Gabriële, de profetes en verkondigster van God voor onze tijd, lichtte deze
vraag toe in de Kosmische Levensschool op 25.02.2001. Een kort uittreksel:
Wanneer wij horen of lezen over opofferingsgzindheid en offervaardigheid, moeten
we niet denken, dat we het een of andere voorwerp moeten offeren of zelfs
onszelf moeten offeren. Wij behoren ons lagere ik, alles, wat tegen de wet van
de liefde is, aan Christus te geven, het Hem over te geven, het als het ware te
offeren.
Waarom eigenlijk het woord »offer«? Is het niet vaak een offer voor ons, onze al
te dierbare gewoonten, ons al te verzorgde en in stand gehouden lagere ik op te
geven? Het heeft ons tenslotte toch het een en ander gebracht: de opwaardering,
het ego, dat we als belangrijk konden voordoen - uiteindelijk dat wij onszelf op
de voorgrond konden brengen, wie wij zijn, hoe groot wij zijn, wat we allemaal
presteren enz. enz. enz. Wat gebeurt er nu, als wij dat alles, wat ons zo naar
buiten draagt, wat de spanning van het menselijke ik in stand houdt, offeren?
Ja, wat zijn we dan? Zijn we dan überhaupt nog iemand? - Ja, we zijn heel wat
meer! We hoeven ons niet meer te kwellen met de steeds opnieuw opkomende vraag:
hoe kan ik mij nog meer presenteren, nog meer op de voorgrond treden, om
waardering en lof te ontvangen? Wat moet ik nog meer doen, opdat de naaste, de
ander, mij in het licht ziet, dat ik meen te hebben? En zo meer.
Wie zijn wij dan? Wij zijn dan heel geleidelijk doorstraalde mensen, die uit de
bron van het leven putten, uit de wijsheid en de goedheid van God.
Mensen, die dit offer van het lagere brengen, beleven innerlijke grootheid en
een wijde blik, inzicht ook in uiterlijke dingen. Het werk gaat beter van de
hand. De mens is van binnen uit gelukkig, omdat hij meer en meer verenigd is met
de bron van het Zijn. Hij heeft ook succes in het beroep, dat hij niet uit het
ego presenteert, maar waarmee hij helpt, dat ook een ander vooruitkomt en zo
meer.
Hij heeft innerlijke grootheid en put, zoals gezegd, uit de bron van de
alwijsheid en de liefde van God.
Het bewustzijn van zon mens is ruim. Hij neemt veel uiterlijke dingen waar. Hij
begint geleidelijk inzicht te krijgen in de gedachten van de naaste. Waarom?
Omdat hij zich niet meer belangrijk hoeft voor te doen, zichzelf niet meer hoeft
op te waarderen, omdat hij innerlijke grootheid heeft. Hij krijgt inzicht in
gesprekken, in schriftelijke ontwerpen. Hij kan uit dat alles lezen, wat voor de
ander, die niet offervaardig is, verborgen is. Hij schouwt dieper. Hij leeft
meer. Hij bespeurt en voelt en begrijpt, dat hij als wezen van de goddelijke
liefde uiteindelijk in alles is, in de natuur, in de dieren, in de wezenskern in
de ziel van ieder mens. Hij voelt aan, wat in en achter de gesprekken ligt. Ja,
hij voelt aan, wat er achter het verloop van het werk omgaat en weet, wat er
gedaan moet worden, wat er gezegd moet worden, hoe hij de naaste kan helpen. Of
de ander de hulp dan aanneemt of niet, laat hij aan degene over, die hij
fijngevoelig en meelevend wilde dienen en helpen.
Dus, wij offeren alleen de bekrompenheid en ontvangen de wijdsheid, ofwel de
oneindigheid.
Dit is slechts een klein uittreksel uit de Kosmische Levensschool, het treffen
van alle Godzoekers, dat elke zondag om 10.00 uur in veel plaatsen van
oerchristelijke ontmoeting plaatsvindt.
Heeft u interesse? Zou u graag een samenkomst live meebeleven?
Schrijft u ons!