hem uit de akker van de ziel te verwijderen en er positieve, van God vervulde gedachten in te zaaien, die wij dan ook dagelijks met de bezielende, onwankelbare kracht van het geloof begieten, doordat wij de erkende zonde niet meer doen.
Overwinnen we zo onze zonden, die als het ware op de verzwakte organen liggen en hen de adem benemen, dan worden de positieve krachten tot een wekroep, die ons enerzijds vermaant, als we weer dezelfde of dergelijke fouten willen maken, en anderzijds de zelfgenezende krachten steeds meer activeert en mobiliseert, die ernaar streven, zieke en zwakke organen sterker te maken en storingen van het lichaam uit de weg te ruimen.

Wij weten, dat alles, wat leeft, vibreert en zodoende overeenkomstig zijn frequentie, zijn trillingsgetal, signalen uitzendt. Ook ons fysieke lichaam zendt overeenkomstig onze persoonlijke ingaven signalen. Ieder signaal van ons lichaam is een boodschap aan ons.
Alle functies en bouwstenen van ons lichaam delen ons in het bovenbewustzijn via gevoelens of gewaarwordingen, via ongemakken of pijn, mee, hoe het met hen gaat, wat ze nodig hebben om gezond te worden of sterk te blijven. Op dezelfde weg zenden wij via ons bovenbewustzijn de lichaamscellen en alle lichaamsfuncties informatie toe. Dat betekent, dat wij met ons organisme in voortdurende communicatie staan. Het komt er echter op aan, welke soort van informatie wij ons lichaam toezenden. Zijn het optimistische gedachten en woorden, die een inhoud hebben van onwankelbaar geloof en vol hoop en vertrouwen zijn, of afwijzende gedachten zoals twijfel, angst en zorgen?
De twijfel aan God, de twijfel aan genezing, is te vergelijken met een verrader. Hij steelt de krachten, die ons de gezondheid zouden kunnen brengen.
Het is niet altijd eenvoudig, om vele jaren gevoede angsten, twijfels en zorgen te veranderen in een onwankelbare en vertrouwensbewuste overgave aan de Geest des levens, aan de genezende kracht, die in ons woont. Om uit deze vicieuze cirkel te komen van ontkenning van het goede, van de helpende en genezende kracht, is het nuttig, vaker op de dag tot Christus in ons te bidden, als het ware in onze ziel en ons lichaam binnen te bidden, want ons lichaam is de kerk, de tempel Gods, omdat God, het leven en de genezing, in ons woont. Vervullen wij in het dagelijkse leven stap voor stap onze eigen gebeden, door zelf te doen, waar we om bidden, dan reinigen we onze kerk, de tempel Gods, en scheppen zo orde ins onszelf.
Wie met de hulp van de Christus Gods zijn tempelreiniging uitvoert, verkrijgt een sterk geloof, vertrouwen en komt dichter bij God. Deze bewustheid is tevens de innerlijke zekerheid. Daaruit groeit de kracht om de door ons ingeziene tegenstrijdigheden, onze ongoddelijke handelwijze dus, niet meer te doen.


God is eenheid. Wij zijn broeders
en zusters onder elkaar. Wij zouden
onze al-te-menselijke houding moeten
veranderen, om onze medemensen
beter te leren begrijpen

Wij horen - en lezen ook in de bijbel - dat ieder mens de tempel Gods is, de tempel van de Heilige Geest. Daaruit worden steeds vragen afgeleid zoals de volgende: als het fysieke lichaam de tempel Gods zou zijn, waarom kan het lichaam dan ziek worden? Is de Godsgeest de ziekmaker, die de ziekte zendt? Is Hij niet toch de straffende en tuchtigende God, die ons met noodlottigheden kastijdt, om ons op Zich opmerkzaam te maken?
Zolang wij anderen de schuld geven van onze oorzaken en ons richten op veruiterlijkte religies, zullen we steeds weer een schuldige zoeken en God ervan betichten een wreker te zijn.
Als we ons van onze naaste scheiden, dan is dat tevens een scheiding van God. Door verkeerd denken zijn we verdeeld geraakt en hebben we ons van de eenheid met God afgescheiden en zodoende afstand genomen van het ware leven. Het leven echter is God en God is eenheid. Eenheid maakt sterk. Verdeeldheid scheidt. Jezus leerde ons de eenheid met de volgende woorden: Waar twee of drie in Mijn naam verzameld zijn, daar Ben Ik in hun midden.

Wij mensen zijn ons veel te weinig bewust, dat wij kinderen Gods zijn, dat wij allen één en dezelfde Vader hebben, de hemelse Vader, en opgrond daarvan onder elkaar broeders en zusters zijn. Laten we ons eens afvragen, hoe vaak wij broedermoord begaan, door onze broeders en zusters, symbolisch gesproken, met gedachten en woorden af te maken.Vaak, heel vaak roept ons geweten: Kaïn, waar is je broeder Abel? Wij onderdrukken vaak de maning van ons geweten; dan vernemen wij niet de roep: Kaïn, waar is je broeder Abel?

Als je wilt; bevestig dan dagelijks je kindschap Gods: dat je een kind bent van de eeuwige Vader en dat Hij voor jou altijd aanwezig is met al Zijn liefde en de kracht van de genezing. Zeg of denk dat niet alleen, maar probeer het waar te maken, door je al-te-menselijke houding te veranderen, om ook je medemensen beter te leren begrijpen, die in de Geest van jouw, onze eeuwige Vader, jouw, onze broeders en zusters zijn. Houd op, je broeder, je zuster, in gedachten, met woorden of zelfs door handelingen, af te maken.
Wie dagelijks in het bewustzijn van het kindschap Gods de tempelreiniging, de reiniging van zijn ziel en zijn organisme tot stand brengt, verfijnt zijn karakter, omdat hij zijn denken en handelen afstemt op de wil van God. Dat is de weg naar de algehele genezing en naar geluk.


Door het leren aan onszelf
en bereiniging verkrijgen wij
evenwichtigheid en onze
celverbindingen de informatie
van gezondheid, levensgeluk
en innerlijke blijdschap

Het zou ons iedere dag bewust moeten zijn: zoals de mens denkt, zo is hij en zo is zijn karakter. Als we gezond willen blijven of gezond willen worden, moeten we eerst aan onszelf, door ons gedrag leren, door dagelijks de inhoud van de vijf componenten voelen, gewaarworden, denken, spreken en handelen te toetsen aan de wetmatigheden Gods.
Deze stappen naar een goddelijk, wetmatig gedrag, helpen ons, onszelf te leren kennen, ons ware zelf te vinden, om ons steeds ontvankelijker te maken voor de wil van God, voor de macht van de liefde, die alles vermag.

Ons dagelijkse voor en tegen en de dagelijkse toestand van ons lichaam tonen ons slechts een klein fragment uit de zee van onze persoonlijke ingaven. Ieder component van ons gedrag is een gedeeltelijke manifestatie, als het ware gedeeltelijke materialisatie, in en aan ons lichaam van positieve of negatieve aard. De energie van de dag spoelt uit de wateren van hetgeen we nog niet hebben opgelost, slechts een beetje naar de oppervlakte, opdat het voor ons zichtbaar wordt. Het roept ons als het ware op, het te begrijpen en aan te pakken.
Onze dagelijkse toestand is zodoende een heel kleine splinter uit het strandgoed van het onbewuste, dat ons de dagenergie bewust maakt. Er zijn verschillende mogelijkheden om onszelf te leren kennen. De een controlleert zijn gedachten, de ander neemt zich een persoonlijk leerprogramma voor, doordat hij door intensieve zelfbeschouwing inzicht krijgt in zijn willen en wensen, zijn motivaties en bedoelingen. Daartoe biedt de dag rijkelijk gelegenheid: de bijzonderheden en veranderingen in zijn gezichtsuitdrukkingen, in zijn lichaamshouding en bewegingen; de opwinding over anderen; of dat hem iets gezegd wordt, dat hem niet bevalt; of bij langdurige gesprekken, die niet in zijn concept passen; of zelfs wanneer hij zich met veel gebaren en woorden verdedigt; of hoe zijn gedrag is na een culinaire maaltijd en drank; of na een strijd en ruzie; of als hij zich superieur voelt ten opzichte van zijn medemensen; of als hij medemensen neerhaalt of in gedachten over hen oordeelt, hen veroordeelt enzovoort.
Zulke studies over onszelf, om aan onszelf te leren, om te doorgronden, hoe ons lichaam en ons gedrag veranderen en welke signalen wij uitzenden, maken onze dagen interessant; wij beleven onszelf. De inhoud van deze handelwijzen, waaraan altijd gedachten, wensen en dergelijke voorafgaan, zijn ingaven, die ons mettertijd kenmerken en onszelf in ons gedrag zo zichtbaar laten worden, als we werkelijk zijn - de mens met zijn nog bestaande al-te-menselijkheden.
Wie zichzelf als het beste leerproject ziet, zal ook vaker zijn spiegelbeeld bestuderen en vaststellen, dat zijn gezichtsuitdrukking elke dag in nuances anders is, ook zijn gebaren en gedragingen. Deze uiterlijke veranderingen zijn het gevolg van de ingaven in de bouwstoffen van ons lichaam, in alle cellen en celverbindingen, in onze ziel en in de overeenkomstige gesternten. Elke dag hebben we een andere gedachteninhoud; ook onze gesprekken en ons gedrag zijn inhoudelijk anders dan de vorige dagen. Zodoende is elke dag de dag van ieder persoonlijk, omdat ieder van ons anders heeft opgeslagen en opslaat. En elke ingave draagt bij tot genezing, tot gezond blijven of tot ziekte, noodlot, leed en zorgen. Ons lichaam is niets anders dan het spiegelbeeld van onze ziel.
Dagelijks beleven wij - de een meer, de ander minder - de lichaamsreacties op hetgeen we zien of wat op ons afkomt.
Als we over een ongeluk horen, dat een ons dierbaar mens treft, beginnen we te beven en raken in paniek bij de voorstelling, wat daar wel allemaal uit voort kan vloeien. Het beven en het verbleken zijn dan de lichaamsreacties op onze angst. Wij verkrampen ons zenuwstelsel. Enige uren later klagen we bijv. over hevige hoofdpijn of misselijkheid. Oorzaak was de boodschap, die ons deed schrikken - men ziet de uitwerking aan het lichaam.
Wij doen elke dag de ervaring op van dergelijke gebeurtenissen en overeenkomstige reacties, maar als het om onze eigen ziekte gaat, denken we er zelden over na, dat we daarvóór, in het onzichtbare, oorzaken hebben geschapen, die nu aan ons lichaam zichtbaar worden.
In alles, wat ons dagelijks beweegt, spreekt ook ons geweten tot ons. Leer je jezelf te doorgronden, om aan jezelf te leren, dan hoor je geleidelijk ook je geweten, dat je in de meest verschillende situaties aanspreekt, om een waarschuwingsteken te geven. Wie aan zichzelf leert om zichzelf te erkennen, diens geweten wordt een fijne seismograaf, die duidelijke signalen geeft; het sensibele geweten roert zich, wanneer we ons tegen ons lichaam en tegen onze ziel gedragen, dus tegen ons ware leven, wiens eerste gebod de Gods- en naastenliefde is.
Ook de positieve kanten horen bij ons zelf-leerprogramma, het is de stapsgewijze vervulling van de geboden van God. Als we aan onszelf leren en de stappen doen naar onze geestelijke geboorte, het éénzijn met God, dan wordt ons lichaam heel geleidelijk tot een spiegel van de steeds lichter wordende ziel. Het karakter en het hele gedrag veredelen zich, ons denken en willen wordt onbaatzuchtig. Dan pas begrijpen we, wat Gods- en naastenliefde betekent.

Is het leren aan onszelf tot een verlangen geworden, dan zullen we ook de opkomende problemen en moeilijkheden, alles, wat we dagelijks tegenkomen, niet laten rusten en de tegenstrijdigheden dagenlang bewegen; we zullen ze zonder lang te dralen met de hulp van de Christus Gods nader beschouwen en de wortel van deze dissonanten doorgronden, om ze op te lossen, zodat we dan verlost uit de strijd komen.
Iets dergelijks geldt bij alle soorten ongemakken en ziekten. De weg is altijd hetzelfde; hij luidt: erken de oorzaken van de ziekte of het ongemak, want ze berusten op misdragingen; berouw en bereinig ze en doe dit gedragspatroon, deze oorzaak, niet meer.
Wie zich gewillig onderwerpt aan het leren aan zichzelf, dus deze moeite op zich neemt, wordt steeds gelukkiger, vreedzamer en harmonischer. Daardoor verkrijgt hij evenwichtigheid; het zenuwstelsel ontspant zich, de ziel ontvangt meer licht en kracht en in de cellen en in alle celverbindingen komt de informatie van gezondheid, levensgeluk en innerlijke blijdschap.


Aan elke ziekte gaan
vingerwijzingen vooraf. Het bewuste,
diepe ademen is een oefening, die ons helpt,
onze oorzaken te onderzoeken

Geen enkele ziekte, ongeacht hoe ernstig zij is, ontstaat van vandaag op morgen. Er gaan altijd tekenen, dus vingerwijzingen, aan vooraf. Wie geleerd heeft, zichzelf te observeren en eventuele storingen van de gezondheidstoestand te doorvorsen - bijv. waarom nu in een gesprek zijn zenuwstelsel verkrampt, of waarom hij nu bloost, of waarom hij zich nu ergert of in stress komt en het lichaam over zijn toeren raakt -, zou zich eerst eens door een eenvoudige ademhalingsoefening moeten ontspannen, door bewust te ademen, zijn adem te observeren en dan heel geleidelijk vanuit de buikholte te ademen, de adem dus dieper te laten gaan. Dat onspant. Aansluitend kijkt hij bij zichzelf, wat de oorzaak was van zijn opwinding, van zijn verkramping of hektiek.
Hebben we onszelf ondervraagd en hetgeen uit het onderbewustzijn aan het bovenbewustzijn aanklopte en ons een hektisch lichaamsritme opdrong, ingezien en heffen we deze oorzaken op, dan volgt de stapsgewijze vernieuwing van binnenuit. Dat betekent, dat we zo menige ziekte of zo menig leed helemaal niet hoeven te doorlijden en te dragen.


»Hebt elkander lief,
zoals Ik jullie als Jezus heb liefgehad
en als Christus liefheb«

De Gods- en naastenliefde is het hoogste doel, waarnaar we dagelijks meer zouden moeten streven. Wat zei Jezus over de Gods- en naastenliefde en wat zou Christus ons nu daarover zeggen? Hij zou ons opnieuw het hoogste gebod bijbrengen: Hebt elkander lief, zoals Ik jullie heb liefgehad en als Christus liefheb.
Liefde geneest. Liefde streeft naar verzoening. Liefde is licht en waar licht is, is gezondheid. Gezondheid is het licht van de ziel. Ziekte is de schaduw van de ziel.

Zijn we in onenigheid met onze naaste, oordelen en veroordelen wij, dan zouden we ons steeds opnieuw moeten terugnemen en er ons op bezinnen, dat wij de spiegel van ons denken zijn en ons eraan herinneren, wat Jezus ons gebood: Hebt elkander lief, zoals Ik jullie heb liefgehad en liefheb.
De omkering van het gebod uit de Bergrede van Jezus: Wat jij wilt, dat anderen voor jou doen, doe jij dat eerst voor hen, zou in de woorden gevat kunnen worden: Wat jij niet wilt, dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Laten we ons tijdig in het bewustzijn roepen, dat hetgeen wij niet willen, wij ook anderen niet moeten toedenken en wanneer we dat niet doen, kan in ons een licht opgaan. Ieder van ons wil, dat er rekening met hem wordt gehouden en dat hij wordt geacht - dus zouden we het ook zo tegenover onze naaste moeten doen. Als we gelukkig willen worden of zijn - dan zouden we dat ook onze naaste moeten toedenken, het hem dus wensen. Zou de christenheid zo denken en handelen, als Jezus het ons in de Gods- en naastenliefde gebood, dan zou er één volk van vrijheid en vrede zijn en welstand voor allen.

Wij maken ons maar al te weinig bewust, dat gedachten of woorden krachten zijn. Ik herhaal: wat wij anderen toedenken, kan de ander ten dele treffen, wanneer in hem hetzelfde of iets dergelijks, als hetgeen wij uitzenden, actief is. Dan leggen we als het ware nog kolen op hetzelfde of soortgelijke vuur van de ander. Daarmee wakkeren we echter ook ons eigen vuurtje aan, waaruit we »kolen« wegnamen en in het vuur van de ander legden. Als we op deze wijze in de ander iets tegenstrijdigs hebben aangewakkerd en doet hij dingen, die hij niet zou hebben gedaan en zonder ons toedoen misschien slechts zou hebben overwogen, dan dragen wij mee aan deze nieuw geschapen oorzaken en zijn zo aan hem gebonden. Twee »vuurtjes« worden één vuur, dat beiden hebben te blussen, want wat we aan negatiefs, maar ook aan positiefs, uitzenden, komt weer op ons terug. Elke oorzaak heeft een veroorzaker, waarop terugkomt, hetgeen hij uitgezonden heeft.


Wie zijn gebed verhoord wil zien,
zou er ook naar moeten leven.
God wil door ons onze medemensen
kracht en liefde zenden

Veel mensen maken het zich te gemakkelijk. Zij vragen God om gezondheid, geluk, kracht, vrede en harmonie. Kan God ons helpen, als wij om heil bidden, maar anderen onheil toezenden?
Hoe vaak vragen we God niet in gebed, Hij moge de zieken en hen, die door leed beproefd worden, gezondheid en hulp schenken. Onze gebeden verplichten ons dan ook, ons gedrag te onderzoeken, ons bewust te maken, hoe wij ten opzichte van onze medemensen staan, of onze gedachten, ons gedrag tegenover onze naasten het liefdegebod bevatten: Hebt elkander lief, zoals Ik jullie liefheb. Blijft het bij een gebed, bij alleen maar woorden, zonder dat we moeite doen, ons leven dienovereenkomstig te leiden, dan zijn onze gebeden niets dan een zeepbel.
God wil door ons onze medemensen kracht en liefde zenden. Wie zijn gebeden vervuld wil zien, zou er ook naar moeten leven.


Het passieve geloof geeft ons
geen zekerheid, dat God bestaat.
Door het daadwerkelijke geloof
voelen en beleven we Zijn aanwezigheid

Kerkelijke leiders maken hun schapen wijs, dat het geloof alleen voldoende zou zijn. Laten we daarom nog eens terugkomen op het geloof. Het geloof alleen, zonder de vervulling van de geboden Gods, is juist niet voldoende. Zou dit passieve geloof Gods wil zijn, dan zouden veel van de kerkelijke christenen - die »alleen maar geloven« - gezonder zijn. Maar de mensheid - ook de christenen - wordt steeds zieker. Dat bewijst, dat het geloof alleen niet voldoende is. Jezus leerde iets anders. Aan het einde van Zijn Bergrede sprak Hij: Wie deze leer van Mij hoort en haar vervult, lijkt op een verstandig man ... Hij sprak dus over het actieve geloof en niet over het passieve geloof, het dode geloof, dat ons niet de zekerheid geeft, dat God bestaat.
Wie de leer van Jezus, de Christus, omzet, doordat hij zijn geloof door de daad levend laat worden, vervult stapsgewijs wat Jezus leerde, en treedt in Zijn navolging, om God in de oerbasis van zijn ziel gewaar te worden. God laat zich vinden. Hij wil graag, dat wij Hem vinden, dat wij Zijn aanwezigheid bespeuren en beleven. Hij, de Vader van al Zijn kinderen, wil ons Zijn vaderlijkheid, Zijn liefde, voelbaar tonen, opdat we niet verder in de troebele wateren van het ongeleefde, het passieve geloof vissen als blinde en dove mensenwezens, die zich afhankelijk maken van kerkelijke instituties.

De weg, die Jezus, de Christus, leerde en die Hij ons door Zijn leven in de eeuwige Vader bekend maakte, is de enige weg naar het eeuwige Zijn, omdat Jezus onze Verlosser werd en is, en Hij sprak: Ik Ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Er worden veel geestelijke richtingen en wegen aangeboden. Volgens de woorden van Jezus, de Christus, is er maar één weg. Hij leidt via Christus naar de eeuwige Vader.
Ieder mens, die zijn tekortkomingen tegenover de Tien Geboden van God en de Bergrede van Jezus plaatst, begrijpt, wat een actief geloof betekent: niet de handen in de schoot leggen en geloven, maar het vervullen van de leer van Jezus is beslissend. Dat is dan actief leven, actief geloof; dat is waarachtig christelijk.
Wij mensen zijn voor ons gedrag zelf verantwoordelijk, omdat wij vrije kinderen van de eeuwige Vader zijn. De een doet, wat de Tien Geboden en de Bergrede van Jezus inhouden. De ander zondigt dapper verder - zoals Luther het heeft aanbevolen - en blijft slapend, gebonden aan mensen, die het »dode« geloof onderwijzen, die tegen de leer van Jezus in beweren, dat het geloof alleen voldoende zou zijn. De een, die Jezus navolgt, maakt zijn ziel lichter en blijft gezond of wordt gezond; de ander, die zich onderwerpt aan de predikers van de kerken en het laat bij het geloven alleen, belast zijn ziel steeds meer en wordt, voor zover zijn oorzaken actief worden, ziek en eventueel steeds zieker, want hij laat zijn ziel niet gezond worden door het actieve geloof, dat zegt: zie dagelijks je fouten in, berouw en bereinig ze en doe ze niet meer. Alleen daardoor ontwikkelen wij de vertrouwensvolle overgave aan God, die ons laat voelen, ervaren en inzien, dat Hij, God, de Vader van al Zijn kinderen, aanwezig en waarachtig is.
Uit de som van onze misstappen, die er nog op wachten, door ons te worden opgelost, komt elke dag datgene als taakstelling op ons toe, wat de planetenconstellaties uitstralen.
Elke dag worden we daarom voor grotere of kleinere moeilijkheden, problemen of situaties geplaatst, om deze op te lossen. Ook onze eigen ingaven, onze gedachten en wensbeelden, die ons in gedachten opwinden en vaak tot handelingen dringen, omdat we er ons te lang mee bezighouden, geven ons bericht, dat ze in hun wortel, hun afkomst, erkend en opgeheven willen worden. Elke dag heeft dus ieder van ons veel te zeggen, overeenkomstig het volume van ons zendpotentieel.
Daarom kan het daad-geloof ook als dag-geloof worden betiteld:
Elke dag brengt ieder van ons andere levensaspecten, maar in alles en in allen is de Christus Gods de helpende en genezende kracht. In elke moeilijkheid en in ieder probleem, in ziekte en nood, in zorg en leed, reikt Hij ons Zijn hand. Of wij Zijn hand grijpen of niet, ligt aan onszelf. Wij hebben de vrije wil om vrij te beslissen. Vrije wezens zijn echter zelf verantwoordelijk voor hun handelwijze.
Wie het geloof in God activeert, door het te doen, zoals het Jezus, de Christus, in Zijn Bergrede heeft geboden, treedt in communicatie met de helpende en genezende eeuwige Geest, die ook de innerlijke arts en genezer is. Dan stroomt de goddelijke heilstroom door de ziel in het lichaam naar de cellen en celverbindingen, waarbij zieke cellen worden uitgescheiden en gezonde worden opgebouwd. Ziel en lichaam genezen. Dat is algehele genezing.


Pijnstillende middelen kunnen
een ernstig zieke helpen,
om weer te kunnen doorademen,
om zijn gedachten op een rijtje
te krijgen en zich met zijn medemensen
te kunnen verzoenen

Hier stelt zich de logische vraag: hoe is het, wanneer een zieke lange tijd heftige pijnen heeft, onder een ernstige ziekte lijdt en niet meer de kracht opbrengt om te geloven en hoop te putten, laat staan het daad-geloof toe te passen, de bereiniging van zijn verkeerde gedragingen, waarvan er dagelijks enkele omhoog komen?
Daartoe kan worden gezegd: een mens, die door ziekte zeer verzwakt is en door zijn pijn niet meer in staat is, over zichzelf na te denken, kan eventueel met pijnstillende middelen worden geholpen. Want als hij weer kan doorademen, wanneer zijn blik zich weer hoopvol verruimt, zal hij kracht putten, om met zichzelf en met zijn directe naasten zover in het reine te komen, als het hem nog mogelijk is. Wie ondanks ernstige gezondheidsbezwaren bouwt op de barmhartigheid van God, onspant zich; hij geeft zich aan de Christus Gods over en zal ook van de barmhartige liefde de hulp ontvangen, die goed is voor zijn ziel.
Geneest de zieke van binnenuit, ook met de hulp van een arts, die het best mogelijke voor het lichaam van de zieke doet, dan kan ook het lichaam genezen.
Een goede ar